|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 30
804.
Handelingen II 2006-2007, blz. 1233-1242, 1450-1451, 1446-1447,
1448-1448.
Kamerstukken I 2006-2007, 30 804 (A, B, C, D).
Handelingen I 2006-2007, blz. 516-541.
WET van 14 december 2006, Stb.
2006, 682, houdende wijziging van enkele belastingwetten
en enige andere wetten (Belastingplan 2007). Inwerkingtreding: 1
januari 2007.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar
2007 wenselijk is maatregelen te treffen op het gebied van arbeidsmarkt- en
inkomensbeleid, economische infrastructuur, mobiliteit en milieu,
alsmede enkele andere maatregelen te treffen en dat het voorts wenselijk is in
de Wet kinderopvang een heffing in te voeren ter financiering van een
werkgeversbijdrage in de kosten van kinderopvang;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art. XIV.
In artikel 59, tweede lid,
van de Wet financiering sociale verzekeringen vervalt
"gegevens over
bijdragen in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet
kinderopvang,".
Art.
XV.
In artikel 33, tweede lid,
onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen vervalt
"en
bijdrage in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet
kinderopvang".
Art. XVI.
Artikel 6 van de Ziektewet
wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel
c, komt te luiden:
c. degene die doorgaans op
minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de
natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat;.
2. Na het tweede lid wordt,
onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en
vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten
behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de
leden van dat huishouden.
3. Het vierde lid (nieuw)
komt te luiden:
-4. Het eerste en tweede lid
zijn alleen van toepassing op de aldaar bedoelde
arbeidsverhoudingen.
Art. XVII.
Artikel 6 van de
Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel
c, komt te luiden:
c. die doorgaans op minder
dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon
tot wie hij in dienstbetrekking staat;.
2. Na het eerste lid wordt,
onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en
vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten
behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de
leden van dat huishouden.
Art. XVIII.
Artikel 6 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel
c, komt te luiden:
c. degene die doorgaans op
minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon
tot wie hij in dienstbetrekking staat;.
2. Na het tweede lid wordt,
onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en
vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten
behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de
leden van dat huishouden.
Art.
XX.
Artikel 2 van het
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel
d, komt te luiden:
d. de werknemer die
doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de
natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat;.
2. Onder vernummering van
het tweede lid tot derde lid wordt na het eerste lid een lid
ingevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel d, wordt onder het verrichten van diensten ten
behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de
leden van dat huishouden.
Art. XXVII.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 2007, met dien verstande dat artikel I,
onderdeel A, Ca, O en P, en artikel IV, onderdeel H, I en J, eerst toepassing
vinden nadat artikel 10.1 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het
kalenderjaar 2007 is toegepast.
-2. Het ingevolge artikel I,
onderdeel D, ingevoegde artikel 3.78a van de Wet
inkomstenbelasting 2001 vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de
belastingplichtige die na 31 december 2006 ondernemer wordt.
-3. Artikel V vindt eerst
toepassing nadat artikel 35a van de Successiewet
1956 bij het begin van het
kalenderjaar 2007 is toegepast. Het ingevolge artikel V gewijzigde artikel
32 van de Successiewet
1956 vindt voor het eerst toepassing met
betrekking tot belastbare feiten in de zin van de Successiewet
1956 die zich
hebben voorgedaan op of na 1 januari 2007.
-4. In afwijking van het
eerste lid werken de artikelen I, onderdeel F en onderdeel G, onder 2,
VI, onderdeel A, C, E en J, en VII terug tot en met 1 januari 2006.
-5. In afwijking van het
eerste lid werken de artikelen I, onderdeel K, en III terug tot en met 9 mei 2006.
-6. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen X en XI, onderdeel
E en G, in werking met
ingang van 1 februari 2007.
-7. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen XI, onderdeel
B, C en D, en XII in werking met
ingang van 1 april 2007.
-8. In afwijking van het
eerste lid treedt artikel I, onderdeel
I, J en R, in werking op het hetzelfde
tijdstip als waarop de artikelen IV en VI van het bij koninklijke
boodschap
van 25 november 2005 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder
meer de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet
studiefinanciering 2000 in verband met onder meer invoering van
leerrechten in het hoger onderwijs, herziening van de
collegegeldsystematiek, invoering van het collegegeldkrediet en invoering van een nieuw
aflossingssysteem (financiering in het hoger onderwijs),
Kamerstukken II 2005-2006, 30 387.¹
-9. In afwijking van het
eerste lid vindt artikel IVa eerst toepassing nadat het bij
koninklijke boodschap van 24 mei 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van
belastingwetten ter realisering van de doelstelling uit de nota
"Werken aan winst"
(Wet werken aan winst), Kamerstukken II 2005-2006, 30 572, in werking
is getreden.
-10. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen I, onderdeel
Da en Db, en IV, onderdeel Ca,
in werking met ingang van 1 januari 2008.
1. Volgens de redactie
dient na "30 387" te worden ingevoegd: , in werking treden.
Art. XXVIII.
Deze wet wordt aangehaald
als: Belastingplan 2007.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
handhaving de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
14 december 2006
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de
tweeëntwintigste december 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|