|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008,
30 938.
Handelingen II 2007-2008, blz. 303-319, 641-641.
Kamerstukken I 2007-2008, 30 938 (A, B, C, D, E, F, G, H, I).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1210-1248, 1252-1253.
WET van 22 mei 2008, Stb.
2008, 180, tot aanpassing van een aantal wetten
met het oog op de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening
alsmede regeling van overgangsrecht (Invoeringswet Wet ruimtelijke
ordening). Inwerkingtreding: 1 juli 2008 (Stb.
2008, 227).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
ter bevordering van een goede inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening
wenselijk is een aantal wetten
aan te passen, de Wet ruimtelijke ordening op onderdelen aan te vullen,
waaronder het hoofdstuk over intergemeentelijke samenwerking in
stedelijke gebieden, de vestigingsgrondslagen van het voorkeursrecht in
de Wet
voorkeursrecht gemeenten te vereenvoudigen, alsmede te voorzien in
overgangsregels;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
IV
Justitie
Art.
4.1.
Onderdeel C, onder 1 en 2, van de bijlage
bij de Algemene wet bestuursrecht komt als volgt te luiden:
1. Onteigeningswet.
2. Artikel 2.1, artikel 2.2, artikel 2.3, artikel 3.7, artikel 3.30,
eerste lid, aanhef, artikel 3.33, eerste lid, aanhef, artikel 3.35,
eerste lid, aanhef, artikel 4.1, vijfde lid, artikel 4.2, eerste lid,
voor zover niet begrepen onder artikel 8.2, eerste lid, onderdeel f,
artikel 4.2, derde lid, artikel 4.3, vierde lid, artikel 4.4, eerste
lid, onderdeel a, voor zover niet begrepen onder artikel 8.2,
eerste lid, onderdeel f, en onderdeel b en c,
artikel 4.4, derde lid, artikel 6.15, eerste lid, voor zover de
herziening uitsluitend betrekking heeft op onderdelen, bedoeld in het
derde lid, artikel 7.6, eerste lid, en artikel 7.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
HOOFDSTUK
X
Slotbepalingen
Art.
10.2.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 16 juni 2008, Stb. 2008, 227, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2008, red.
Art.
10.3.
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 mei 2008
BEATRIX
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer
Uitgegeven de derde
juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|