|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006, 30
493.
Handelingen II 2005-2006, blz. 5047-5047.
Kamerstukken I 2005-2006, 30 493 (A, B).
Handelingen I 2005-2006, blz. 1747-1753.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 7 juli 2006, Stb.
2006, 373, tot wijziging van de Wet werk en
bijstand, van de Wet
studiefinanciering 2000, van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en van de Vreemdelingenwet
2000 in verband met de totstandkoming van Richtlijn
2004/38/EG betreffende het recht van
vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de
lidstaten voor de burgers van de Unie en hun
familieleden, alsmede goedkeuring van een
daarmee samenhangend voorbehoud bij
het Europees verdrag inzake sociale en
medische bijstand. Inwerkingtreding: 11 oktober 2006 (Stb.
2006, 456).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet werk en
bijstand, de Wet
studiefinanciering 2000, de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Vreemdelingenwet
2000 af te stemmen op Richtlijn nr.
2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de
lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging
van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG,
68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG,
90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158), en in verband hiermee ook
een voorbehoud te maken bij het Europees verdrag inzake sociale en
medische bijstand;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet werk en
bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. Richtlijn 2004/38/EG:
Richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29
april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het
grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun
familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking
van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG,
75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158).
B.
[MvT]
Artikel 11, eerste tot en
met derde lid, komt te luiden:
-1. Iedere in Nederland
woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden
verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in
de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op
bijstand van overheidswege.
-2. Met de Nederlander,
bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld de hier te lande woonachtige
vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet
2000, met
uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van
Richtlijn 2004/38/EG.
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen andere hier te lande woonachtige vreemdelingen
dan de in het tweede lid bedoelde voor de toepassing van deze wet met
een Nederlander gelijk worden gesteld:
a. ter uitvoering van een
verdrag dan wel van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
b. indien zij, na rechtmatig
verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot
en met e en l, van de Vreemdelingenwet
2000, rechtmatig in Nederland
verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdeel g of h, van
die wet en zij
aan de in die algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden voldoen.
Art. II.
[MvT]
De Wet
studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 2.2 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel b, vervalt "in Nederland woont en".
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. Onverminderd het eerste
lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur
groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten
van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de hoogte en
de vorm van deze tegemoetkoming.
B. [MvT
+ bis]
Aan artikel 3.1 wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. In afwijking van het
derde lid kan de hoogte van de studiefinanciering ook worden vastgesteld op
een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs.
Art. III.
[MvT]
De Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 2.2 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het tweede lid wordt "onderdelen
b en c" vervangen door: onderdeel c.
2. Onder vernummering van
het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-3. Onverminderd het eerste
lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur
groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten
van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de hoogte en
de vorm van deze tegemoetkoming.
B. [MvT
+ bis]
In de artikelen 2.6 en 2.10
wordt "de artikelen 1.3.1 en 1.4a.1 van de WEB" vervangen door:
artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 van de WEB.
Art. IV.
[MvT]
De Vreemdelingenwet
2000 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 9 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onze Minister verschaft
aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel
8, onderdeel a tot en met d, f tot en met h en
j tot en met l, en aan de vreemdeling
die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel e, en
gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, onderdeel e,
onder 2º,
4º en 6º, een document of schriftelijke verklaring waaruit het rechtmatig verblijf
blijkt.
2. Onder vernummering van
het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden twee leden
ingevoegd, luidende:
-2. Onze Minister verschaft
aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel
8, onderdeel e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, onderdeel
e, onder 1º, 3º en 5º, een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt,
indien de vreemdeling het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld
in artikel 16 van Richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en
verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor burgers van de Unie en hun
familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot
intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG,
75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158).
-3. Onze Minister verschaft
desgevraagd een dergelijk document of schriftelijke verklaring aan
de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel
i.
3. In het vijfde lid wordt "eerste lid" vervangen door: eerste tot en met
derde lid.
B. [MvT]
Na artikel 9 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 9a.
In afwijking van artikel 9,
tweede lid, verschaft Onze Minister
aan de vreemdeling die rechtmatig
verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel e, en gemeenschapsonderdaan is
als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1º, 3º en 5º, op aanvraag een
bewijs van rechtmatig verblijf voordat de vreemdeling het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen, indien de
vreemdeling de nationaliteit
heeft van een lidstaat ten aanzien waarvan Nederland de toepassing van
de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
15 oktober 1968 betreffende
het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PbEG L 257)
heeft opgeschort.
C. [MvT]
Aan artikel 108 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid wordt handelen in strijd met een verplichting opgelegd bij
of krachtens artikel 54, eerste lid, onderdeel b of e, gestraft met ten hoogste een
hechtenis van één maand of een geldboete van de tweede categorie,
indien het feit wordt begaan door een gemeenschapsonderdaan. Het
derde lid en de eerste volzin van het vierde lid zijn van overeenkomstige
toepassing.
Art. V.
[MvT]
Goedgekeurd wordt dat
Nederland op grond van artikel 16, onderdeel b, van het op 11 december 1953 te
Parijs tot stand gekomen Europees verdrag inzake sociale en medische
bijstand (Trb. 1954, 100) het volgende voorbehoud maakt met
betrekking tot de toepasselijkheid van de Wet werk en
bijstand op
onderdanen van andere overeenkomstsluitende partijen:
Ten aanzien van burgers van
de Europese Unie aanvaardt de Nederlandse regering de verplichting om onderdanen van de andere lidstaten
van de Europese Unie op
gelijke voet met de eigen onderdanen sociale en medische bijstand te
verlenen slechts voor zover overeenkomstige verplichtingen voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap.
Art. VI.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 25 augustus 2006, Stb. 2006, 456, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 11 oktober 2006, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
7 juli 2006
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
De Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
B.J. Bruins
De Minister voor
Vreemdelingenzaken en Integratie a.i.,
J.P.H. Donner
De Minister van Buitenlandse
Zaken,
B.R. Bot
Uitgegeven de
tweeëntwintigste augustus 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|