|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006,
2006-2007, 30 668.
Handelingen II 2006-2007, blz. 407-418, 611-611.
Kamerstukken I 2006-2007, 30 668 (A, B, C, D).
Handelingen I 2006-2007, blz. 313-314.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 22 november 2006, Stb.
2006, 629, tot wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met
stroomlijning van de bepalingen inzake opzegging van de zorgverzekering
bij wijziging van de grondslag van de premie. Inwerkingtreding: 13
december 2006.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de bepalingen ten aanzien van opzegging van de
zorgverzekering in verband met premiewijziging, met behoud van een
voldoende lange periode voor de verzekeringsplichtige voor het sluiten
van een nieuwe zorgverzekering, zodanig te wijzigen dat de opzegging
samenvalt met de ingangsdatum van de premiewijziging;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
De Zorgverzekeringswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5, vijfde lid, komt te luiden:
-5. De zorgverzekering werkt, zo nodig in afwijking van artikel 925,
eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, terug:
a. indien zij ingaat binnen vier maanden nadat de
verzekeringsplicht is ontstaan, tot en met de dag waarop die plicht
ontstond;
b. indien zij ingaat binnen één maand nadat een eerdere
zorgverzekering met ingang van 1 januari van een kalenderjaar of wegens
wijziging van de voorwaarden met toepassing van artikel 940, vierde lid,
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek is geëindigd door opzegging, tot
en met de dag na die waarop de eerdere zorgverzekering is geëindigd.
B. [MvT]
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "vóór 1
november van ieder jaar" vervangen door: uiterlijk 31 december van
ieder jaar.
2. Het derde en vierde lid komen te luiden:
-3. In afwijking van artikel 940, vierde lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek kan de verzekeringnemer niet opzeggen indien een
wijziging in de verzekerde prestaties ten nadele van de verzekeringnemer
of de verzekerde rechtstreeks voortvloeit uit een wijziging van de bij
of krachtens de artikelen 11 tot en met 14 gestelde regels.
-4. De opzegging, bedoeld in het tweede lid, gaat in op de eerste dag
van de tweede kalendermaand volgende op de dag waarop de
verzekeringnemer heeft opgezegd.
C. [MvT]
Aan artikel 14 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Voor zover een verzekerde ingevolge zijn zorgverzekering toestemming
behoeft van de zorgverzekeraar dan wel een verwijzing of een recept van
een deskundige is vereist voor het verkrijgen van de verzekerde
prestaties en de verzekerde in het bezit is van deze toestemming, deze
verwijzing of dit recept, geldt die toestemming, die verwijzing of dat
recept als titel voor het verkrijgen van de verzekerde prestaties
gedurende de periode waarvoor de toestemming is verleend of de
verwijzing of het recept geldig is en verlangt een nieuwe
zorgverzekeraar niet nogmaals dat toestemming wordt gevraagd of dat een
verwijzing of recept wordt overgelegd.
D. [MvT]
Artikel 17, zevende lid, wordt vervangen door:
-7. Een wijziging in de grondslag van de premie treedt niet eerder in
werking dan zes weken na de dag waarop deze aan de verzekeringnemer is
medegedeeld.
Art.
II.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met
uitzondering van artikel I, onderdeel D, dat met ingang van 1 juli 2007
in werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 november 2006
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de twaalfde
december 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|