|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 30
016.
Handelingen II 2004-2005, blz. 5333-5338, 5365-5365.
Kamerstukken I 2004-2005, 30 016 (A, B, C, D).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1530-1532.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 16 juli 2005, Stb.
2005, 382, tot wijziging van de Werkloosheidswet
in verband met het preventief inzetten van reïntegratie-instrumenten,
het opdragen van de reïntegratietaak aan overheidswerkgevers, het
ondersteunen van WAO-herbeoordeelden bij
scholing, het subsidiëren van scholing in het kader van de Wajong
en enkele andere wijzigingen in wetten die de
reïntegratie-instrumenten betreffen. Inwerkingtreding: 29 juli 2005 (Stb.
2005, 383).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is reïntegratie-instrumenten preventief in te zetten voor met
werkloosheid bedreigde werknemers, overheidswerkgevers de taak op te
dragen de inschakeling in de arbeid van overheidswerknemers te
bevorderen, WAO-herbeoordeelde werklozen te
ondersteunen bij scholing en een grondslag te creëren voor nieuwe
financiering van scholing van jonggehandicapten met ernstige
scholingsbelemmeringen. Dat het voorts wenselijk is in wetten
nog enkele technische wijzigingen aan te brengen in artikelen over
reïntegratie-instrumenten;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 72, eerste lid, komt te luiden:
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de
inschakeling in de arbeid te bevorderen van:
a. werknemers, niet zijnde overheidswerknemers, die recht op
uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa
of IIb;
b. werknemers, niet zijnde overheidswerknemers, die kunnen
aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van
wie naar het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen
redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een
uitkering op grond van hoofdstuk
IIa of IIb.
B. [MvT]
Artikel 72a komt te luiden:
Art. 72a.
De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te
bevorderen van een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als
overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering
op grond van hoofdstuk
IIa of IIb.
C. [MvT
+ bis]
Artikel 76 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "in het
eerste lid" vervangen door: in het eerste en derde lid. [MvT]
2. Na het tweede lid worden twee leden
toegevoegd, luidende: [MvT]
-3. In afwijking van het eerste lid blijft het recht op uitkering op
grond van hoofdstuk
IIa of IIb van de herbeoordeelde bestaan totdat
de
naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
noodzakelijke opleiding of scholing is beëindigd, indien de opleiding
of scholing deel uit maakt van een plan als bedoeld in artikel
29, tweede lid, dat binnen drie maanden na de datum van verlaging of
intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is opgesteld en met de
opleiding of scholing is aangevangen vóór de duur van de uitkering
verstrijkt.
-4. Onder herbeoordeelde als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: de
werknemer wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd of
ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel
34, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel
35, vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
28, vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, of de persoon,
bedoeld in artikel 2, derde lid, van
het Besluit eenmalige herbeoordelingen
arbeidsongeschiktheidswetten, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering
is verlaagd of ingetrokken.
D. [MvT]
In artikel 93, onderdeel k, wordt
"onderdeel o" vervangen door: onderdeel n.
E. [MvT]
In artikel 97f, eerste lid, vervalt,
onder verlettering van de onderdelen n en o tot onderdelen
m en n, onderdeel m alsmede onderdeel p en
wordt de puntkomma na het tot n vernummerde onderdeel vervangen
door een punt.
F. [MvT]
Aan hoofdstuk Xb wordt een artikel, waarvan de nummering aansluit op het
laatste artikel van dat hoofdstuk, toegevoegd, luidende:
-1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 4
van het Tijdelijk besluit preventieve inzet
wachtgeldfondsen van een werknemer als bedoeld in artikel
3 van dat besluit wordt vanaf 1 juli
2005 aangemerkt als een aanvraag om werkzaamheden waarmee de taak,
bedoeld in artikel 72, eerste lid, onderdeel b,
wordt uitgevoerd.
-2. Een traject als bedoeld in artikel 4
van het Tijdelijk besluit preventieve inzet
wachtgeldfondsen dat is aangevangen vóór 1 juli 2005 wordt vanaf die
datum aangemerkt als een traject, bedoeld in artikel
72, eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de duur van
het traject hierdoor niet wordt verlengd.
-3. Artikel 72a, zoals dat luidde op
de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de
Werkloosheidswet in verband met het preventief inzetten
van reïntegratie-instrumenten, het opdragen van de reïntegratietaak
aan overheidswerkgevers, het ondersteunen van WAO-herbeoordeelden bij
scholing, het subsidiëren van scholing in het kader van de Wajong
en enkele andere wijzigingen in wetten die de reïntegratie-instrumenten
betreffen, blijft tot één jaar na die datum van toepassing op aanvragen
tot vergoeding in de kosten van reïntegratie voor overheidswerknemers
die vóór de dag van inwerkingtreding van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met het preventief
inzetten van reïntegratie-instrumenten, het opdragen van de
reïntegratietaak aan overheidswerkgevers, het ondersteunen van
WAO-herbeoordeelden bij scholing, het subsidiëren van scholing in het
kader van de Wajong en enkele andere wijzigingen in wetten die de
reïntegratie-instrumenten betreffen werkloos zijn geworden.
Art.
II. Wijziging van de Wet kinderopvang [MvT]
Artikel 6, eerste lid, van de Wet
kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel k
vervalt het woord "of".
2. Onder vervanging van de punt door een
komma aan het slot van onderdeel l wordt een onderdeel
toegevoegd, luidende:
m. door toepassing van artikel 72,
eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet
deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden
tot inschakeling in het arbeidsproces.
Art.
III. Wijziging van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten [MvT]
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 10, eerste lid, onderdeel a,
wordt na "de WW" ingevoegd: , tenzij artikel
72a van de WW van toepassing is,.
B. [MvT]
Aan artikel 87b wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4. Een aanvraag voor een subsidie op grond van het in het eerste lid
bedoelde artikel 16 of 17
of een aanvraag voor een pakket op maat op grond van het in het eerste
lid bedoelde artikel 18 kan tot 1 juli 2005
worden ingediend.
Art.
IV. Wijziging in verband met de Wet financiering sociale
verzekeringen [MvT]
Op de datum van inwerkingtreding van artikel 2
van de Invoeringswet Wet financiering sociale
verzekeringen en artikel 108 van de Wet
financiering sociale verzekeringen vervalt in artikel
108, eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen, onder verlettering van de onderdelen n
en o tot onderdelen m en n, onderdeel m
alsmede onderdeel p en wordt de puntkomma aan het slot van het
tot n vernummerde onderdeel vervangen door een punt.
Art.
V. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
[MvT]
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 50 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 50a. Scholing jonggehandicapten
met ernstige scholingsbelemmeringen
-1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen te verstrekken subsidie aan een
rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige
scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert.
-2. Bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan de
subsidieontvanger verplichtingen worden opgelegd omtrent het hanteren
van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is
bereikt.
B. [MvT]
Aan artikel 65, eerste lid, wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel e,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. de subsidies, bedoeld in artikel
50a, en de kosten in verband met de uitvoering van dat
artikel.
Art.
VI. Wijziging Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A.
De artikelen 83c en 83d
worden vernummerd tot artikelen 83i en 83j.
B.
Na artikel 83b worden in hoofdstuk
10a zes nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 83c. Boete
bij niet, niet tijdige of onjuiste informatieverstrekking door personen
die werkzaamheden laten verrichten
-1. Indien de persoon, bedoeld in artikel 54,
eerste lid, onderdeel b en c, die gehouden is tot het
verstrekken van gegevens en inlichtingen op grond van artikel
54, eerste lid, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of de Centrale organisatie werk en inkomen en hij deze niet dan wel
niet binnen de op grond van artikel 54,
vierde lid, gestelde termijn verstrekt, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete van ten hoogste €|1500,00 opleggen.
-2. Indien het aan opzet of grove schuld van de persoon, bedoeld in het
eerste lid, is te wijten dat geen dan wel onjuiste of onvolledige
inlichtingen zijn verstrekt, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete opleggen van ten
hoogste €|5000,00.
-3. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt
vijf jaren na de dag waarop de in artikel 54,
vierde lid, gestelde termijn is verstreken.
Art. 83d. Voorschriften
rond voorgenomen boeteoplegging
-1. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
jegens de
persoon, bedoeld in artikel 83c,
een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking
kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is
die persoon niet langer verplicht in verband hiermee enige verklaring af
te leggen. Die persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem
mondeling om informatie wordt gevraagd.
-2. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is
om een boete op grond van artikel 83c
op te leggen, wordt hiervan kennisgegeven aan de persoon, bedoeld in
dat artikel, onder vermelding van de gronden waarop het voornemen
berust.
-3. Indien de persoon de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van
de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van die
persoon zorg voor dat de in de kennisgeving vermelde gronden worden
medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
-4. In afwijking van afdeling 4.1.2 van
de Algemene wet bestuursrecht stelt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon in de
gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar
voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
-5. Indien de persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt en hij
de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, draagt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zorg voor dat een tolk
wordt benoemd die de persoon kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs mag
worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
Art. 83e. Voorschriften
rond boetebeschikking
-1. De beschikking waarbij de boete is opgelegd, vermeldt de termijn of
de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald.
-2. Indien de persoon, bedoeld in artikel 83c,
de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal
onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
er zorg voor dat de in de beschikking vermelde
informatie wordt medegedeeld in een voor die persoon begrijpelijke taal.
-3. De beschikking waarbij de boete is opgelegd, levert een executoriale
titel op in de zin van Boek
2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-4. Bij gebreke van tijdige betaling wordt de beschikking waarbij de
boete is opgelegd met toepassing van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering op de kosten van de persoon, bedoeld in artikel
83c, betekend ten uitvoer
gelegd en wordt de verschuldigde boete verhoogd met de
wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
Art. 83f. Niet-oplegging
boete bij strafvervolging
-1. Een boete wordt niet opgelegd zolang het feit op grond waarvan de
boete kan worden opgelegd, wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
-2. De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter
zake van dat feit tegen de persoon een strafvervolging is ingesteld
en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel
het recht tot strafvordering is vervallen op grond van artikel 74 van
het Wetboek van
Strafrecht.
-3. Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in
het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. 83g. Termijn
boeteoplegging
-1. Een boete op grond van artikel 83c
wordt opgelegd binnen één jaar nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
de persoon, bedoeld in artikel
83c, overeenkomstig artikel 83d
in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
-2. Indien aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en
ingezonden, vangt de termijn van één jaar aan op de dag na die waarop het
openbaar ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
Art. 83h. Boeteoplegging
in geval van overlijden
-1. Geen boete wordt opgelegd indien de persoon, bedoeld in artikel
83c, eerste lid, is overleden.
-2. Voor zover een boete nog niet is geïnd of betaald, vervalt zij door
het overlijden van de persoon aan wie zij is opgelegd.
Art.
VII. Inwerkingtredingsbepaling [MvT]
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en kan
terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor
de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 16 juli 2005, Stb. 2005, 383, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 29 juli 2005, met dien verstande dat de artikelen I,
onderdeel A, B, D, E en
F, II en III
terugwerken tot en met 1 juli 2005 en artikel
I, onderdeel C, tot en met 1 januari 2005, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 16
juli 2005
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de achtentwintigste
juli 2005
De Minister van Justitie a.i.,
M.C.F. Verdonk
|
|