|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 29 850.
Handelingen II 2004-2005, blz. 1795-1801, 1852-1852.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 850 (A, B).
Handelingen I 2004-2005, blz. 507-508.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 december 2004, Stb.
2004, 733, tot wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met het
verlenen van een financiële tegemoetkoming aan personen die een
ouderdomspensioen op grond van de AOW ontvangen, alsmede in verband met
enige aspecten van de financieringssystematiek. Inwerkingtreding: 1
januari 2005 (Stb. 2004, 734).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Wet werk en bijstand te wijzigen in verband met de
financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op
grond van de Algemene Ouderdomswet met ingang van het kalenderjaar 2005
recht hebben, alsmede in verband met enige aspecten betreffende de
financieringssystematiek van die wet;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet werk en bijstand
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 31, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
slot van onderdeel o door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een
ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben.
B. Vervallen.
C. [MvT]
Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Aanpassing uitkering inkomensdeel en
werkdeel.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
-3. Bij toepassing van het tweede lid kan Onze Minister vanuit het
oogmerk van een meer evenwichtige verdeling van het totale bedrag,
bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel
b, de peildatum van de
gegevens noodzakelijk voor de berekening, bedoeld in artikel
69, tweede
lid, actualiseren, leidende tot een nieuwe uitkering per gemeente. Van
een actualisatie als bedoeld in de eerste volzin wordt door Onze
Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
-4. Onze Minister kan vanuit het oogmerk van een meer evenwichtige
verdeling van het totale bedrag, bedoeld in artikel
69, eerste lid,
onderdeel a, de peildatum van de gegevens noodzakelijk voor de
berekening, bedoeld in artikel 69, tweede lid, actualiseren, leidende
tot een nieuwe uitkering per gemeente. De tweede volzin van het derde
lid is van overeenkomstige toepassing.
D. [MvT]
Artikel 74, tweede lid, komt te luiden:
-2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college
ingediend bij de toetsingscommissie, bedoeld in artikel
73. Bij
ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de
termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden
ingediend en de termijn waarbinnen op dat verzoek wordt beslist.
Art. II.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld en kan terugwerken tot en met een in
dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹ In dat besluit
wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke
referendumwet.
1. Bij Besluit
van 23 december 2004, Stb. 2004, 734, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
23 december 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de dertigste
december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|