|
BESLUIT van 9 december 2005,
Stb. 2005, 649, tot vaststelling van het tijdstip van
inwerkingtreding van de Wet
toelating zorginstellingen, de Zorgverzekeringswet, de
Wet
op de zorgtoeslag en de Invoerings- en aanpassingswet
Zorgverzekeringswet
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van
Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 november 2005,
kenmerk Z/VV-2634852;
Gelet op artikel 67 van de Wet
toelating zorginstellingen, artikel 127 van de Zorgverzekeringswet,
artikel 7 van de Wet
op de zorgtoeslag en artikel 5.2 van de Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Art. 1.
De Wet
toelating zorginstellingen treedt in werking met ingang van
1 januari 2006.
Art. 2.
-1. De Zorgverzekeringswet
treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van:
a. de artikelen
14, derde en
vierde lid, en 14a, die met ingang van
1 januari 2007 in werking
treden;
b. artikel
118, derde lid,
voor zover het betreft de verplichting het sociaal-fiscaal nummer van de
verzekerde in de administratie op te nemen, en artikel
118, vierde lid.
-2. Indien de Wet
financiering sociale verzekeringen, de Invoeringswet
Wet financiering sociale verzekeringen of de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006 met
ingang van 1 januari 2006 in werking treden, treedt de
Zorgverzekeringswet onmiddellijk daarna in werking, met uitzondering van de in het
eerste lid, onderdeel a en b, genoemde artikelen, artikelleden of
onderdelen daarvan.
Art. 3.
De Wet op de zorgtoeslag treedt in werking met ingang van 1 januari
2006.
Art. 4.
-1. De Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet treedt, met uitzondering van artikel
3.5.1, onderdeel D, in werking met ingang van 1 januari 2006.
-2. Indien de Wet
financiële dienstverlening, de Wet financiering sociale
verzekeringen, de
Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen of de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006
met ingang van 1 januari 2006 in werking treden, treedt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
onmiddellijk daarna in werking, met uitzondering van artikel 3.5.1, onderdeel
D van die wet.
-3. Indien de Wet financiële
dienstverlening na 1 januari 2006 in werking treedt, treden, in afwijking
van het eerste lid, de artikelen 3.6.9 en
3.6.10 van de Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet in werking onmiddellijk nadat de Wet
financiële dienstverlening in werking is getreden.
Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit,
dat met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 9 december
2005
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de twintigste
december 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
NOTA
VAN TOELICHTING
Artikel 2
Eerste lid, onderdeel a
Het uitstel van
inwerkingtreding van de artikelen 14, derde en vierde lid, en
artikel 14a van de
Zorgverzekeringswet (Zvw) hangt samen met het feit dat de ambulante geestelijke
gezondheidszorg (ggz) en het eerste jaar van de klinische ggz niet met
ingang van 1 januari 2006, maar met ingang van 1 januari 2007 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Zvw wordt overgeheveld.
Eerste lid, onderdeel b
Artikel 118
Zvw, wat betreft
de verplichting van de in artikel 8.2 van de
Regeling zorgverzekering aangewezen zorgaanbieders om het
sofinummer van hun
patiënten in hun registratie op te nemen en dat nummer vervolgens op hun
rekeningen te vermelden, zal pas in werking treden na de
inwerkingtreding van het wetsvoorstel "Wet gebruik burgerservicenummer in de
zorg" dat naar verwachting op korte termijn bij de Tweede Kamer zal
worden ingediend. De reden daarvoor is allereerst dat de aangewezen zorgaanbieders (kort gezegd: de ziekenhuizen)
niet in staat zijn reeds met
ingang van 1 januari 2006 het sofinummer op hun
declaraties te vermelden. Daarnaast zal laatstgenoemd wetsvoorstel naar
verwachting in 2006 in werking treden. Vanaf dat moment zal niet meer met
het sofinummer, maar met het burgerservicenummer (bsn) gewerkt worden.
Zorgaanbieders zullen ingevolge dat wetsvoorstel het bsn ook doorgaans niet uit het identificatiebewijs van
hun patiënten overnemen,
maar het van de zorgverzekeraars krijgen. Het is niet doelmatig de
ziekenhuizen te verplichten tot een werkwijze die naar verwachting vóór 1
januari
2007 alweer ingrijpend gewijzigd zal worden.
Tweede lid
Bij het schrijven van de Zvw
en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
(IZvw) is ervan uitgegaan dat de Wet financiering sociale
verzekeringen (Wfsv), de Invoeringswet Wet financiering
sociale verzekeringen
(IWfsv) en de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006
in werking treden
voordat de Zvw en de IZvw in werking treden. De
inwerkingtredingsdatum van de Wfsv en de IWfsv - ook 1 januari 2006 - zal echter bij een afzonderlijk koninklijk besluit worden geregeld. Ook de
beoogde inwerkingtredingsdatum van de Verzamelwet sociale
verzekeringen 2006 is 1 januari 2006, maar nu het wetsvoorstel dat tot die wet
zal leiden nog bij het parlement in behandeling is (Kamerstukken II 2004-2005,
30 238, nrs. 1-3 e.v.) kan niet met zekerheid gesteld worden dat
die datum gehaald wordt (voor het geval dat dat inderdaad onverhoopt
niet het geval zal blijken te zijn, voorziet het wetsvoorstel in
terugwerkende kracht). Door de redactie van het tweede lid wordt bereikt dat bij
samenloop van inwerkingtreding van de Wfsv, IWfsv of de Verzamelwet
sociale verzekeringen 2006 met de Zvw op 1 januari 2006, de Zvw na
eerder genoemde wetten in werking treedt.
Overigens zullen de
wijzigingen die de IWfsv en de Verzamelwet sociale
verzekeringen 2006 nog in de Ziekenfondswet (Zfw) brengen, door middel
van eerder genoemde
afzonderlijke koninklijke besluiten buiten inwerkingtreding worden gehouden. Aldus wordt
voorkomen dat de Zfw op 1 januari 2006 eerst nog gewijzigd wordt en vervolgens direct daarna
tengevolge van de
inwerkingtreding van de IZvw wordt ingetrokken.
Dit is met name van belang
met het oog op de transparantie bij de afwikkeling van de Zfw: men
kan dan uitgaan van de Zfw-tekst zoals deze op 31 december 2005 luidt.
Artikel 3
Zonder de
Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) kan de Wet op de zorgtoeslag
(Wzt) niet in werking treden. Nu de Awir reeds met ingang van 1 september
2005 in werking is getreden, is inwerkingtreding van de Wzt met ingang van 1
januari 2006 mogelijk.
Artikel 4
Eerste lid
Artikel 3.5.1, onderdeel D
(vervanging van artikel 3.18 van de Wet
studiefinanciering 2000), van
de IZvw zal niet in werking treden. Bij
de algemene politieke
beschouwingen in september 2006 is namelijk besloten niet alleen de
gevolgen van het invoeren van de Zvw voor studenten met een
aanvullende beurs via die beurs te compenseren, maar ook de basisbeurs te
verhogen (motie-Dittrich; Kamerstukken II 2005-2006, 30 300, nr. 25). In de nota
van wijziging op het wetsvoorstel houdende wijziging van de Les-
en cursusgeldwet, de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet
studiefinanciering 2000 in verband met afschaffen
lesgeld in het voortgezet onderwijs alsmede voor deelnemers van 16 en 17 jaar
in het beroepsonderwijs (Kamerstukken II 2005-2006, 30 199, nr. 7)
wordt daartoe in een nieuw artikel 3.18 van de Wet
studiefinanciering 2000 voorzien.
Tweede en derde lid
Voor de reden waarom de Wfsv, de
IWfsv en de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006
(wat
betreft de laatste wet: zo mogelijk) eerder dan de IZvw
in werking
moeten treden, wordt verwezen naar de toelichting op artikel
2,
tweede lid. De artikelen 3.6.9 respectievelijk
3.6.10 van de IZvw
wijzigen de Wet
financiële dienstverlening (Wfd)
respectievelijk regelen een
uitzondering op het bereik van die
wet. Deze artikelen kunnen derhalve
slechts werken nadat de Wfd in werking is getreden. Indien ook de Wfd
met ingang van 1 januari 2006 in werking treedt, zal dat derhalve
eerder dienen te gebeuren dan de IZvw.
Indien de Wfd later dan 1
januari 2006 in werking treedt, treden tengevolge van het derde lid
de artikelen 3.6.9 en 3.6.10 van de
IZvw onmiddellijk daarna in
werking.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
|
|