|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2005-2006, 30 635
Wijziging
van de Wet op de
zorgtoeslag in verband met de vereenvoudiging van de procedure ter
vaststelling van de standaardpremie als grondslag voor de zorgtoeslag en
als gevolg hiervan een wijziging van de Invoerings-
en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Bij het opstellen van de Wet op de zorgtoeslag is gekozen voor de
volgende procedure ter vaststelling van de standaardpremie als grondslag
voor de zorgtoeslag: in september van ieder jaar vindt een raming plaats
van de gemiddelde premie
voor een zorgverzekering in het volgende jaar (het berekeningsjaar).
Aan de hand hiervan wordt de standaardpremie vastgesteld. In april van
het berekeningsjaar wordt bezien of er een verschil is tussen de
geraamde en de werkelijke gemiddelde premie. Indien er een verschil is
dat groter is dan €|25,-, stelt de minister de standaardpremie voor het
berekeningsjaar opnieuw vast.
De concurrentie tussen
verzekeraars heeft een positieve (namelijk: neerwaartse) invloed gehad op de
premie voor de zorgverzekering. Daardoor bleek de afwijking tussen
de in 2005 geraamde gemiddelde premie en de in 2006 geconstateerde
werkelijke gemiddelde premie groter te zijn dan €|25,-. De regering heeft besloten, in afwijking van
de wet, niet over te
gaan tot hernieuwde
vaststelling van de standaardpremie. Omdat voorts is gebleken dat de
hierboven geschetste procedure van een eerste en een mogelijk hernieuwde
vaststelling een ondoelmatige extra belasting betekent voor de belastingdienst,
heeft de regering tevens besloten tot een wetswijziging, waarbij de
procedure tot vaststelling van de standaardpremie tot één moment wordt
beperkt. Gekozen is voor een vaststellingsdatum liggende op 1 december.
Eind november zijn naar verwachting premies van alle
verzekeraars bekend, zodat een reële inschatting kan worden gemaakt van de
werkelijke premie die uiteindelijk betaald gaat worden. Uiterlijk op 16
december wordt de regeling vaststelling standaardpremie
gepubliceerd.
Verzekeraars stellen hun
nominale premie pas vast nadat, op de derde dinsdag in september, het
macroprestatiebedrag is vastgesteld en nadat
dit bedrag medio oktober,
op basis van de rekenregels voor de risicoverevening, over de verzekeraars is
verdeeld. Vervolgens voeren rblz.|2|
zorgverzekeraars hun premieberekeningen uit. Rekening houdend met reële
termijnen kan de nominale
premie eind november (voorafgaande aan het berekeningsjaar) worden
vastgesteld. Voor het vaststellen van de nominale premie wordt uitgegaan
van de best mogelijke raming op basis van de vóór 1 december bekendgemaakte premies. Vanaf deze datum kan het Centraal Planbureau de
nominale premies meten. Daarbij dient bedacht te worden dat alleen het
prijseffect kan worden gemeten. Het volume-effect wordt bepaald door het
aantal verzekerden per verzekeraar. Pas als de nominale premie kenbaar
is gemaakt, komt de mobiliteit van verzekerden tussen verzekeraars op
gang. Er zal dan ook gewogen worden met de verzekerdenaantallen per
verzekeraar van het voorafgaande jaar. Als de belastingdienst
beschikt
over het resultaat op 1 december, dan kunnen eind december de
betalingen voor de maand januari van het berekeningsjaar worden gedaan. Het
streven is om het resultaat op 1 december beschikbaar te hebben. Uiterlijk op 16 december wordt het resultaat in de
regeling tot vaststelling
van de standaardpremie verwerkt. Daarna stelt de belastingdienst de
beschikkingen voor de zorgtoeslag vast. Eind december van het jaar
voorafgaande aan het berekeningsjaar zijn de (voorlopige)
beschikkingen tot vaststelling van de zorgtoeslag verzonden. De definitieve
beschikkingen worden verzonden na april van het jaar volgend op het
berekeningsjaar, omdat dan het inkomen definitief vastgesteld is. Vanaf december van
het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar ontvangt men de
vastgestelde zorgtoeslag zoals die berekend is voor het berekeningsjaar. Ook
de eenmalige betalingen zorgtoeslag kunnen in december van het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar uitgekeerd
worden.
Aangezien het
voorgestelde artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag voorziet
in vaststelling van het
bedrag van de standaardpremie op één tijdstip, moet ook artikel
2.5.8,
tweede lid, van de Invoerings en aanpassingwet Zorgverzekeringswet
worden gewijzigd. Dit betreft een technische wijziging.
Het wijzigingsvoorstel
heeft terugwerkende kracht tot en met de dag van invoering van de Wet op
de zorgtoeslag, zodat daarmee het niet aanpassen van de
zorgtoeslag alsnog een wettelijke basis krijgt.
Financiële
aspecten en administratieve lasten
Voor de
uitvoering van de Wet op
de zorgtoeslag wordt door de
Belastingdienst/Toeslagen gebruik gemaakt van gegevens die verzekeraars
op grond van de Zorgverzekeringswet reeds verplicht zijn te verstrekken. Er zijn geen
additionele administratieve lasten voor verzekeraars.
Eén definitief
vaststellingsmoment betekent voor de Belastingdienst/Toeslagen een vermindering van administratieve lasten, doordat er
minder
uitvoeringshandelingen zijn, en dus minder uitvoeringskosten. Het niet verlagen van de
zorgtoeslag in het berekeningsjaar 2006, ondanks het verschil van meer dan €|25,-, betekent voor de gezamenlijke huishoudens die een zorgtoeslag
ontvangen een meevaller van ongeveer €|358 mln.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
De Minister van
Financiën,
G. Zalm
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
|