St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  WET  SUWI  IN  VERBAND  MET  WIJZIGING  TAKEN  EN  WERKWIJZE  RWI

Versie 23 december 2004

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 727.
Handelingen II 2004-2005, blz. 1813-1815.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 727 (A, B).
Handelingen I 2004-2005, blz. 507-508.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 23 december 2004, Stb. 2005, 21, houdende wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met wijziging van de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen. Inwerkingtreding: 4 maart 2005 (Stb. 2005, 94).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen  [MvT]
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. De Raad voor werk en inkomen heeft tot taak overleg te voeren met Onze Minister over voorstellen van deze raad betreffende:
a. het beleid met betrekking tot werk en inkomen;
b. het arbeidsmarktbeleid;
c. de bevordering van de kwaliteit en de transparantie van de reïntegratiemarkt.
2. Het tweede en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid.
3. In het tot tweede lid vernummerde lid wordt "met de in het tweede lid bedoelde personen of vertegenwoordigers over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid" vervangen door: over de in het eerste lid genoemde onderwerpen met personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij uitvoering van die onderwerpen.
4. In het tot derde lid vernummerde lid komt "en derde" te vervallen.
B.
[MvT]
Artikel 20 vervalt.
Ba.
[MvT]
In artikel 77, derde lid, wordt na "het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen" ingevoegd: , de Raad voor werk en inkomen.
C.
[MvT + bis]
Na artikel 83c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 83d. Overgangsrecht artikel 20
-1. Beschikkingen die de Raad voor werk en inkomen namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft genomen op grond van een regeling gebaseerd op artikel 20, zoals dat artikel luidde vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 23 december 2004, houdende wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met wijziging van de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen, blijven van kracht.
-2. Met betrekking tot de uitvoering van een regeling op grond van artikel 20, zoals dat artikel luidde vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 23 december 2004, houdende wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met wijziging van de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen, blijft het recht zoals dat vóór die datum gold van toepassing.
-3. Met betrekking tot bezwaarschriften en bestuursrechtelijke gedingen inzake beschikkingen als bedoeld in het eerste lid dan wel gebaseerd op het tweede lid, blijft het recht zoals dat gold vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 23 december 2004, houdende wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met wijziging van de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen, van toepassing.

 

Art. II. Inwerkingtreding  [MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹ In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

1. Bij Besluit van 19 februari 2005, Stb. 2005, 94, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 4 maart 2005, red.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 23 december 2004

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof

 

Uitgegeven de twintigste januari 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x