St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  ENIGE  WETTEN  OM  KOSTENVERHAAL  RE-INTEGRATIEMAATREGELEN  TE  VERGEMAKKELIJKEN

Versie 22 mei 2008

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008, 31 087.
Handelingen II 2007-2008, blz. 2339-2339.
Kamerstukken I 2007-2008, 31 087 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1251-1252.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 22 mei 2008, Stb. 2008, 199, tot wijziging van enige wetten teneinde het verhaal van kosten van re-integratiemaatregelen te vergemakkelijken. Inwerkingtreding: 13 juni 2008.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het verhaal te vergemakkelijken van kosten van door (overheids)werkgevers en het UWV verplicht genomen maatregelen tot re-integratie van een gekwetste tijdens diens ziekte of arbeidsongeschiktheid;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek  [MvT]
In artikel 107a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-3. De in het tweede lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door de werkgever gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 658a van Boek 7 bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.

 

Art. II. Wijziging van de Verhaalswet ongevallen ambtenaren  [MvT]
De Verhaalswet ongevallen ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 3 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:
Art. 3a.
De in artikel 2 bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het verhalend lichaam gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 76e van de Ziektewet dan wel in naar aard en strekking daarmee overeenkomende bepalingen van de op de ambtenaar van toepassing zijnde rechtspositieregeling bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de getroffene ten dienste zou hebben gestaan.
Art. 3b. Overgangsbepaling in verband met artikel 3a
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 3a bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 3a. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

 

Art. III. Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen  [MvT + bis]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT + bis]
Aan artikel 69 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
B.
[MvT + bis]
Na artikel 101b wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 101c. Overgangsrecht in verband met artikel 69, derde lid
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 69, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 69, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

 

Art. IV. Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten  [MvT + bis]
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT + bis]
Aan artikel 61 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke en de aansprakelijke jegens de ingezetene die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, zijn eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de jonggehandicapte, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de jonggehandicapte ten dienste zou hebben gestaan.
B.
[MvT + bis]
Artikel 76 komt te luiden:
Art. 76. Overgangsbepaling in verband met artikel 61, derde lid
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 61, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 61, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

 

Art. V. Wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering  [MvT + bis]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT + bis]
Aan artikel 90 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop rustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
B.
[MvT + bis]
Na artikel 91d ¹ wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 91e
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 90, vierde lid, bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 90, vierde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

1. Gelet op het bepaalde in artikel IV, onderdeel G, van de Wet verhoging uitkeringshoogte arbeidsongeschiktheidswetten dient volgens de redactie "artikel 91d" te worden vervangen door "artikel 91e" en "Art. 91e" door: Art. 91f.

 

Art. VI. Wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen  [MvT + bis]
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT + bis]
Aan artikel 99 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke en de aansprakelijke jegens de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking zijn eveneens verplicht tot vergoeding van de door het UWV of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet of de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking, die op het UWV of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de persoon die recht heeft op een uitkering of voorziening op grond van deze wet ten dienste zou hebben gestaan.
B.
[MvT + bis]
In artikel 100, eerste lid, wordt "de persoon die recht heeft op een uitkering" vervangen door "de persoon die recht heeft op een uitkering of voorziening" en wordt "als de verzekerde jegens wie" vervangen door: als de persoon jegens wie.
C.
[MvT + bis]
Artikel 128 komt te luiden:
Art. 128. Overgangsrecht in verband met artikel 99, vierde lid
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 99, vierde lid, bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 99, vierde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

 

Art. VII. Wijziging van de Ziektewet  [MvT + bis]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT + bis]
Aan artikel 52a wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
B.
[MvT + bis]
Na artikel 92 ¹ wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 93
In gedingen aangevangen vóór het van toepassing worden van artikel 52a, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van één van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 52a, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

1. Gelet op het bepaalde in artikel II, onderdeel I, van de Wet van 12 december 2007, houdende regels tot bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet  (Stb. 2007, 553), dient volgens de redactie "artikel 92" te worden vervangen door "artikel 93" en "Art. 93" door: Art. 94.

 

Art. VIII. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 mei 2008

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst

 

Uitgegeven de twaalfde juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x