|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 31 229.
Handelingen II 2007-2008, blz. 295-295, 1773-1773.
Kamerstukken I 2007-2008, 31 229 (A, B, C).
Handelingen I 2007-2008, blz. 295-295.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 november 2007,
Stb. 2007, 551, houdende wijziging van een aantal wetten van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet
SZW-wetgeving 2008). Inwerkingtreding: 1 januari 2008 (Stb.
2007, 552).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om technische verbeteringen en enige andere wijzigingen in
wetgeving op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
De Wet werk en inkomen
kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 23 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 23a.
Indien bij een
gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet
gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur
van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die
wet,
treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van
paragraaf 5.4 en hoofdstuk 6, in de plaats van de betrokken colleges.
B. [MvT]
Het opschrift van artikel 45
komt te luiden: Toezicht door Onze Minister.
C. [MvT]
In paragraaf 5.3 wordt na
artikel 45 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 45a. Toezicht door gemeenten
Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit
van het college aangewezen ambtenaren.
Art. II.
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 wordt onderdeel b vervangen door:
b. college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in
artikel 11.
B. [MvT]
Artikel 2, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1º wordt ", en" vervangen door een
puntkomma.
2. Onder vernummering van subonderdeel 2º tot subonderdeel 3º wordt
na subonderdeel 1º een nieuw subonderdeel ingevoegd, luidende:
2º. in verband met die werkloosheid recht heeft gekregen op een
uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidwet met een duur
van meer dan drie maanden; en.
3. In subonderdeel 3º wordt "van toepassing is;" vervangen
door: van toepassing is; of.
C. [MvT]
In de artikelen 11, 11a, eerste en tweede lid,
20d, derde lid, 27,
tweede lid, 28, tweede lid, 36, eerste lid,
37, eerste lid, onderdeel e, 44,
49, tweede lid, 52, eerste lid, onderdeel
a, 56 en 57, tweede lid,
wordt "burgemeester en wethouders" telkens vervangen door: het
college.
D. [MvT]
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door "het college" en wordt "dragen
burgemeester en wethouders" vervangen door: draagt het college.
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
E. [MvT]
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste, tweede en vierde lid wordt "burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: het college.
2. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders stellen"
vervangen door: Het college stelt.
F. [MvT]
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "bepalen burgemeester en wethouders"
vervangen door: bepaalt het college.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders onderzoeken"
vervangen door "Het college onderzoekt" en wordt "besluiten
burgemeester en wethouders" vervangen door: besluit het college.
3. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders verrichten"
vervangen door "Het college verricht" en wordt "Burgemeester
en wethouders beoordelen" vervangen door: Het college beoordeelt.
4. In het vijfde lid wordt "nemen burgemeester en wethouders"
vervangen door: neemt het college.
5. In het zesde lid wordt "Burgemeester en wethouders onderzoeken"
vervangen door "Het college onderzoekt" en wordt "besluiten
burgemeester en wethouders" vervangen door: besluit het college.
G. [MvT]
In artikel 15, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders
stellen" vervangen door: Het college stelt.
H. [MvT]
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders stellen"
vervangen door "Het college stelt" en wordt "burgemeester
en wethouders" vervangen door: het college.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders besluiten"
vervangen door: Het college besluit.
3. In het derde lid wordt "besluiten burgemeester en wethouders"
vervangen door: besluit het college.
I. [MvT]
Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door: het college.
2. In het derde lid wordt "kunnen burgemeester en wethouder"
vervangen door: kan het college.
J. [MvT]
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "schorten burgemeester en wethouders"
vervangen door: schort het college.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders doen"
vervangen door: Het college doet.
3. In het derde lid wordt "herzien burgemeester en wethouders"
vervangen door "herziet het college" en wordt "trekken
zij dat in" vervangen door: trekt het dat in.
4. In het vierde lid wordt "trekken burgemeester en wethouders"
vervangen door: trekt het college.
5. In het vijfde lid wordt "kunnen burgemeester en wethouders"
vervangen door: kan het college.
K. [MvT]
Artikel 17a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "schorten burgemeester en wethouders"
vervangen door: schort het college.
2. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders doen"
vervangen door "Het college doet", wordt "stellen"
vervangen door "stelt" en wordt "burgemeester en
wethouders" vervangen door: het college.
3. In het vierde lid, eerste volzin, wordt "burgemeester en
wethouders" vervangen door "het college" en in de tweede
volzin wordt "herzien burgemeester en wethouders het besluit tot
toekenning van de uitkering, of trekken zij deze in" vervangen
door: herziet het college het besluit tot toekenning van de uitkering,
of trekt het deze in.
L. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt "de termijn waarbinnen
burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten" vervangen
door: de termijn waarbinnen het college de onderzoeken verricht.
2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt "de wijze waarop
burgemeester en wethouders toepassing geven" vervangen door: de
wijze waarop het college toepassing geeft.
M. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders weigeren"
vervangen door: Het college weigert.
2. In het eerste en tweede lid wordt "weigeren burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: weigert het college.
3. In het derde lid wordt "door burgemeester en wethouders"
vervangen door "door het college" en wordt "weigeren
burgemeester en wethouders" vervangen door: weigert het college.
4. In het zesde en zevende lid wordt "kunnen burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: kan het college.
N. [MvT]
Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "leggen burgemeester en wethouders"
vervangen door: legt het college.
2. In het derde en vierde lid wordt "kunnen burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: kan het college.
3. In het vijfde lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
O. [MvT]
Artikel 20b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Indien burgemeester en wethouders
jegens de belanghebbende een handeling verrichten" vervangen door:
Indien het college jegens de belanghebbende een handeling verricht.
2. In het tweede lid wordt "Indien burgemeester en wethouders
voornemens zijn" vervangen door: Indien het college voornemens is.
3. In het derde en vijfde lid wordt "dragen burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: draagt het college.
4. In het vierde lid wordt "stellen burgemeester en wethouders"
vervangen door: stelt het college.
P. [MvT]
In artikel 20c, tweede lid, wordt "dragen burgemeester en
wethouders" vervangen door: draagt het college.
Q. [MvT]
In artikel 20e, eerste lid, wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt "hebben
gesteld" vervangen door: heeft gesteld.
R. [MvT]
Artikel 20f wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "burgemeester en wethouders" telkens
vervangen door "het college" en wordt "hebben opgelegd"
vervangen door: heeft opgelegd.
2. In het vierde en negende lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door: het college.
S. [MvT]
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders betalen"
vervangen door: Het college betaalt.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders zijn"
vervangen door: Het college is.
T. [MvT]
In de artikelen 25, vierde lid, 25a, eerste lid,
25b en 25c, eerste lid,
wordt "kunnen burgemeester en wethouders" telkens vervangen
door: kan het college.
U. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt in de aanhef "Burgemeester en wethouders
zijn" vervangen door "Het college is" en wordt in
onderdeel a "burgemeester en wethouders" vervangen door "het
college" en "noodzakelijk achten" door: noodzakelijk
acht.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders werken"
vervangen door: Het college werkt.
3. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders kunnen"
telkens vervangen door: Het college kan.
V. [MvT]
In artikel 37a, eerste lid, wordt "kunnen burgemeester en
wethouders" vervangen door "kan het college" en wordt
"maken burgemeester en wethouders" vervangen door: maakt het
college.
W. [MvT]
In artikel 40 wordt "hoofdstuk V" vervangen door:
hoofdstukken
IV, paragraaf 4, en V.¹
X. [MvT]
In artikel 41, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders voeren"
vervangen door: Het college voert.
Y. [MvT]
In artikel 42 wordt "Burgemeester en wethouders dragen"
vervangen door: Het college draagt.
Z. [MvT]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en derde lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt "hebben
verleend" telkens vervangen door: heeft verleend.
2. In het tweede, zesde en achtste lid wordt "burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: het college.
AA. [MvT]
In artikel 47 wordt "Burgemeester en wethouders zijn"
vervangen door: Het college is.
BB. [MvT]
In artikel 48, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders"
vervangen door "Het college" en wordt "burgemeester en
wethouders" vervangen door "het college" en wordt "zijn
bevoegd" vervangen door: is bevoegd.
CC. [MvT]
Artikel 53 komt te luiden:
Art. 53.
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige
uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het
college, nadat het college gedurende acht weken in de gelegenheid is
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven.
Onze Minister treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake
individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen
waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht
met deze aanwijzing.
DD. [MvT]
In hoofdstuk IV, paragraaf 3, wordt na artikel 53 een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 53a.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
EE. [MvT]
Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders dienen"
vervangen door "Het college dient" en wordt "burgemeester
en wethouders" vervangen door: het college.
2. In het tweede lid wordt "dienen burgemeester en wethouders"
vervangen door: dient het college.
FF. [MvT]
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders"
vervangen door: Het college.
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
GG. [MvT]
Artikel 59d wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt in onderdeel b
"zouden hebben gegeven" vervangen door "zou hebben
gegeven".
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
3. In het derde lid, onderdeel b, wordt "burgemeester en wethouders
zich voldoende hebben ingespannen" vervangen door: het college zich
voldoende heeft ingespannen.
HH. [MvT]
In artikel 59e wordt "Burgemeester en wethouders brengen"
vervangen door: Het college brengt.
1. Volgens de redactie
dient aan artikel II, onderdeel W, te worden
toegevoegd: en wordt "betrokken burgemeesters en wethouders"
vervangen door: betrokken colleges.
Art. III.
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, onderdeel b, komt te luiden:
b. college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in
artikel 11.
B. [MvT]
In de artikelen 11, 11a, tweede lid,
20d, derde lid, 27, tweede lid,
28,
tweede lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, onderdeel e,
44, 49, tweede
lid, 52, eerste lid, onderdeel a, 56,
57, tweede lid, 59f, tweede lid,
en 59h, onderdeel a, wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door: het college.
C. [MvT]
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door "het college" en wordt "dragen
burgemeester en wethouders" vervangen door: draagt het college.
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
D. [MvT]
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste, tweede en vierde lid wordt "burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: het college.
2. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders stellen"
vervangen door: Het college stelt.
E. [MvT]
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "bepalen burgemeester en wethouders"
vervangen door: bepaalt het college.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders onderzoeken"
vervangen door "Het college onderzoekt" en wordt "besluiten
burgemeester en wethouders" vervangen door: besluit het college.
3. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders verrichten"
vervangen door "Het college verricht" en wordt "Burgemeester
en wethouders beoordelen" vervangen door: Het college beoordeelt.
4. In het vijfde lid wordt "nemen burgemeester en wethouders"
vervangen door: neemt het college.
5. In het zesde lid wordt "Burgemeester en wethouders onderzoeken"
vervangen door "Het college onderzoekt" en wordt "besluiten
burgemeester en wethouders" vervangen door: besluit het college.
F. [MvT]
In artikel 15, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders
stellen" vervangen door: Het college stelt.
G. [MvT]
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders stellen"
vervangen door "Het college stelt" en wordt "burgemeester
en wethouders" vervangen door: het college.
2. In het tweede lid komt de eerste volzin te luiden: Indien het college
niet in staat is binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, een
besluit te nemen, kan het deze met ten hoogste dertien weken verlengen.
3. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders besluiten"
vervangen door: Het college besluit.
4. In het vierde lid wordt "besluiten burgemeester en wethouders"
vervangen door: besluit het college.
H. [MvT]
Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
2. In het derde lid wordt "kunnen burgemeester en wethouder"
vervangen door: kan het college.
I. [MvT]
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "schorten burgemeester en wethouders het
recht op uitkering op" vervangen door: schort het college het recht
op uitkering op.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders doen"
vervangen door: Het college doet.
3. In het derde lid wordt "herzien burgemeester en wethouders"
vervangen door "herziet het college" en wordt "trekken
zij dat in" vervangen door: trekt het dat in.
4. In het vierde lid wordt "trekken burgemeester en wethouders"
vervangen door: trekt het college.
5. In het vijfde lid wordt "kunnen burgemeester en wethouders"
vervangen door: kan het college.
J. [MvT]
Artikel 17a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "schorten burgemeester en wethouders het
recht op uitkering op" vervangen door: schort het college het recht
op uitkering op.
2. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders doen"
vervangen door "Het college doet", wordt "stellen"
vervangen door "stelt" en wordt "burgemeester en
wethouders" vervangen door: het college.
3. In het vierde lid wordt in de eerste volzin "burgemeester en
wethouders" vervangen door "het college" en in de tweede
volzin "herzien burgemeester en wethouders het besluit tot
toekenning van de uitkering, of trekken zij deze in" vervangen door:
herziet het college het besluit tot toekenning van de uitkering, of
trekt het deze in.
K. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt "de termijn waarbinnen
burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten" vervangen
door: de termijn waarbinnen het college de onderzoeken verricht.
2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt "de wijze waarop
burgemeester en wethouders toepassing geven" vervangen door: de
wijze waarop het college toepassing geeft.
L. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door "het college" en wordt "weigeren
burgemeester en wethouders" vervangen door: weigert het college.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders weigeren"
vervangen door "Het college weigert" en wordt "weigeren
burgemeester en wethouders" vervangen door: weigert het college.
3. In het derde lid wordt "weigeren burgemeester en wethouders"
vervangen door: weigert het college.
4. In het zesde lid wordt "kunnen burgemeester en wethouders afzien"
vervangen door: kan het college afzien.
5. In het zevende lid wordt "kunnen burgemeester en wethouders
besluiten af te zien" vervangen door: kan het college besluiten af
te zien.
M. [MvT]
Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "leggen burgemeester en wethouders"
vervangen door: legt het college.
2. In het derde en vierde lid wordt "kunnen burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: kan het college.
3. In het vijfde lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
N. [MvT]
Artikel 20b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Indien burgemeester en wethouders
jegens de belanghebbende een handeling verrichten" vervangen door:
Indien het college jegens de belanghebbende een handeling verricht.
2. In het tweede lid wordt "Indien burgemeester en wethouders
voornemens zijn" vervangen door: Indien het college voornemens is.
3. In het derde en vijfde lid wordt "dragen burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: draagt het college.
4. In het vierde lid wordt "stellen burgemeester en wethouders"
vervangen door: stelt het college.
O. [MvT]
In artikel 20c, tweede lid, wordt "dragen burgemeester en
wethouders" vervangen door: draagt het college.
P. [MvT]
In artikel 20e, eerste lid, wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt "hebben
gesteld" vervangen door: heeft gesteld.
Q. [MvT]
Artikel 20f wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "burgemeester en wethouders" telkens
vervangen door "het college" en wordt "hebben opgelegd"
vervangen door: heeft opgelegd.
2. In het vierde en negende lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door: het college.
R. [MvT]
In artikel 21, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders
betalen" vervangen door: het college betaalt.
S. [MvT]
In de artikelen 25, vierde lid, 25a, eerste lid,
25b en 25c, eerste lid,
wordt "kunnen burgemeester en wethouders" telkens vervangen
door: kan het college.
T. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt in de aanhef "Burgemeester en wethouders
zijn" vervangen door "Het college is" en wordt in
onderdeel a "burgemeester en wethouders" vervangen door "het
college" en "noodzakelijk achten" door: noodzakelijk
acht.
2. In het tweede lid wordt "Burgemeester en wethouders werken"
vervangen door: Het college werkt.
3. In het derde lid wordt "Burgemeester en wethouders kunnen"
vervangen door: Het college kan.
U. [MvT]
In artikel 37a, eerste lid, wordt "kunnen burgemeester en
wethouders" vervangen door "kan het college" en wordt
"maken burgemeester en wethouders" vervangen door: maakt het
college.
V. [MvT]
In artikel 40 wordt "hoofdstuk V" vervangen door:
hoofdstukken
IV, paragraaf 4, en V.¹
W. [MvT]
In artikel 41, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders voeren"
vervangen door: Het college voert.
X. [MvT]
In artikel 42 wordt "Burgemeester en wethouders dragen"
vervangen door: Het college draagt.
Y. [MvT]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en derde lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt "hebben
verleend" telkens vervangen door: heeft verleend.
2. In het tweede, zesde en achtste lid wordt "burgemeester en
wethouders" telkens vervangen door: het college.
Z. [MvT]
In artikel 47 wordt "Burgemeester en wethouders zijn"
vervangen door: Het college is.
AA. [MvT]
In artikel 48, eerste lid, wordt "Burgemeester en wethouders"
vervangen door "Het college" en wordt "burgemeester en
wethouders" vervangen door "het college" en wordt "zijn
bevoegd" vervangen door: is bevoegd.
BB. [MvT]
Artikel 53 komt te luiden:
Art. 53.
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige
uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het
college, nadat het college gedurende acht weken in de gelegenheid is
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven.
Onze Minister treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake
individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen
waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht
met deze aanwijzing.
CC. [MvT]
In hoofdstuk IV, paragraaf 3, wordt na artikel 53 een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 53a.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
DD. [MvT]
Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders dienen"
vervangen door "Het college dient" en wordt "burgemeester
en wethouders" vervangen door: het college.
2. In het tweede lid wordt "dienen burgemeester en wethouders"
vervangen door: dient het college.
EE. [MvT]
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Burgemeester en wethouders"
vervangen door: Het college.
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
FF. [MvT]
Artikel 59d wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "burgemeester en wethouders"
telkens vervangen door "het college" en wordt in onderdeel b
"zouden hebben gegeven" vervangen door "zou hebben
gegeven".
2. In het tweede lid wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
3. In het derde lid, onderdeel b, wordt "burgemeester en wethouders
zich voldoende hebben ingespannen" vervangen door: het college zich
voldoende heeft ingespannen.
GG.² [MvT]
In artikel 59f, tweede lid, wordt "burgemeester en wethouders"
vervangen door: het college.
HH. [MvT]
In artikel 59i wordt "Burgemeester en wethouders brengen"
vervangen door: Het college brengt.
II. [MvT]
Artikel 62a komt te luiden:
Art. 62a.
Het recht tot strafvordering vervalt indien het college aan de
belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een bestuurlijke boete
heeft opgelegd.
1. Volgens de redactie
dient aan artikel III, onderdeel V, te worden
toegevoegd: en wordt "betrokken burgemeesters en wethouders"
vervangen door: betrokken colleges.
2. Gelet op het bepaalde in artikel
III, onderdeel B, dient volgens de redactie artikel
III, onderdeel GG, te vervallen.
Art.
IV. [MvT]
In de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt na
artikel 55 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 55a. Toezicht
-1. Met het toezicht op de naleving van de in de artikelen
30, eerste
lid, onderdeel a, h en i, en 34, eerste lid,
onderdeel
a, d en e,
bedoelde wet- en regelgeving en de artikelen 54 en
55, voor zover het geen
verplichtingen betreft die betrekking hebben op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank, zijn belast de
door ieder van hen afzonderlijk bij besluit aangewezen, onder hen
ressorterende personen.
-2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan
door plaatsing in de Staatscourant.
Art. V.
[MvT]
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6:6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het verlof
niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van het opnemen van
zwangerschaps-, bevallings- of adoptieverlof als bedoeld in de artikelen
3:1, eerste lid, onderscheidenlijk 3:2, eerste lid. Een verzoek om het
verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden kan de werkgever afwijzen indien een zwaarwegend
bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet.
2. In het tweede lid wordt de tweede volzin vervangen door: In het geval
dat het verlof met toepassing van het eerste lid, eerste volzin, na het
tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, wordt het recht op
het overige deel van het verlof opgeschort. In het geval dat het verlof
met toepassing van het eerste lid, tweede volzin, na het tijdstip van
ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt het recht op het overige
deel van het verlof.
B. [MvT]
In artikel 6:8 wordt na "6:6" ingevoegd: , eerste lid, tweede
volzin, en tweede lid, derde volzin,.
Art. VI.
[MvT]
De Arbeidstijdenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
c. een medezeggenschapscommissie ingesteld op grond van de krachtens de
artikelen 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet
en 12 van de Militaire
Ambtenarenwet 1931 gestelde regels;.
2. Onderdeel d komt te luiden:
d. het uit en door het personeel gekozen deel van:
1º. de medezeggenschapsraad of deelraad, en de dienstraad, bedoeld in
de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
2º. de medezeggenschapsraad, bedoeld in de Wet
medezeggenschap onderwijs 1992;.
B. [MvT]
Artikel 1:7, eerste lid, onderdeel b, onder 1º, komt te luiden:
1º. de in werkelijke dienst zijnde militaire ambtenaren in de zin van
artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b, van de Militaire
Ambtenarenwet 1931;.
C. [MvT]
Artikel 2:2, eerste lid, onderdeel c, vervalt.
D. [MvT]
In artikel 5:9, achtste lid, wordt "5:8, vijfde en zesde lid"
vervangen door: 5:8, vierde en vijfde lid.
E. [MvT]
In artikel 5:10 wordt "Deze paragraaf en de daarop berustende
bepalingen" vervangen door: Deze paragraaf en de op artikel 5:12,
eerste lid, berustende bepalingen.
F. [MvT]
In artikel 7:1 wordt "treden" vervangen door: treedt.
G. [MvT]
In artikel 10:1 wordt na "5:12, eerste en tweede lid,"
ingevoegd: 8:1, vijfde lid,.
Art. VII.
In de artikelen 6, vijfde lid, en 46a
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt "verzekerde"
telkens vervangen door: jonggehandicapte.
Art. VIII.
[MvT]
Paragraaf 3 van hoofdstuk VIII van de Algemene Ouderdomswet komt te
luiden:
§ 3. Overige overgangsbepalingen
Art. 62. [MvT]
De artikelen 8a en 9a
zijn niet van toepassing op de pensioengerechtigde die:
a. op 31 december 1999 recht heeft op een ouderdomspensioen en op die
dag niet in Nederland woont; en
b. op 19 december 2005 dit recht op een ouderdomspensioen uitsluitend
nog heeft op grond van artikel 2 van de Wet van 9 december 2004,
houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni
1962 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van
behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de
sociale zekerheid (Verdrag nr. 118, aangenomen door de Internationale
Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122, en
Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
Art. 63. [MvT]
-1. De besluiten tot herziening van het ouderdomspensioen genomen met
toepassing van artikel 17 zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand
aan de datum van inwerkingtreding van de Wet van 2 november 2006 tot
wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met samenwonen ten
behoeve van zorg voor een hulpbehoevende (Stb. 2006, 558), worden op aanvraag
door de Sociale verzekeringsbank met toepassing van artikel
17, tweede
lid, gewijzigd met ingang van 4 april 2006 of indien de herziening op
een later tijdstip heeft plaatsgevonden, met ingang van dat tijdstip,
indien:
a. de herziening voortvloeit uit de omstandigheid van het voeren van een
gezamenlijke huishouding in verband met zorg door een
pensioengerechtigde voor een hulpbehoevende pensioengerechtigde als
bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de
Algemene nabestaandenwet;
b. de pensioengerechtigden ieder beschikken over een eigen woning.
-2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend binnen zes
maanden na de datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid
genoemde wet.
Art. IX.
[MvT]
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d van artikel 1,
eerste lid, van de Wet
allocatie arbeidskrachten door intermediairs door
een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. collectieve arbeidsovereenkomst: de collectieve arbeidsovereenkomst,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
op de collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. X.
[MvT]
De Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 18e, vierde lid, vervalt.
B. [MvT]
In hoofdstuk V wordt voor artikel 19 een nieuw artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 18q.
Een beschikking op grond van deze wet van de ambtenaar, bedoeld in de
artikelen 18e, eerste lid, en 18n, eerste lid, wordt genomen namens
Onze Minister.
Art. XI.
[MvT]
De Wet arbeid
vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21 wordt "Artikel 71, eerste tot en met vierde lid,"
vervangen door: Artikel 71.
B. [MvT]
Artikel 24 vervalt.
Art. XII.
[MvT]
De Arbeidsomstandighedenwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid, onderdeel l, komt te luiden:
l. vrijwilliger: de persoon die niet bij wijze van beroep arbeid
verricht voor een privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat
niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting dan wel voor een
sportorganisatie en die geen werknemer is in de zin van artikel 2 van de
Wet op de
loonbelasting 1964, met uitzondering van de persoon die arbeid
verricht:
a. ter voorbereiding op beroepsmatige arbeid;
b. in het kader van een taakstraf dan wel in het kader van het voldoen
aan voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging als bedoeld in
artikel 74, tweede lid, onderdeel f, of artikel 77f, eerste lid,
onderdeel b, van het Wetboek
van Strafrecht dan wel in het kader van
deelneming aan een project als bedoeld in artikel 77e van het Wetboek
van Strafrecht;
c. als bedoeld in artikel 16, zesde lid, onderdeel c.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen de woorden "bedrijf"
en "inrichting" worden gebruikt om een plaats aan te duiden,
omvatten deze mede een andere plaats waar arbeid wordt verricht of
pleegt te worden verricht.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de werkgever" vervangen door: de
werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1º.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de
eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de
Ziektewet, en de persoon, bedoeld in artikel
29, tweede lid, onderdeel a,
b en c, van die wet, die laatstelijk tot de eigenrisicodrager in
dienstbetrekking stond, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager
aan die persoon ziekengeld moet betalen.
C. [MvT]
In artikel 12, vierde lid, onderdeel b, wordt "uitoefening van hun
taak" vervangen door: uitoefening van zijn taak.
D. [MvT]
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt na "afgegeven"
ingevoegd: of die als bedrijfsarts is ingeschreven in een erkend
specialistenregister als bedoeld in artikel 14 van de Wet
op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
2. In het elfde lid, eerste zin, wordt "collectieve overeenkomst"
vervangen door "collectieve arbeidsovereenkomst" en wordt
"die overeenkomst" vervangen door: die collectieve
arbeidsovereenkomst.
Da.
In artikel 16, tiende lid, wordt "als bedoeld in" vervangen
door "vastgesteld bij of krachtens" en wordt "bij deze
maatregel" vervangen door: bij of krachtens deze maatregel.
E. [MvT]
In artikel 20, tweede lid, wordt "certificaat in te trekken"
vervangen door: certificaat in te trekken of te schorsen.
F. [MvT]
In artikel 28, tweede lid, wordt "artikel 16, zevende lid"
vervangen door: artikel 16, zevende, achtste en negende lid.
G. [MvT]
Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "4, 5, 8, 9, eerste lid" vervangen
door: 4, eerste lid, 5, 8, 9, eerste en tweede lid.
2. In het tweede lid wordt "bij algemene maatregel van bestuur"
telkens vervangen door: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Art. XIII.
[MvT]
De Wet op
de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, onder 2º, vervalt in de alfabetische rangschikking de
zinsnede "Wet
medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, artikel 11, eerste en tweede lid".
B. [MvT]
In artikel 1, onder 3º, wordt in de zinsnede met betrekking tot de Arbeidsomstandighedenwet
"28, zevende lid" vervangen door: 28,
zesde lid.
Art. XIV.
[MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 7c komt te luiden:
Art. 7c.
-1. De persoon die tot op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 22
december 2005 tot wijziging van enige socialeverzekeringswetten in
verband met de beëindiging van de verzekeringsplicht van in het
buitenland wonende uitkeringsgerechtigden (Stb. 2005, 718) voortgezet
verzekerd was op grond van artikel
27, eerste lid, van het Besluit
uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999,
zoals dat artikellid op die dag luidde, en op die dag nog recht op
kinderbijslag had, behoudt recht op kinderbijslag zolang het jongste
kind voor wie de betrokkene vóór 31 december 1999 recht had op
kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
-2. Het recht op kinderbijslag, bedoeld in het eerste lid, eindigt,
indien hij:
a. niet langer een uitkering, pensioen of toelage ontvangt als bedoeld
in artikel 26, eerste lid, van het
Besluit uitbreiding en beperking
kring verzekerden volksverzekeringen 1999, zoals dat artikellid op 31
december 1999 luidde;
b. buiten Nederland arbeid verricht;
c. een uitkering ontvangt krachtens een buitenlandse wettelijke
regeling; of
d. op grond van deze wet geen recht op kinderbijslag meer bestaat.
B. [MvT]
Aan artikel 11, eerste lid, wordt na "verzekerd is" een
zinsnede toegevoegd, luidende: dan wel voldoet aan de voorwaarden van
artikel 7c.
Art. XV.
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 8b wordt "paragraaf 7.1" vervangen door:
paragrafen
7.1 en 7.3.
B. [MvT]
Het opschrift van artikel 76 komt te luiden:
Toezicht door Onze Minister.
C. [MvT]
In paragraaf 7.2 wordt na artikel 76 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 76a. Toezicht door gemeenten
Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit
van het college aangewezen ambtenaren.
Art. XVI.
[MvT]
In hoofdstuk 6 van de Wet sociale werkvoorziening wordt na
artikel 15 een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 15a.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
Art. XVII.
[MvT]
In artikel 25, veertiende lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen komt de tweede volzin te luiden: Indien het UWV de
beschikking omtrent de toepassing van het negende lid, de beschikking
waarin wordt vastgesteld dat een tekortkoming is hersteld of de
beschikking waarin wordt vastgesteld dat een tekortkoming niet is
hersteld te laat geeft, eindigt het tijdvak zoveel eerder als de
beschikking later is afgegeven.
Art. XVIII.
[MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is
geëindigd omdat de betrokkene minder beschikbaar is voor arbeid dan het
aantal arbeidsuren dat hij heeft verloren, wordt voor de toepassing van
deze wet en de daarop berustende bepalingen die uitkering in aanmerking
genomen alsof die eindiging niet heeft plaatsgevonden.
B. [MvT]
Artikel 8a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Aan onderdeel a wordt toegevoegd: , indien het dagloon,
vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is
berekend lager is dan het minimumloon.
b. In onderdeel b wordt "lager is dan €|54,61" vervangen
door: lager is dan 90% van het minimumloon.
c. In onderdeel c wordt "lager is dan het in artikel
2, derde lid,
onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag"
vervangen door: lager is dan 70% van het minimumloon.
2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde lid tot derde
lid.
C.
In artikel 9, eerste lid, wordt "de
artikelen 2, 8 en 8a"
vervangen door "de artikelen 2 en 8" en wordt "de in
artikel 8 genoemde bedragen" vervangen door: de in de artikelen 2
en 8 genoemde bedragen.
Art. XIX.
[MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 27, achtste, negende en tiende lid, komt te luiden:
-8. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het UWV besluiten
van het opleggen van een maatregel af te zien.
-9. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde
gedraging een boete als bedoeld in artikel 27a
wordt opgelegd.
-10. Het UWV stelt nadere regels met betrekking tot het derde, vierde en
zesde lid.
B. [MvT]
Artikel 47, tweede lid, komt te luiden:
-2. Voor de werknemer:
a. die bij het ontstaan van zijn recht op uitkering zijn arbeidsuren als
bedoeld in artikel 16 niet volledig heeft
verloren; of
b. wiens recht op uitkering gedeeltelijk is geëindigd op grond van
artikel 20;
bedraagt de uitkering het op grond van het eerste lid
vastgestelde percentage van het dagloon, vermenigvuldigd met het aantal
uren recht op uitkering per kalenderweek, gedeeld door het aantal
arbeidsuren in de dienstbetrekking uit hoofde waarvan het recht op
uitkering is ontstaan voorafgaande aan het intreden van het verlies van
arbeidsuren in die dienstbetrekking waarnaar zijn recht is berekend. Het
aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van
arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel
16.
C. [MvT]
Aan hoofdstuk Xb wordt een artikel waarvan de nummering aansluit op het
laatste artikel van dat hoofdstuk toegevoegd, luidende:
Art. #.
Met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt
artikel 27, tiende lid, te luiden:
-10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot het derde, vierde en zesde lid.
Art. XX.
[MvT]
Indien artikel II, onderdeel O en S, van de Wet OM-afdoening in werking
treedt, komt artikel 1, derde lid, onderdeel l, onder b, van de
Arbeidsomstandighedenwet
als volgt te luiden:
b. in het kader van een taakstraf als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht dan wel in het kader van deelneming aan een project als
bedoeld in artikel 77e van het Wetboek
van Strafrecht;.
Art. XXI.
[MvT]
Indien artikel II, onderdeel O en S, van de Wet OM-afdoening in werking
treedt met ingang van een datum gelegen vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, vervallen de artikelen XII, onderdeel A,
onder 1, en XX en komt artikel 1, derde lid, onderdeel l, van de Arbeidsomstandighedenwet
als volgt te luiden:
l. vrijwilliger: de persoon die niet bij wijze van beroep arbeid verricht voor een
privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat niet is onderworpen
aan de vennootschapsbelasting dan wel voor een sportorganisatie en die
geen werknemer is in de zin van artikel 2 van de Wet
op de loonbelasting 1964, met uitzondering van de persoon die arbeid verricht:
a. ter voorbereiding op beroepsmatige arbeid;
b. in het kader van een taakstraf als bedoeld in het Wetboek
van Strafrecht dan wel in het kader van deelneming aan een project als
bedoeld in artikel 77e van het Wetboek
van Strafrecht;
c. als bedoeld in artikel 16, zesde lid, onderdeel c.
Art. XXII.
[MvT]
Artikel 1 van de Kaderwet
SZW-subsidies komt te luiden:
Art. 1.
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of
Onze Minister die belast is met de zorg voor één of meer onderdelen van
het beleid, genoemd in artikel 2.
-2. Deze wet is van toepassing op de verstrekking van subsidie door Onze
Minister, behoudens indien die subsidie wordt verstrekt krachtens een
andere wet.
Art. XXIII.
In artikel 60 van de Ziektewet wordt "wachtgeldfondsen"
vervangen door: sectorfondsen.
Art. XXIV.
[MvT]
Artikel 44, onderdeel B, van de Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen vervalt.
Art. XXIVa.
De Wet op
de bedrijfsorganisatie wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 54, onderdeel a, en artikel 55, eerste lid, wordt "opcenten"
telkens vervangen door: opslagen.
B.
In artikel 55, eerste lid, vervalt "dezelfde grondslag en".
Art. XXIVb.
In de Wet financiering sociale verzekeringen wordt na
artikel 122ab een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 122ac. Overgangsrecht eigen risico dragen WGA-uitkering 2008
De werkgever die in 2005 of 2006 zelf het risico droeg van betaling van
WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk 9 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en die dat risico op enig moment in 2007 niet meer
draagt, krijgt in afwijking van artikel 36 een eenmalige korting op de
basispremie, te berekenen over het loon in 2007 van de tot hem in
dienstbetrekking staande werknemers, die wordt gerelateerd aan het
aantal maanden dat de werkgever in 2006 dit risico droeg. Indien de
werkgever in 2007 reeds een bedrag aan premiekorting heeft ontvangen,
wordt dat bedrag op de korting, bedoeld in de eerste zin, in mindering
gebracht.
Art. XXIVc.
Indien artikel I, onderdeel B, van het bij koninklijke boodschap van 13
december 2006 ingediende voorstel van wet houdende regels tot
bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een
uitkering op grond van de Ziektewet (Kamerstukken II 2005-2006, 30 909,
nr. 2) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking is getreden, wordt artikel 133b
van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen, dat wordt ingevoegd bij eerstgenoemd
voorstel van wet, vernummerd tot artikel 133c.
Art. XXIVd.
Indien dit voorstel van wet, nadat het tot wet is verheven, op een
eerder tijdstip in werking treedt dan artikel I, onderdeel
B, van het
bij koninklijke boodschap van 13 december 2006 ingediende voorstel van wet houdende regels tot
bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een
uitkering op grond van de Ziektewet (Kamerstukken II 2005-2006, 30 909,
nr. 2), wordt in artikel I, onderdeel
B, van dat
laatste voorstel van wet, nadat het tot wet is verheven, "Art.
133b" vervangen door: Art. 133c.
Art. XXV.
[MvT]
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 14 december 2007, Stb. 2007, 552, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2008, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 november 2007
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb
Uitgegeven de eenentwintigste
december 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|