St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BELASTINGPLAN  2006

Versie 15 december 2005

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006, 30 306.
Handelingen II 2005-2006, blz. 1342-1394, 1522-1526, 1526-1527.
Kamerstukken I 2005-2006, 30 306 (A, B, C).
Handelingen I 2005-2006, blz. 510-528.

 

 

WET van 15 december 2005, Stb. 2005, 683, houdende wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2006). Inwerkingtreding: 1 januari 2006.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2006 wenselijk is maatregelen te treffen op het gebied van arbeidsmarkt- en inkomensbeleid, economische infrastructuur, mobiliteit en milieu, alsmede enkele overige maatregelen te treffen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. XIX.
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel c wordt "de kinderkorting, de aanvullende kinderkorting en de jonggehandicaptenkorting" vervangen door: de kinderkorting en de jonggehandicaptenkorting.
2. Het tweede lid, onderdeel q, komt te luiden:
q. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening.
B.
Artikel 34, tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:
f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.

 

Art. XX.
Aan artikel 6, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. die als vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste €|150,00 per maand en €|1500,00 per kalenderjaar.

 

Art. XXI.
Aan artikel 6, eerste lid, van de Ziektewet wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. degene die als vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste €|150,00 per maand en €|1500,00 per kalenderjaar.

 

Art. XXII.
Aan artikel 6, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. degene die als vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste €|150,00 per maand en €|1500,00 per kalenderjaar.

 

Art. XXIIa.
Aan artikel 16, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, zoals dat artikel komt te luiden indien het bij koninklijke boodschap van 12 september 2005 ingediende voorstel van wet tot wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2006, Kamerstukken 30 238) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. artikel 13bis.

 

Art. XXVIIIa.
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 7:1 wordt vervangen door:
Art. 7:1. Begrippen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. levensloopregeling: een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;
b. uitvoerder: een kredietinstelling, een verzekeraar of een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
B.
Artikel 7:2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
-2. De werkgever draagt het op verzoek van de werknemer ter zake van een levensloopregeling ingehouden loon af aan de door de werknemer aangewezen uitvoerder.
2. In het derde lid wordt "op de levenslooprekening of als premie voor de levensloopverzekering te storten loon" vervangen door: af te dragen loon.
3. In het vijfde lid wordt "stortingen" vervangen door: afdrachten.

 

Art. XXXV.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met dien verstande dat artikel I, onderdeel A, Na, O, Od, T, U, W, X, Y en Z, en artikel III, onderdeel H, K, L en M, eerst toepassing vinden nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2006 is toegepast. De ingevolge artikel VIIa, onderdeel A, B, C, D, F, H, I en J, gewijzigde artikelen van de Successiewet 1956 vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2006. De wijzigingen ingevolge artikel VIIb zijn van toepassing op na 31 december 2005 gedane inzetten en ter beschikking gestelde prijzen.
-2. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel E, F, Fa, Oa, Ob, Oc en Oe, artikel IV, onderdeel B, artikel V, onderdeel F, artikel VIIa, onderdeel E, G en K, en artikel IX, onderdeel A, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De ingevolge artikel VIIa, onderdeel E, G en K, gewijzigde artikelen van de Successiewet 1956 vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan op of na de datum van inwerkingtreding van de in deze volzin genoemde onderdelen.
-3. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel B, C, G, H, I, J, K, BB, DD, artikel II, artikel V, onderdeel C, artikel VI en artikel XXVII, onderdeel A, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat artikel I, onderdeel BB, niet eerder in werking treedt dan op 1 januari 2007. Indien de uitkomst van de notificatie bij de Europese Commissie dit nodig maakt, kan bij koninklijk besluit de datum van 31 december 2005 in artikel I, onderdeel G en J, en de datum van 1 januari 2006 in artikel I, onderdeel B en C, en artikel XXVII, onderdeel A, worden gewijzigd.
-4. Ingeval artikel IV, onderdeel B, van de Wet van 16 december 2004, Stb. 2004, 654, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (overige fiscale maatregelen 2005), vóór 1 januari 2006 in werking is getreden, werkt artikel IV, onderdeel A, terug tot en met die datum van inwerkingtreding.
-5. In afwijking in zoverre van het eerste lid werkt artikel VIII, onderdeel A en onderdeel B, onder 4, terug tot en met 6 juni 2003.
-6. In afwijking van het eerste lid werkt artikel XVIII, onderdeel F, terug tot en met 1 juli 2005.
-7. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXVIII, onderdelen A en B, met terugwerkende kracht in werking op 31 december 2005.
-8. In afwijking van het eerste lid treden artikel XVI, onderdeel A, en artikel XVII, onderdeel A, in werking met ingang van 18 augustus 2006.
-9. In afwijking van het eerste lid werkt artikel XV, onderdeel B, terug tot en met 26 september 2004.
-10. In afwijking van het eerste lid werkt artikel V, onderdeel G, terug tot en met 16 november 2005 en vindt toepassing met betrekking tot opbrengsten en prijzen die ter beschikking zijn gesteld op of na 16 november 2005.
-11. In afwijking van het eerste lid werkt artikel VII, onderdeel C, terug tot en met 16 november 2005 en vindt toepassing met betrekking tot de opbrengst als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dividendbelasting 1965 die ter beschikking is gesteld op of na 16 november 2005.

 

Art. XXXVI.
Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2006.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 2005

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn

De Minister van Financiën,
G. Zalm

 

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x