St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

INVOERINGSWET  WET  RUIMTELIJKE  ORDENING  (IWro)

Versie 22 mei 2008

(Recente versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008, 30 938.
Handelingen II 2007-2008, blz. 303-319, 641-641.
Kamerstukken I 2007-2008, 30 938 (A, B, C, D, E, F, G, H, I).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1210-1248, 1252-1253.

 

 

WET van 22 mei 2008, Stb. 2008, 180, tot aanpassing van een aantal wetten met het oog op de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening alsmede regeling van overgangsrecht (Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening). Inwerkingtreding: 1 juli 2008 (Stb. 2008, 227).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van een goede inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening wenselijk is een aantal wetten aan te passen, de Wet ruimtelijke ordening op onderdelen aan te vullen, waaronder het hoofdstuk over intergemeentelijke samenwerking in stedelijke gebieden, de vestigingsgrondslagen van het voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten te vereenvoudigen, alsmede te voorzien in overgangsregels;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  IV

Justitie

 

Art. 4.1.
Onderdeel C, onder 1 en 2, van de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht komt als volgt te luiden:
1. Onteigeningswet.
2. Artikel 2.1, artikel 2.2, artikel 2.3, artikel 3.7, artikel 3.30, eerste lid, aanhef, artikel 3.33, eerste lid, aanhef, artikel 3.35, eerste lid, aanhef, artikel 4.1, vijfde lid, artikel 4.2, eerste lid, voor zover niet begrepen onder artikel 8.2, eerste lid, onderdeel f, artikel 4.2, derde lid, artikel 4.3, vierde lid, artikel 4.4, eerste lid, onderdeel a, voor zover niet begrepen onder artikel 8.2, eerste lid, onderdeel f, en onderdeel b en c, artikel 4.4, derde lid, artikel 6.15, eerste lid, voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op onderdelen, bedoeld in het derde lid, artikel 7.6, eerste lid, en artikel 7.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.

 

 

HOOFDSTUK  X

Slotbepalingen

 

Art. 10.2.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹

1. Bij Besluit van 16 juni 2008, Stb. 2008, 227, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2008, red.

 

Art. 10.3.
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 mei 2008

 

BEATRIX

 

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer

 

Uitgegeven de derde juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x