|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 30
005.
Handelingen II 2004-2005, blz. 3712-3735, 3767-3772, 3816-3817.
Kamerstukken I 2004-2005, 30 005 (A, B, C).
Handelingen I 2004-2005, blz. 926-926.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET
van 24 maart 2005, Stb. 2005, 192, tot aanvulling van het inkomen
van ouderen met een bescheiden inkomen en aanpassing berekening
vakantie-uitkering voor uitkeringsgerechtigden (Wet
inkomensaanvulling 2005). Inwerkingtreding: 15 april 2005.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is te voorzien in een inkomensaanvulling voor ouderen met een
bescheiden inkomen en in een technische wijziging van de vaststelling
van de vakantie-uitkering voor uitkeringsgerechtigden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 8.17, eerste lid, wordt "|30 728" vervangen door:
|30
778.
Art. II.
[MvT]
De Wet op
de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 22b, eerste lid, wordt "|30 728" vervangen door:
|30
778.
Art.
III.
[MvT]
De Wet werk en bijstand
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 37, tweede lid,
vervalt de tweede zin.
B. [MvT]
Artikel 38, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. het percentage, genoemd
in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk
is aan de procentuele
verhouding tussen de nettoaanspraak op de minimumvakantiebijslag over
het minimumloon en het nettominimumloon. Onder nettoaanspraak op de
minimumvakantiebijslag wordt verstaan het verschil
tussen het nettominimumloon en het nettominimumloon zoals dat
overeenkomstig artikel 37, eerste lid, zou zijn
berekend zonder rekening te
houden met de aanspraak op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Art.
IV.
[MvT]
Artikel 1 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanduiding "-1." voor
het eerste lid en het tweede en derde lid vervallen.
2. Onderdeel g komt te
luiden:
g. nettominimumloon: het nettominimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de
Wet werk
en bijstand;.
3. Onderdeel h komt te
luiden:
h. nettominimumjeugdloon:
het nettominimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de
Wet werk
en bijstand, waarbij onder het minimumloon per maand wordt
verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon,
bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, met dien verstande dat voor de berekening, bedoeld in
artikel 37, tweede lid, van de Wet werk
en bijstand, rekening wordt
gehouden met uitsluitend de algemene heffingskorting.
Art. V.
[MvT]
Artikel 1, onderdeel g, van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen komt te luiden:
g. nettominimumloon: het nettominimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de
Wet werk
en bijstand.
Art. VI.
[MvT]
In artikel 18, derde lid,
van de Wet werk en inkomen kunstenaars vervalt de tweede zin.
Art. VII.
[MvT]
Artikel 29 van de Algemene
Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het vierde lid tot derde lid en het zesde lid tot vierde lid vervallen het
derde en vijfde lid.
2. Het tot derde lid
vernummerde lid komt te luiden:
-3. De in het eerste lid
bedoelde nettominimumvakantiebijslag bedraagt het verschil tussen het
bedrag dat voor een werknemer jonger dan 65 jaar ontstaat door toepassing van
artikel 9, derde lid, op het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag vermeerderd
met de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van die
wet van degene die aanspraak heeft op laatstgenoemd bedrag, en het
nettominimumloon, bedoeld in artikel 9, derde lid.
3. In het tot vierde
vernummerde lid, wordt "vijfde" vervangen door: derde.
Art. VIII.
[MvT]
De Algemene nabestaandenwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, komt te luiden:
d. nettominimumvakantiebijslag: het verschil tussen het bedrag dat
zou zijn berekend voor een werknemer jonger van 65 jaar indien onderdeel b wordt toegepast
op het brutominimumloon verhoogd met de brutominimumvakantiebijslag, en het
nettominimumloon, bedoeld in onderdeel b.
B. [MvT]
Artikel 31 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De brutovakantie-uitkering over de nabestaandenuitkering wordt zodanig
vastgesteld dat de nettovakantie-uitkering over de nabestaandenuitkering gelijk
is aan 70% van de nettominimumvakantiebijslag per maand.
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. De brutovakantie-uitkering over de halfwezenuitkering wordt zodanig vastgesteld dat de
nettovakantie-uitkering over de halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van de
nettominimumvakantiebijslag per maand.
Art.
IX.
[MvT]
-1. De bedragen en normen op
grond van de Wet werk en bijstand worden in de maand april
2005 in afwijking van artikel 38 van de Wet werk
en bijstand aangepast alsof
artikel III van toepassing is met ingang van 1 januari 2005, met
uitzondering van de toepassing van de normen voor artikel 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
-2. In afwijking van de
artikelen 5 van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en van
de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen worden
de bedragen in die artikelen gewijzigd overeenkomstig de aanpassing
van het nettominimumloon op grond van artikel IV en V alsof
laatstgenoemde artikelen van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2005.
-3. In afwijking van artikel
18 van de Wet werk en inkomen kunstenaars
worden de bedragen, genoemd
in dat artikel, in de maand april 2005 herzien alsof artikel VI van
toepassing is met ingang van 1 januari 2005.
-4. Van de personen die op 1
april 2005 recht hebben op een ouderdomspensioen op grond van de Algemene
Ouderdomswet of op een uitkering op grond van de Algemene
nabestaandenwet wordt het ouderdomspensioen of de uitkering in de maand
april 2005 verhoogd met het bedrag dat zou voortvloeien uit
toepassing van de artikelen VII of VIII met ingang van
1 januari 2005.
-5. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing voor de herziening van de bedragen, genoemd in
artikel 24, eerste lid, 48, eerste lid, en
64a, eerste lid, van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.
Art.
X.
[MvT]
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst.
-2. Artikel I werkt terug tot
en met 1 januari 2005.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te s-Gravenhage,
24 maart 2005
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiλn,
J.G. Wijn
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de veertiende
april 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|