|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008,
30 909.
Handelingen II 2006-2007, blz. ... [vergadering 7 juni 2007]. 4532-4543,
4671-4672.
Kamerstukken I, 2006-2007, 2007-2008, 30 909 (A, B, C, D).
Handelingen I 2007-2008, blz. 414-418, 439-444.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 12 december 2007, Stb.
2007, 553,
houdende regels tot bevordering van de
activering van personen die aanspraak maken op een
uitkering op grond van de Ziektewet.
Inwerkingtreding: 1 januari 2008 (Stb.
2007, 554).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de uitvoering te ondersteunen
bij de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op
grond van de Ziektewet;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Wijziging van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 26, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Ten aanzien van de
verzekerde die op grond van artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, b, c of d, van
de Ziektewet recht heeft op ziekengeld is op het
UWV artikel 25, tweede,
vierde, vijfde, en achtste tot en met zestiende lid, niet van toepassing en
is artikel 25, eerste, derde en zesde lid, van
overeenkomstige toepassing.
Het UWV stelt, binnen een bij ministeriële regeling nader te bepalen
termijn, in overleg met die verzekerde, een plan van aanpak op. Het plan van
aanpak wordt periodiek geëvalueerd. Artikel
30a, derde en vierde lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen is
van overeenkomstige toepassing, waarbij voor "de re-integratievisie"
telkens wordt gelezen: het plan van aanpak.
B. [MvT]
Na artikel 133a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 133c.¹ Overgangsrecht in verband met de inwerkingtreding
van de Wet 12 december 2007, houdende regels tot bevordering van
de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond
van de Ziektewet (Stb. 2007, 553)
Ten aanzien van personen van
wie de eerste dag van de wachttijd is gelegen vóór de
inwerkingtreding van de Wet 12 december 2007,
houdende regels tot bevordering van de activering van personen die
aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet (Stb.
2007, 553), is artikel
26, zoals dat luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van eerstgenoemde
wet, van
toepassing.
1. Redactie:
ingevolge artikel XXIVd van de Verzamelwet
SZW-wetgeving 2008 is "Art. 133b" vervangen door:
Art. 133c.
Art. II.
Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 19 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. Ten aanzien van een
verzekerde die geen werkgever heeft als bedoeld in artikel
9, 10 of 12 wordt
onder ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid verstaan:
ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die bij een soortgelijke
werkgever gewoonlijk kenmerkend voor zijn arbeid zijn. In afwijking van de
eerste zin wordt indien de verzekerde de arbeid gedurende minder dan
één
week heeft verricht en daaraan voorafgaand gedurende ten minste zes
maanden andere arbeid heeft verricht onder ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid verstaan: ongeschiktheid tot het verrichten van
werkzaamheden die gewoonlijk kenmerkend zijn voor de andere arbeid die in
die zes maanden hoofdzakelijk is verricht.
B. [MvT]
Artikel 29 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het zesde tot en met
elfde lid worden vernummerd tot zevende tot en met twaalfde lid.¹
2. Na het vijfde lid wordt
een lid ingevoegd, luidende:
-6. Geen ziekengeld wordt
uitgekeerd voor zover de verzekerde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel
e, artikel 29a of artikel
29b, door toepassing van artikel 629, derde lid,
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek geen recht heeft op loon dan wel
op grond van artikel 76b, tweede lid, geen
recht heeft op bezoldiging.
C. [MvT]
In artikel 29a, zesde lid,
wordt "die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld" vervangen
door: die op grond van het eerste of tweede lid recht heeft op ziekengeld.
D. [MvT]
Aan artikel 30 worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-5. Als passende arbeid als
bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd alle arbeid die voor de
krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding
om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem
kan worden gevergd. Niet als passende arbeid wordt beschouwd arbeid op
grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van
de Wet sociale werkvoorziening.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het begrip
passende arbeid, bedoeld in het eerste en vijfde lid.
E. [MvT]
Artikel 38a komt te luiden:
Art. 38a.
-1. De verzekerde die een
werkgever heeft als bedoeld in de eerste afdeling, paragraaf
3, en
die aanspraak maakt op ziekengeld is in geval van ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede
dag van die ongeschiktheid te melden aan zijn werkgever.
-2. De werkgever meldt na
ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk op de vierde dag
van de
ongeschiktheid tot werken, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens
ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
-3. Indien de werkgever
jegens wie de verzekerde recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek, de melding, bedoeld in het tweede lid,
later doet dan in dat lid is voorgeschreven, wordt het ziekengeld niet
uitbetaald tot de datum van die melding.
-4. Indien de verzekerde na
een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het
verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de werkgever uiterlijk de
tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt is
tot het verrichten van zijn arbeid.
-5. De werkgever meldt na
ontvangst van de in het vierde lid bedoelde melding, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk op de tweede dag na de
hersteldmelding door de verzekerde, de eerste dag waarop die verzekerde
weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
-6. Indien de verzekerde door
toepassing van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek geen recht heeft op loon dan wel op grond van
artikel 76b, tweede lid, onderdeel g, geen recht heeft op bezoldiging, meldt
de werkgever dit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-7. Indien de werkgever de
verplichting, bedoeld in het vijfde of zesde lid, niet of niet behoorlijk
is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem
een boete op van ten hoogste €|454,00. De artikelen
45a, vierde,
vijfde en zevende lid, 45b, 45c,
45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en
45g, eerste, vierde, zesde, achtste en negende lid,
zijn van overeenkomstige
toepassing.
F. [MvT]
Na artikel 38a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 38ab.
-1. Indien de verzekerde die
aanspraak maakt op ziekengeld geen werkgever heeft als bedoeld
in de eerste afdeling, paragraaf 3, is deze in
geval van ongeschiktheid tot
het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede
dag van die ongeschiktheid te melden aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Indien de verzekerde na
een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid, weer geschikt is tot het
verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen uiterlijk de vierde dag ² van die geschiktheid, de eerste
dag waarop hij weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
G. [MvT]
In artikel 45, eerste lid,
onderdeel d, wordt "het voorschrift gegeven in artikel
38a, eerste lid,"
vervangen door: het voorschrift gegeven in artikel
38a, eerste lid, of in
artikel 38ab, eerste lid,.
H. [MvT]
In artikel 72c, tweede lid,
wordt "en 38a, eerste en tweede
lid" vervangen door: 38a, tweede
lid, en 38ab, eerste lid.
I. [MvT]
Na artikel 92 wordt een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 93.
-1. De artikelen 19, vijfde
lid, 29, zesde lid, 30, vijfde en zesde lid, en
38ab zijn niet van toepassing met
betrekking tot het recht op ziekengeld van personen die vóór de dag van
de inwerkingtreding van de Wet 12 december 2007, houdende regels tot
bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een
uitkering op grond van de Ziektewet (Stb.
2007, 553), recht hadden op ziekengeld.
-2. Ten aanzien van personen
die vóór de inwerkingtreding van de Wet 12 december 2007,
houdende regels tot bevordering van de activering van personen die
aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet (Stb.
2007, 553), recht hadden op
ziekengeld zijn met betrekking tot dat recht de artikelen
29a, zesde lid, 38a, 45, eerste lid, en
72c, tweede lid, zoals deze luidden op de dag
vóór de
inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wet van toepassing.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
XIV, onderdeel Aa, van de Verzamelwet sociale
verzekeringen 2007 dient volgens de redactie de tekst van artikel
II, onderdeel B, onder 1, te worden vervangen door "Het zesde tot en met
twaalfde lid worden vernummerd tot zevende tot en met dertiende lid".
2. Volgens de redactie
dient "uiterlijk de vierde dag" te worden vervangen door:
uiterlijk op de vierde dag.
Art.
IIa. Wijziging van de Werkloosheidswet
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 20 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-8. Indien de werknemer recht
heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, en het aantal arbeidsuren in de dienstbetrekking waaruit
het
recht op die uitkering voortvloeit in de kalenderweek voorafgaande
aan de dag van het ontstaan van dat recht, gelet op het arbeidspatroon
in die dienstbetrekking in de vier kalenderweken voorafgaand aan die dag,
geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, eindigt het recht op
uitkering, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor het
gemiddeld aantal arbeidsuren per week dat de werknemer in die
dienstbetrekking arbeid heeft verricht in die vier kalenderweken.
B.
Artikel 27, vierde lid, komt
te luiden:
-4. Indien de persoon,
bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel
d, aanhef en onder 1º, van de Ziektewet, in de periode dat hij in de eerste
dertien weken van zijn
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een uitkering
ontvangt op grond van deze wet een verplichting voortvloeiend
uit artikel 45, eerste lid, van de Ziektewet niet is
nagekomen, weigert het UWV de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of
gedeeltelijk. Deze maatregel
eindigt in ieder geval op het moment dat de persoon niet langer
ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
C.
In artikel 43, derde en
vierde lid, wordt "drie maanden" vervangen door: dertien weken.
Art. III.
Inwerkingtreding [MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 14 december 2007, Stb. 2007, 554, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2008, met uitzondering van artikel IIa,
dat in werking treedt met ingang van 22 december 2007, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
12 december 2007
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de
eenentwintigste december 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|