|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2006-2007, 31 106
Wijziging
van arbeidsongeschiktheidswetten en de Wet
financiering sociale verzekeringen in verband met de verhoging van
de uitkering voor volledig arbeidsongeschikten naar 75% en in verband
met de uitsluiting van de wachttijd in verband met wijziging van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten (Wet verhoging uitkeringshoogte
arbeidsongeschiktheidswetten)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Verhoging van de
uitkeringen van volledig arbeidsongeschikten naar 75% |
| 3 |
De procedure van de
ambtshalve herbeoordeling |
| 4 |
Geen wachttijd bij
toename van de arbeidsongeschiktheid |
| 5 |
Financiële en
economische gevolgen |
| 5.1 |
Verhoging uitkeringen
naar 75% |
| 5.2 |
Verlaging leeftijdsgrens |
| 6 |
Ontvangen commentaren |
| xArtikelsgewijs |
| xxx |
Artikelen
I t/m VI |
Algemeen
1.
Inleiding
In
het Coalitieakkoord is afgesproken om de uitkeringen van volledig
arbeidsongeschikten in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) te verhogen van
70% naar
75%. Deze verhoging van het uitkeringspercentage betekent dat bij volledige
arbeidsongeschiktheid de WAO-uitkering stijgt naar
75% van het (vervolg)dagloon en de WAZ- of Wajong-uitkering naar 75%
van de grondslag. Werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WAO hebben de
verhoging van de WAO-uitkeringen niet kunnen voorzien. Deze
verhoging zal daarom door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV) aan hen worden vergoed. In hoofdstuk 2 wordt nader
ingegaan op de achtergrond en gevolgen van de verhoging van het
uitkeringspercentage.
Daarnaast is in het
Coalitieakkoord afgesproken om de leeftijdsgrens van degenen die - in het kader
van de eenmalige herbeoordelingsoperatie - worden herbeoordeeld met het
op 18 augustus 2004 aangepaste Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten (Stb.
2004, 34 [lees: Stb. 2004, 434, red.]) (hierna: Schattingsbesluit), te verlagen van 50 naar 45 jaar. Daartoe zal het
Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten in die zin worden gewijzigd
dat het "oude" Schattingsbesluit (zoals dat luidde vóór 18
augustus 2004) per 22 februari 2007 weer van toepassing is op de
uitkering van degenen die vóór of op 1 juli 1959 zijn geboren. Als gevolg van die
wijziging dienen arbeidsongeschikten die zijn geboren tussen 1 juli 1954
en 1 juli 1959 te worden herbeoordeeld op basis van het "oude"
Schattingsbesluit. Van deze groep is reeds een deel vóór 22 februari 2007
herbeoordeeld op basis van het aangepaste Schattingsbesluit. In het
onderhavige wetsvoorstel wordt geregeld dat het UWV hen
- met uitzondering
van de volledig arbeidsongeschikten - ambtshalve zal herbeoordelen
op basis van het "oude" Schattingsbesluit. Deze ambtshalve
herbeoordeling wordt uitgevoerd met de meest recente rblz.|2|
(medische) gegevens uit het
dossier van de betrokkene waarover het UWV beschikt, tenzij de
betrokkene om een nieuwe medische keuring verzoekt, en heeft
terugwerkende kracht tot en met 22 februari 2007. In hoofdstuk
3 zal meer
uitgebreid worden ingegaan op de procedure die het UWV zal volgen bij de
ambtshalve herbeoordeling.
De ambtshalve herbeoordeling
kan ertoe leiden dat het arbeidsongeschiktheidspercentage per 22 februari 2007 is
toegenomen. Dit kan betekenen dat de betrokkene in een
hogere arbeidsongeschiktheidsklasse moet worden ingedeeld of dat
diens uitkering moet worden heropend. Dat gebeurt echter niet zonder meer: de
arbeidsongeschiktheidswetten
kennen namelijk
verschillende wachttijden. Om te waarborgen dat de uitkering na de ambtshalve
herbeoordeling (met terugwerkende kracht) per 22 februari 2007 kan
worden verhoogd of heropend, wordt in het onderhavige wetsvoorstel
geregeld dat er geen wachttijd geldt voor degenen van wie het
arbeidsongeschiktheidspercentage is toegenomen als gevolg van die
ambtshalve herbeoordeling. In hoofdstuk 4 zal dit nader worden
toegelicht.
2. Verhoging van de
uitkeringen van volledig arbeidsongeschikten naar 75%
In artikel 126 van de
Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is geregeld dat de
uitkering voor duurzaam volledig arbeidsongeschikten bij koninklijk besluit kan
worden verhoogd naar 75% van het maandloon. Aan deze
verhoging kan desgewenst terugwerkende kracht worden verleend. In de toelichting op de Wet WIA
[lees: memorie van toelichting bij de Wet WIA,
red.] is - naar aanleiding van
het Najaarsakkoord van 5
november 2004 - aangegeven dat van deze bevoegdheid gebruik zal
worden gemaakt als in 2006 de instroom in de inkomensverzekering voor
volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) beperkt zal blijven
tot 25 000 personen en als CAO-partijen de bovenwettelijke aanvullingen
over de eerste twee ziektejaren zullen beperken tot 170% van het
loon. Omdat aan beide voorwaarden in voldoende mate was voldaan,
heeft de regering van haar bevoegdheid gebruik gemaakt en de
IVA-uitkeringen met terugwerkende kracht tot en met 29 december 2005 (de
datum van inwerkingtreding van de Wet WIA) verhoogd naar 75% van het
maandloon.
In het Coalitieakkoord is
afgesproken dat ook de uitkering van volledig arbeidsongeschikten in de WAO,
Wajong en WAZ zal worden verhoogd van 70% naar 75%. Voor
volledig arbeidsongeschikten met een WAZ- of Wajong-uitkering betekent
dit dat hun uitkering zal worden verhoogd naar 75% van de grondslag. En
voor volledig arbeidsongeschikten met een de WAO-uitkering betekent dit
dat hun uitkering zal worden verhoogd naar 75% van het
(vervolg)dagloon. Deze verhoging van de uitkeringen gaat op 1 juli 2007 in, zoals in de
brief van 5 april 2007 is aangegeven (Kamerstukken II 2006-2007, 28 333, nr. 82).
Dit is de eerste datum waarop het UWV de hogere uitkeringen kan
betalen. Vooruitlopend op de wetswijziging is het UWV verzocht om daartoe
reeds over te gaan. Met het onderhavige wetsvoorstel wordt daarvoor
een wettelijke basis gegeven doordat aan de verhoging terugwerkende
kracht wordt verleend tot en met 1 juli 2007. Het UWV informeert betrokkenen
over mogelijke gevolgen voor inkomensafhankelijke regelingen.
De verhoging van de
uitkering geldt uiteraard ook voor degene die een WAO-uitkering ontvangt van
een werkgever die eigenrisicodrager is. Deze eigenrisicodragers hebben
niet kunnen voorzien dat de uitkering zou worden verhoogd. De
verhoging van de uitkering zal daarom niet ten laste van de eigenrisicodragers
worden gebracht. In die gevallen waarin de eigenrisicodrager zelf de
uitkeringen betaalt, zal hij wel de volledige uitkering rblz.|3|
moeten betalen
aan de
werknemer. Het bedrag waarmee de uitkering op grond van het onderhavige
wetsvoorstel is verhoogd, komt echter voor rekening van het UWV. Het UWV zal deze eigenrisicodragers jaarlijks
ambtshalve een bedrag ineens
verstrekken. Ook als het UWV de uitkering voor een eigenrisicodrager
betaalt, komt de verhoging van de uitkering voor rekening van het UWV.
Dit is overigens een aflopende situatie, omdat de WAO geen instroom meer
kent en de eigenrisicoperiode beperkt is tot vijf jaar. In alle
situaties, dus ook ingeval het UWV een uitkering verstrekt aan een WAO-gerechtigde van
een niet-eigenrisicodrager, komt het bedrag waarmee de uitkering
is verhoogd ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Aan dit fonds dragen
alle werkgevers bij via de basispremie. De verhoging
van een uitkering wordt dus niet doorbelast aan een individuele
werkgever.
3. De procedure van de
ambtshalve herbeoordeling
Het UWV
zal degenen die
tussen 1 juli 1954 en 1 juli 1959 zijn geboren en die vóór 22 februari 2007 op
basis van het aangepaste Schattingsbesluit zijn geschat naar een
arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 80%, ambtshalve
herbeoordelen. Ook degenen van wie de uitkering na de herbeoordeling gelijk is
gebleven of is verhoogd, worden dus ambtshalve herbeoordeeld. Daarmee wordt
uitvoering gegeven aan de motie van het lid Heerts c.s. over het WAO-stelsel (Kamerstukken
II 2006-2007, 28 333, nr. 89). Het UWV zal daarbij een
procedure volgen die de betrokkenen zo min mogelijk belast. Zij
behoeven geen enkele actie te ondernemen, tenzij zij dat zelf wensen.
Het
UWV zal als volgt te
werk gaan. Degenen die tot de voornoemde doelgroep behoren (ongeveer
23 000 personen), zullen individueel een brief ontvangen waarin staat
dat - vanwege het Coalitieakkoord - hun arbeidsongeschiktheidspercentage
opnieuw zal worden vastgesteld per 22 februari 2007. Daarvan
zal alleen worden afgezien als de betrokkene expliciet aan het UWV meldt
dat hij geen prijs stelt op een nieuwe vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage. Verder wordt in de
brief medegedeeld dat deze
nieuwe vaststelling kan leiden tot een hogere uitkering dan wel tot heropening van de uitkering per 22 februari 2007.
Voorts wordt in de brief
aangegeven dat de nieuwe vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage
geschiedt met de meest recente (medische) gegevens uit het dossier van
de betrokkene waarover het UWV beschikt. De betrokkene kan,
als hij dat wenst, echter ook om een nieuw medisch onderzoek verzoeken.
In dat geval volgt een oproep voor een gesprek met de
verzekeringsarts. Daarna vindt in de meeste gevallen nog een arbeidskundig onderzoek
plaats. In beide gevallen (enkel dossieronderzoek of nieuw medisch en
arbeidskundig onderzoek) zullen de betrokken personen worden
geïnformeerd over het resultaat van de ambtshalve herbeoordeling.
4. Geen wachttijd bij
toename van de arbeidsongeschiktheid
De ambtshalve herbeoordeling
kan leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Als
de betrokkene daardoor in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse
wordt ingedeeld, heeft hij aanspraak op een hogere uitkering. Die
aanspraak ontstaat echter veelal niet direct, omdat daarvoor een wachttijd van
vier, 52 of 104 weken kan gelden. Evenzo geldt dat een eerder ingetrokken
uitkering niet zonder meer wordt heropend, ook al is na de ambtshalve
herbeoordeling de mate van arbeidsongeschiktheid toegenomen tot ten minste 15
of 25 procent.
rblz.|4|
De regering vindt het
wenselijk dat de eventuele verhoging of heropening van de uitkering met
terugwerkende kracht ingaat op 22 februari 2007. Dat is immers de datum waarop
het voornemen om tot aanpassing van de uitkeringen te komen door
de regering tot programma werd verheven. Om dit te bewerkstellingen, wordt in
het onderhavige wetsvoorstel geregeld
dat er geen wachttijd geldt
ingeval de toegenomen arbeidsongeschiktheid een gevolg is van de in het vorige
hoofdstuk beschreven ambtshalve herbeoordeling. Ingeval de
betrokkene om een medisch onderzoek heeft verzocht, kan het zich
voordoen dat de mate van arbeidsongeschiktheid mede is toegenomen door een
verslechtering van de gezondheidstoestand. In theorie zou een deel van
de toegenomen arbeidsongeschiktheid moeten worden toegeschreven
aan de wijziging van het Schattingsbesluit en het
andere deel aan de verslechterde gezondheidstoestand. Dit zou meebrengen dat de
uitkering tweemaal moet worden verhoogd: per 22 februari
2007 en vervolgens na een bepaalde wachttijd. Omwille van de eenvoud en
duidelijkheid voor zowel de betrokkene als de uitvoering prevaleert in
dit geval de meest gunstige bepaling, zodat er geen wachttijd geldt.
5. Financiële en
economische gevolgen
5.1. Verhoging uitkeringen
naar 75%
Het onderhavige wetsvoorstel
regelt de verhoging van het uitkeringsniveau voor volledig (80-100%)
arbeidsongeschikten in de WAO,
WAZ
en Wajong
van 70% van de
uitkeringsgrondslag naar 75% van de uitkeringsgrondslag. Volledig arbeidsongeschikten
in de WAO ontvangen een bruto-uitkeringsverhoging van 5 procentpunt van hun dagloon of vervolgdagloon.
Gemiddeld genomen is dit
gelijk aan een brutobedrag op jaarbasis van bijna €|1100,-.
Volledig arbeidsongeschikten
in de WAZ ontvangen een bruto-uitkeringsverhoging van 5 procentpunt van (maximaal)
het wettelijk minimumloon. Gemiddeld genomen is dit
gelijk aan een brutobedrag op jaarbasis van iets minder dan €|800,-.
Volledig arbeidsongeschikten
in de Wajong ontvangen een bruto-uitkeringsverhoging van 5 procentpunt van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Gemiddeld genomen is dit
gelijk aan een brutobedrag op jaarbasis van ruim €|800,-.
Per 1 juli 2007 zijn er
bijna 585 000 volledig arbeidsongeschikten: ruim 400 000 in de WAO, ruim 155
000 in de Wajong en bijna 30 000 in de WAZ. Het aantal volledig
arbeidsongeschikten in WAO en WAZ daalt omdat in deze regelingen geen nieuwe
instroom meer plaatsvindt. Het aantal volledig arbeidsongeschikten
in de Wajong stijgt echter. De aantallen personen die een
uitkeringsverhoging krijgen, staan in tabel 1.
Tabel
1. Aantallen volledig
arbeidsongeschikten gemiddeld per jaar (aantal uitkeringen x 1000):
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
| WAO
|
400xx |
365xx |
333xx |
303xx |
273xx |
242xx |
| WAZ
|
28xx |
25xx |
21xx |
18xx |
14xx |
11xx |
| Wajong
|
155xx |
159xx |
163xx |
167xx |
171xx |
175xx |
| Totaal |
583xx |
549xx |
517xx |
488xx |
458xx |
428xx |
De brutokosten van de
uitkeringsverhoging, inclusief de geraamde uitvoeringskosten, staan
vermeld in tabel 2. De kosten in 2007 zijn beperkter dan in de latere
jaren omdat de uitkeringsverhoging ingaat per 1 juli van dat jaar.
rblz.|5|
Tabel 2. Brutokosten
uitkeringsverhoging inclusief uitvoeringskosten (extra uitkeringslasten,
inclusief uitvoeringskosten, x €|1 mln):
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
| WAO
|
215xx |
393xx |
356xx |
321xx |
285xx |
250xx |
| WAZ
|
10xx |
18xx |
15xx |
12xx |
10xx |
9xx |
| Wajong
|
64xx |
131xx |
134xx |
138xx |
141xx |
144xx |
| Totaal
bruto-intensivering |
289xx |
542xx |
505xx |
471xx |
436xx |
403xx |
De nettokosten van de
uitkeringsverhoging vallen lager uit omdat er elders besparingen optreden
vanwege het inkomensafhankelijke karakter van verschillende
aanvullingen op de uitkering. Er is sprake van de volgende besparingen:
- De hogere
arbeidsongeschiktheidsuitkering kan tot een lagere toeslag ingevolge de Toeslagenwet
leiden. Dit komt voor bij mensen die tegen een relatief laag loon in
deeltijd werkten en bij zelfstandigen met een winstinkomen onder het
wettelijk minimumloon.
- De hogere
arbeidsongeschiktheidsuitkering kan tot een afbouw van het kopje ingevolge de
kopjesregeling leiden. Dit komt met name voor bij alleenstaanden in de Wajong.
De financiële omvang van
bovengenoemde (voor het UWV relevante) besparingen bedraagt ruim 15% van de
totale intensivering. De nettokosten van de uitkeringsverhoging,
inclusief de geraamde uitvoeringskosten, staan vermeld in tabel
3.
Tabel
3. Nettokosten
uitkeringsverhoging inclusief uitvoeringskosten (x €|1
mln):
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
| Totaal
bruto-intensivering |
289xx |
542xx |
505xx |
471xx |
436xx |
403xx |
| Besparingen
kopjes/TW |
45xx |
85xx |
79xx |
74xx |
68xx |
63xx |
| Totaal
netto-intensivering |
244xx |
457xx |
426xx |
397xx |
368xx |
340xx |
5.2. Verlaging leeftijdsgrens
De financiële gevolgen van
de verlaging van de leeftijdsgrens in het kader van de
herbeoordelingsoperatie zijn reeds vermeld in de toelichting op de wijziging
van het Schattingsbesluit, waarbij werd bepaald dat het "oude" Schattingsbesluit (zoals dat
luidde vóór 18 augustus 2004) per 22 februari 2007 weer van toepassing is
op de uitkering van degenen die vóór of op 1 juli 1959 zijn geboren.
6. Ontvangen commentaren
Het UWV
en de Inspectie Werk
en Inkomen (IWI) hebben een concept van het onderhavige wetsvoorstel
beoordeeld vanuit een oogpunt van respectievelijk uitvoerbaarheid en
toezichtbaarheid. De IWI voorziet geen problemen bij de
toezichtbaarheid van de voorgenomen wijzigingen. De hoofdconclusie van het
UWV
is dat de voorstellen goed uitvoerbaar zijn. Het UWV zal het
uitkeringspercentage voor volledig arbeidsongeschikten per 1 juli 2007 verhogen van
70% naar 75%. Op de daarbij gevoegde uitkeringsspecificatie zal
een bezwaarclausule worden afgedrukt op basis waarvan bezwaar kan worden
gemaakt tegen de verhoging of de gevolgen daarvan, zoals het
verlagen of intrekken van het kopje of de toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het UWV stelt voor om de verhoging
rblz.|6|
die door
eigenrisicodragers wordt betaald jaarlijks ambtshalve te vergoeden. Dit voorstel van
het UWV is overgenomen. Voorts geeft het UWV aan dat de ambtshalve
herbeoordeling van de herbeoordeelden van 45 jaar of ouder, in juni
2007 kan worden gestart. Het UWV stelt voor om voor deze ambtshalve
herbeoordeling specifieke bepalingen in de wettekst op te nemen die
regelen dat geen wachttijd geldt voor verhoging of heropening van de uitkering. De door het UWV voorgestelde tekst is in
het onderhavige wetsvoorstel
overgenomen.
Artikelsgewijs
Artikelen I,
onderdeel A en
B,
II, onderdeel A, III, onderdeel
A, IV,
onderdeel A en
G
In de
artikelen II,
onderdeel A, III, onderdeel A, en IV, onderdeel
A, wordt de verhoging geregeld van de WAZ-,
Wajong en WAO-uitkeringen voor volledig arbeidsongeschikten
met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2007 (zie hoofdstuk
2 van
het algemeen deel van deze memorie van toelichting). In artikel I, onderdeel
B, wordt artikel 117, zesde lid, van de
Wet financiering sociale
verzekeringen (Wfsv) zodanig aangepast dat de WAO-uitkering, voor
zover
deze als gevolg van de inwerkingtreding artikel IV, onderdeel
A, is verhoogd
en de over dat deel van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van enige wet
verschuldigde premies of vergoedingen op grond van
artikel 46 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) die daarop niet in mindering
kunnen worden gebracht, niet ten laste komt van de - door middel van
de gedifferentieerde premie gefinancierde - Arbeidsongeschiktheidskas.
Als gevolg hiervan komt dat deel van de WAO-uitkering automatisch
ten laste van het Aof. In artikel IV, onderdeel G, wordt geregeld dat de
eigenrisicodrager dat deel van de WAO-uitkering en de daarover verschuldigde
premies en vergoedingen op grond van artikel 46 van de
Zvw, door
het UWV vergoed krijgt. Door middel van de wijziging van artikel
115,
eerste lid, van de Wfsv opgenomen in artikel I, onderdeel
A, wordt geregeld
dat hetgeen de eigenrisicodrager aldus van het UWV ontvangt eveneens ten laste komt van het Aof. Deze wijzigingen
werken terug tot en met 1
juli 2007.
Artikel I, onderdeel C
Dit betreft een louter
technische wijziging van artikel 117 van de
Wfsv, die samenhangt met het
vervallen van artikel 117, zesde lid, onderdeel
e, op grond van artikel I,
onderdeel N, onder 4, van het bij koninklijke boodschap van 21 mei 2007 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Wet financiering
sociale verzekeringen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om eigenrisicodrager
te worden voor de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in
het kader van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen, het afschaffen van de
premiedifferentiatie voor de Arbeidsongeschiktheidskas en enige andere wijzigingen
(Kamerstukken 31 050).
Artikelen II,
onderdeel B tot
en met E, III,
onderdeel B
tot en met E, IV,
onderdeel B tot
en met F
De artikelen II, onderdeel E,
III, onderdeel E, en IV, onderdeel B, voegen in de artikelen
35 van de WAZ,
28 van de Wajong en 34 van de
WAO een lid in. Dat lid regelt dat het UWV
de personen die na 1 juli 1954 maar vóór rblz.|7|
2 juli 1959 zijn geboren,
dus de per 1 juli 2004 45- tot 50-jarigen, en die vóór 22 februari 2007 al
zijn herbeoordeeld op grond van respectievelijk de artikelen 35, vijfde lid,
van de WAZ, 28, vijfde lid, van de
Wajong of 34, vierde lid, van de
WAO nogmaals herbeoordeelt. Het UWV beziet of er per 22 februari 2007 als gevolg
van de verlaging van de leeftijdsgrens voor de toepasselijkheid van het
aangepaste Schattingsbesluit gronden zijn voor
herziening, heropening of intrekking van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering. De nieuwe herbeoordeling per 22 februari 2007 vindt
plaats op basis van het Schattingsbesluit zoals dat gold vóór het
wijzigingsbesluit van 18 augustus 2004, dat op 1 oktober 2004 in werking is getreden.
De verwachting is dat die herbeoordeling in het algemeen niet zal leiden
tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Omdat niet uit te sluiten
valt dat in een enkel geval een niet-medische beoordeling tot een lagere
mate van arbeidsongeschiktheid leidt, is expliciet geregeld dat dit geen gevolgen heeft voor de hoogte van
de uitkering. De betrokken
arbeidsongeschikten kunnen ook om een nieuwe medische beoordeling
verzoeken, bijvoorbeeld omdat hun gezondheidstoestand is
verslechterd. Ook in dat geval zal de mate van arbeidsongeschiktheid in de
regel toenemen. Het kan zich in een uitzonderlijk geval echter voordoen dat de
mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen. Daarom is in deze
tekst naast de woorden "herziening, heropening" ook "intrekking"
toegevoegd. Als er aanleiding is voor een intrekking of herziening in verband met
een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, dan zullen daaraan geen
consequenties per 22 februari 2007 worden verbonden. De herziening of
intrekking vindt dan plaats per een toekomstige datum na aanzegging van de
geduide functies en een uitlooptermijn, dus conform de ter zake
geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. De herbeoordeling vindt niet
plaats als personen op 22 februari 2007 reeds in de hoogste
arbeidsongeschiktheidsklasse (80% tot 100%) waren ingedeeld.
In de
artikelen II,
onderdeel B, III, onderdeel B, en IV, onderdeel
C, wordt geregeld dat in de artikelen
15 van de WAZ, 14 van de
Wajong en 39 van de
WAO een nieuw lid wordt
opgenomen. Hiermee wordt bewerkstelligd dat een herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt per 22 februari 2007 indien
toename van de mate van arbeidsongeschiktheid het gevolg is van
bovengenoemde herbeoordeling door het UWV op grond van respectievelijk
het nieuwe artikel 35, zesde lid, van de WAZ,
28, zesde lid, van de Wajong of
34, vijfde lid, van de WAO. Er geldt dan dus geen wachttijd (zie ook
hoofdstuk 4 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting). In
verband met deze wijziging worden in de artikelen II, onderdeel
C,
III, onderdeel C, en IV, onderdeel D en
F, de artikelen 16 van de
WAZ, 15
van de Wajong, 39a,
47a en 47b
van de WAO technisch aangepast. In de
artikelen II, onderdeel D, III, onderdeel D, en
IV, onderdeel E, wordt geregeld
dat in de gevallen waarin de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken in verband
met het niet langer arbeidsongeschikt zijn van de betrokkene, de
uitkering zonder wachttijd heropend wordt per 22 februari 2007
indien het weer arbeidsongeschikt worden het gevolg is van bovengenoemde
herbeoordeling door het UWV op grond van respectievelijk het
nieuwe 35, zesde lid, van de WAZ,
28, zesde lid, van de Wajong of
34, vijfde
lid, van de WAO. Deze wijzigingen werken terug tot en met 22 februari 2007.
Artikel VI
Op grond van aanwijzing 184,
tweede lid, van de Aanwijzingen voor de
regelgeving behoeft een
wijzigingsregeling slechts in bijzondere gevallen rblz.|8|
een citeertitel. Omdat in de
voorgestelde artikelen 117, zesde lid, onderdeel
f, van de Wfsv en 91e
van de WAO de onderhavige wijzigingwet wordt aangehaald, is besloten een
citeertitel te geven.
De minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
|
|