|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2006-2007, 30 807
Wijziging
van het tijdstip waarop de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als
bedoeld in de Zorgverzekeringswet
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Met
dit wetsvoorstel worden enige maatregelen genomen die noodzakelijk zijn,
nu is gebleken dat het niet mogelijk is de tweede fase van de
overheveling van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) van de
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar het aansprakenpakket van de Zorgverzekeringswet
(Zvw) volledig te realiseren met ingang van 1 januari
2007.
Bij de totstandkoming van
de Zvw is besloten de overheveling van de ggz naar de Zvw in twee fasen
te doen plaatsvinden. In de eerste fase, die per 1 januari 2006 begon, is
de aanspraak op ggz opgenomen in het Besluit
zorgverzekering. Tevens
vindt de financiering vanaf die datum plaats vanuit het Zorgverzekeringsfonds
(Zvf).
Fase twee, met als
voorgenomen ingangsdatum 1 januari 2007, behelst het daadwerkelijk van
kracht worden van de aanspraak op ggz ingevolge de zorgverzekering en dus
verstrekking of vergoeding daarvan door de zorgverzekeraars. In
artikel 2.5.9 van de Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet (IZvw) werd in verband met deze gefaseerde
aanpak een voorziening
getroffen om te regelen dat de middelen ter financiering van deze aanspraak, die
bij de berekening van de koopkrachtgevolgen van de invoering van de
Zvw reeds waren ondergebracht in het premiebeeld (nominale
premie en inkomensafhankelijke bijdrage) van de Zvw, in 2006 via een
rijksbijdrage uit het Zvf naar het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten
(AFBZ)
zouden worden overgeheveld (Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr.
3, blz. 13, en 29 763, nr. 72).
Inmiddels is komen vast
te staan dat, ondanks goede vorderingen, de voorbereidingen van fase
twee van de invoering van de aanspraak op ggz als onderdeel van de
zorgverzekering niet voldoende zijn gevorderd om zekerheid te hebben over
een zorgvuldige invoering met ingang van 1 januari 2007.
Ondanks alle inspanningen
hebben partijen gezamenlijk moeten concluderen dat het nog niet mogelijk
is om per 1 januari 2007 diagnosebehandelingscombinaties (DBC’s) te declareren
aan de zorgverzekeraars. Er is meer tijd nodig om
de DBC-declaratiesystematiek op een verantwoorde manier in te voeren.
Vooral het zorgvuldig afronden van de discussie over de privacy
en het vervolgens implementeren van de informatietechnologie ten behoeve van het
DBC-declaratiesysteem in de instellingen rblz.|2|
vergt meer tijd. Onderzocht is of de invoering van de aanspraak op
ggz in de Zvw, met een
aangepaste uitvoeringsmodaliteit, toch per 1 januari 2007 zou kunnen
worden gerealiseerd. Er moest echter worden vastgesteld dat de
daaraan verbonden voordelen niet zouden opwegen tegen de aanzienlijke
incidentele lasten voor partijen. Hierbij heeft meegewogen dat er een
groot aantal administratieve handelingen zou moeten worden verricht,
terwijl er feitelijk niets zou veranderen ten opzichte van de huidige
situatie. Bovendien zou verwarring kunnen ontstaan bij patiënten
en cliënten, doordat zij de ggz wel vermeld zouden zien in de polis, terwijl
er niets zou veranderen.
Daarom is besloten de
invoering van fase twee te bepalen op 1 januari 2008.
Het wijzigen van de
invoeringsdatum heeft geen effect op de financiering van de AWBZ en de
Zvw,
noch op de nominale premie en de zorgtoeslag. De
financieringsconstructie, zoals die geldt voor 2006, wordt één jaar langer doorgetrokken en
geldt daarmee ook voor 2007.
Om de wijziging van de
invoeringsdatum te regelen, is wetswijziging noodzakelijk; de werking
van artikel 2.5.9 van de IZvw
moet
immers met één jaar
worden verlengd. In dat artikel is bepaald dat de op grond van de Zvw
voor de
aanspraak op ggz opgebrachte middelen door middel van een
rijksbijdrage uit het Zvf aan het AFBZ nog één jaar beschikbaar blijven voor
de uitvoering van de aanspraak op ggz in het kader van de AWBZ.
Artikel I verlengt de werking van dit artikel voor het jaar 2007.
De overige noodzakelijke
wijzigingen in de regelgeving zouden in beginsel kunnen plaatsvinden door
aanpassing van de desbetreffende koninklijke besluiten (enkele
algemene maatregelen van bestuur en een inwerkingtredingsbesluit), te weten: aanpassing van
hetgeen is bepaald omtrent het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal bepalingen van de
Zvw, van het Besluit
zorgverzekering en van het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet (waarin met het oog op de
invoering van de aanspraak op ggz wijzigingen van het Besluit
zorgaanspraken AWBZ, het Bijdragebesluit
zorg, het Besluit
wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering, het Uitvoeringsbesluit
Wet op de jeugdzorg en het Zorgindicatiebesluit waren
opgenomen). Het gaat
steeds om wijziging van de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2007 in 1
januari 2008.
De regering acht het,
gelet op de aard van die wijziging en mede gelet op de eerdere vaststelling
van de invoeringsdatum in samenspraak met de Tweede Kamer en de Eerste
Kamer, aangewezen ook die wijzigingen bij dit wetsvoorstel te
regelen. Aldus kan, mede gelet op de te betrachten spoed, de voor de wijziging van de invoeringsdatum noodzakelijke regelgeving
in één samenhangende
daad van formele wetgeving worden gerealiseerd; met name de
procedure die in artikel 124 van de Zvw
is neergelegd met betrekking
tot een wijziging van het Besluit zorgverzekering geeft aanleiding om ook
de wijziging van de inwerkingtredingsdatum van onderdelen van dat
besluit in dit geval bij wet te regelen. Deze wijzigingen zijn neergelegd in de
artikelen II, III en IV.
Een voorgenomen besluit
tot wijziging van het Besluit zorgverzekering
waarin een wijziging is
vervat van de aanspraak op psychotherapie, waarover de Raad van State
inmiddels heeft geadviseerd, zal in verband met de wijziging van de
invoeringsdatum waarvoor nu wordt gekozen nog worden aangepast; deze aanpassing betreft het wijzigen van de inwerkingtreding
van een deel daarvan
(waarin is voorzien in aanpassing van de aanspraak op
psychotherapie) in 1 januari 2008 en toevoeging van een aanpassing van het
Besluit zorgaanspraken AWBZ (waarin eenzelfde rblz.|3|
aanpassing van de
aanspraak op psychotherapie als in de wijziging van het Besluit
zorgverzekering voor 2008 voorzien, voor 2007 wordt neergelegd).
Administratieve lasten
Deze wet betekent een reductie van de incidentele administratieve lasten
voor de verzekeraars. Indien geen uitstel plaatsvindt, moeten
verzekeraars een groot aantal administratieve handelingen verrichten.
Door de invoering één jaar uit te stellen, worden deze tijdelijke
administratieve lasten voorkomen.
Voor burgers betekent
dit
wetsvoorstel eveneens een reductie van de incidentele
administratieve lasten die zouden zijn ontstaan als in 2007 met de bovenstaande
constructie zou worden gewerkt. De wijzigingen worden nu in één keer ingevoerd
in 2008. Hierdoor zal de incidentele administratieve last in 2008 wel toenemen, hetgeen altijd ontstaat bij wijzigingen in
de wet- en regelgeving,
omdat burgers er kennis van moeten nemen. De administratieve last doet
zich echter niet twee jaar achtereen voor.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
|