|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002,
2003-2004, 2004-2005, 28 467.
Handelingen II 2004-2005, blz. 661-676, 1973-1985, 2246-2247.
Kamerstukken I 2004-2005, 28 467 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1010-1011.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 28 april 2005, Stb.
2005, 274, tot wijziging van de Wet arbeid en zorg
en enige andere wetten in verband met het tot
stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen
van enkele verbeteringen. Inwerkingtreding: 1 juni 2005 (Stb.
2005, 278).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels vast te stellen inzake een recht op langdurend
zorgverlof;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1:3 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder
levensbedreigend ziek: de gezondheidssituatie die zo ernstig is dat
volgens objectieve medische maatstaven het leven van de persoon op korte
termijn ernstig gevaar loopt.
B. [MvT]
In hoofdstuk 1 wordt na artikel
1:4 ingevoegd:
Art. 1:5. Werkingsduur, regeling
bestuursorgaan of regeling met
ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging
Voor de toepassing van de artikelen 4:7 en 5:16
geldt een afwijkende regeling door of namens een daartoe bevoegd
bestuursorgaan of een afwijkende regeling waaromtrent de werkgever
schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of,
bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor
vijf jaren vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen
termijn van ten hoogste vijf jaren is
bepaald. Indien geen termijn is bepaald, gaat bij wijziging van de
regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt
binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een
nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.
Ba.
1. Artikel 3:16
wordt gewijzigd als volgt:
1º. In het eerste lid wordt de punt aan
het slot van onderdeel l vervangen door een puntkomma en wordt
toegevoegd:
m. ter zake van terugvordering: de artikelen
33 tot en met 33b;
n. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot
ontvangst: artikel 50;
o. ter zake van boeten: de artikelen 45a
tot en met 45g.
2º. Het tweede lid vervalt.
3º. Het derde tot en met vijfde lid worden
vernummerd tot tweede tot en met vierde lid.
2. Artikel 3:27
wordt gewijzigd als volgt:
1º. In het eerste lid wordt de punt aan
het slot van onderdeel j vervangen door een puntkomma en wordt
toegevoegd:
k. ter zake van terugvordering: artikel
63, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan
worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel,
onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake
van vervanging niet wordt teruggevorderd;
l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot
ontvangst: artikel 66;
m. ter zake van boeten: de artikelen 48
tot en met 54.
2º. Het tweede lid vervalt.
3º. Het derde tot en met zevende lid
worden vernummerd tot tweede tot en met zesde lid.
C. [MvT]
Het kopje boven artikel 4:7 komt te luiden:
Recht met afwijkingsmogelijkheden.
D. [MvT]
In artikel 4:7 wordt na "uitsluitend"
ingevoegd: ten nadele van de werknemer.
E. [MvT]
De titel van hoofdstuk 5 komt te luiden: HOOFDSTUK 5. Kort- en langdurend zorgverlof.
F. [MvT]
Na de aanduiding van hoofdstuk 5 en voor
"§ 1. Verlofvorm" wordt ingevoegd:
AFDELING 1. Kortdurend zorgverlof.
Fa.
Aan artikel 5:2 wordt een zin toegevoegd,
luidende: De periode van twaalf maanden gaat in op de eerste dag waarop het
verlof wordt genoten.
G. [MvT]
Na artikel 5:8 vervalt "Compensatie met
vakantieaanspraken" tot en met artikel
5:10.
H. [MvT]
Na artikel 5:8 wordt ingevoegd:
AFDELING 2. Langdurend zorgverlof
§ 1. Verlofvorm
Art. 5:9. Langdurend
zorgverlof [MvT]
De werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van loon voor de
verzorging van een persoon die levensbedreigend ziek is, indien het
betreft:
a. de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie
de werknemer ongehuwd samenwoont;
b. een kind tot wie de werknemer of de persoon, bedoeld in
onderdeel a, als ouder in een familierechtelijke betrekking staat,
dan wel een pleegkind van de werknemer als bedoeld in artikel
5:1, eerste lid, onderdeel d;
c. een bloedverwant in de eerste graad van de werknemer.
Art. 5:10. Omvang,
duur en invulling verlof [MvT]
-1. Het verlof bedraagt in elke periode van twaalf achtereenvolgende
maanden ten hoogste zesmaal de arbeidsduur per week. De periode van
twaalf maanden gaat in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten.
-2. Het verlof wordt per week opgenomen gedurende een aaneengesloten
periode van ten hoogste twaalf weken.
-3. Het aantal uren verlof per week bedraagt ten hoogste de helft van de
arbeidsduur per week.
-4. In afwijking van het tweede en derde lid kan de werknemer de
werkgever verzoeken om:
a. verlof voor een langere periode dan twaalf weken tot ten
hoogste achttien weken; of
b. meer uren verlof per week dan de helft van de arbeidsduur per
week.
§ 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie
Art. 5:11. Verzoek,
zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang [MvT]
-1. De werknemer dient het verzoek om verlof ten minste twee weken vóór
het beoogde tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk in bij de
werkgever onder opgave van de reden, de persoon die verzorging behoeft,
het tijdstip van ingang, de omvang, de voorgenomen duur van het verlof
en de spreiding van de uren over de week of het anderszins
overeengekomen tijdvak. [MvT
+ bis]
-2. De werknemer verstrekt desgevraagd aan de werkgever schriftelijk
aanvullende informatie waarover hij redelijkerwijs en op korte termijn
kan beschikken teneinde aannemelijk te maken dat is voldaan aan de op
grond van artikel 5:9 geldende voorwaarden.
De werkgever doet een schriftelijk verzoek tot het verstrekken van
aanvullende informatie binnen één week nadat het verzoek om verlof bij
hem is ingediend.
[MvT
+ bis]
-3. De werkgever willigt het verzoek om verlof van de werknemer in,
tenzij hij tegen het opnemen van het verlof een zodanig zwaarwegend
bedrijfs- of dienstbelang heeft dat het belang van de werknemer
daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
[MvT
+ bis]
-4. Een werkgever die geen beroep doet op een zwaarwegend
bedrijfs- of
dienstbelang kan dit nadien evenmin, tenzij het een militaire ambtenaar
betreft.
[MvT
+ bis]
-5. Indien de werkgever overweegt het verzoek om verlof niet of niet
geheel in te willigen, pleegt hij overleg met de werknemer over diens
verzoek. De beslissing op het verzoek om verlof wordt door de werkgever
schriftelijk aan de werknemer medegedeeld. Indien de werkgever het
verzoek niet of niet geheel inwilligt, wordt dit onder opgave van
redenen aan de werknemer medegedeeld.
[MvT
+ bis]
-6. Indien de werkgever niet één week vóór het beoogde tijdstip van
ingang van het verlof de beslissing op het verzoek schriftelijk heeft
medegedeeld aan de werknemer, gaat het verlof in overeenkomstig het
verzoek van de werknemer. Zolang de werknemer niet heeft voldaan aan een
verzoek van de werkgever om informatie als bedoeld in het tweede lid,
wordt de in de eerste volzin bedoelde periode verlengd met het aantal
dagen dat de werknemer niet heeft voldaan aan het verzoek van de
werkgever.
[MvT
+ bis]
Art. 5:12. Ingang
van het verlof [MvT]
-1. Het verlof, bedoeld in artikel 5:9, gaat
niet in voordat ten minste twee weken zijn verstreken nadat de werknemer
het verzoek om verlof, bedoeld in artikel 5:11,
heeft ingediend.
-2. In afwijking van het eerste lid kan het verlof op verzoek van de
werknemer ingaan op een eerder tijdstip indien de werkgever daarmee
instemt.
Art. 5:13. Einde
van het verlof [MvT]
-1. Het verlof eindigt met het verstrijken van de duur waarvoor het
verlof is verleend.
-2. Indien vóór het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde
verlofduur de persoon ten behoeve van wiens verzorging het verlof is
verleend, overlijdt, dan wel niet langer levensbedreigend ziek is,
eindigt het verlof met ingang van de dag na die waarop deze
omstandigheid zich heeft voorgedaan.
§ 3. Samenloop
Art. 5:14. [MvT]
Indien het verzoek om langdurend zorgverlof wordt ingewilligd, kan het
daaraan voorafgaand kortdurend zorgverlof, bedoeld in artikel
5:1, op verzoek van de werknemer en met inachtneming van artikel
5:12, tweede lid, geheel of gedeeltelijk worden aangemerkt als
langdurend zorgverlof.
AFDELING 3. Nadere voorschriften
Art. 5:15. Compensatie
met vakantieaanspraken [MvT]
Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet
verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel
5:1 of artikel 5:9, kunnen niet worden
aangemerkt als vakantie.
Art. 5:16. Recht
met afwijkingsmogelijkheden [MvT]
Van dit hoofdstuk kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden
afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of
namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen
collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of ter
zake
geen bepaling bevat, indien de werkgever ter zake schriftelijke
overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het
ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, met dien
verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel
5:15 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan
vakantieaanspraken.
I.
Het kopje boven artikel 6:8 komt te luiden: Recht
met afwijkingsmogelijkheden.
J.
In artikel 6:8 wordt na "uitsluitend"
ingevoegd: ten nadele van de werknemer.
K.
Hoofdstuk 7 vervalt.
Art.
II.
In onderdeel C van de bijlage
bij de Beroepswet vervalt onderdeel 2b.
Art.
III. [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 635 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt, onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een
onderdeel toegevoegd, luidende:
f. hij verlof als bedoeld in hoofdstuk
5, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg
geniet.
2. In het derde lid wordt na "adoptieverlof"
ingevoegd: of verlof voor het opnemen van een pleegkind.
B. [MvT]
Artikel 670, zevende lid, komt te luiden:
-7. De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen wegens de
omstandigheid dat de werknemer zijn recht op adoptieverlof of verlof
voor het opnemen van een pleegkind als bedoeld in artikel
3:2 van de Wet arbeid en zorg, op kort- en
langdurend zorgverlof als bedoeld in hoofdstuk 5
van de Wet arbeid en zorg, dan wel zijn recht op
ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6
van de Wet arbeid en zorg geldend maakt.
Art.
IV. [MvT]
Aan artikel 2 van de Wet
aanpassing arbeidsduur wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-13. Voor de toepassing van het elfde lid geldt een afwijkende regeling
door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een afwijkende
regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft
bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de
personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren vanaf het tijdstip waarop
die regeling ingaat, indien geen termijn van ten hoogste vijf jaren is
bepaald. Indien geen termijn is bepaald, gaat bij wijziging van de
regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt
binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een
nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.
Art.
V. Vervallen.
Art.
VI.
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 92 wordt de puntkomma aan het slot
van onderdeel f vervangen door een punt en vervallen de
onderdelen g, h en i.
B.
In artikel 93 vervalt onderdeel i.
C.
In artikel 97b, derde lid,¹ vervalt
"of de artikelen 6, derde lid, of 7
van de Wet financiering loopbaanonderbreking".
D.
In artikel 97e vervalt onderdeel j.
E.
In artikel 97f vervalt onderdeel i.
F.
Aan hoofdstuk Xb wordt een artikel
waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat hoofdstuk
toegevoegd, luidende:
De artikelen 92, onderdeel g, h
en i, 93, onderdeel i, 97b,
derde lid, 97e, onderdeel j,
en 97f, onderdeel i, zoals
deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 28 april
2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in
verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof
en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stb. 2005, 274) blijven van
toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van artikel
IXa van die wet recht bestaat op een financiële
tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van
de Wet arbeid en zorg.
1. Zie artikel
IXb, onderdeel a, red.
Art.
VII.
De Wet financiering volksverzekeringen wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt de puntkomma aan
het slot van onderdeel b vervangen door een punt en vervalt
onderdeel c.
2. Het derde lid vervalt.
B.
Artikel 44a wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid vervalt.
2. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid en in dat lid wordt de zinsnede "vanaf 2004 jaarlijks
aangepast" vervangen door: jaarlijks vastgesteld.
C.
Artikel 53 komt te luiden:
Art. 53.
Artikel 30, zoals dat luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van de Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg
en enige andere wetten in verband met het tot stand
brengen van een recht op langdurend zorgverlof
en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stb. 2005, 274) blijft van
toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van artikel
IXa van die wet recht bestaat op een financiële
tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van
de Wet arbeid en zorg.
Art.
VIII.
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A.¹
In artikel 75a, derde lid, laatste
zin, vervalt de zinsnede "vervanger als bedoeld in hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg, indien de
verlofganger die hij vervangt in de verlofperiode arbeidsongeschikt is
geworden en ter zake van die ongeschiktheid recht op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft verkregen, of indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een".
B.
In artikel 76f, vijfde lid,² vervalt
de laatste zin.
C.
Aan hoofdstuk VIIIa wordt een
artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat
hoofdstuk toegevoegd, luidende:
Zo nodig in afwijking van de overige artikelen van dit hoofdstuk blijven
de artikelen 75a, derde lid, en 76f,
vijfde lid, zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de
Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg
en enige
andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op
langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stb.
2005, 274) van toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van
artikel
IXa van die wet recht bestaat op een financiële
tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van
de Wet arbeid en zorg.
1. Zie artikel
IXb, onderdeel b, red.
2. Volgens de redactie dient "vijfde lid" te worden
vervangen door: zesde lid.
Art.
IX.
Indien de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen een
uitspraak van de rechtbank inzake een besluit op grond van hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg nog niet is
verstreken op de dag vóór inwerkingtreding van deze wet, blijft ten
aanzien van de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen het recht
zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing.
Art.
IXa.
Hoofdstuk 7 van de Wet
arbeid en zorg, zoals dit hoofdstuk luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing voor de duur van de
periode waarin recht bestaat op een financiële tegemoetkoming ingevolge
dat hoofdstuk indien dat recht is ingegaan vóór de dag van
inwerkingtreding van deze wet.
Art.
IXb.
Indien het bij koninklijke boodschap van 1 juli 2004 ingediende voorstel
van wet houdende wijziging van de werknemersverzekeringswetten,
de Coördinatiewet Sociale Verzekering, de Wet
inkomstenbelasting 2001 en de Wet
op de loonbelasting 1964 in verband
met uitbreiding van de rechtsgevolgen van de verklaring arbeidsrelatie (Wet
uitbreiding rechtsgevolgen VAR) (Kamerstukken 29 677) tot wet is verheven en in
werking is getreden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt,
wordt deze wet als volgt gewijzigd:
a. In artikel VI, onderdeel
C, wordt "artikel 97b, derde lid," vervangen door: artikel 97b, tweede
lid,.
b. Artikel VIII, onderdeel
A, komt te
luiden:
A.
Artikel 75a, derde lid, laatste zin, vervalt.
Art.
IXc.
Indien het bij koninklijke boodschap van 16 september 2004 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964,
de Wet
inkomstenbelasting 2001, de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere
wetten (Wet aanpassing fiscale
behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling) (Kamerstukken II 2004-2005, 29 760) tot
wet wordt verheven en in werking is getreden, wordt de Wet op de
loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2005 als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 38c worden het tweede en derde lid vervangen door:
-2. In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 11,
18g, 18i, 19, 19a, 19b, 19c en 19d,
zoals die luidden op 31 december 2004, van toepassing en is artikel 32aa
niet van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor
vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit
artikel op 31 december 2004 luidde, indien ingevolge die regeling na 31
december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan aan
werknemers:
a. die vóór 1 januari 2006 reeds één of meer uitkeringen
ingevolge deze regeling genoten; of
b. die vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt
en ten aanzien van wie de uitkeringen die ingevolge deze regeling worden
gedaan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen
worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de
regeling vastgestelde ingangsdatum.
B.
In artikel 38d worden het tweede en derde lid, onder vernummering
van het vierde lid tot derde lid, vervangen door:
-2. In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 38a,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing voor een op
31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a,
zoals dit artikel toen luidde, indien ingevolge die prepensioenregeling
na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan:
a. ingevolge aanspraken die vóór 1 januari 2006 zijn opgebouwd;
of
b. aan werknemers die vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar
hebben bereikt, mits:
1º. de uitkeringen die ingevolge die prepensioenregeling worden gedaan
met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden
herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling
vastgestelde ingangsdatum; en
2º. de prepensioenregeling, met inachtneming van de in of krachtens
artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde,
gestelde normeringen en beperkingen, de mogelijkheid van
deeltijdpensioen biedt.
C.
Aan artikel 38e wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een
ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor
zover zulks het gevolg is van de omzetting in ouderdomspensioen van een
op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een pensioenregeling
als bedoeld in artikel 18a, zoals dit artikel op 31 december 2004
luidde, voor zover deze aanspraak is opgebouwd ten behoeve van pensioen
in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen
deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt (vroegpensioen).
Art.
IXd.
Indien het bij koninklijke boodschap van 16 september 2004 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964,
de Wet
inkomstenbelasting 2001, de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere
wetten (Wet aanpassing fiscale
behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling) (Kamerstukken II, 2004/2005, 29 760) tot
wet wordt verheven en in werking is getreden, wordt de Wet op de
loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 19g, derde lid, vervalt "ter zake van een
voorziening in geld".
B.
In artikel 22ca, tweede lid, wordt "een voorziening in tijd
of geld" vervangen door: een voorziening.
Art.
IXe.
Indien het bij koninklijke boodschap van 16 september 2004 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964,
de Wet
inkomstenbelasting 2001, de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere
wetten (Wet aanpassing fiscale
behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling) (Kamerstukken II 2004-2005, 29 760) tot
wet wordt verheven en in werking is getreden, wordt de Wet
inkomstenbelasting 2001 met ingang van 1 januari 2006 als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 8.14b, eerste lid, wordt "een voorziening in tijd
of geld" vervangen door: een voorziening.
B.
In artikel 8.18a, tweede lid, wordt "een voorziening in tijd
of geld" vervangen door: een voorziening.
Art.
X.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 23 mei 2005, Stb. 2005, 278, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juni 2005, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
28 april 2005
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
Uitgegeven de eenendertigste
mei 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|