|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006, 30
444.
Handelingen II 2005-2006, blz. 3791-3791.
Kamerstukken I 2005-2006, 30 444 (A).
Handelingen I 2005-2006, blz. 1171-1171.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 13 april 2006, Stb.
2006, 223, tot intrekking en wijziging van diverse wetten en een besluit
op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Inwerkingtreding: 10 mei 2006 (Stb. 2006,
224).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is een aantal uitgewerkte of overbodige wetten
in te trekken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Intrekking wetten op het terrein van het arbeidsmarktbeleid en de
bijstand [MvT]
De volgende wetten worden
ingetrokken:
a. Wet van 26 juni 1991 tot
wijziging van de Algemene Bijstandswet en daarop rustende nadere
regelgeving in verband met decentralisatie van de bijzondere bijstand en
vergroting van de mogelijkheden om met behoud van uitkering deel te
nemen aan scholing en opleidingen (Stb. 1991, 337);
[MvT]
b. Wet van 24 september 1992
tot wijziging van de Algemene Bijstandswet en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers in verband met wijziging van de bijstandsuitkeringen voor
bepaalde groepen personen jonger dan 27 jaar (Stb.
1992, 516); [MvT]
c. Wet van 2 december 1993
tot wijziging van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, alsmede verlening van een
wettelijke machtiging
ingevolge de Comptabiliteitswet 1976 (maatregelen betreffende de sociale
werkvoorziening in verband met de totstandkoming van een pensioenfonds, een
fonds voor de aanvullende oudedagsvoorziening en een fonds voor vrijwillig
vervroegde uittreding, taakstelling extern
adviesorgaan en voorzieningen die bijdragen tot optimale benutting van
arbeidsplaatsen) (Stb.
1993, 649); [MvT]
d. Wet van 29 september 1994,
houdende verlenging van de werkingsduur van enkele
onderdelen van de Wet van 28 september 1988, Stb.
1988, 440 (verlenging van het
experiment budgetfinanciering, decentralisatie en deregulering van de Wet
Sociale Werkvoorziening) (Stb.
1994, 730); [MvT]
e. Wet van 21 december 1994
tot wijziging van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos
zijn (Stb.
1994, 960); [MvT]
f. Wet van 19 december 1996
tot verlenging van de werkingsduur van enkele onderdelen van de Wet
van 28 september 1988, Stb.
1988, 440 (verlenging van het
experiment budgetfinanciering, decentralisatie en deregulering van de Wet
Sociale Werkvoorziening) (Stb.
1996, 664); [MvT]
g. Wet van 24 december 1997
tot wijziging van de Algemene bijstandswet in verband met
de voortgang van de bestrijding van armoede en sociale
uitsluiting (Stb.
1997, 791); [MvT]
h. Wet van 9 april 1998 tot
wijziging van de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname
allochtonen in verband met het vergroten van de effectiviteit van de
wet (Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden) (Stb.
1998, 241). [MvT]
Art.
II. Intrekking wetten op het terrein van de
arbeidsomstandigheden [MvT]
De volgende wetten worden
ingetrokken:
a. Wet van 22 december 1993,
houdende wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten in
verband met de tenuitvoerlegging van de Richtlijn van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 12 juni 1989 betreffende
de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering
van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van werknemers op
het werk en in verband met enige andere onderwerpen (Stb. 1993, 757);
[MvT]
b. Wet van 29 juni 1994 tot
wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met seksuele
intimidatie en agressie en geweld (Stb. 1994, 586). [MvT]
Art.
III. Intrekking wetten op het terrein van de
volksverzekeringen, arbeidsverhoudingen en SUWI [MvT]
De volgende wetten worden
ingetrokken:
a. Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen;
[MvT]
b. Veegwet
SZW 1997; [MvT]
c. Veegwet
SZW 1998; [MvT]
d. Wet
invoering mutatiesysteem AKW; [MvT]
e. Wet
loonkostenreductie op minimumloonniveau; [MvT]
f. Wet
wijziging premieheffing boven-65-jarigen; [MvT]
g. Wet van 9 april 1959,
houdende een interimregeling inzake beperking van samenloop van pensioenen
en uitkeringen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet met
renten en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwetten, bijslagen
op die renten en uitkeringen en toeslagen op renten krachtens de Invaliditeitswet
(Stb. 1959, 140); [MvT]
h. Wet van 10 maart 1979,
houdende een overgangsregeling voor het recht op kinderbijslag voor
invalide kinderen van 18 tot 27 jaar (Stb. 1979, 155); [MvT]
i. Wet van 29 juni 1983,
houdende het achterwege laten van de herziening van het wettelijk
minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal socialeverzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige
andere wetten per 1 juli 1983 (Stb. 1983, 299); [MvT]
j. Wet van 22 december 1983,
houdende beperking van het wettelijk minimumloon, kinderbijslagen, een aantal
socialezekerheidsuitkeringen en enige andere uitkeringen
en pensioenen per 1 januari en 1 juli 1984 (Stb. 1983, 674); [MvT]
k. Wet van 20 december 1984,
houdende het achterwege laten van de herziening van het wettelijk
minimumloon, van de uitkeringen krachtens
een aantal socialeverzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige
andere wetten per 1 januari 1985, en per 1 juli 1985, alsmede het achterwege
laten per 1 juli 1985 van de herziening van de
basiskinderbijslagbedragen (Stb. 1984, 652); [MvT]
l. Wet van 19 december 1985
tot het achterwege laten van de herziening van het wettelijk
minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal socialeverzekeringswetten
en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten
per 1 januari 1986 en per 1 juli 1986 (Stb. 1985, 704); [MvT]
m. Wet van 24 december
1986,
houdende het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens
een aantal socialeverzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige
andere wetten per 1 januari 1987 en per 1 juli 1987 (Stb.
1986, 651); [MvT]
n. Wet van 24 december 1987,
houdende het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens
een aantal socialeverzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige
andere wetten per 1 januari 1988 en per 1 juli 1988 (Stb.
1987, 627); [MvT]
o. Wet van 21 december 1988
inzake het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens
een aantal socialeverzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige
andere wetten per 1 januari 1989 en per 1 juli 1989 (Stb.
1988, 625); [MvT]
p. Wet van 28 oktober 1991,
houdende tijdelijke voorziening met betrekking tot de wettelijke minimumloonaanspraken van werknemers die
gelijktijdig arbeid
verrichten en onderricht ontvangen (Stb. 1991, 569); [MvT]
q. Wet van 14 november 1991
tot wijziging van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag en
van een aantal socialeverzekeringswetten, houdende vaststelling van
een stelsel van koppeling van minimumloon en uitkeringen aan de
loonontwikkeling met de mogelijkheid tot afwijking (Stb. 1991, 624);
[MvT]
r. Wet van 19 december 1991
tot intrekking van de Jeugdspaarwet (Stb. 1991, 738); [MvT]
s. Wet van 23 december 1992,
houdende nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet
(aanpassing kinderbijslag 1993) (Stb. 1992, 730); [MvT]
t. Wet van 24 juni 1993 tot
nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (bevriezing
AKW per 1 juli 1993) (Stb. 1993, 329); [MvT]
u. Wet van 23 oktober 1993
tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen
(Stb. 1993, 593); [MvT]
v. Wet van 21 december 1995
tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten (Stb.
1995, 696); [MvT]
w. Wet van 25 april 1996 tot
wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve
sancties, alsook tot
wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten,
maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid) (Stb.
1996, 248); [MvT]
x. Wet van 26 maart 1998 tot
vaststelling van regels met betrekking tot het inkomen van enkele
groepen uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen (Wet inkomensmaatregelen
1998) (Stb. 1998, 175); [MvT]
y. Wet van 18 juni 1998 tot
wijziging van de Algemene nabestaandenwet in verband
met gebleken onbillijkheden (Stb. 1998, 377); [MvT]
z. Wet van 12 december 2002,
houdende regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van
rechten op WAO-uitkeringen
door werknemers (Wet
instroomcijfers WAO) (Stb. 2002, 647); [MvT]
aa. Wet
medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. [MvT]
Art. IV.
Intrekking wetten op het terrein van de werknemersverzekeringen
[MvT]
De volgende wetten worden
ingetrokken:
a. Wet
afschaffing malus en bevordering reïntegratie;
[MvT]
b. Wet eigen
risico dragen Ziektewet; [MvT]
c. Wet
verduidelijking verzekerings- en premieplicht; [MvT]
d. Wet van 3 april 1985,
houdende overgangsmaatregel met betrekking tot loonbetalingen tijdens
ziekte en aanvullingen op de wettelijke ziekengelduitkering (overgangsmaatregel bovenwettelijke
uitkeringen) (Stb. 1985, 215); [MvT]
e. Wet van 22 december 1993
tot wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de
Invorderingswet
1990 in verband met de
toepassing van de
ketenaansprakelijkheid in de confectiesector (Stb. 1993, 734); [MvT]
f. Wet van 22 december 1993
tot nadere wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging
enkele bepalingen inzake het recht op uitkering) (Stb. 1993, 744);
[MvT]
g. Wet van 21 december 1995
tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten
(technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en
TZ,
alsmede enige andere wijzigingen) (Stb. 1995, 691); [MvT]
h. Wet van 22 december 1999
tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met wijziging van de instroom in de wachtgeldfondsen alsmede
enkele andere wijzigingen in
de Werkloosheidswet (Stb. 1999, 596); [MvT]
i. Wet van 20 december
2001,
houdende wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige
andere wetten in verband met de invoering van
een zelfstandigheidsverklaring en de uitsluiting van de Nationale
ombudsman en de substituut-ombudsmannen van de verzekering voor de werknemersverzekeringen
(Stb. 2001, 695). [MvT]
Art. V.
Wijziging Wajong [MvT]
Artikel 76 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten vervalt.
Art.
VI. Wijziging Wet financiering sociale
verzekeringen [MvT]
De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 114 vervalt
onderdeel d.
B. [MvT]
In artikel 115 vervalt
onderdeel h.
Art.
VII. Wijziging Wet overgangsregeling
Ziektewet [MvT]
De artikelen 1 tot en met 9,
11 tot en met 15, en 18 tot en met 25 van de Wet
overgangsregeling Ziektewet vervallen.
Art.
VIII. Intrekking Besluit van 25 september
1995, Stb. 1995, 463 [MvT]
Het Besluit van 25 september
1995 tot verlenging van de werkingsduur van de onderdelen van de Wet Sociale Werkvoorziening betreffende
budgetfinanciering,
decentralisatie en deregulering (Stb. 1995, 463) wordt ingetrokken.
Art.
IX. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden
gesteld.¹
1. Bij Besluit
van 25 april 2006, Stb. 2006, 224, is het tijdstip van
inwerkingtreding voor alle artikelen bepaald op 10 mei 2006, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
13 april 2006
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de negende
mei 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|