St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  AANPASSING  FISCALE  BEHANDELING  VUT/PREPENSIOEN  EN  INTRODUCTIE  LEVENSLOOPREGELING

Versie 24 februari 2005

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 760.
Handelingen II 2004-2005, blz. 1713-1735, 1814-1844, 1852-1856.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 760 (A, B, C, D, E, F, G).
Handelingen I 2004-2005, blz. 688-742, 746-746.

 

 

WET van 24 februari 2005, Stb. 2005, 115, houdende wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling). Inwerkingtreding 1 januari 2005.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen om de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen door middel van aanpassing van de fiscale behandeling van VUT- en prepensioenregelingen in samenhang met het bevorderen van de combinatie van arbeid en andere activiteiten door middel van een levensloopregeling;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. VI.
De Wet arbeid en zorg wordt met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:
Na hoofdstuk 6 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 7. Levensloopregeling
Art. 7:1. Begrippen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. levensloopregeling: een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;
b. levenslooprekening: de bij een kredietinstelling als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, van de keuze van de werknemer geopende rekening waarop het ingehouden loon ter zake van een levensloopregeling wordt gestort;
c. levensloopverzekering: de bij een verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van de keuze van de werknemer aangegane verzekering waarop het ingehouden loon ter zake van een levensloopregeling als premie wordt gestort.
Art. 7:2. Recht op deelname
-1. De werknemer heeft onder bij en krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde voorwaarden elk kalenderjaar recht deel te nemen aan een levensloopregeling.
-2. De werkgever stort het op verzoek van de werknemer ter zake van een levensloopregeling ingehouden loon op de door de werknemer geopende levenslooprekening of afgesloten levensloopverzekering.
-3. Bij het in het tweede lid bedoelde verzoek geeft de werknemer kennis aan de werkgever van de hoogte van het per kalenderjaar in te houden en op de levenslooprekening of als premie voor de levensloopverzekering te storten loon.
-4. De werkgever willigt het verzoek in uiterlijk met ingang van de aanvang van de derde kalendermaand na de indiening ervan.
-5. De werknemer kan het in het tweede lid bedoelde verzoek slechts één keer per jaar doen, met dien verstande dat de werknemer te allen tijde kan verzoeken om de inhoudingen en stortingen te beëindigen.
Art. 7:3. Mate van gebondenheid
Van dit hoofdstuk kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

 

Art. IX.
De Wet werk en bijstand wordt met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:
Aan artikel 31, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel van dat lid door een puntkomma, een onderdeel waarvan de lettering aansluit op het laatste onderdeel van dat lid toegevoegd, luidende:
#. het tegoed in geld op de rekening van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, dan wel de verzekerde som van een levensloopverzekering als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet.

 

Art. XV.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling.

 

Art. XVI.
-1. Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2005.
-2. Artikel 10, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat komt te luiden ingevolge artikel I, onderdeel A, werkt terug tot en met 16 september 2004 voor uitkeringen die worden genoten als gevolg van afkoop, vervreemding of het formeel of feitelijk onderwerp van zekerheid worden van de aanspraak, anders dan ten behoeve van uitstel van betaling op grond van artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 februari 2005

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus

 

Uitgegeven de tiende maart 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x