|
BESLUIT van 28 november 2008, houdende wijziging van het percentage
van het drempelinkomen benodigd
voor het berekenen van de zorgtoeslag voor verzekerden zonder partner
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van de
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 november
2008, Z/F-2893139;
Gelet op artikel 2, derde
lid, van de Wet op de zorgtoeslag;
De Raad van State gehoord
(advies van 19 november 2008, nr. W13.08.0487/I);
Gezien het nader rapport van
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24
november 2008, Z/F-2895908;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Art. I.
Het in artikel
2, derde
lid, van de Wet op de zorgtoeslag genoemde percentage van 3,5 wordt
gewijzigd in: 2,7.
Art. II.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2009.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 november
2008
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
Uitgegeven de zestiende
december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
NOTA
VAN TOELICHTING
[28 november 2008, red.]
Algemeen
Dit besluit heeft tot doel
om de koopkracht van alleenstaanden met een laag inkomen voor het
komende jaar te repareren. Daartoe wordt het percentage voor de vaststelling van de maximale zorgtoeslag voor deze
categorie personen met
ingang van 1 januari 2009 gewijzigd van 3,5 naar 2,7%.¹ Met deze wijziging is
een budgettair bedrag gemoeid van €|536 mln.
1. Kamerstukken II 2008-2009,
31 706, nr. 10, blz. 5.
Deze wijziging is mogelijk
op grond van de Wet op de
zorgtoeslag (Wzt). Verzekerden met een
zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet
kunnen als tegemoetkoming in
de (nominale) premie die zij voor die verzekering verschuldigd
zijn en mits hun inkomen beneden bepaalde grenzen blijft, in
aanmerking komen voor een zorgtoeslag. De zorgtoeslag is gelijk aan het verschil
tussen de standaardpremie en de normpremie, waarbij de standaardpremie
gelijk is aan de geraamde gemiddelde nominale premie vermeerderd
met het geraamde gemiddelde bedrag aan verplicht eigen risico dat
een verzekerde kwijt zal zijn, en de normpremie kan worden beschouwd als het
bedrag waarvan de wetgever vindt dat dat in redelijkheid door een
verzekerde voor zijn zorgverzekering kan worden betaald. De normpremie is
gedefinieerd als een percentage van een vast drempelinkomen (gerelateerd
aan het minimumloon), vermeerderd met een percentage van
het
werkelijke inkomen van de verzekerde boven dat drempelinkomen. Het
percentage van het drempelinkomen dat in aanmerking wordt genomen
voor een verzekerde zonder partner bedraagt 3,5 (artikel
2, derde
lid, Wzt). Ingevolge de tweede zin van laatstgenoemd
artikellid kan dit
percentage bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden gewijzigd.
Deze AMvB dient te worden voorgehangen (artikel 2, achtste lid,
Wzt). Van de
mogelijkheid het desbetreffende percentage te wijzigen, wordt in
voorliggend besluit gebruik gemaakt.
Voorhangprocedure
Het percentage van 2,7%
vervangt het percentage van 2,85% dat was opgenomen in het reeds
eerder voorgehangen Besluit tot wijziging van het Besluit
zorgverzekering in verband met actualisatie van de regels over de
vereveningsbijdrage en
houdende wijziging van het percentage van het drempelinkomen benodigd
voor het berekenen van de zorgtoeslag voor verzekerden zonder
partner. De artikelen III en IV, tweede lid, van dat ontwerpbesluit zijn
geschrapt voordat het voor advies naar de Raad van
State is gegaan.
De achterliggende ratio voor
het kiezen van 2,7% of 2,85%, waar datzelfde percentage voor
gehuwden gelijk is gesteld aan 5%, is dat in de begroting van VWS is
gemeld
dat het percentage voor eenpersoonshuishoudens verlaagd wordt om
koopkrachtbeeld van alleenstaanden met een laag inkomen te
repareren.
Tijdens de voorhangprocedure
van bovengenoemd wetsvoorstel zijn andere voorstellen van de
Tweede Kamer om de zorgtoeslag toekomstbestendiger te maken dan de voorstellen
van de regering, gedaan, zoals de zorgtoeslag baseren op de
werkelijke premies, de zorgtoeslag indexeren aan de
loonontwikkeling in plaats van aan de premieontwikkeling, het niet uitbreiden van de
doelgroep voor de zorgtoeslag en pakketmaatregelen. Deze
voorstellen heeft de regering niet betrokken bij het aanpassen van de
zorgtoeslag. Bij de invoering van de zorgtoeslag is ervoor gekozen om voor de
zorgtoeslag niet uit te gaan van de werkelijke premie. De prikkel voor
mensen om een goedkopere zorgverzekeraar te kiezen zou dan afwezig zijn.
Om de concurrentie tussen zorgverzekeraars zoveel mogelijk te
bevorderen, is uitgegaan van een gemiddelde premie. De zorgtoeslag indexeren met
de loonontwikkeling in plaats van met de gemiddelde premie betekent
dat de normering van de zorgkosten verlaten wordt. Pakketmaatregelen kunnen zorgen voor een daling van de premie
voor de basisverzekering,
maar zullen ook zorgen voor toenemende kosten in de aanvullende
verzekering voor mensen met lage inkomens. Pakketmaatregelen moeten
niet genomen worden om de zorgtoeslag te verlagen.
Artikelsgewijs
Artikel I
Het percentage van het
drempelinkomen dat voor verzekerden zonder partner in aanmerking wordt
genomen bij de berekening van de zorgtoeslag zal met ingang van 1 januari
2009 2,7 zijn. Zo spoedig mogelijk zal dit percentage, door middel
van een wijziging van artikel 2, derde lid, Wzt,
ook in de Wzt zelf worden opgenomen.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
|