|
BESLUIT van 16 juni 2008, Stb. 2008, 227, houdende
vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet
ruimtelijke ordening, de Wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Wet
ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie (Stb. 2007, 271),
de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening, de
artikelen IV, XXV en XXXII, onderdeel Aa, Ca, Cb, Cc, Cd en Ce, van de
Wet van 29 mei 2008 tot wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie en diverse andere wijzigingen (Stb. 2008, 197)
alsmede van het Besluit
ruimtelijke ordening en het Invoeringsbesluit
Wet ruimtelijke ordening
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 9 juni 2008, nr. BJZ2008053510;
Gelet op artikel 10.12 van de Wet
ruimtelijke ordening, artikel IV van de Wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de
Wet
ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie (Stb. 2007, 271), artikel 10.2
van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening, artikel XXXIV van de
Wet
van 29 mei 2008 tot wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en diverse
andere wijzigingen (Stb. 2008, 197), artikel 8.2.2 van het Besluit
ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van het Invoeringsbesluit Wet ruimtelijke
ordening;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig artikel.
-1. Met ingang van 1 juli 2008 treden in werking:
a. de Wet
ruimtelijke ordening, met uitzondering van afdeling 9.2;
b. de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening, met uitzondering van de artikelen 4.2, onderdeel
E,
onder 2 en 3, 8.13, onderdeel L1, 8.17, onderdeel A1, B, C, D,
onder 1 en 3, en E1 en artikel 9.1.4, vijfde lid;
c. de Wet van 24 mei 2007
tot wijziging van de Wet ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie
(Stb. 2007, 271);
d. de artikelen IV, met
uitzondering van onderdeel B, onder 2, XXV en XXXII, onderdeel Aa, Ca,
Cb,
Cc, Cd en Ce, van de Wet van 29 mei 2008 tot wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
en diverse andere wijzigingen (Stb. 2008, 197);
e. het Besluit
ruimtelijke ordening, met uitzondering van de artikelen 1.2.1, eerste lid, onderdeel a,
d, e, g, h, i en j, 1.2.2, eerste en tweede lid, 1.2.3,
1.2.4, 1.2.5, 6.2.2. en
paragraaf 7.1; en
f. het Invoeringsbesluit Wet
ruimtelijke ordening.
-2. Met ingang van 1 juli
2009 treden in werking de artikelen 1.2.1, eerste lid, onderdeel a, d,
e, g, h, i
en j, 1.2.2, eerste en tweede lid, 1.2.3, 1.2.4 en 1.2.5 van het Besluit
ruimtelijke ordening.
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 juni
2008
BEATRIX
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer
Uitgegeven de zesentwintigste
juni 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
NOTA
VAN TOELICHTING
Het
onderhavige besluit strekt ertoe het nieuwe ruimtelijkeordeningsstelsel
met ingang van 1 juli 2008
in werking te laten treden. Hierop worden enige uitzonderingen
gemaakt.
1a. De regeling in afdeling
9.2 van de Wet
ruimtelijke ordening met betrekking tot het Ruimtelijk Planbureau is intussen achterhaald. Dit
planbureau is inmiddels
samengevoegd met het Natuur- en Milieuplanbureau tot het Planbureau voor de
leefomgeving. Dit planbureau is bij Koninklijk besluit van 7 mei
2008, Stb. 2008, 161, ingesteld. Een wettelijke regeling ter zake zal worden
voorbereid. Met het oog hierop wordt afgezien van
inwerkingtreding van afdeling 9.2 van de Wet
ruimtelijke ordening.
1b. De
Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening
(IWro) wijzigt een veertigtal
wetten en voorziet in overgangsrecht.
Artikel 4.2, onderdeel
E,
onder 2, schrapt de bevoegdheid om te onteigenen ter uitvoering
van een bouwplan. In overgangsrecht voor dergelijke reeds in gang
gezette onteigeningen is evenwel niet voorzien in de IWro, maar
in artikel VI, onder D, van de wet van 29 mei 2008 tot wijziging van
diverse wetten in verband met het aantreden van de Minister voor Wonen,
Wijken en Integratie en diverse andere wijzigingen (Stb.197). Dit artikel moet
eerst in werking treden voordat de bouwplanonteigening kan
worden geschrapt.
Artikel 4.2, onderdeel
E,
onder 3, van de IWro
voorziet in
een nieuw artikel 77, eerste
lid, onder 2°, van de onteigeningswet. In artikel IX van de Wet van 29
mei 2008 tot wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en diverse andere wijzigingen
(Stb. 2008, 197) wordt voorzien in een verbetering van genoemd
artikel 77, eerste lid, onder 2º. In verband hiermee is in artikel IV van
laatstgenoemde wet voorzien in het vervallen van artikel 4.2, onderdeel
E,
onder 3, van de IWro. Gelet hierop
treedt artikel 4.2, onderdeel E, onder 3, van die wet
niet in werking.
Artikel 8.13, onderdeel L1,
van de IWro
voorziet in een aanpassing van artikel
3.21
van de Wro en bevat een verwijzing naar artikel 3.19, onderdeel b,
welk onderdeel evenwel door aanvaarding van het amendement-Van Heugten (Kamerstukken II
2007-2008, 30 938, nr. 15) is vervallen. In verband
hiermee treedt genoemd onderdeel L1 niet in werking.
Artikel 8.17,
onderdeel A1,
B, C en D, onder 3, van de IWro
bevatten
aanpassingen
van de Woningwet op het punt van de
stedenbouwkundige
voorschriften in de gemeentelijk bouwverordening. Artikel 9.1.4, vijfde lid,
van de IWro
voorziet in overgangsrecht ter
zake. Geconstateerd is
dat deze aanpassingen uitsluitend zien op de situatie dat er
stedenbouwkundige voorschriften bestaan naast een bestemmingsplan en dat er
geen rekening is gehouden met de afwezigheid van zodanig
plan. De overgangsregeling ter zake is dan ook onvoldoende. Een correctie
bij wet zal worden voorbereid. Met het oog hierop treden genoemde
artikelonderdelen van artikel 8.17 en artikel 9.1.4 van de IWro
voorshands niet in werking.
Artikel 8.17,
onderdeel D,
onder 1, en E1, van de IWro
voorzien in een
aanpassing
van de artikelen 44, eerste lid, onderdeel c, en 46 van de Woningwet. Deze
wijzigingen borduren voort op een aantal onderdelen van artikel VI
van de Wet van 13 september 2007 tot wijzigingen van wetstechnische of
anderszins ondergeschikte aard aan te brengen in de Wet
geluidhinder en enkele andere wetten
(Stb. 2007, 349), die nog niet in werking zijn
getreden. Een verbetering van de met die onderdelen beoogde
wijzigingen in de Woningwet is opgenomen in
artikel XXXII, onderdeel Ca, Cb,
Cc, Cd en Ce, van de Wet van 29 mei 2008 tot wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en diverse andere wijzigingen
(Stb. 2008, 197), die bij dit
besluit onder 1d in werking treden. Ingevolge artikel IV van laatstgenoemde wet
vervallen de onderdelen D, onder 1, en E1 van artikel 8.17. In verband
hiermee treden de onderdelen D, onder 1, en E1 van artikel 8.17 niet in
werking.
1c. De Wet tot wijziging van
de Wet
ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie is bij de IWro
op een aantal onderdelen gewijzigd en treedt in
verband hiermee na laatstgenoemde wet in werking.
1d. Het niet in werking
treden van artikel IV, onderdeel B, onder 2, van de Wet van 29 mei 2008 tot
wijziging van diverse wetten in verband met het
aantreden van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en diverse andere wijzigingen
(Stb. 2008, 197), waarbij aan artikel 9.1.4, vijfde lid, van de IWro
een
volzin wordt toegevoegd, hangt samen met de hierboven onder 1b
gegeven toelichting op het niet in werking treden van artikel 8.17,
onderdeel A1, B, C, D, onder 3, en artikel 9.1.4, vijfde lid, van de IWro.
1e en 2. Het
Besluit
ruimtelijke ordening geeft de grondslag voor de nadere uitwerking van de
verplichting tot het digitaal vormgeven en in die vorm vaststellen van
ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van
bestuur. Afgesproken is dat die verplichting op 1 juli 2009 zal ingaan.
De artikelen 1.2.1, eerste lid, onderdeel a, d, e, g,
h, i en j, 1.2.2, eerste en
tweede lid, 1.2.3, 1.2.4 en 1.2.5 die voor het digitaal vormgeven en vaststellen
de
basis vormen, zullen dan ook pas op dat tijdstip in werking treden.
De verplichting om een exploitatieplan digitaal vorm te geven, zal voorlopig
niet worden ingevoerd.
Paragraaf 7.1 van het Besluit
ruimtelijke ordening is een uitwerking van afdeling 9.2 van de Wet
ruimtelijke ordening; het niet in werking treden hiervan hangt dan ook samen
met hetgeen hieromtrent hierboven onder 1a is vermeld.
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer
|
|