|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2005-2006, 30 668
Wijziging
van de Zorgverzekeringswet in verband met
stroomlijning van de bepalingen inzake opzegging van de zorgverzekering
bij wijziging van de grondslag van de premie
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
Algemeen
In
het nieuwe zorgstelsel hebben verzekerden jaarlijks de mogelijkheid een
andere zorgverzekeraar te kiezen. De wettelijke overstapmogelijkheid
blijkt echter voor de uitvoeringspraktijk hinderlijk ongemak voor
zorgverzekeraars en andere uitvoerders
(zoals het CVZ) met zich mee te brengen, dat met een iets andere technische vormgeving eenvoudig kan
worden verholpen, onder
volledige handhaving van de positie van de verzekerde.
Aan de huidige wettelijke
regeling ligt de doelstelling ten grondslag dat de verzekerde na de
opzegging van de oude zorgverzekering een termijn van ten minste één maand
heeft om zich in te schrijven bij een nieuwe verzekeraar. Om dat doel te bereiken,
is er in de huidige regeling voor gekozen om onderscheid te maken
tussen het tijdstip waarop de opzegging plaatsvindt en het tijdstip waarop
die opzegging effect heeft.
Wanneer de
zorgverzekeraar de premie bij aanvang van het nieuwe kalenderjaar wil verhogen, moet de
aankondiging daarvan, gelet op artikel 17, zevende lid, van de
Zorgverzekeringswet (Zvw), vóór 1 december zijn gedaan. In gevallen
waarin de verzekerde de oude verzekering in de loop van de maand december
2006 opzegt (en dat zal in de overgrote meerderheid van de gevallen dat men
wil opzeggen het geval zijn), zal de opzegging op grond van artikel
7,
vierde lid, pas van kracht worden op 1 februari 2007. Dat
geeft de verzekeringsplichtige na de opzegging de beoogde overstaptijd tot
1 februari 2007. De oude verzekering loopt door tot 1 februari 2007 en
de nieuwe gaat pas op die datum in.
Aan deze uitwerking
kleven echter enkele nadelen. Zo blijft de verzekerde gedurende de maand
januari 2007 tegen de verhoogde premie verzekerd bij een andere
verzekeraar dan die van zijn keuze. Bovendien geeft 1 februari als
ingangsdatum van de nieuwe verzekering extra administratieve lasten voor de
verzekeraars, zoals bij de berekening/verrekening van de no-claimteruggave en
het eigen risico. Voorts levert een andere ingangsdatum dan 1
januari een vervelende en onnodige complicatie op bij de vaststelling van
de vereveningsbijdrage, die betrekking heeft op kalenderjaren.
rblz.|2|
Om deze redenen verdient
het de voorkeur ¹ om:
1. de opzegging steeds te
laten ingaan op 1 januari; en
2. de verzekering van de
verzekeringsplichtige die zich in de maand januari bij een nieuwe
verzekeraar aanmeldt terug te laten werken tot 1 januari, zonder dat hij
een boete verschuldigd is.
Bij een dergelijke aanpak
doen zich de nadelen die zijn verbonden aan de huidige regeling niet
langer voor. Tegelijkertijd blijft zowel de termijn waarbinnen de verzekerde
de verzekering kan opzeggen als de termijn die na de opzegging
beschikbaar is voor het zoeken van een nieuwe verzekeraar ongewijzigd. Daarnaast
sluit een dergelijke regeling van de opzegging optimaal aan op het Burgerlijk
Wetboek (BW).
1. Ervan uitgaande dat de
verzekeraar een premieverhoging
aankondigt in november.
Gebleken is dat het op
een eerder tijdstip (vóór 1 november) vaststellen van de nieuwe premie door
de zorgverzekeraar geen soelaas biedt, omdat de nieuwe premie pas kan
worden berekend als de vereveningsbijdrage is vastgesteld. Het is niet
mogelijk één en ander zodanig te versnellen dat reeds vóór 1 november aan
de verzekerde een nieuw aanbod kan worden gedaan. Overigens heeft
de verzekerde ook in dat geval tot 1 januari de gelegenheid om de
verzekering op te zeggen.
Artikelsgewijs
De Zvw kent in artikel 7 voor gevallen waarin de zorgverzekeraar de
voorwaarden van de zorgverzekering wijzigt, anders dan rechtstreeks
voortvloeiend uit wijziging van de wettelijke regels, een van artikel
940 van Boek 7
van het BW afwijkende specifieke regeling.
Artikel 940 Boek
7 BW houdt in dat na aankondiging van een wijziging van de voorwaarden van de
verzekering ten nadele van de verzekeringnemer of verzekerde opzegging
mogelijk is tegen de dag waarop die wijziging ingaat, doch in elk geval
gedurende één maand. Door wijziging steeds ten minste één maand vóór de
ingangsdatum aan te kondigen, bewerkstelligen verzekeraars dat die
wijzigingen vanaf die datum effectief zijn voor iedereen die niet heeft
opgezegd.
De regeling in de Zvw
wijkt met name op dat laatste punt af. Ook in de Zvw
(artikel 7, derde
lid) is de verzekeringnemer verzekerd van een opzegmogelijkheid na de aankondiging van
een premiewijziging en wel tot de dag waarop die verhoging ingaat.¹ Op grond van artikel 7, vierde lid, gaat
de opzegging echter pas
in bij het begin van de tweede kalendermaand na die waarin de opzegging
heeft plaatsgevonden. Dat leidt afhankelijk van het tijdstip van
opzegging in sommige gevallen tot de consequentie dat de premieverhoging voor
betrokkene weliswaar reeds geldt, maar de verzekering pas één maand
later eindigt. Voor deze constructie is gekozen om te waarborgen dat de
verzekeringnemer of de verzekerde na de opzegging altijd nog over minimaal
een volle maand zou beschikken om een nieuwe zorgverzekering te
sluiten.
1. Artikel 17, zevende
lid, Zvw
waarborgt dat de verhoging niet eerder
kan gelden dan met ingang van de eerste dag
van de tweede maand na die waarin zij
de verzekeringnemer is medegedeeld.
Met een voorbeeld kan
één
en ander wellicht worden verduidelijkt.
Bij een aankondiging in
de loop van de maand november (bijvoorbeeld 15 november) van een
premieverhoging met ingang van 1 januari gaat een aangekondigde
premieverhoging zowel op grond van de regeling in het BW
als op grond van
de regeling in de Zvw
voor de verzekeringnemer gewoon gelden vanaf 1 januari. Bij toepasselijkheid van artikel 940, vierde
lid, Boek 7 BW
kan
opzegging door verzekeringnemers die de premieverhoging niet wensen te
accepteren, tot 1 januari (dus bijvoorbeeld op 14 december) plaatsvinden
en geldt deze dan met ingang van de ingangsdatum van de premieverhoging.
In de Zvw is de verzekeringnemers evenwel niet alleen een
opzegmogelijkheid gegeven tot het tijdstip waarop de premieverhoging
ingaat, maar eindigt na de feitelijke opzegging rblz.|3|
(dus bijvoorbeeld op 29
december) de zorgverzekering pas per 1 februari van het volgende jaar.
Dat is om een aantal
redenen ongewenst, die in het algemeen deel aan de orde zijn gekomen.
De in
artikel I, onderdeel B,
voorgestelde wijziging schrapt deze afwijkende regeling in het kader van
de Zvw.
Daarmee zal ook voor de opzegging van zorgverzekeringen gelden
dat de verzekeringnemer na een aangekondigde premieverhoging altijd
gedurende ten minste één maand de gelegenheid moet hebben de
verzekering op te zeggen. Artikel 17, zevende lid, waarborgt
dat verzekeraars die
eraan hechten dat een premieverhoging vanaf de beoogde ingangsdatum
ook geldt voor iedere doorlopende verzekering, die premieverhoging in
elk geval meer dan één maand vóór de ingangsdatum aan de
verzekeringnemers bekendmaken.
In het derde en vierde
lid van artikel 7 Zvw
wordt door het schrappen van de specifieke regels
inzake opzegging bij wijziging van de premiegrondslag de afwijking op dit punt
van het BW ongedaan gemaakt.
Artikel 940 Boek
7 BW geldt
daarmee ook voor zorgverzekeringen.
Voor de goede orde zij
opgemerkt dat in artikel 940 Boek 7 BW een
ruimere formulering
(voorwaarden) wordt gehanteerd dan in artikel 7,
derde lid, Zvw
(premiegrondslag); de facto zal een wijziging van de voorwaarden in de zorgverzekering
veelal uitsluitend bestaan in een premieverhoging; omdat echter niet is
uitgesloten dat ook andere voorwaarden, zoals
leveringsvoorwaarden (echter niet de essentie van de zorgaanspraken) worden gewijzigd, is het
bij nader inzien beter ook in dat opzicht bij de
terminologie van het BW aan te sluiten.
In artikel I, onderdeel
A, is een voorziening getroffen die beoogt te waarborgen dat de verzekeringsplichtige na de opzegging wegens wijziging
van de voorwaarden altijd
toch minimaal één maand beschikbaar houdt om zich te oriënteren op
een nieuwe zorgverzekering en deze aan te gaan. Mits de
verzekeringsplichtige de nieuwe verzekering sluit binnen één maand nadat de eerdere
zorgverzekering is geëindigd, werkt deze zorgverzekering terug tot het einde van
de vorige zorgverzekering. Er is voor gekozen deze regeling op
te nemen in het artikellid waarin ook reeds terugwerking is voorzien
voor een zorgverzekering die wordt gesloten binnen vier maanden na
het ontstaan van de verzekeringsplicht. Indien een verzekeringsplichtige
deze bedenktermijn overschrijdt en dus te laat een nieuwe
zorgverzekering sluit, werkt de nieuwe verzekering niet terug en loopt hij
bovendien
het risico dat hij met een boete wordt geconfronteerd. Die boete heeft dan
betrekking op de gehele termijn gedurende welke hij niet was
verzekerd.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
|