|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004,
2004-2005, 29 421.
Handelingen II 2004-2005, blz. 626-640, 792-806, 953-954.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 421 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1139-1139.
WET van 26 mei 2005, Stb.
2005, 282, tot aanpassing van diverse wetten
aan de Wet uniforme openbare
voorbereidingsprocedure Awb (Aanpassingswet uniforme openbare
voorbereidingsprocedure Awb). Inwerkingtreding: 1 juli 2005 (Stb.
2005, 320).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de bijzondere wetten aan te passen
aan de Wet uniforme openbare
voorbereidingsprocedure Awb;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
5
Ministerie
van Justitie
Art.
1.
De Algemene wet bestuursrecht wordt
gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 3:10 (nieuw) wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd,
luidende:
-2. Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het
bestuursorgaan anders is bepaald, is deze afdeling niet van toepassing
op de voorbereiding van een besluit inhoudende de afwijzing van een
aanvraag tot intrekking of wijziging van een besluit.
B.
Artikel 6:13 komt te luiden:
Art. 6:13.
Geen beroep bij de administratieve rechter kan worden ingesteld door een
belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen
zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15
naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen
administratief beroep heeft ingesteld.
C.
In onderdeel E.3 van de bijlage
wordt "81, 82, 84, eerste en zevende lid, 85, 88 juncto 81, 90, 92,
108" vervangen door: 80, 82, 84, eerste en zesde lid, 85, 88, 90,
92, 107.
HOOFDSTUK
9
Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Art.
1.
Artikel 33, tweede lid, van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten komt te luiden:
-2. Op de voorbereiding van een beschikking tot toelating is afdeling
3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing.
Art.
8.
Artikel 34, tweede lid, van de Ziekenfondswet
komt te luiden:
-2. Op de voorbereiding van een beschikking tot toelating is afdeling
3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing.
HOOFDSTUK
11
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
1.
Artikel IV van de Wet
uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb wordt gewijzigd als
volgt:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het recht zoals het gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van:
a. besluiten die zijn aangevraagd vóór dat tijdstip;
b. ambtshalve te nemen besluiten waarvan het ontwerp ingevolge
wettelijk voorschrift vóór dat tijdstip ter inzage is gelegd;
c. overige ambtshalve te nemen besluiten die binnen dertien weken
na dat tijdstip zijn bekendgemaakt;
d. besluiten omtrent goedkeuring van een besluit als bedoeld
onder a, b of c;
e. besluiten op grond van de Herinrichtingswet
Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën en de Reconstructiewet
Midden-Delfland.
2. In het tweede en derde lid wordt "Artikel
7:1" vervangen door: Afdeling 7.1.
2a. In het derde lid wordt "zoals dit
luidde" vervangen door: zoals die afdeling luidde.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Afdeling 7.1 van de Algemene
wet bestuursrecht blijft eveneens van toepassing ten aanzien van
geschillen die betrekking hebben op andere dan de in het tweede of derde
lid bedoelde besluiten waarop na de inwerkingtreding van deze wet afdeling
3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
van toepassing is, indien deze besluiten zijn bekendgemaakt vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Art.
1a.
-1. Indien ingevolge
enig wettelijk voorschrift:
a. over het ontwerp van een regeling
of het voornemen tot het treffen van een regeling advies moet worden
gevraagd of extern overleg moet worden gevoerd;
b. van het ontwerp van een regeling
kennis moet worden gegeven;
c. een regeling niet eerder in
werking kan treden dan nadat sedert haar vaststelling of bekendmaking
een bepaalde termijn is verstreken;
d. een regeling bij de wet moet
worden goedgekeurd;
e. door of namens één van de kamers
van de Staten-Generaal of een aantal leden daarvan kan worden verlangd
dat het onderwerp of de inwerkingtreding van de regeling bij de wet
wordt geregeld; of
f. de voordracht voor een algemene
maatregel van bestuur moet worden gedaan door een andere minister dan
Onze Minister van Justitie;
geldt dat voorschrift niet ten aanzien van
het Aanpassingsbesluit uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb.
-2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet
van toepassing op het horen van de Raad van
State.
Art.
2.
-1. De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het eerste lid treden
de volgende onderdelen in werking met ingang van één jaar na het in het
koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, bepaalde tijdstip:
a. hoofdstuk 8, artikel 10,
onderdeel B;
b. hoofdstuk 10, artikel 6, onderdeel C en
D;
c. hoofdstuk 10, artikel 9, onderdeel C, D en
R;
d. hoofdstuk 10, artikel 15,
onderdeel A.
1. Ingevolge hoofdstuk
8, artikel 1, aanhef en onder b, van het Aanpassingsbesluit uniforme
openbare
voorbereidingsprocedure Awb is het tijdstip van inwerkingtreding
bepaald op 1 juli 2005, met uitzondering van
hoofdstuk 10, artikel 9, onderdeel E, red.
Art.
3.
Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet uniforme openbare
voorbereidingsprocedure Awb.
Lasten
en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
26 mei 2005
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
Uitgegeven de veertiende
juni 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|