St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  ONDER  MEER  ANW  IN  VERBAND  MET  TEGEMOETKOMING  ANW-ERS

Versie 2 november 2006

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006, 2006-2007, 30 667.
Handelingen II 2006-2007, blz. 507-509, 613-614.
Kamerstukken I 2006-2007, 30 667 (A).
Handelingen I 2006-2007, blz. 126-127.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 2 november 2006, Stb. 2006, 559, tot wijziging van de Algemene nabestaandenwet en enige andere wetten in verband met de verlening van een tegemoetkoming aan personen die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene nabestaandenwet. Inwerkingtreding: nog niet in werking getreden. Inwerkingtreding: 1 januari 2007 (Stb. 2006, 702).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is toekenning van tegemoetkomingen aan personen die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene nabestaandenwet bij wet te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Algemene nabestaandenwet  [MvT]
Na artikel 29 van de Algemene nabestaandenwet wordt een paragraaf met opschrift ingevoegd, luidende:
§ 6a. Tegemoetkoming in aanvulling op de nabestaandenuitkering, de halfwezenuitkering en de wezenuitkering
Art. 29a.
-1. Degene die een nabestaandenuitkering ontvangt, heeft tevens recht op een tegemoetkoming.
-2. Degene die een halfwezenuitkering ontvangt en geen nabestaandenuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, heeft tevens recht op een tegemoetkoming.
-3. Degene die een wezenuitkering ontvangt, heeft tevens recht op een tegemoetkoming.
-4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt niet beschouwd als een nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering op grond van deze wet, behoudens voor de toepassing van afdeling II van hoofdstuk 3.
-5. Geen recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid bestaat voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33b van die wet.
-6. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming.
-8. De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.

 

Art. II. Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen  [MvT]
De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Rijksbijdragen Nabestaandenfonds, Ouderdomsfonds en Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
2. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Bij ministeriėle regeling kunnen bedragen worden vastgesteld die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Nabestaandenfonds en het Ouderdomsfonds.
B.
[MvT]
Artikel 85 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt ¹ een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 14, eerste lid.
2. Aan het tweede lid wordt ² een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de lasten van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.

1. Volgens de redactie dient na "wordt" te worden ingevoegd: , onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma,.
2. Volgens de redactie dient na "wordt" te worden ingevoegd: , onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma,.

 

Art. III. Wijzing van de Wet werk en bijstand  [MvT]
Artikel 31, tweede lid, onderdeel p, van de Wet werk en bijstand komt te luiden:
p. een financiėle tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben en een financiėle tegemoetkoming waarop personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet recht hebben.

 

Art. IV. Inwerkingtreding  [MvT]
-1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
-2. Artikel III werkt terug tot en met 1 oktober 2006.

1. Bij Besluit van 11 december 2006, Stb. 2006, 702, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2007, red.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 2 november 2006

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof

 

Uitgegeven de eenentwintigste november 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x