St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

INTERIMWET  STAD-EN-MILIEUBENADERING

Versie 19 januari 2006

(Recente versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2004-2005, 29 871.
Handelingen II 2004-2005, blz. 4761-4766, 4812-4812.
Kamerstukken I 2004-2005, 2005-2006, 29 871 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2005-2006, blz. 710-710.

 

 

WET van 19 januari 2006, Stb. 2006, 37, houdende regels met betrekking tot zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit in stedelijk en landelijk gebied en met betrekking tot coördinatie van procedures (Interimwet stad-en-milieubenadering). Inwerkingtreding: 1 februari 2006 (Stb. 2006, 38).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in bepaalde gevallen afwijking van wettelijke voorschriften mogelijk te maken in het belang van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit en dat het voorts wenselijk is om een procedure in de wet te regelen voor het coördineren van besluitvorming teneinde die besluitvorming te versnellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

§ 8.  Overige bepalingen

 

Art. 23.
In de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt onderdeel 2 van onderdeel C als volgt gewijzigd:
1. Na "een besluit als bedoeld in dat artikel te nemen" wordt "en" vervangen door: ,.
2. Na "als bedoeld in die artikelen," wordt ingevoegd: en artikel 41c, eerste lid, voor zover inhoudende een besluit van de gemeenteraad tot coördinatie,.

 

 

§ 9.  Slot- en overgangsbepalingen

 

Art. 25.
-1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na dat tijdstip.¹
-2. Deze wet blijft van toepassing op besluiten als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 9 die vóór het tijdstip waarop deze wet vervalt, genomen zijn.

1. Bij Besluit van 23 januari 2006, Stb. 2006, 38, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 februari 2006, red.

 

Art. 26.
Deze wet wordt aangehaald als: Interimwet stad-en-milieubenadering.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 19 januari 2006

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel

 

Uitgegeven de eenendertigste januari 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x