|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008,
30 980.
Handelingen II 2007-2008, blz. 3041-3041.
Kamerstukken I 2007-2008, 30 980 (A, B, C, D).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1258-1258.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 mei 2008, Stb.
2008, 200, tot aanvulling van de Algemene wet
bestuursrecht met een regeling over samenhangende besluiten (Wet
samenhangende besluiten Awb). Inwerkingtreding: 1 juli 2008 (Stb.
2008, 238).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om in de Algemene wet
bestuursrecht regels op te nemen met betrekking tot het verschaffen
van informatie over samenhangende besluiten en coördinatie van de
voorbereiding en het nemen van die besluiten alsmede van de
rechtsbescherming tegen die besluiten;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I.
De Algemene wet bestuursrecht wordt
gewijzigd als volgt:
A.
Na afdeling 3.4 wordt een afdeling
ingevoegd, luidende:
AFDELING 3.5. Samenhangende
besluiten
§ 3.5.1.
Algemeen [MvT]
Art. 3:19. [MvT]
Deze afdeling is van toepassing op besluiten die nodig zijn om een
bepaalde activiteit te mogen verrichten en op besluiten die strekken tot
het vaststellen van een financiële aanspraak met het oog op die
activiteit.
§ 3.5.2.
Informatie [MvT]
Art. 3:20. [MvT]
-1. Het bestuursorgaan bevordert dat een aanvrager in kennis wordt
gesteld van andere op aanvraag te nemen besluiten waarvan het
bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn voor de
door de aanvrager te verrichten activiteit.
-2. Bij de kennisgeving wordt per besluit in ieder geval vermeld:
a. naam en adres van het bestuursorgaan bevoegd tot het nemen
van het besluit;
b. krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt
genomen.
§ 3.5.3.
Coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming [MvT]
Art. 3:21. [MvT]
-1. Deze paragraaf is van toepassing op besluiten ten aanzien waarvan
dit is bepaald:
a. bij wettelijk voorschrift; of
b. bij besluit van de tot het nemen van die besluiten bevoegde
bestuursorganen.
-2. Deze paragraaf is niet van toepassing op besluiten als bedoeld in artikel
4:21, tweede lid, of ten aanzien waarvan bij of krachtens wettelijk
voorschrift een periode is vastgesteld na afloop waarvan wordt beslist
op aanvragen die in die periode zijn ingediend.
Art. 3:22. [MvT]
Bij of krachtens het in artikel 3:21,
eerste lid, onderdeel a, bedoelde wettelijk voorschrift of bij
het in artikel 3:21, eerste lid, onderdeel
b, bedoelde besluit wordt één van de betrokken bestuursorganen
aangewezen als coördinerend bestuursorgaan.
Art. 3:23. [MvT]
-1. Het coördinerend bestuursorgaan bevordert een doelmatige en
samenhangende besluitvorming, waarbij de bestuursorganen bij de
beoordeling van de aanvragen in ieder geval rekening houden met de
onderlinge samenhang daartussen en tevens letten op de samenhang tussen
de te nemen besluiten.
-2. De andere betrokken bestuursorganen verlenen de medewerking die voor
het welslagen van een doelmatige en samenhangende besluitvorming nodig
is.
Art. 3:24. [MvT]
-1. De besluiten worden zoveel mogelijk gelijktijdig aangevraagd, met
dien verstande dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan
zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag.
-2. De aanvragen worden ingediend bij het coördinerend bestuursorgaan.
Het coördinerend bestuursorgaan zendt terstond na ontvangst van de
aanvragen een afschrift daarvan aan de bevoegde bestuursorganen.
-3. Indien een aanvraag voor één van de besluiten ontbreekt, stelt het
coördinerend bestuursorgaan de aanvrager in de gelegenheid de
ontbrekende aanvraag binnen een door het coördinerend bestuursorgaan te
bepalen termijn in te dienen. Indien de ontbrekende aanvraag niet tijdig
wordt ingediend, is het coördinerend bestuursorgaan bevoegd om deze
paragraaf ten aanzien van bepaalde besluiten buiten toepassing te laten.
In dat geval wordt voor de toepassing van bij wettelijk voorschrift
geregelde termijnen het tijdstip waarop tot het buiten toepassing laten
wordt beslist, gelijkgesteld met het tijdstip van ontvangst van de
aanvraag.
-4. Bij het in artikel 3:21, eerste lid,
onderdeel a, bedoelde wettelijk voorschrift kan worden bepaald
dat de aanvraag voor een besluit niet wordt behandeld indien niet tevens
de aanvraag voor een ander besluit is ingediend.
Art. 3:25. [MvT]
Onverminderd artikel 3:24, derde en vierde
lid, vangt de termijn voor het nemen van de besluiten aan met ingang van
de dag waarop de laatste aanvraag is ontvangen.
Art. 3:26. [MvT]
-1. Indien op de voorbereiding van één van de besluiten afdeling
3.4 van toepassing is, is die afdeling van toepassing op de
voorbereiding van alle besluiten, met inachtneming van het volgende:
a. de ingevolge de artikelen 3:11
en 3:44, eerste lid, onderdeel a,
vereiste terinzagelegging geschiedt in ieder geval ten kantore van het
coördinerend bestuursorgaan;
b. het coördinerend bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de
gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen wordt
gegeven met betrekking tot de ontwerpen van alle besluiten gezamenlijk;
c. zienswijzen kunnen in ieder geval bij het coördinerend
bestuursorgaan naar voren worden gebracht;
d. indien over het ontwerp van één van de besluiten zienswijzen
naar voren kunnen worden gebracht door een ieder, geldt dit eveneens met
betrekking tot de ontwerpen van de andere besluiten;
e. de ingevolge die afdeling en afdeling
3.6 vereiste mededelingen, kennisgevingen en toezendingen geschieden
door het coördinerend bestuursorgaan;
f. alle besluiten worden genomen binnen de termijn die geldt voor
het besluit met de langste beslistermijn;
g. de dag van terinzagelegging bij het coördinerend
bestuursorgaan is bepalend voor de aanvang van de beroepstermijn
ingevolge artikel 6:8, vierde lid.
-2. Indien afdeling 3.4 niet van
toepassing is, geschiedt de voorbereiding met toepassing of
overeenkomstige toepassing van afdeling
4.1.2 en de onderdelen b tot en met f van het eerste
lid van dit artikel.
Art. 3:27. [MvT]
-1. De bevoegde bestuursorganen zenden de door hen genomen besluiten toe
aan het coördinerend bestuursorgaan.
-2. Het coördinerend bestuursorgaan maakt de besluiten gelijktijdig
bekend en legt deze gelijktijdig ter inzage.
Art. 3:28. [MvT]
-1. Indien tegen één van de besluiten bezwaar kan worden gemaakt of
administratief beroep kan worden ingesteld, geschiedt dit door het
indienen van het bezwaar- of beroepschrift bij het coördinerend
bestuursorgaan. Het coördinerend bestuursorgaan zendt terstond na
ontvangst van het bezwaar- of beroepschrift een afschrift daarvan aan
het bevoegde bestuursorgaan.
-2. De bevoegde bestuursorganen zenden de door hen genomen beslissingen
op bezwaar of beroep toe aan het coördinerend bestuursorgaan. Het
coördinerend bestuursorgaan maakt de beslissingen gelijktijdig bekend
en doet de ingevolge artikel 7:12, derde
lid, of 7:26, vierde lid, vereiste
mededelingen.
-3. Een beslissing op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep
bij de administratieve rechter als bedoeld in artikel
7:1a, vierde lid, wordt genomen door het coördinerend
bestuursorgaan. Onverminderd artikel 7:1a,
tweede lid, wijst het coördinerend bestuursorgaan het verzoek in ieder
geval af indien tegen één van de andere besluiten een bezwaarschrift is
ingediend waarin eenzelfde verzoek ontbreekt.
Art. 3:29. [MvT]
-1. Indien tegen één of meer van de besluiten beroep kan worden
ingesteld bij de rechtbank, staat tegen alle besluiten beroep open bij
de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het coördinerend
bestuursorgaan zijn zetel heeft.
-2. Indien tegen alle besluiten beroep kan worden ingesteld bij een
andere administratieve rechter dan de rechtbank, staat tegen alle
besluiten beroep open bij:
a. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State, indien
tegen één of meer van de besluiten bij de Afdeling beroep kan worden
ingesteld;
b. het College van Beroep voor het
bedrijfsleven, indien tegen één of meer van de besluiten beroep kan worden ingesteld bij het College
en onderdeel a niet van toepassing is;
c. de Centrale Raad van Beroep, indien tegen
één of meer van de
besluiten beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en
de onderdelen a en b niet van toepassing zijn.
-3. Indien tegen de uitspraak van de rechtbank inzake één of meer
besluiten hoger beroep kan worden ingesteld bij:
a. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, staat
inzake alle besluiten hoger beroep open bij de Afdeling;
b. het College van Beroep voor het bedrijfsleven en onderdeel a
niet van toepassing is, staat inzake alle besluiten hoger beroep open
bij het College;
c. de Centrale Raad van Beroep en de onderdelen b en c
niet van toepassing zijn, staat inzake alle besluiten hoger beroep open
bij de Centrale Raad van Beroep.
-4. De ingevolge het eerste lid bevoegde rechtbank of de ingevolge het
tweede of derde lid bevoegde administratieve rechter kan de behandeling
van de beroepen in eerste aanleg dan wel de hoger beroepen verwijzen
naar een andere rechtbank onderscheidenlijk een andere administratieve
rechter die voor de behandeling ervan meer geschikt wordt geacht. Artikel
8:13, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
B. [MvT]
Artikel 8:4 wordt gewijzigd als volgt:
1. Aan het slot van onderdeel j
vervalt: of.
2. De punt aan het slot van onderdeel k
wordt vervangen door een puntkomma.
3. Ingevoegd wordt een onderdeel l,
luidende:
l. een besluit als bedoeld in artikel
3:21, eerste lid, onderdeel b.
Art.
II.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 20 juni 2008, Stb. 2008, 238, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2008, red.
Art.
III. [MvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet samenhangende besluiten Awb.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 mei 2008
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de twaalfde
juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|