I.
Inleiding
Met de invoering
van de zogenoemde Koppelingswet ¹ op 1 juli 1998 is in de sociale verzekeringen het
uitgangspunt opgenomen dat de aard van het verblijfsrecht
richtinggevend is bij het vestigen en toekennen van aanspraken op collectieve
voorzieningen. De Vreemdelingenwet
2000 (Vw 2000) sluit namelijk in artikel 10, eerste lid, de toegang tot de sociale
(zorg)verzekeringen (AWBZ- en Zvw-verzekering) af voor vreemdelingen die niet
rechtmatig in Nederland
verblijven. Daarmee wordt bewerkstelligd dat zij geen recht hebben op
medische zorg ten laste van deze sociale verzekeringen. Tegelijkertijd hebben niet
rechtmatig verblijvende vreemdelingen in voorkomend geval wel
behoefte aan medische zorg. Nederland kent geen wetgeving die het
verlenen van medische zorg aan wie dan ook verbiedt. Integendeel,
zorgaanbieders zijn uit hoofde van hun professionele verantwoordelijkheid
verplicht om in voorkomend geval in aanmerking komende zorg te verlenen.
Iedere zorgaanbieder bepaalt binnen de regels van de beroepsethiek
of en in welke mate hij bereid is mensen te helpen die niet in staat
zijn daarvoor te betalen. In beginsel zal de rekening van verleende medisch
noodzakelijke zorg aan een niet rechtmatig verblijvende vreemdeling
worden gepresenteerd. Iedere vreemdeling die hier niet rechtmatig
verblijft, is er in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor dat de kosten van aan
hem verleende medische zorg worden rblz.|2|
betaald. Zo nodig door zich
daarvoor (particulier) te verzekeren. Indien deze vreemdelingen in
betalingsonmacht verkeren, worden zorgaanbieders geconfronteerd met
onbetaalde rekeningen. Dit wetsvoorstel regelt dat zorgaanbieders in
dat geval in aanmerking komen voor financiering uit collectieve middelen
onder door de wet aangegeven voorwaarden. Het betreft hier geen
semi-verzekering voor betrokkenen, maar een financiële bijdrage
voor zorgaanbieders die medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan in
betalingsonmacht verkerende vreemdelingen en dientengevolge inkomsten
derven.
1. Wet van 26 maart 1998 tot
wijziging van de Vreemdelingenwet en enige
andere wetten teneinde de aanspraak van
vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen,
ontheffingen en vergunningen te koppelen aan
het rechtmatig verblijf van de vreemdeling
in Nederland (Stb. 1998, 203).
Kort samengevat gaat het in
dit wetsvoorstel om het verstrekken van bijdragen aan zorgaanbieders
die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan vreemdelingen die op grond
van de bepalingen van de
Koppelingswet vanwege hun verblijfsstatus zijn uitgesloten van toegang tot
de sociale zorgverzekeringen en die de rekening van de zorgaanbieder niet
kunnen betalen en bovendien onverzekerd zijn tegen ziektekosten.
Het betreft ook de
vreemdeling als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, Vw
2000 voor zover de vreemdeling in
afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de
verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14
Vw
2000, terwijl bij of krachtens de Vw
2000 of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager
achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist. Het
betreft eveneens de vreemdeling die een bezwaar- of beroepsprocedure - in
vervolg op eerdergenoemde procedure - in Nederland mag afwachten.
Daar is voor gekozen omdat
zorgaanbieders ook thans voor deze groep een beroep kunnen doen op
een tegemoetkoming in de kosten. Bovendien is hierop aangedrongen door
het platform illegalen.
Het ligt niet voor de hand
voor deze categorie vreemdelingen aan te sluiten bij bestaande
regelingen voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf. Zij kunnen bijvoorbeeld niet in aanmerking komen voor een
AWBZ-verzekering en daarmee
voor de Zvw-verzekering, omdat het uitgangspunt van het
koppelingsbeginsel is dat alleen vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben
op basis van een geldige verblijfsvergunning, in aanmerking komen voor
voorzieningen en verstrekkingen die ook voor andere ingezetenen openstaan. Daarvan is in dit geval geen sprake.
Het ligt tevens niet voor de
hand aan te sluiten bij de Regeling
verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb), waarbij onder voorwaarden aan bepaalde categorieën
vreemdelingen met rechtmatig verblijf ingevolge artikel 8, onderdeel f,
Vw 2000
één of meer verstrekkingen kunnen worden gedaan. Deze regeling
is bedoeld om te voorkomen dat bepaalde, met name genoemde
categorieën vreemdelingen door het koppelingsbeginsel geen verstrekkingen van
rijkswege meer ontvangen, omdat dat voor die categorieën
onwenselijk wordt geacht. Het betreft hier bijvoorbeeld mogelijke slachtoffers van
eergerelateerd geweld, die door een financiële toelage in staat
worden gesteld de eigen bijdrage van een vrouwenopvanginstelling te
bekostigen. De categorie vreemdelingen met rechtmatig verblijf
ingevolge artikel 8, onderdeel f, Vw
2000 in zijn algemeenheid komt echter, gelet op het
vorenstaande, niet in aanmerking voor verstrekkingen ingevolge genoemde
Rvb. Om
dezelfde reden ligt aansluiting bij de Regeling
verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
(Rva 2005) ook niet voor de
hand.
De vreemdelingen als bedoeld
in artikel 8, onderdeel f, Vw
2000, voor zover deze vreemdelingen in afwachting
zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 Vw
2000, en de vreemdelingen die in vervolg
daarop een bezwaar- of beroepsprocedure in Nederland mogen
afwachten, zijn derhalve aangewezen op een particuliere ziektekostenverzekering.
Anders dan voor illegalen, stuit dit voor deze groep in de regel niet
op problemen. Slechts in die gevallen waarin deze groep toch geen
verzekering heeft, kunnen zorgaanbieders met oninbare
rblz.|3|
vorderingen blijven
zitten. Dat kan onder meer voorkomen doordat deze groep bij bestaande
aandoeningen kan worden geconfronteerd met uitsluitingen of voor de
verzekering worden geweigerd.
In dit wetsvoorstel wordt
met het oog op de leesbaarheid steeds over "illegalen" gesproken,
hoewel deze aanduiding de bepaalde groepen vreemdelingen waarvoor aan
zorgaanbieders een bijdrage kan worden verstrekt als zij medisch
noodzakelijke zorg verlenen, niet volledig juist weergeeft.
Het gaat in
dit wetsvoorstel
dus niet om de kosten van zorg verleend aan vreemdelingen die in
Nederland wonen en rechtmatig verblijf genieten in de zin van onderdeel a tot
en met e of l van artikel 8 Vw
2000. Zij zijn van rechtswege verzekerd voor de
AWBZ en daarmee ook verzekeringsplichtig voor de
Zvw. Tevens
rechtmatig verblijvend zijn vreemdelingen die een aanvraag hebben ingediend en
in afwachting zijn van een beslissing op een verblijfsvergunning
bepaalde tijd asiel. Zij zijn uitgesloten van AWBZ en Zvw, maar vallen onder de
Regeling
verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
(Rva 2005) en hebben op grond daarvan onder meer recht op
dekking van de kosten van medische verstrekkingen. Dit betreft
dus ook mensen van wie uitzetting achterwege blijft op grond van artikel
64 Vw 2000. Daarnaast worden op grond van de
Regeling
verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) de kosten van medische zorg
gedekt van specifiek genoemde rechtmatig verblijvende vreemdelingen.
Het betreft onder andere vreemdelingen die rechtmatig verblijven op
grond van artikel 8, onderdeel k, Vw
2000. Dit zijn vreemdelingen die zich beraden op het doen
van aangifte van een overtreding van artikel 273a van het Wetboek
van Strafrecht (vrouwenhandel). Het gaat evenmin om
vreemdelingen die op grond van de Europese socialezekerheidsverordening (Verordening (EEG) nr.
1408/71) (hierna: verordening) of bilaterale verdragen in
Nederland recht hebben op medische zorg ten laste van hun
buitenlandse sociale verzekering.
In de Tweede Kamer is bij
verschillende gelegenheden gesproken over de vraag welke zorg voor
illegalen beschikbaar is, onder welke voorwaarden deze beschikbaar is en hoe
deze wordt gefinancierd. Herhaaldelijk heeft de regering daarbij aangegeven
dat het wenselijk is op termijn de bestaande regelingen voor financiering
van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen te stroomlijnen. Het
voornemen om een dergelijke stroomlijning te verwezenlijken, is bij brief van 18
december
2006 (Kamerstukken II 2006-2007, 29 689, nr. 126)
aangekondigd. Zoals in die brief is aangegeven, kunnen zorgaanbieders bij het
verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht verkerende
illegalen in de huidige situatie een beroep doen op de volgende
regelingen. Eerstelijnszorgaanbieders kunnen een verzoek voor compensatie van
voormelde kosten indienen bij de Stichting Koppeling. Voor
tweedelijnszorginstellingen is de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze
debiteuren hiervoor bedoeld. Het voornemen is om alle vormen van
medisch noodzakelijke zorg die wordt verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen te financieren
vanuit de begroting van VWS.
Dit wordt met dit wetsvoorstel bewerkstelligd.
Allereerst zal hieronder
worden ingegaan op het begrip "medisch noodzakelijke zorg" uit de
Vw 2000. Vervolgens
zal de huidige wijze van financiering uiteen worden gezet. Daarna
zal worden ingegaan op de nieuwe gestroomlijnde
financieringsstructuur. Daarbij zullen verschillende aandachtspunten aan de orde
komen, waaronder de vormgeving van de uitvoering.
rblz.|4|
II. Medisch noodzakelijke
zorg
Zoals hierboven is
aangegeven, zijn illegalen uitgesloten van de sociale zorgverzekeringen en zij
zijn daarvoor dan ook geen premie verschuldigd. Als een illegaal aangewezen
is op medische zorg, kunnen de kosten daarvan dus niet ten laste
van de sociale verzekering komen. Het uitgesloten zijn van de sociale zorgverzekeringen laat echter de toegang van
vreemdelingen, ongeacht hun
verblijfspositie, tot de openbare gezondheidszorg geheel onverlet.
Zorgaanbieders zullen aan illegaal in Nederland verblijvende personen op
grond van de professionele verantwoordelijkheid medisch noodzakelijke zorg
verlenen. In beginsel zullen illegalen de rekening voor die zorg
gepresenteerd krijgen. Indien zij de rekening niet zelf kunnen betalen en
zij ook geen (particuliere) verzekeraar hebben die hun rekening betaalt,
wordt de zorgaanbieder geconfronteerd met oninbare vorderingen. In dit
wetsvoorstel wordt geregeld dat de betrokken zorgaanbieder in
door de wet te bepalen omstandigheden en tot een bij de wet te
bepalen omvang, in aanmerking komt voor een bijdrage in de aldus
gederfde inkomsten ten laste van de algemene middelen. Daarvoor is
aangesloten bij het begrip "medisch noodzakelijke zorg" waarvoor artikel 10
Vw 2000 ruimte biedt voor financiering van overheidswege.
In eerste instantie was die
ruimte in de
Koppelingswet ¹ omschreven als "gezondheidszorg in acute
noodsituaties". Door een amendement-Rouvoet ² is die ruimte verbreed tot
"medisch noodzakelijke zorg". Over
de duiding van het begrip "medisch noodzakelijke zorg" is vervolgens een uitvoerige parlementaire
gedachtewisseling ontstaan tussen achtereenvolgende bewindslieden, het parlement
en het zorgveld. Dit begrip heeft lang voor veel
onduidelijkheid gezorgd. De commissie-Klazinga zal aan het begrip "medisch
noodzakelijke zorg" onder begeleiding van de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) uitwerking geven ten
behoeve van de praktijk. Deze commissie zal naar verwachting eind
2007 advies uitbrengen. Over de eventuele gevolgen van het advies voor
het verstrekken van bijdragen in de kosten van medisch noodzakelijke
zorg op grond van dit wetsvoorstel zal de Tweede Kamer te zijner tijd
worden geïnformeerd.
Aandachtspunt hierbij is dat
de uitwerking van het begrip "medisch noodzakelijke zorg" ten aanzien van
illegalen niet uit de pas gaat lopen met het begrip "medisch
noodzakelijke zorg" zoals dat in het kader van de verordening wordt toegepast voor het
verlenen van medische zorg gedurende tijdelijk verblijf van buitenlandse verzekerden. In Europees perspectief
moet het gaan om zorg die
medisch noodzakelijk wordt gedurende het tijdelijk verblijf.³ Het
begrip "noodzakelijk worden" wordt daarbij gerelateerd aan de duur van het
verblijf. Dit houdt in dat het verlenen van zorg bij een bepaalde aandoening
eerder als noodzakelijk zal worden gekwalificeerd voor iemand die gedurende
enige maanden in Nederland door zijn werkgever wordt gedetacheerd
dan voor iemand die hier een weekend is om de bollenvelden te
bekijken.
De vraag welke medische zorg
in relatie tot de duur van het verblijf als noodzakelijk moet worden
gekwalificeerd, dient op grond van medische overwegingen te worden
beantwoord.
De verordening stelt strikte
voorwaarden met betrekking tot medische zorg voor personen die
legaal verblijven op het grondgebied van een andere staat dan die waar
zij verzekerd zijn. In de uitvoeringspraktijk van de verordening blijkt dit
uitstekend te werken. Artsen weten hoe zij om moeten gaan met de vraag of
zorg kan worden uitgesteld tot een later tijdstip. Zelfs voor
verzekerde zorg gelden dus aanzienlijke beperkingen om een ongewenste
aanzuigende werking op personen in het buitenland te voorkomen. In het
verlengde daarvan is er voor onverzekerde zorg - waar het gaat om illegalen
- uiteraard geen enkele reden de regelgeving in Nederland zodanig ruim te
interpreteren dat daarvan een aanzuigende rblz.|5|
werking uitgaat op personen
elders in de wereld om illegaal naar Nederland te komen met het oogmerk om
een medische behandeling te ondergaan. Het ligt niet in de rede de
mogelijkheden voor het verlenen van zorg aan illegalen ruimer te
laten zijn dan voor inwoners van EU- en verdragslanden.
1. Kamerstukken II 1996-1997,
24 233.
2. Kamerstukken II 1996-1997,
24 233, nr. 43.
3. Neergelegd in Verordening
(EG) nr. 631/2004 van het Europees Parlement
en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging
van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van
socialezekerheidsregelingen op werknemers en
zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich
binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van
Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot
vaststelling van de wijze van toepassing van
Verordening (EEG) nr. 1408/71 ter harmonisatie
van de rechten en vereenvoudiging van de
procedures.
Artikel 10
Vw 2000 geeft, zoals
gezegd, ruimte voor het verlenen van financiering van medisch noodzakelijke
zorg. Dat betreft nagenoeg ¹ alle zorgvormen die zijn opgenomen in het
Nederlandse wettelijke socialeverzekeringspakket (Zvw en
AWBZ). Het voorgaande gaat slechts op onder de voorwaarde dat de vraag
of de zorg nu en hier moet worden verleend positief wordt beantwoord
door de behandelend arts. De noodzaak van de medische zorg dient te
worden bezien in samenhang met de duur van het verblijf. De uitkomst van de
beoordeling zal in geval van een persoon die niet rechtmatig in Nederland
verblijft anders kunnen uitwerken dan in het geval van iemand die
rechtmatig in Nederland woont, aangezien er bij een persoon die niet rechtmatig
in Nederland verblijft per definitie niet van mag worden uitgegaan dat
deze hier voor onbeperkte tijd zal blijven. Medisch noodzakelijke zorg
omvat in ieder geval de zorg rond zwangerschap en bevalling. Daarnaast hebben niet rechtmatig verblijvende
kinderen toegang tot
preventieve jeugdgezondheidszorg alsmede tot het vaccinatieprogramma
overeenkomstig het rijksvaccinatieprogramma.
1. IVF en genderoperaties
behoren daar niet toe.
III. Huidige
financieringsstructuur
De financiering van oninbare
vorderingen van medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen kent
tot nu toe een verbrokkelde structuur. Momenteel bestaan er namelijk verschillende regelingen waaruit deze
kosten worden gefinancierd.
1. Cure
a. Eerstelijnszorg:
Stichting Koppeling
De Stichting Koppeling is op
28 april 1997 opgericht vooruitlopend op het in werking treden van de
zogenoemde
Koppelingswet op 1 juli 1998. Uit de parlementaire behandeling
van de Koppelingswet blijkt dat regering en parlement erkennen dat er
een verplichting van overheid en private personen (waaronder artsen
en verpleegkundigen) bestaat om aan illegalen bepaalde voorzieningen,
zoals de verlening van medisch noodzakelijke zorg, niet te onthouden. Dit
evenwel zonder dat deze rechtsplicht tegelijkertijd leidt tot een
afdwingbaar recht voor illegalen. Er werd gesproken over een
gebondenheid van zorgaanbieders, tegen de financiële consequenties waarvan de
overheid niet zonder meer gehouden is dekking te verlenen. Het
zijn uiteraard de zorgaanbieders en -instellingen die in de praktijk worden
geconfronteerd met de financiële gevolgen van de onverzekerde hulpvraag.
De regering heeft bij de behandeling van de Koppelingswet aangegeven te
willen voorzien in een zekere dekking van het voorzienbare risico dat
de hier bedoelde zorgaanbieders en zorginstellingen zullen lopen.¹
1. Kamerstukken II 1994-1995,
24 233, nr. 3, blz. 17-18.
Met het onderbrengen van de
taak van fondsbeheerder bij de daartoe in het leven geroepen Stichting
Koppeling heeft de regering aangesloten bij het advies "Gezondheidszorg
voor illegaal verblijvende vreemdelingen: advies over de gevolgen van
de
Koppelingswet voor de gezondheidszorg" van de Nationale Raad voor
de Volksgezondheid en het Overlegorgaan Gezondheidszorg en
Multiculturele samenleving van juli 1995.¹
1. Publicatienummer Nationale
Raad voor de Volksgezondheid 15/’95.
De Stichting Koppeling heeft
door een subsidie van de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(VWS)
jaarlijks een budget beschikbaar ter rblz.|6|
compensatie van de
bovenmatige kosten voor zorgaanbieders (eerstelijnszorgaanbieders zoals verloskundigen,
apothekers en tandartsen) die onbetaald medisch noodzakelijke zorg
hebben verleend aan illegalen. De Regeling Stichting Koppeling biedt
zorgaanbieders een financieel vangnet. Alleen als een illegaal in Nederland verblijvende patiënt niet kan betalen
(ook niet via een
betalingsregeling of door derden), is de regeling van toepassing. In het
Besluit
houdende tijdelijke delegatie van subsidiebevoegdheden aan de Stichting Koppeling
en de Stichting Opleiding Maatschappij en Gezondheid
van 30 januari 2007 ¹ worden subsidiebevoegdheden gedelegeerd aan de Stichting
Koppeling, waarmee de wettelijke basis voor deze
subsidieverstrekkingen is gelegd. In de toelichting is aangegeven dat het
besluit een tijdelijk karakter heeft in verband met de beoordeling van
bestaande ZBO’s in het licht van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen ² en de toezegging tijdens het algemeen
overleg met de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 25 oktober
2006 over de
stroomlijning van de financiering van medisch noodzakelijke zorg
aan illegalen.³
1. Stcrt. 2007, 23.
2. Stb. 2006, 587.
3. Kamerstukken II 2006-2007,
29 689 en 19 637, nr. 123.
b. Ziekenhuiszorg: Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren
In de tweede lijn vindt
jaarlijks op lokaal niveau overleg plaats tussen ziekenhuizen en
zorgverzekeraars over de hoogte van het ziekenhuisbudget. De hoogte van het
ziekenhuisbudget wordt vastgesteld aan de hand van beleidsregels op
grond van de Wet
marktordening gezondheidszorg (Wmg), die betrekking hebben
op diverse onderdelen van het budget. Eén van de beleidsregels is
de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren. Deze
beleidsregel geeft ziekenhuizen de mogelijkheid om, in overleg met de
ziektekostenverzekeraars, de hoogte van hun budget mede te bepalen op grond van de
omvang van de post dubieuze debiteuren. Voor de bepaling van de
hoogte van de totale post dubieuze debiteuren gelden de voorschriften van
de Regeling jaarverslaglegging, en deze wordt gecontroleerd door de
accountant.
De Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze
debiteuren is bedoeld om (een deel van de) oninbare vorderingen van
onder meer ziekenhuizen te bekostigen ingeval zij, ondanks hun inspanningen de kosten van geleverde zorg te verhalen
op onverzekerde
zorgconsumenten, met oninbare vorderingen blijven zitten. Dat zijn onder
andere vorderingen op onverzekerde illegalen.
De totale omvang van de
vergoeding die in de budgetten wordt opgenomen voor afschrijving op de post
dubieuze debiteuren in de ziekenhuissector bedraagt circa €|37 miljoen
(2006).
2. Care
Voor
AWBZ-zorg bestaat er
momenteel geen voorziening. Echter, de Staat handelt naar het oordeel van
de Rechtbank
’s-Gravenhage in kort geding van 26 juli 2006 ¹ onrechtmatig wanneer hij een adequate vergoeding van kosten van bepaalde aan
illegalen verleende AWBZ-zorg achterwege laat. Het ging in genoemde zaak om
aan illegalen verleende zorg, met name in het kader van opnames
samenhangend met de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz).
Op grond van de uitspraak is
de Staat verplicht enige vorm van vergoeding te treffen voor
zorgaanbieders die dergelijke AWBZ-zorg aan illegalen hebben verleend indien de
patiënt niet kan betalen (ook niet via een betalingsregeling of door
derden).
Bij AWBZ-zorg dient
voorafgaand hieraan de mogelijkheid te worden bezien voor illegalen om
rechtmatig verblijf te krijgen en langs die weg de kosten van die zorg vergoed
te krijgen. Dit kan een rol spelen als het voor een vreemdeling niet
verantwoord is om te reizen of als de AWBZ-zorg een onbeperkt verblijf in
Nederland veronderstelt. Zie hetgeen hierover in het volgende onderdeel is
opgenomen.
1. Stichting Bavo RNO Groep
tegen de Staat der Nederlanden, Rechtbank
’s-Gravenhage, KG 06/686, LJN AY5099.
rblz.|7|
3. Overige
financieringsmogelijkheden
In bepaalde situaties kan
een beroep op artikel 64 Vw
2000 worden gedaan indien het, gelet op de
gezondheidstoestand van de vreemdeling, niet verantwoord is om te reizen.
Het betreft een tijdelijke maatregel gericht op opschorting van de
uitzetting. Gedurende deze maatregel heeft de vreemdeling rechtmatig
verblijf in de zin van artikel 8 Vw
2000 en recht op voorzieningen ingevolge de Rva
2005. Dat betekent dat de zorg in dat geval wordt gefinancierd
door de Minister van Justitie.
In het geval van langdurige
zorg in het kader van de AWBZ, die een onbeperkt verblijf in Nederland
veronderstelt, is het van belang dat illegalen die dergelijke langdurige
zorg nodig hebben, onder bepaalde omstandigheden een aanvraag kunnen doen
voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking "voor
medische behandeling", in het kader waarvan ook de medische noodsituatie
wordt getoetst. Indien de verblijfsvergunning wordt verleend, verblijven
deze personen niet langer illegaal in Nederland; zij zijn dan
AWBZ-verzekerd.
IV. Stroomlijning
Algemeen
Met
dit wetsvoorstel wordt
een stroomlijning gerealiseerd van de hiervoor beschreven bestaande
financieringsmogelijkheden voor medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen.
Voor het verstrekken van deze bijdragen is een wettelijke
basis nodig die met dit voorstel wordt gelegd. De bestaande financieringsmogelijkheden voor eerstelijnszorg, ziekenhuiszorg
en AWBZ-zorg worden
samengevoegd, voor zover het de financiering van zorg verleend aan illegalen betreft. Omdat de maatregelen,
genoemd in onderdeel III,
onder 3 (Overige financieringsmogelijkheden), zijn gekoppeld aan de aard
van het verblijf, blijven deze buiten de toepassing van dit wetsvoorstel.
Overigens is met de Minister van Justitie afgesproken om voorlichting te geven aan
zorgaanbieders over de procedure om een beroep te doen op
artikel 64 Vw
2000 en over de procedure om een aanvraag in te dienen voor
een verblijfsvergunning regulier onder de beperking "voor medische
behandeling".
Uitgangspunt bij de
stroomlijning blijft dat iemand die niet verzekerd is zelf de kosten van de aan
hem verleende medisch noodzakelijke zorg moet betalen. Allereerst kan
hij de rekening van de zorgaanbieder zelf betalen of indien hij een
particuliere verzekering heeft, de kosten ten laste daarvan brengen. Het is
namelijk niet uitgesloten dat de vreemdeling in zijn land van herkomst een
(reis)ziektekostenverzekering heeft gesloten dan wel zich in Nederland
kan verzekeren bij een particuliere verzekeringsmaatschappij. In Nederland bieden enkele
ziektekostenverzekeringsmaatschappijen speciaal voor deze groepen
dergelijke verzekeringen aan. Particuliere
ziektekostenverzekeraars mogen echter mensen weigeren of reeds bestaande ziekterisico’s
van dekking uitsluiten.
Slechts in die gevallen
waarin ondanks inspanningen van de zorgaanbieder geen kostenverhaal op de
patiënt, zijn eventuele particuliere verzekeraar of op een andere voorziening mogelijk blijkt, kan hij, onder
voorwaarden, een beroep doen
op de bijdrageregeling die dit wetsvoorstel biedt. Op die manier wordt
voorkomen dat zorgaanbieders aanmerkelijke inkomsten derven door het
verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht
verkerende illegalen.
Het is de bedoeling om de
hiervoor beschreven vormen van medisch noodzakelijke zorg die
worden verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen te financieren op
grond van één door de overheid te financieren regeling. Daartoe was
aanvankelijk het voornemen om de werking rblz.|8|
van het bestaande
Koppelingsfonds uit te breiden tot alle vormen van medisch noodzakelijke zorg
verleend aan illegalen. Inmiddels is gebleken dat de uitvoering van een
overheidstaak door een privaatrechtelijke rechtspersoon die
uitsluitend een overheidstaak uitoefent niet goed past in het kabinetsstandpunt
inzake zelfstandige bestuursorganen.¹
Anderzijds heeft het College
voor zorgverzekeringen (CVZ), naast de taken die het uitvoert in het
kader van de Zvw en AWBZ, inmiddels ervaring met taken betreffende
verschillende groepen van niet-Zvw-verzekerden, zoals gemoedsbezwaarden en
tijdelijk in Nederland verblijvende buitenlandse sociaal verzekerden. Tevens
lijkt de organisatie van het CVZ beter toegerust op het uitvoeren van de in
dit wetsvoorstel voorgestelde wettelijke regeling. Het lijkt derhalve
niet doelmatig om voor de uitvoering daarvan een nieuwe
uitvoeringsorganisatie in het leven te roepen. Daarom is in dit wetsvoorstel gekozen voor
het beleggen van deze taak bij het CVZ. De expertise en werkwijze van
de Stichting Koppeling voor de bijdrage in de kosten van
eerstelijnszorgaanbieders kunnen door de keuze voor het CVZ behouden blijven, aangezien
de bureaumedewerkers daarbij de mogelijkheid zullen krijgen hun
werkzaamheden voort te zetten binnen het CVZ. Door de stroomlijning kunnen
zorgaanbieders voor bepaalde vormen van medisch noodzakelijke zorg
verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen een bijdrage krijgen van het CVZ. De bestaande Regeling Stichting
Koppeling voor
eerstelijnszorg wordt door dit wetsvoorstel vervangen en uitgebreid naar
een constructie met ziekenhuiszorg en AWBZ-zorg.
1. Kamerstukken II 2004-2005,
25 268, nr. 20.
Hierna volgt een overzicht
van de door dit wetsvoorstel beoogde financieringsstructuur.
Kosten van niet direct
toegankelijke zorg
De
wijze van financiering
van zorg aan illegalen die in betalingsonmacht verkeren, is niet los te
zien van de zorgverlening aan onverzekerde verzekeringsplichtigen. Het is daarbij van belang
dat voor de wijze van financiering van zorg aan illegalen die
in betalingsonmacht verkeren een structuur wordt gekozen die geen stimulans vormt voor verzekeringsplichtigen
om zich maar niet te
verzekeren omdat, wanneer dat nodig wordt, de zorg toch wel verleend en betaald
wordt. De structuur mag geen afbreuk doen aan het verzekeringsstelsel,
wat het geval zou zijn indien iemand als onverzekerde net zulke zorg
zou krijgen als een verzekerde, maar dan zonder premie te betalen.
Dat zou leiden tot steeds meer onverzekerden. Dit is de reden dat voor
niet direct toegankelijke zorg is gekozen voor gecontracteerde
zorgaanbieders.
Het betreft zorg die niet à
la minute noodzakelijk, maar "planbaar" is. Er wordt een afspraak gemaakt
in het ziekenhuis of over opname in een AWBZ-instelling. De illegaal
wordt daarbij verwezen naar gecontracteerde aanbieders. Bij het
uitschrijven van een recept voor medicijnen wordt een illegaal ook verwezen naar
een gecontracteerde apotheek.
In contracten kan het
CVZ
bedingen dat het nodige wordt gedaan om zeker te stellen dat alleen
aan illegalen verleende medische noodzakelijke zorg, en dus niet aan
verzekerbare onverzekerden verleende zorg, in rekening wordt gebracht. Gedacht
wordt aan afspraken met de zorginstellingen dat alles in het werk
gesteld zal worden om voorliggende voorzieningen te gebruiken
en waar mogelijk onverzekerde verzekeringsplichtige patiënten te verzekeren. Er
zijn ziekenhuizen die daarvoor nu al goede protocollen en
werkwijzen hebben opgesteld. Tevens wordt op deze wijze bevorderd dat
deze instellingen het begrip "medisch noodzakelijke zorg" uitleggen op de
hiervoor beschreven wijze.
Verder kan het CVZ in de
contracten afspraken maken dat de desbetreffende zorg in rekening kan worden
gebracht als een verwijzing, recept of indicatie daarvoor aanwezig is.
rblz.|9|
Het is logisch dat het CVZ alleen die zorgaanbieders zal
contracteren waarvan met zekerheid is
vastgesteld dat zij op deze wijze werken.
Het CVZ zal met de te
contracteren zorginstellingen jaarlijks afspraken maken over de hoogte van het
benodigde bedrag, om de kosten beheersbaar te houden.
Kosten van direct
toegankelijke zorg
Uiteraard is het inroepen
van zorg bij uitsluitend gecontracteerde zorgaanbieders niet mogelijk voor medisch
noodzakelijke zorg die terstond moet worden verleend, zoals in
het geval van een hartaanval of een slagaderlijke bloeding. Het gaat hierbij
om acute tweedelijnszorg. In die gevallen kan de zorg worden
ingeroepen bij iedere zorgaanbieder. Hetzelfde geldt ingevolge dit wetsvoorstel
voor eerstelijnszorg met uitzondering van farmaceutische zorg en voor AWBZ-zorg waarvoor verzekerden geen indicatie nodig hebben.
Om te voorkomen dat een
zorgaanbieder als gevolg van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg
aan in betalingsonmacht verkerende illegalen aanmerkelijke inkomensschade
lijdt, kan hij een verzoek voor een bijdrage in de kosten indienen bij
het CVZ. Gekozen is voor een bijdrage ter hoogte van 80% van de oninbare
vordering. Dit is een vertaling van het begrip "aanmerkelijke
inkomensschade" dat nu door de Stichting Koppeling bij de huidige Regeling
Stichting Koppeling wordt gehanteerd. Dat betekent dat een zorgaanbieder nu pas
een beroep op de Regeling Stichting Koppeling kan doen als hij door zorg
te verlenen aan illegalen aanmerkelijke inkomensschade heeft. In de
praktijk betekent dit dat het niet de bedoeling is dat reeds voor de eerste
onbetaalde rekening van een klein bedrag een beroep wordt gedaan op de
Regeling Stichting Koppeling. De zorgaanbieder wordt ook in de huidige
situatie geacht een deel van de kosten voor eigen rekening te nemen.
Bovendien dient er voor de
zorgaanbieder een prikkel te blijven om de kosten van zorg eerst te
verhalen op de illegaal of op een voorliggende voorziening. Om die reden
bestaat de bijdrage uit een percentage van de oninbare vordering.
De regering heeft niet
gekozen voor een volledige vergoeding, omdat zowel de illegaal als de
zorgaanbieder een eigen verantwoordelijkheid hebben. De illegaal heeft de
verantwoordelijkheid in voorkomend geval de kosten van aan hem verleende
zorg te betalen. Er moet dus rekening mee worden gehouden dat het
ziekenhuis een deel van de kosten op de illegale patiënt kan verhalen. Enig
ondernemersrisico voor de zorgaanbieder moet daarbij worden
ingecalculeerd. Een volledige vergoeding zou in feite iedere prikkel voor de
zorgaanbieder om de kosten te verhalen op de illegale patiënt wegnemen.
Er is gekozen voor een middenweg: een ruime vergoeding, doch geen
volledige. De regering is van mening dat daarmee de doelstelling van
dit wetsvoorstel, namelijk het voorkomen van aanmerkelijke inkomensschade van zorgaanbieders die medisch
noodzakelijke zorg hebben
verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, wordt bereikt.
Overigens staat de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder om zorgvuldig
af te wegen of er in een specifiek geval sprake is van medisch
noodzakelijke zorg, los van de vraag of hij daarvoor al dan niet een volledige
vergoeding kan krijgen.
Opgemerkt zij nog dat het
wetsvoorstel de mogelijkheid biedt om, indien een zorgaanbieder een
overeenkomst heeft gesloten voor niet direct toegankelijke zorg, de direct toegankelijke zorg die deze zorgaanbieder
verleent aan in
betalingsonmacht verkerende illegalen mee te nemen in de overeenkomst met het CVZ.
Hierdoor kan bijvoorbeeld een ziekenhuis dat voor niet direct
toegankelijke zorg is gecontracteerd ook zijn wel direct toegankelijke spoedeisende
hulpafdeling onder het contract brengen. Hier is voor gekozen naar
aanleiding van de opmerking van onder meer de NVZ vereniging van
ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van rblz.|10|
Universitair Medische Centra
(NFU) dat het onlogisch is om binnen één instelling verschillende
regimes te hanteren voor verschillende soorten zorg.
Voor zorg in de eerste lijn
werkt Stichting Koppeling tot op heden nauw samen met regionale
platforms, omdat de aard en omvang van de problematiek per regio verschillen. Vaak
bestaan deze platforms uit GGD's, districtshuisartsenverenigingen,
apothekers, verenigingen van verloskundigen, tandartsenkringen en zorgverzekeraars. Jaarlijks stelt het regionale
platform een onderbouwde
begroting op van kosten die zorgaanbieders binnen de desbetreffende
regio verwachten te zullen gaan maken.
De betreffende
zorgaanbieders dienen een standaardformulier in te vullen waarmee zij gegevens
verstrekken over het te declareren bedrag van medisch noodzakelijke zorg
verleend per illegale patiënt per verrichting. Het is inherent aan de groep
dat het wat betreft persoonsgegevens een beperkte gegevensset zal zijn, vergelijkbaar met de gegevensset die in de
huidige situatie door de
Stichting Koppeling wordt gevraagd. Het aanleveren van deze beperkte
gegevensset levert thans geen problemen op voor zorgaanbieders.
Voormelde werkwijze lijkt
effectief en waarborgt de toegankelijkheid van de zorg in het algemeen. Het
heeft dan ook de voorkeur die werkwijze te handhaven waar het de
eerstelijnszorg betreft, uitgezonderd apotheken die vallen onder het regime
van gecontracteerde zorgaanbieders. Dat is mogelijk door mandatering
van het CVZ aan regionale platforms.
Internationale context
De structuur voor de
financiering van zorgverlening aan illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen
zoals in dit wetsvoorstel is neergelegd, strookt met internationale
verdragen inzake het verlenen van medische bijstand die door Nederland
zijn geratificeerd. In dit verband zijn onder meer van belang het Europees
Sociaal Handvest (herzien) en het VN-verdrag inzake de rechten
van het kind.
Bij de voorbereiding van het
wetsvoorstel heeft afstemming plaatsgevonden met verschillende nationale
en internationale niet-gouvernementele organisaties, zoals het
Platform for international cooperation on undocumented migrants (PICUM)
te Brussel, en is aandacht besteed aan het standpunt van
niet-gouvernementele organisaties die naar voren werden gebracht bij
gelegenheid van het recent onder auspiciën van de Raad van Europa te
Straatsburg gehouden "Forum 2006: Achieving social cohesion in a multicultural
Europe".
Tevens is bij de
voorbereiding van het wetsvoorstel gekeken naar de regelingen voor medische verzorging
voor illegalen in de lidstaten van de Raad van Europa, waarbij in
het bijzonder aandacht is besteed aan België, Spanje, Verenigd Koninkrijk
en Zweden. De stelsels van die landen zijn afgezet tegen het in
voorbereiding zijnde stelsel in Nederland. Op grond van de bevindingen van
vorenbedoelde oriëntatie kan worden gesteld dat dit wetsvoorstel zorg draagt
voor een regeling die de toets der kritiek op het vlak van mensenrechten
kan doorstaan.
De regering gaat ervan uit
dat er bij de compensatie van kosten aan zorgaanbieders die onbetaald medisch
noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen, geen sprake
is van staatssteun.
V. Uitvoeringsstructuur
De Afdeling
bestuursrechtspraak van de RvS heeft in 2006 ¹ geoordeeld dat de Stichting Koppeling
openbaar gezag uitoefent in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb). Daarmee is juridisch gezien dus sprake van een
privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (ZBO), zonder wettelijke basis. Nu de
Stichting Koppeling geen andere taken uitoefent rblz.|11|
naast de betrokken
overheidstaak, past het handhaven van Stichting Koppeling als
privaatrechtelijk ZBO niet in het reeds genoemde kabinetsstandpunt inzake
ZBO’s. In dit
wetsvoorstel is daarom gekozen voor het opdragen van de taak aan het CVZ. De facto betekent dit dat de huidige taken van de Stichting
Koppeling opgaan in de nieuwe, ruimere, taak van het CVZ. In goede
samenwerking tussen het CVZ en Stichting Koppeling, waarbij het
personeelsrechtelijke aspect een belangrijke rol speelt, wordt één en ander
vormgegeven.
Hierbij is getoetst aan
voornoemd kabinetsstandpunt en is de op 1 februari 2007 in werking
getreden Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen (Kaderwet ZBO’s) ² in ogenschouw genomen. Op
één en ander
wordt hierna nader ingegaan.
1. 11 oktober 2006, Afdeling
bestuursrechtspraak RvS, zaaknr. 200600633/1.
2. Stb. 2006, 587.
Overheidstaak
Allereerst is de regering
van mening dat de compensatie voor inkomstenderving van enige omvang bij
zorgaanbieders als gevolg van het onbetaald verlenen van medisch
noodzakelijke zorg aan vreemdelingen zonder verblijfsvergunning een
rijksoverheidstaak is en geen taak voor gemeenten of
provincies. De
compensatie is immers bedoeld als een vangnet om aanmerkelijke
inkomensschade van zorgaanbieders en instellingen ten gevolge van de
Koppelingswet te compenseren. Tot de invoering van de Koppelingswet kon het
zorgveld met veel improvisatietalent en belangeloze inzet
enerzijds en bijstandsfinanciering anderzijds aan de vraag naar medische zorg
voor illegalen blijven voldoen. De regering heeft destijds de
waarschijnlijke ontwikkeling onderkend dat invoering van de Koppelingswet de
omvang van de problematiek van onverzekerde illegalen zou doen toenemen
en in ieder geval meer manifest zou maken. Ter mitigering van de
(financiële) gevolgen die het door de Koppelingswet aangescherpte
vreemdelingenbeleid zou kunnen hebben voor personen en instellingen werkzaam in
de gezondheidszorg, is op de begroting van het ministerie van VWS een
post opgenomen ter grootte van de hiervoor vermelde
bijstandsfinanciering, waarmee de Stichting Koppeling werd gesubsidieerd.
Ook door de rechter is de
verantwoordelijkheid van de rijksoverheid voor de betrokken taak
vastgesteld. In zijn vonnis van 26 juli 2006 (KG 06/686) stelt de Haagse
voorzieningenrechter dat de kosten van bepaalde medische zorg aan illegalen ten laste
van de Staat behoren te komen. Deze zorg en de daarvoor te maken kosten vloeien direct of indirect voort uit
een publiek belang, te weten
bescherming van de samenleving en de illegalen zelf.
Uit de opstelling van de
Tweede Kamer is gebleken dat zij de mening deelt dat sprake is van een taak
van de rijksoverheid.¹ Ook uit het op 25 oktober 2006 gehouden algemeen
overleg met de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat
de Tweede Kamer het compenseren van inkomensschade van
zorgaanbieders en zorginstellingen (ziekenhuizen en AWBZ-instellingen) ten
gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan
insolvabele illegalen als een rijksoverheidstaak ziet.²
Dat financiering van medisch
noodzakelijke zorg aan illegalen een overheidstaak is, wordt onderstreept door
internationale verdragen inzake het verlenen van medische bijstand die door Nederland zijn
geratificeerd.³
1. Zie onder meer
Kamerstukken II 1995-1996, 24 233, nr. 6, blz. 57, en de Handelingen II
betreffende de plenaire behandeling van de
Koppelingswet in de Tweede Kamer.
2. Kamerstukken II, 29 689/19 637, nr. 123.
3. Verdrag tot bescherming
van de rechten van de mens en fundamentele
vrijheden van 4 november 1950 (Trb. 1951,
154).
Taak op afstand
In dit wetsvoorstel is
ervoor gekozen de uitvoering op te dragen aan een bestaand ZBO, het CVZ.
Een zwaarwegend argument om
de uitvoeringstaak te beleggen bij een ZBO, en niet onder volledige
ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister van VWS te brengen,
is dat voorkomen moet worden dat een onnodige drempel wordt
opgeworpen voor illegalen om medisch noodzakelijke zorg in te roepen. Bepaalde
gegevens moeten immers door de rblz.|12|
zorgaanbieder worden
verstrekt om een bijdrage in de kosten te kunnen krijgen. Indien de Minister
van VWS de besluiten over de vergoedingen aan zorgaanbieders zou
nemen, betekent dit - uit een oogpunt van een goede controle op de
correcte uitvoering van de regeling en de voorkoming van fraude - redelijkerwijs dat er gegevens van de illegalen aan wie medisch noodzakelijke zorg
is verleend, bij de Minister van VWS bekend zouden worden. Dat zou voor
illegalen een reden kunnen zijn om medisch noodzakelijke zorg te
mijden. Gezien de specifieke positie van de illegaal voor een toegankelijke zorg
alsmede voor de Nederlandse volksgezondheid in het algemeen, is het van
belang dat een illegaal niet zal nalaten medisch noodzakelijke zorg
in te roepen uit angst bekend te worden bij de politieke autoriteiten. Dit
laatste met name in verband met onbehandelde besmettelijke ziektes, zoals
tbc en dergelijke. Tevens leidt zorgmijding uiteindelijk tot onnodig
duurdere zorg alsmede tot risico’s voor de volksgezondheid in het algemeen.
Verder is door de jaren heen
gebleken, bijvoorbeeld bij de parlementaire behandeling van de
Koppelingswet, maar ook bij recente algemene overleggen over zorgverlening aan
illegalen, dat de verlening van medisch noodzakelijke zorg aan
illegalen en de financiering daarvan een onderwerp is dat bijzondere maatschappelijke en politieke aandacht heeft. De
invulling van het begrip
medisch noodzakelijke zorg en de bekostiging van die zorg leidt tot veel
discussie. Het is daarom tevens ongewenst dat de politiek op individueel
niveau betrokken wordt bij besluitvorming over het al dan niet verlenen van
medisch noodzakelijke zorg of de bekostiging daarvan. Onder andere in
eerder genoemd algemeen overleg is vastgesteld dat het niet aan de Minister
van VWS is om te treden in de (her)beoordeling van de
behandelend arts van de medische noodzaak van zorg verleend aan een
illegaal.¹ Het oordeel over medisch noodzakelijke zorg berust bij de artsen.
In het kader van de controle zal een - marginaal - oordeel moeten worden
geveld over de noodzaak van de verleende medische zorg, waarbij geen politieke overwegingen moeten kunnen
meespelen. Deze beoordeling
moet dus niet door de minister plaatsvinden.
1. Kamerstukken II, 29 689/19
637, nr. 123.
Kaderwet ZBO’s
De Kaderwet
ZBO's is in
werking getreden op 1 februari 2007. Op ZBO’s die vóór 1 februari 2007 reeds
waren ingesteld (zoals het CVZ), is de Kaderwet
ZBO’s uitsluitend van
toepassing indien dit in de "instellingswet" van dat
ZBO
is bepaald (artikel 2,
tweede lid, Kaderwet
ZBO's). In artikel 42 van de Kaderwet
is voorts bepaald
dat de betrokken minister binnen één jaar na inwerkingtreding van de
Kaderwet ZBO’s aan beide
kamers der Staten-Generaal mee zal delen welke
bestaande ZBO’s onder de werking van de Kaderwet zullen worden
gebracht. Het ligt in het voornemen om het CVZ onder de werking van de
Kaderwet ZBO’s te brengen. Het is de bedoeling om de Zvw
op dit punt aan te
passen. Deze aanpassing zal plaatsvinden in een verzamelwet waarin in
principe alle "instellingswetten" van
ZBO’s op het terrein van
VWS worden
aangepast. Zo is de uniformiteit zoveel mogelijk gewaarborgd. De
voordracht voor die wetswijziging zal plaatsvinden zo spoedig mogelijk nadat de
discussie met de Tweede Kamer over de mededelingen is afgerond.
VI. Financiële gevolgen
Het CVZ
zal voor de bij deze
wet opgedragen taken worden gefinancierd vanuit de begroting van VWS.
Dat gebeurt tot op heden ook al voor de Stichting Koppeling.
rblz.|13|
Voor de compensatie van
kosten voor eerstelijnszorgverleners stelde VWS jaarlijks € 7 miljoen
beschikbaar. Voor de nieuwe regeling wordt uitgegaan van hetzelfde bedrag.
Na de stroomlijning
ontvangen ook ziekenhuizen een vergoeding voor de kosten van illegalen via het
CVZ, waardoor er minder oninbare vorderingen zullen resteren. Daarmee zal
ook het gebruik van de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren
verminderen. Een lager gebruik van de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren leidt
via lagere DBC-tarieven [DBC: diagnose-behandelingcombinatie, red.] tot lagere betalingen van verzekeraars aan
ziekenhuizen.
Voorgesteld wordt om het
bedrag waarmee de budgetten naar verwachting lager uitkomen vanuit premie
in de Begroting 2008 via een ijklijnschuif naar de begroting over te
hevelen ter financiering voor het CVZ. Dit impliceert dus een verlaging
van zowel uitgaven als financiering van ziekenhuizen en een
verhoging van de begroting. Een aandachtspunt is dat de omvang van deze
daling niet exact valt te bepalen. Immers, er is geen betrouwbaar landelijk
cijfer over het aandeel van illegalen in de Beleidsregel
afschrijvingskosten dubieuze debiteuren; verzekeraars hoeven niet 100% van de gederfde inkomsten te
dekken.
Het bedrag dat tot nu toe
gemoeid is met de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren bedraagt
voor het jaar 2006 circa €|37 miljoen. Het is niet bekend
welk deel daarvan rekeningen betreft van vreemdelingen zonder geldige
verblijfstatus (illegalen) en welk deel overige onverzekerden.
Gezien het geschatte aantal illegalen ¹ en het geschatte aantal
onverzekerde verzekeringsplichtigen ² in Nederland en ervan uitgaande dat personen
in beide groepen ongeveer in gelijke mate bijdragen aan de Beleidsregel
afschrijvingskosten dubieuze debiteuren, zou het deel dat betrekking heeft op
illegalen uitkomen op tussen de 30% en 50%. Enkele ziekenhuizen hebben
aangegeven dat circa 75% van het bedrag dat is gemoeid met de Beleidsregel
afschrijvingskosten dubieuze debiteuren is toe te schrijven aan zorg verleend aan insolvente
illegalen. Voorgesteld wordt daarom om de raming van de
ziekenhuisbudgetten nu met 60% van de €|37 miljoen die omgaat in de
Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze debiteuren (€|22 miljoen) te verlagen, onder gelijktijdige
verhoging van de VWS-begroting met dat bedrag (en onder verlaging van het
Budgettair Kader Zorg en verhoging van de ijklijn rijksbegroting in enge zin).
Verder wordt voorgesteld om op basis van de realisatiecijfers van het
gebruik van de regeling te bezien of aanpassing van dit cijfer nodig is.
1. Kamerstukken II 2006-2007,
29 344 en 19 637, nr. 60.
2. Kamerstukken II 2006-2007,
29 689, nr. 133.
Voor
AWBZ-zorg geldt
eveneens dat niet bekend is hoeveel kosten worden gemaakt door vreemdelingen
zonder geldige verblijfstatus (illegalen).¹ Ook hier kan slechts een
schatting voor de te verwachten kosten worden gemaakt. Om tot een
dergelijke schatting te komen, is gebruik gemaakt van de verhouding tussen de
hierboven geraamde ziekenhuiskosten ten behoeve van illegalen en de
totale ziekenhuiskosten. De schatting kan echter verlaagd worden,
omdat de verblijfstatus van de illegaal kan veranderen, waardoor de betrokkene kan
vallen onder de Rva
2005 of op basis van een verblijfsvergunning
regulier onder de beperking "voor medische behandeling" AWBZ-verzekerd
kan worden (bijvoorbeeld bij langdurige opname in verpleeg- of
verzorgingshuis). Voor AWBZ-zorg is een bedrag van €|15 miljoen begroot.
1. Door de uitspraak van de
Rechtbank ’s-Gravenhage van 26 juli
2006, KG 06/686, LJN AY5099, is vast komen te
staan dat compensatie voor verleende
medisch noodzakelijke zorg aan illegalen, met name
opnames samenhangend met de Bopz, dienen te worden verleend. Op grond
van een telefonische enquête gaat GGZ Nederland
uit van ongeveer 425 Bopz-opnames
van illegalen per jaar.
De regering heeft om op
korte termijn de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet af te
wikkelen een regeling ¹ getroffen in het kader waarvan ambtshalve een
verblijfsvergunning wordt verleend aan personen
die aan een aantal
objectieve criteria voldoen. Het effect dat deze regeling zal hebben voor de kosten
van aan illegalen verleende medisch noodzakelijke zorg is niet bekend.
1. Kamerstukken II 2006-2007,
31 018.
rblz.|14|
De voornoemde bedragen
zijn grotendeels gebaseerd op schattingen. Monitoring van de aard en
omvang van de in het kader van dit wetsvoorstel gecompenseerde zorg kan
indien nodig tot een bijstelling van de beschikbare gelden leiden.
Aangezien het maatschappelijke debat nu veelal gebaseerd is op beelden en verhalen is monitoring van aard en
omvang tevens van belang
voor het toekomstige debat en eventuele bijsturing van beleid.
VII. Advisering
Advisering Adviescollege
toetsing administratieve lasten
In het kader van
dit
wetsvoorstel is een inventarisatie gemaakt van de gevolgen van het
wetsvoorstel voor de administratieve lasten van zorgaanbieders.
De huidige werkwijze voor de
eerstelijnszorgaanbieders is als volgt:
Op grond van de Regeling
Financiële Bijdragen van Stichting Koppeling, alsmede de regionale aanwijzingen, dienen de eerstelijnszorgaanbieders
een standaardformulier in te
vullen waarmee zij een beperkt aantal gegevens verstrekken over het te
declareren bedrag van medisch noodzakelijke zorg verleend per illegale
patiënt per verrichting. Het standaardformulier kan per regio verschillen.
Overigens kan het formulier digitaal worden ingevuld.
De huidige
financieringsstructuur van medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen
strekt zich niet uit tot tweedelijnszorg. Ziekenhuizen hebben thans de mogelijkheid
om oninbare vorderingen te bekostigen uit de Beleidsregel
afschrijvingskosten dubieuze debiteuren. Administratieve last daarvan zal zijn het
opnemen van de oninbare vorderingen op de post dubieuze debiteuren. Dit is
een handeling die iedere zorgaanbieder die te maken heeft met oninbare
vorderingen zal verrichten. Zoals hiervoor in paragraaf VI
(Financiële
gevolgen) is aangegeven, is niet bekend welk deel van die post rekeningen
betreft van vreemdelingen zonder geldige verblijfsstatus.
Voor AWBZ-zorg bestaat er
momenteel geen voorziening de kosten van aan illegalen verleende
medisch noodzakelijke zorg vergoed te krijgen. Uitzondering hierop vormen
opnames samenhangend met de Bopz
(zie voetnoot 11).
Ten
opzichte van de huidige
situatie leidt de nieuwe situatie tot de volgende administratieve
lasten.
Voor gecontracteerde zorg
zullen de administratieve lasten naar schatting €|27 000,- belopen.
Zorgaanbieders in de tweede lijn zullen een businesscase moeten maken voor het
sluiten van een contract. Het CVZ
zal daarbij echter zoveel mogelijk
gebruik maken van reeds bestaande documenten, protocollen en dergelijke.
Die zullen ter inzage moeten worden gegeven. Sommige instellingen zullen
nadere vragen kunnen krijgen. Tevens zullen in het contract afspraken
worden gemaakt over de verantwoording van de kosten van de verleende
zorg.
Voor de
niet-gecontracteerde
zorg kunnen de zorgaanbieders een tegemoetkoming krijgen van 80% van de
rekening. Onbekend is hoeveel declaraties per jaar zullen worden
gedaan voor aan illegalen verleende zorg. Op basis van een aantal
aannames is een schatting gemaakt die in het slechtste geval leidt tot €|22 000,- aan administratieve lasten voor niet-gecontracteerde zorg in de tweede lijn en
AWBZ. Voor eerstelijnszorgaanbieders, uitgezonderd apotheken,
wordt dezelfde werkwijze gehanteerd als in de thans bestaande
situatie van de Regeling Stichting Koppeling. Dit vormt voor de zorgaanbieders
de facto geen wijziging in hun administratieve lastendruk. Zie hetgeen
daarover hiervoor is opgenomen bij de huidige werkwijze voor de
eerstelijnszorgaanbieders.
rblz.|15|
In totaal gaat het de facto
om een toename van de administratieve lasten van macro circa €|50
000,-.
Die hangt vooral samen met de nieuwe mogelijkheden om een bijdrage in de kosten
te krijgen. Er is weliswaar sprake van een toename van
administratieve lasten die, gezien het totaal voor de regeling beschikbare budget,
aanvaardbaar en proportioneel wordt geacht.
Overigens zijn er
ontwikkelingen gaande op het gebied van het elektronisch declareren van medische
zorg. In de toekomst zal, indien mogelijk, worden aangesloten bij dit
initiatief, hetgeen een afname van de administratieve lasten zal betekenen.
Het Adviescollege toetsing
administratieve lasten (Actal) heeft meegedeeld het wetsvoorstel over de
nieuwe regeling niet te selecteren voor een Actal-toets, aangezien
de toename van de administratieve lasten onder de toetsingsgrens van
Actal ligt.
Advisering Algemene
Rekenkamer
Het
CVZ verantwoordt zich
over de uitgevoerde taken en geleverde prestaties. De verantwoording wordt
conform de Zvw afgelegd in de jaarverantwoording (jaarrekening en
jaarverslag, inclusief accountantsverklaring), waarin onder meer wordt
ingegaan op rechtmatigheid en doelmatigheid van de
taakuitoefening door het CVZ en op de bedrijfsvoering.
Op grond van artikel 91,
eerste lid, onderdeel d, van de Comptabiliteitswet
2001 (CW 2001) heeft de
Algemene Rekenkamer bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen
voor zover die een wettelijke taak uitoefenen en daartoe worden bekostigd
uit algemene middelen. Op grond van artikel 96, eerste lid, CW
2001 is de Algemene Rekenkamer om een reactie gevraagd op het
wetsvoorstel. De Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat op ambtelijk niveau op
constructieve wijze overleg is gevoerd over de nieuwe regeling. Op
grond van de resultaten van dit overleg heeft de Algemene Rekenkamer geen
nadere opmerkingen bij het voorgelegde voorstel. De controlerechten
die de Algemene Rekenkamer op grond van artikel 91, eerste lid,
aanhef en onder d, van de CW
2001 heeft, gelden ook voor de
nieuwe taak die bij het CVZ wordt ondergebracht. Derhalve kan de Algemene
Rekenkamer bij het CVZ zowel recht- als doelmatigheidsonderzoek verrichten, waarbij alle relevante aspecten
kunnen worden betrokken.
Advisering College
bescherming persoonsgegevens
Op een verzoek om advies
betreffende dit wetsvoorstel heeft het College bescherming persoonsgegevens
(CBP) op 6 juni 2007 gereageerd. Naar aanleiding van de reactie
van het CBP is het voorstel waar nodig aangepast.
In de brief besteedt het
CBP
onder meer aandacht aan het (gebruik) van persoonsgegevens als
zorgaanbieders een bijdrage vragen aan het CVZ. Het CBP geeft aan dat een
expliciete privacyafweging in het wetsvoorstel niet mag ontbreken.
Daar waar in het
conceptwetsvoorstel dat voor advies naar het CBP
is gezonden, was opgenomen dat
de ministeriële regeling, bedoeld in het zesde lid van artikel 87 van
de Zvw, van overeenkomstige toepassing zou zijn, wordt in
het huidige
voorstel overwogen aan te sluiten bij de gegevensset zoals die thans
wordt gehanteerd bij de huidige Regeling Stichting
Koppeling. Dit
betreft een beperkte gegevensset. Reden hiervoor is de drempel voor illegalen
om zorg te vragen en te ontvangen niet onnodig hoog te maken. Omdat
voor het CVZ (de ontvanger van de gegevens) niet is vast te stellen aan
wie de medisch noodzakelijke zorg is rblz.|16|
verleend, dat wil zeggen om
welke persoon het gaat, betreft het geen persoonsgegevens in de zin
van de Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp). Immers, de gevraagde
gegevens zijn niet te herleiden tot een geïdentificeerde of
identificeerbare persoon. Hiermee is het opnemen van een expliciete
privacyafweging in het wetsvoorstel niet nodig.
Zoals het
CBP in de reactie
aangeeft, zal het voor het CVZ moeilijk zijn op basis van een beperkte
gegevensset een materiële controle uit te voeren. Het CVZ gaat vooralsnog uit
van een zelfde controle-inspanning als in de huidige situatie voor de
Regeling Stichting Koppeling wordt gevolgd. Bij deze regeling wordt nauw
samengewerkt met regionale platforms. Reden hiervan is, onder meer, dat
de aard en omvang van de problematiek per regio verschillen. Vaak
bestaan deze platforms uit GGD's, districtshuisartsenverenigingen, apothekers, verenigingen van
verloskundigen, tandartsenkringen en
zorgverzekeraars. De deelnemers aan de regionale platforms zijn nauw
betrokken bij de problematiek rond illegalen en medisch noodzakelijke zorg
en de zorgvraag van deze groep bij zorgaanbieders. Deze betrokkenheid levert
een bepaalde mate van controle bij de ingediende aanvragen van
zorgaanbieders in een regio.
Het
CBP heeft geadviseerd
om, ingeval het CVZ besluit tot uitbesteding, aandacht te besteden aan de
vraag wie in dat geval verantwoordelijke is in de zin van de Wbp. Dit
advies is gevolgd.
Het voorgestelde elfde lid
van artikel 122a bepaalt dat de zorgaanbieder die een bijdrage ingevolge
dat artikel wil verkrijgen, aan het CVZ gegevens verstrekt die noodzakelijk
zijn om het recht op en de omvang van de bijdragen te kunnen
vaststellen.
Zoals hiervoor is
uiteengezet, zijn de te overleggen gegevens niet direct of indirect herleidbaar tot
personen, zodat er voor dit "declaratieverkeer" geen sprake is van de
verwerking van persoonsgegevens van illegalen. In dit opzicht verschilt het
onderliggende wetsvoorstel van het aan het CBP voorgelegde ontwerp. Hieruit
volgt dat de Wbp niet van toepassing
is en dat er evenmin aanleiding
bestaat voor de beantwoording van de vraag wie verantwoordelijke (voor
de verwerking van persoonsgegevens) in de zin van de Wbp is.
Verder geeft het
CBP aan het
raadzaam te vinden aandacht te besteden aan een mogelijke
discrepantie in regels betreffende het aanleveren van persoonsgegevens zoals
geregeld in dit wetsvoorstel en de Wet
gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wet BSN-z).¹ Zoals het CBP aangeeft, wordt in het
concept-Besluit
gebruik burgerservicenummer in de zorg (dat in concept naar het parlement is gezonden)
geregeld hoe zorgaanbieders moeten omgaan met mensen (die geen burgerservicenummer hebben) en die geen identiteitsbewijs
kunnen of willen tonen. Het
CBP heeft in het advies inzake dit conceptbesluit het volgende
overwogen en geadviseerd. "Het CBP is zich bewust van de
maatschappelijke consequenties van invoering van een strenge identificatieplicht
in de zorg, onder meer waar het de verlening van zorg aan illegalen
betreft. Het is niet de taak van het CBP om een oordeel te geven over de
toegang van illegalen tot de gezondheidszorg. Aangezien het CBP er wel van
overtuigd is dat de identificatieplicht één van de pijlers van het
BSN-stelsel is, is het van oordeel dat een versoepeling van de identificatieplicht,
in situaties waarin het verlenen van zorg niet acuut nodig is, ten
minste duidelijk zou moeten worden gemotiveerd. Het CBP verzoekt dan ook
hiertoe alsnog over te gaan en daarbij ten minste aandacht te
besteden aan de risico’s van identiteitsfraude en vervuiling van
patiëntendossiers." Het CBP vraagt zich af of het realistisch is om van zorgaanbieders te
vragen de persoonsgegevens van illegalen te verstrekken (en daarmee te
veronderstellen dat zij de juiste persoonsgegevens kunnen verstrekken).
1. Voorstel van Wet houdende
regels inzake het gebruik van het
burgerservicenummer in de zorg (Wet
gebruik burgerservicenummer in de zorg), Kamerstukken II 2005-2006, 30 380.
rblz.|17|
De Wet BSN-z regelt het
gebruik van het burgerservicenummer (BSN) in de zorgsector. De
verplichtingen in de Wet BSN-z gelden voor álle zorgaanbieders, indicatieorganen en
zorgverzekeraars. Zij moeten het BSN gebruiken bij het
uitwisselen van gegevens over patiënten of cliënten. Dit betekent dat alle gebruikers
met een betrouwbaar BSN moeten werken en er zeker van moeten zijn dat
het nummer en de gegevens bij een bepaalde persoon horen.
Op basis van de Zvw moeten
patiënten die zorg verleend krijgen ten laste van de Zvw zich sinds 1
januari 2006 in ziekenhuizen en poliklinieken kunnen legitimeren met een
geldig paspoort, identiteitskaart of rijbewijs. Zodra de Wet BSN-z tot wet
is verheven en in werking treedt, moeten patiënten zich ook
legitimeren bij andere zorgverleners (zoals de huisarts of fysiotherapeut),
indicatieorganen en zorgverzekeraars. Identificatie van patiënten is onder meer
nodig om vast te kunnen stellen dat BSN en persoon bij elkaar horen.
Als dat niet mogelijk is, zal de zorgaanbieder een aantal gegevens van de
patiënt in zijn administratie op moeten nemen en zal hij deze gegevens bij
het verstrekken van persoonsgegevens aan een andere zorgaanbieder,
indicatieorgaan of zorgverzekeraar moeten verstrekken. Die gegevens
zijn van belang om, ondanks de afwezigheid van het BSN, toch een zo
groot mogelijke zekerheid te creëren dat de gegevens bij de juiste
persoon horen.
Er is geen discrepantie
tussen de eisen betreffende gegevensverstrekking in dit wetsvoorstel en de
gegevensverstrekking zoals geregeld in het wetsvoorstel Wet BSN-z. Dit wetsvoorstel
regelt namelijk dat bij het vragen van bijdragen door
zorgaanbieders gegevensverstrekking plaatsvindt tussen zorgaanbieders en het
CVZ en
levert geen gegevensverstrekking op tussen zorgaanbieders,
Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) en zorgverzekeraars zoals is geregeld in de Wet
BSN-z.
Het
CBP beveelt aan om in te
gaan op de vraag wat de interactie is van de verwerking van
persoonsgegevens door het CVZ (die voortvloeit uit de in artikel
122a aan
het CVZ
opgedragen taak) met de risicoverevening. Risicoverevening speelt in
het kader van de zorgverzekeringen. Voorliggend wetsvoorstel regelt geen
verzekering voor illegalen. Derhalve is er geen interactie met de
risicoverevening, nog afgezien van het feit dat het CVZ bij de uitvoering van
artikel
122a geen persoonsgegevens van illegalen zal verwerken.
Advisering Raad voor de
Rechtspraak
Omdat de Raad voor de
Rechtspraak op grond van artikel 95 van de Wet
op de rechterlijke organisatie een wettelijke adviestaak heeft met betrekking tot, onder andere, nieuwe
wetsvoorstellen die gevolgen hebben voor de rechtspraak, is die Raad
over dit wetsvoorstel advies gevraagd. Bij brief van 20 juni 2007 heeft de
Raad advies uitgebracht. De Raad heeft daarin aangegeven dat het
wetsvoorstel geen aanleiding geeft tot het maken van inhoudelijke op- en
aanmerkingen. De toedeling van de rechtsmacht in eerste en enige aanleg aan
het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is in lijn met de Wet
marktordening gezondheidszorg.
De Stichting Koppeling
krijgt jaarlijks een subsidie van de Minister van VWS ter compensatie van
oninbare vorderingen van eerstelijnszorgaanbieders die medisch noodzakelijke
zorg hebben verleend aan illegalen. De subsidies worden toegekend
op grond van de Kaderwet
VWS-subsidies. Bij het inwerkingtreden van
deze wet wordt de subsidieverstrekking aan de Stichting Koppeling
beëindigd met inachtneming van de daarvoor geldende regels op grond van
de Kaderwet VWS-subsidies en de Awb.
rblz.|18|
De compensatie van
zorgaanbieders die met dit wetsvoorstel wettelijk wordt geregeld, betreft, zoals
eerder aangegeven, onder meer ziekenhuiszorg verleend aan illegalen
waarvoor thans via de Beleidsregel afschrijvingskosten dubieuze
debiteuren een budgetcompensatie is opgenomen. Het beslag van de zorg die
onbetaald aan illegalen is verleend op die beleidsregel, zal na
inwerkingtreden van dit wetsvoorstel vervallen. Betreffende deze
beleidsregel zij nog opgemerkt dat bij brief van 4 september 2006 "Ruimte
voor betere zorg" ¹ het perspectief is geschetst voor de bekostiging van de
ziekenhuiszorg vanaf 2008. Zoals in die brief was aangegeven, was het
voornemen om onder voorwaarden vanaf 2008 over te gaan op
prestatiebekostiging op basis van DBC’s. Dit zou algehele beëindiging van de
beleidsregel hebben betekend. Inmiddels is de Tweede Kamer bij brief van 13 juni
2007
"Waardering voor betere
zorg" ² geïnformeerd over de uitvoering van de
plannen uit het Coalitieakkoord ten aanzien van de invoering van
integrale prestatiebekostiging in de ziekenhuissector. In
genoemde brief is aangegeven dat voor een groot deel van de ziekenhuiszorg
de functiegerichte bekostiging nog in 2008 gehandhaafd blijft. Hierdoor
blijft de beleidsregel nog in 2008 in stand, zij het dat het beslag hierop
zal verminderen als gevolg van de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel.
1. Kamerstukken II 2005-2006,
29 248, nr. 30.
2. Kamerstukken II 2006-2007,
29 248, nr. 37.
Evaluatie
Een evaluatie van de
financiering van medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen zal
binnen drie jaar na het inwerkingtreden van artikel I van
deze wet plaatsvinden. Mogelijk kan de evaluatie van deze
regeling samenlopen met de
evaluatie betreffende de Zorgverzekeringswet. Het verslag over de
doeltreffendheid en effecten van deze maatregel in de praktijk zal aan de
Tweede en Eerste Kamer worden gezonden.
B. Wijziging van artikel 5
van de AWBZ
AWBZ-verzekering en
Zvw-verzekeringsplicht
Zoals hiervoor in de
inleiding van deel A is gemeld, is met de invoering van de
Koppelingswet in de
sociale verzekeringen het uitgangspunt opgenomen dat het verblijfsrecht
richtinggevend is bij het vestigen en toekennen van aanspraken op
collectieve voorzieningen. De Vw
2000 sluit in artikel 10, eerste lid, de
aanspraak op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen
af voor vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. Dit
onderdeel betreft de verzekering ingevolge de AWBZ
en daarmee de
verzekeringsplicht voor de Zvw. De AWBZ is één van de volksverzekeringen.
Ingevolge artikel 10
Vw 2000 hebben vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven geen
toegang tot, onder andere, de sociale (zorg)verzekeringen (AWBZ- en
Zvw-verzekering). Hetgeen de voorliggende wijziging van
artikel 5 van
de AWBZ beoogt te regelen, kan worden begrepen onder
één van de
eveneens in dit artikel genoemde uitzonderingen op genoemd beginsel.
De regering heeft overwogen
dat het onwenselijk is dat als gevolg van de vigerende regelgeving een
"verzekeringsgat" ontstaat voor bepaalde groepen minderjarige vreemdelingen. Dit
"verzekeringsgat" leidt ertoe
dat er moeilijkheden
ontstaan als bij de geboorte blijkt dat het kind medische zorg behoeft, bijvoorbeeld
bij prematuur geborenen, of wanneer een kind dat wordt geadopteerd
ziek is of bij inreizen in Nederland een medische screening van belang is.
Zeker in het licht van het feit dat het verzekeringsgat ontstaat
louter omdat een aantal administratieve processen moet worden doorlopen voordat een verblijfsvergunning wordt afgegeven. De
voorliggende wijziging van artikel 5 voorziet erin dit verzekeringsgat te dichten.
rblz.|19|
Een soortgelijke aanpassing
voor de andere volksverzekeringen (Algemene Ouderdomswet (AOW),
Algemene
nabestaandenwet (Anw) en Algemene Kinderbijslagwet (AKW))
is niet opportuun. De AOW is een opbouwverzekering die pas
opbouwt vanaf het vijftiende levensjaar. Het recht op
nabestaandenuitkering is gerelateerd aan de overleden verzekerde. De kinderen waarvoor
AWBZ-verzekering wordt geregeld, hebben een leeftijd waarop zij zelf
geen nabestaanden hebben. In de AKW is de ouder/verzorger van een kind
de verzekerde en is het recht op kinderbijslag gerelateerd aan de
verzekerde ouder/verzorger. Om die reden is uitbreiding van verzekering
voor alle volksverzekeringen niet relevant.
Ingevolge
artikel 5 van de AWBZ
is verzekerd de in Nederland wonende of als werknemer werkende
vreemdeling, genoemd in artikel 8, onderdeel a tot en met e of
l, van de Vw
2000.
Hiermee zijn bedoeld vreemdelingen die in het bezit zijn van een
verblijfsvergunning. Evenals andere vreemdelingen moeten kinderen geboren uit een in
Nederland wonende ouder die in het bezit is van een verblijfsvergunning
dan wel kinderen geboren in het buitenland uit in Nederland wonende
rechtmatig verblijvende ouders of kinderen die door in Nederland wonende
(en rechtmatig verblijvende) ouders geadopteerd worden, ook in het bezit
zijn van een verblijfsvergunning. In het laatste geval geldt dat
alleen voor zover het kind niet reeds door de adoptie het Nederlanderschap
heeft verkregen. Indien de ouders een verblijfsvergunning hebben,
wordt de vergunning aan het kind in principe verleend. De
verblijfsvergunning werkt over het algemeen terug tot en met de datum waarop
de
verblijfsvergunning is aangevraagd (datum verlening verblijfsrecht is
datum aanvraag).
Omdat de procedure tot
aanvraag van een verblijfsvergunning pas in gang wordt gezet nadat een
kind is geboren of nadat het (geadopteerde) kind Nederland is ingereisd,
is er tussen die data en datum van aanvraag van een verblijfsvergunning
altijd een periode waarin het kind zonder verblijfsrecht in Nederland
verblijft. Een verzekeraar kan voor die periode geen zorgverzekering
sluiten; de verzekering gaat immers niet eerder in dan het moment waarop aan de
voorwaarden van wonen en rechtmatig verblijf is voldaan. Er
ontstaat aldus een "verzekeringsgat" dat veroorzaakt wordt door enerzijds de
systematiek van de Vw
2000 en anderzijds het in - onder meer - de
AWBZ
geïncorporeerde beginsel van de koppeling aan de aard van de
verblijfsstatus van vreemdelingen voor het verkrijgen van rechten en aanspraken
ingevolge de Nederlandse wetgeving.
Verzekering en
vergunningverlening in de praktijk
In de regel verstrijkt na de
aanvraag van een verblijfsvergunning en de verlening van de vergunning
een aantal maanden voordat de vergunning (met terugwerkende kracht)
wordt verleend. Dit heeft onder andere te maken met de capaciteit bij
de vergunningverlenende instantie, de Immigratie- en
Naturalisatiedienst (IND).
De AWBZ-verzekering en de
Zvw-verzekeringsplicht gaan evenwel pas in op de dag van afgifte van de
vergunning. Mensen die in afwachting zijn van hun vergunning kunnen
nog geen Zvw-verzekering sluiten en zullen in de praktijk óf reeds een
verzekering tegen ziektekosten hebben, óf, als ze vanuit het buitenland
naar Nederland komen, tijdelijk een particuliere verzekering tegen
ziektekosten kunnen sluiten. Dit zal evenwel op moeilijkheden stuiten als bij de geboorte
blijkt dat het kind medische zorg behoeft, bijvoorbeeld bij
prematuur geborenen, of wanneer een kind dat wordt geadopteerd ziek is of
anderszins medische behandeling nodig heeft. De verzekeraar zal
dan geen verzekering willen sluiten of de voorziene kosten voor medische zorg
uitsluiten van verzekering.
rblz.|20|
Kinderen in Nederland
geboren of in het buitenland geboren uit in Nederland wonende ouders
Voor het indienen van een
aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning aan kinderen die in
Nederland worden geboren of in het buitenland worden geboren uit in
Nederland wonende ouders kan gebruik worden gemaakt van de
zogenaamde M50-procedure. Er zijn vooralsnog twee M50-loketten in
Nederland (Hoofddorp en Rijswijk), waar voor een aantal situaties een
versnelde procedure kan worden gevolgd. Deze versnelde procedure is ook
aangewezen als een kind in Nederland geboren wordt en het in
zekere mate vaststaat dat een verblijfsvergunning verleend zal worden. Deze
procedure kan ook worden gevolgd voor kinderen die in het buitenland worden geboren uit in Nederland wonende
ouders die rechtmatig hier
verblijven. De ouders/verzorgers kunnen daartoe een afspraak maken
met de IND. Op dit moment
verstrijken er ongeveer twee weken tussen het moment van het maken van de
afspraak en de afspraak zelf. Als aan de voorwaarden wordt voldaan en
alle benodigde documenten overlegd kunnen worden, kan de
vergunning verleend worden op de datum van de afspraak. De vergunning
wordt dan ook op die dag afgegeven. De AWBZ-verzekering (en daarmee de
verzekeringsplicht ingevolge de Zvw) kan dan in beginsel op dezelfde dag
ingaan.
Kinderen die worden
geadopteerd
Ten behoeve van kinderen die
worden geadopteerd, moet, voor zover zij het Nederlanderschap niet
door de adoptie hebben verkregen, een verblijfsvergunning worden aangevraagd. Indien adoptie conform de
daartoe bestaande procedures
heeft plaatsgevonden, zal de verblijfsvergunning in principe worden verleend.
Tussen de inreis in Nederland en indiening van een aanvraag
is er echter een periode waarin het kind geen rechtmatig verblijf in
Nederland heeft.
Artikelsgewijs
Artikel
I
Artikel 122a
(algemeen)
De redenen om het
verstrekken van bijdragen aan zorgaanbieders die medisch noodzakelijke zorg
aan illegalen hebben verleend in hoofdstuk 11 van de
Zvw (Overige bepalingen) te regelen, zijn de volgende. De
hoofdstukken
1 tot en met 5 van de Zvw hebben betrekking op de zorgverzekering. De hier bedoelde bijdragen
worden echter verstrekt aan zorgaanbieders die medisch
noodzakelijke zorg hebben verleend aan mensen die géén
zorgverzekering hebben (en zich zo’n verzekering ook niet konden verschaffen).
Bovendien wordt ook AWBZ-zorg gefinancierd. Daarom is het niet raadzaam
het artikel in één van deze hoofdstukken op te nemen. Een andere optie
was om dit onderwerp te regelen in paragraaf 6.2 van de
Zvw
(Taken en
bevoegdheden van het College zorgverzekeringen). Het CVZ
krijgt immers in de
artikelen 68 tot en met 70 Zvw
taken opgedragen die buiten
de zorgverzekering vallen. Hetgeen in die artikelen is bepaald, houdt
echter toch veel verband met de zorgverzekering. Artikel 68
Zvw
bepaalt
namelijk dat het CVZ tijdelijke subsidies kan verstrekken voor zorg of
andere diensten ten aanzien waarvan het voornemen bestaat deze
te doen opnemen in de te verzekeren prestaties. Artikel 69
Zvw
bepaalt dat
in het buitenland wonende personen met recht op een Nederlands
pensioen of (langlopende) uitkering, indien zij niet op grond van de
wetgeving van hun woonland voor ziektekosten verzekerd zijn, recht op
(vergoeding van) geneeskundige zorg hebben indien zij - nadat zij
zich verzekerd zouden hebben - recht op Zvw-prestaties zouden
hebben indien zij in Nederland zouden hebben rblz.|21|
gewoond. Artikel 70
Zvw
bepaalt dat het CVZ voor gemoedsbezwaarden een
rekening opent en in stand houdt waaruit zorg kan worden vergoed die op
grond van een zorgverzekering gefinancierd zou zijn indien deze
gesloten zou zijn.
De bijdragen voor aan
vreemdelingen verleende zorg hebben zo weinig met de zorgverzekering te
maken dat het meer in de rede ligt de bepaling daarover op te nemen in hoofdstuk 11 van de
Zvw
(Overige bepalingen). Daarbij is gekozen voor
plaatsing voor artikel 123 Zvw, opdat op grond van dat artikel
zo nodig ook
regels kunnen worden gesteld over de wijze waarop het CVZ artikel
122a Zvw
uitvoert.
Artikel 122a, eerste lid
Artikel
122a, eerste lid, Zvw bepaalt dat het
CVZ bijdragen verstrekt aan zorgaanbieders die inkomsten
derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg
aan een bepaalde groep vreemdelingen als bedoeld in artikel 8,
onderdeel f, Vw
2000, dan wel vreemdelingen als bedoeld in artikel 10 van de Vw
2000.
Vreemdelingen als bedoeld in
artikel 10 Vw
2000 verblijven onrechtmatig in Nederland, en zijn hier
derhalve illegaal. Aanleiding voor het wetsvoorstel vormt de wens een bijdrage
te verlenen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van aan
deze illegalen verleende medisch noodzakelijke zorg. Bij het opstellen van
het wetsvoorstel is echter gebleken dat er ook enkele groepen legaal
in Nederland verblijvende vreemdelingen zijn die niet onder de AWBZ-verzekeringsplicht vallen en derhalve geen zorgverzekering kunnen
sluiten, noch ook onder de regelingen van Justitie (Rva
2005 en Rvb) vallen. Dit
zijn vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven omdat zij in
afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd respectievelijk in afwachting zijn op een beslissing op een bezwaarschrift
op een beroepschrift,
terwijl zij op grond van het bij of krachtens de Vw
2000 geregelde of op grond van
een rechterlijke beslissing niet uitgezet kunnen worden totdat op de
aanvraag, het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist. De in dit
wetsvoorstel geregelde bijdragen kunnen ook worden ontvangen voor aan deze
groepen vreemdelingen verleende zorg. Net als in het algemeen deel van de
memorie van toelichting is aangegeven, wordt met het oog op de
leesbaarheid van het vervolg van deze toelichting in het hiernavolgende steeds
over "illegalen" gesproken. Daar wordt echter ook de hiervoor beschreven groep legaal in Nederland verblijvende
personen mee bedoeld.
Wellicht ten overvloede
wordt opgemerkt dat artikel 122a Zvw
illegalen geen recht geeft (jegens het CVZ) op verstrekking of vergoeding van zorg. Er wordt immers bepaald dat
het CVZ bijdragen verstrekt in de inkomstenderving die zorgaanbieders lijden
ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg
aan illegalen.
Artikel
122a, eerste lid, Zvw stipuleert slechts dat het
CVZ bijdragen verstrekt. De wijze waarop
dat gebeurt, is in het vierde tot en met zesde lid geregeld. De bijdragen
voor
eerstelijnszorg (met uitzondering van farmaceutische zorg), acute tweedelijnszorg
en AWBZ-zorg waarvoor verzekerden geen indicatie nodig hebben,
worden op declaratiebasis verstrekt (vierde lid). Het CVZ draagt
aan het aan illegalen verlenen van niet-acute tweedelijnszorg,
farmaceutische zorg en AWBZ-zorg waarvoor verzekerden een indicatie nodig hebben,
bij door met bepaalde zorgaanbieders contracten te sluiten over
de levering van die zorg tegen een bepaalde prijs (vijfde lid). De
bijdrage in laatstgenoemde aan illegalen te leveren zorg geschiedt dus niet
langs bestuurlijke, maar langs privaatrechtelijke weg.
rblz.|22|
Voorts wordt opgemerkt dat
het vragen - aan het
CVZ
- van een bijdrage in de inkomstenderving die
een zorgaanbieder lijdt doordat een vordering oninbaar is gebleken, niet
is te zien als het in rekening brengen van een tarief als bedoeld in de Wmg.
Artikel 122a, tweede lid
Dit artikellid bepaalt dat
onder medisch noodzakelijke zorg in principe alle zorg en andere diensten
vallen die voor verzekerden op grond van de AWBZ
of op grond van hun
zorgverzekering gedekt zijn. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur zullen bepaalde vormen van zorg of diensten die voor illegalen
per definitie niet medisch noodzakelijk worden geacht, worden uitgezonderd.
Het zal hierbij in ieder geval om IVF-behandelingen en
genderoperaties gaan.
De individuele zorgaanbieder
bij wie een illegaal zich vervoegt, is degene die beslist of niet in de
algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling uitgesloten zorg
voor een individuele illegaal, gezien de aard van de prestaties en zijn
verwachte verblijfsduur alhier, ook werkelijk medisch noodzakelijk is.
Artikel 122a, derde lid
Een zorgaanbieder heeft
slechts recht op een bijdrage voor zover een illegaal de rekening van de
zorgaanbieder niet heeft betaald of kan betalen.¹ De zorgaanbieder krijgt ook
geen bijdrage voor de door hem geleverde zorg voor zover de illegaal
een particuliere verzekering heeft die de kosten dekt. De
zorgaanbieder dient derhalve eerst zijn rekening ter betaling aan (de verzekeraar van) de
illegaal mee te geven of te sturen. Voorts verstrekt het CVZ
geen
bijdrage voor zover de rekening op grond van een andere, wettelijke
voorziening kan worden betaald.
Ten slotte geldt dat dat
deel van de rekening dat hoger is dan hetgeen in de Nederlandse
marktomstandigheden gebruikelijk is buiten beschouwing blijft. Wat dit betreft, is
aangesloten bij de formulering in artikel
2.2, tweede lid, onderdeel b van
het Besluit zorgverzekering. Op grond van dat artikel hoeft een
zorgverzekeraar verzekerden met een restitutiezorgverzekering dat deel van de
zorgkosten
dat hoger is dan wat in de Nederlandse marktomstandigheden
gebruikelijk is niet te vergoeden. Aldus wordt voorkomen dat voor
zorg of diensten waarvoor op grond van de Wmg
geen tarief meer geldt
bijdragen kunnen worden gevraagd in kosten die hoger zijn dan
wat in de Nederlandse marktomstandigheden gebruikelijk is.
Het CVZ kan in zijn
beleidsregels en in de overeenkomsten, bedoeld in het vijfde lid, bepalen wanneer
een vordering van een zorgaanbieder oninbaar is geworden. Hierdoor kan
voorkomen worden dat de zorgaanbieder te snel een bijdrage vraagt
aan het CVZ voor de kosten die hij heeft gemaakt voor het verlenen
van zorg aan illegalen.
1. Dat is dan ook de reden
waarom in het voorgestelde artikel 122a
Zvw, anders dan op grond van de Zvw
en de AWBZ voor verzekerden, niets is
geregeld over zorggebonden eigen bijdragen: in principe dient de
illegaal (of, als hij een particuliere ziektekostenverzekering heeft,
zijn verzekeraar) de rekening volledig te betalen. Slechts voor zover
hij daarin niet slaagt, kan de zorgaanbieder een bijdrage in de
dientengevolge bij die aanbieder ontstane inkomstenderving ontvangen.
Artikel 122a, vierde lid
Het vierde en vijfde lid van
het voorgestelde artikel 122a Zvw
regelen hoe het CVZ in de
inkomstenderving ten gevolge van het verlenen van zorg aan in betalingsonmacht
verkerende illegalen bijdraagt. Het vierde lid ziet op bijdragen in de kosten
van zorg waarop mensen die wél AWBZ-verzekerd zijn en wél een
zorgverzekering hebben, doorgaans zonder verwijzing, recept of
indicatie een beroep kunnen doen. Het betreft hier eerstelijnszorg met
uitzondering van farmaceutische zorg (daar is immers een recept voor nodig),
acute tweedelijnszorg en AWBZ-zorg waarvoor rblz.|23|
AWBZ-verzekerden geen
indicatie nodig hebben.¹ De bijdragen in de kosten voor zorg die onder
het vierde lid valt, worden op declaratiebasis verstrekt en bedragen 80%
van de kosten, voor zover deze kosten althans niet door de vreemdeling of
zijn verzekeraar dan wel op grond van een andere wettelijke regeling
zijn of kunnen worden betaald of buiten beschouwing moeten blijven
omdat zij hoger zijn dan wat in de Nederlandse marktomstandigheden in
redelijkheid passend is.
1. Na de overheveling, per 1
januari 2008, van de geneeskundige geestelijke
gezondheidszorg (GGZ) van de AWBZ naar de Zvw zal het met name gaan om de
volgende vormen van AWBZ-zorg:
• prenatale zorg;
• onderzoek naar
aangeboren stofwisselingsziekten voor illegalen die behoren
tot de groepen aangewezen bij de
ministeriële regeling, bedoeld in artikel
17 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
• de vaccinaties die voor
verzekerden onder de dekking van de AWBZ
vallen. Ook voor voortgezet verblijf
(na het eerste jaar) in een ziekenhuis,
revalidatie-instelling of psychiatrische instelling
is geen indicatie nodig. Deze zorg zal echter
op contractsbasis worden vergoed. Voor meer
informatie wordt verwezen naar de toelichting
op het zesde lid.
Artikel 122a, vijfde lid
Het
CVZ sluit voor zorg die
niet onder het vierde lid valt overeenkomsten met een beperkt aantal
zorgaanbieders. Het gaat hierbij om niet-acute (derhalve uitstelbare) tweedelijnszorg, om farmaceutische zorg en om
AWBZ-zorg waarvoor
AWBZ-verzekerden een indicatie nodig hebben. Op dit moment wordt vooral
gedacht aan contracten met ziekenhuizen en psychiatrische instellingen.
Niet uitgesloten is echter dat de behoefte aan uitstelbare medisch
noodzakelijke tweedelijnszorg zodanig is dat ook contracten met bijvoorbeeld
een beperkt aantal revalidatie-instellingen, verzorgingshuizen en
verpleeghuizen gesloten zullen moeten worden.
Het
CVZ zal, voor zover de
zorgaanbieders niet zelf aanbestedingsplichtig zijn, deze overeenkomsten
moeten aanbesteden. Bij de keuze van de te contracteren zorgaanbieders
zal het CVZ rekening houden met de spreiding van illegalen over het land:
verblijven er relatief veel illegalen in Zuid-Holland, dan zullen
daar relatief veel zorgaanbieders worden gecontracteerd.
In de overeenkomsten die het
CVZ met de zorginstellingen sluit, wordt afgesproken dat de
zorginstelling een bepaald budget ter beschikking krijgt om uitstelbare medisch noodzakelijke zorg te verlenen aan iedere
illegaal die zich bij de
instelling vervoegt. In de overeenkomsten moeten in ieder geval afspraken
worden gemaakt over:
- de wijze waarop de
zorginstelling het begrip "medisch noodzakelijke
zorg" invult;
- de (mate van)
inspanningen die de zorginstelling moet verrichten om te proberen de (verzekeraar
van de) illegaal de rekening te laten betalen;
- de wijze waarop de
zorginstelling ervoor zorgt dat alleen illegalen (en dus niet-verzekerbare
onverzekerden) voor rekening van het budget komen;
- de wijze waarop de
zorginstelling zich over het voorgaande jegens het CVZ verantwoordt, alsmede de
wijze waarop het CVZ zo nodig controle op de werkzaamheden van het
ziekenhuis kan uitoefenen.
Het budget voor de
gecontracteerde instelling zal niet gelijk worden gesteld aan 100 procent van
de verwachte zorgkosten van uitstelbare zorg aan illegalen. Rekening zal
namelijk worden gehouden met het feit dat het ziekenhuis een beperkte
hoeveelheid rekeningen door (de verzekeraar van) de illegaal betaald kan
krijgen, en voorts zal - net als dat op dit moment door de Stichting
Koppeling geschiedt - enig ondernemersrisico worden ingecalculeerd.
Indien het ziekenhuis uitstelbare medisch noodzakelijke zorg verleent aan het aantal
illegalen dat vooraf werd ingeschat en het ziekenhuis een overschot
op het budget overhoudt, mag het ziekenhuis dat overschot houden. Indien
het ziekenhuis een tekort op het budget overhoudt, valt dat onder
het ondernemersrisico van het ziekenhuis. Indien het ziekenhuis zich
echter aan de afspraken in de overeenkomst heeft gehouden en het
ziekenhuis naar achteraf blijkt meer illegalen heeft geholpen dan vooraf werd
verwacht, wordt het budget van een volgend jaar verhoogd met een bedrag
voor het extra aantal illegalen aan wie in het eerdere jaar zorg is
verleend.
rblz.|24|
Artikel 122a, zesde lid
Als een zorginstelling zowel
zorg als bedoeld in het vijfde lid als zorg als bedoeld in het vierde lid
kan verlenen en het CVZ die instelling voor de zorg, bedoeld in het vijfde
lid, wenst te contracteren, kan het contract zich mede uitstrekken over de in
het vierde lid bedoelde zorg. Te denken valt ten eerste aan
ziekenhuizen,
die altijd acute tweedelijnszorg zullen kunnen verlenen, alsmede bepaalde
eerstelijnszorg (eerste hulp). Indien een ziekenhuis dat voor de
uitstelbare tweedelijnszorg gecontracteerd is aan illegalen verleende
eerstelijnszorg of acute tweedelijnszorg afzonderlijk bij het CVZ zou moeten
declareren, zou dat betekenen dat het ziekenhuis voor aan in betalingsonmacht
verkerende illegalen twee verschillende vormen van financiering zou
kennen. Dat zou onnodige administratieve lasten voor het ziekenhuis
met zich brengen.
Iets dergelijks geldt ook
voor voortgezet verblijf (na het eerste jaar) in een ziekenhuis,
revalidatie-instelling of een psychiatrische instelling na het eerste jaar. Deze zorg
wordt
aan verzekerden verleend op grond van de AWBZ, en wel zonder
indicatie. Het eerste verblijfsjaar in zo’n instelling valt voor personen met een
zorgverzekering onder de dekking van die verzekering, en het heeft
weinig zin om iemand die zo zorgbehoevend is dat hij een jaar in een
ziekenhuis, revalidatie-instelling of psychiatrische instelling heeft verbleven,
voor het voortgezette, uit de AWBZ te financieren verblijf, nog eerst
afzonderlijk te indiceren.
Voor illegalen zou dit
zonder nadere maatregelen echter betekenen dat het eerste verblijfsjaar alleen
wordt vergoed indien de zorginstelling een overeenkomst met het CVZ
heeft gesloten (vijfde lid), waarna voor verblijf gedurende tweede en latere
jaren op grond van het vierde lid een vergoeding op declaratiebasis zou
gelden. Het is uiteraard wenselijk dat voor dit soort vervolgzorg ook de
overeenkomstensystematiek geldt.
Artikel 122a, zevende tot en
met tiende lid
Het zevende tot en met
tiende lid van artikel 122a regelen de wijze waarop het
CVZ kan beschikken over
de gelden benodigd voor het uitvoeren van de in de voorgaande leden
geregelde taak. Daarbij wordt opgemerkt dat het hier slechts gaat om de
gelden voor het verstrekken van bijdragen in de aan illegalen verleende
medisch noodzakelijk zorg. Het gaat niet om de beheerskosten die het CVZ
zelf maakt voor het uitvoeren van de regeling. Die zullen tezamen met de
overige beheerskosten van het CVZ op grond van de in paragraaf 6.3 van
de Zvw opgenomen regels aan het CVZ beschikbaar worden gesteld.
Aangezien de gelden voor de
bijdragen niet uit het Zorgverzekeringfonds of het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten (AFBZ) ter beschikking worden gesteld, maar vanuit
de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), is voor de
procedure waarlangs deze beschikbaarstelling geschiedt, aangesloten bij
de wijze waarop het CVZ zijn beheerskosten
- die ook
begrotingsgefinancierd zijn - ontvangt.
Het zevende lid bepaalt dat
het CVZ jaarlijks vóór 1 oktober aan de Minister van VWS een
begroting van de bijdragekosten voor het daaropvolgende kalenderjaar zendt.
De datum
is gelijk aan de datum waarop het CVZ zijn jaarplan - waarvan de begroting van zijn beheerskosten deel uitmaakt
- aan de Minister
van VWS dient te verzenden (artikel 71 Zvw).
Net als in
artikel 72,
eerste lid, Zvw ten aanzien van de begroting voor de beheerskosten
CVZ is
geregeld, regelt het achtste lid van artikel
122a vervolgens dat de Minister
van VWS het bedrag voor de bijdragen vóór 1 december vaststelt. Het
negende lid bepaalt dat dit bedrag uit ’s Rijks rblz.|25|
kas, dat wil in casu zeggen,
ten laste van de begroting van VWS, wordt gefinancierd. Het CVZ dient
het geld afzonderlijk te beheren en te administreren. Dat wil zeggen dat het
beheer en de administratie zodanig dienen te geschieden dat op basis
daarvan de noodzakelijke beheers- en verantwoordingsinformatie
over de besteding van de bijdragen beschikbaar kan komen.
Aangezien in het tiende lid
van artikel 122a de artikelen
72, tweede tot en met zesde lid, 73 en
75 Zvw van overeenkomstige toepassing worden verklaard, zal de begroting
onder andere de goedkeuring van de Minister van VWS behoeven (artikel 75
Zvw) en zal het CVZ
de minister moeten waarschuwen voor dreigende overschrijdingen
(artikel 72, derde lid, Zvw).
(Gaat het om overschrijding
van het bedrag begroot voor de bijdragen op declaratiebasis, bedoeld in
artikel
122a, vierde lid, dan zal vervolgens extra geld beschikbaar
moeten worden gesteld; overschrijding van bedragen opgenomen in de
overeenkomsten, bedoeld in artikel
122a, vijfde lid, zullen, indien
daaraan althans ten grondslag ligt dat meer illegalen zijn geholpen dan verwacht,
in het daaropvolgende jaar tot uitbetaling komen). Voorts zal het CVZ zich, tezamen met de
jaarverantwoording
geregeld in artikel 73 Zvw,
moeten verantwoorden over het gebruik van het voor de bijdragen ter
beschikking gestelde bedrag. Door het tweede tot en met elfde lid van
artikel 40 Zvw van overeenkomstige toepassing te verklaren, wordt bereikt dat
het ieder jaar ter beschikking gestelde bedrag onder het geïntegreerd
middelenbeheer valt. Dit houdt in dat deze middelen met het oog op een
doelmatig kasbeheer zolang mogelijk in de schatkist worden aangehouden. Daartoe zal ook voor deze middelen
- evenals voor de middelen in
het Zorgverzekeringsfonds het geval is - bij het ministerie van
Financiën een rekening-courant worden geopend. Over de middelen op de
rekening-courant heeft het CVZ de beschikkingsbevoegdheid. Over het tegoed op de
rekening-courant wordt door de Minister van Financiën een
rente vergoed. De regels ter zake van onder andere de rentevergoeding in
de Regeling zorgverzekering zijn eveneens van toepassing.
Artikel 122a, elfde lid
Artikel
122a, elfde lid,
regelt dat zorgaanbieders die in aanmerking wensen te komen voor een
bijdrage in de kosten van de door hen aan illegalen verleende zorg, daartoe het
CVZ of, mocht het CVZ besluiten de
uitvoering van de in artikel 122a neergelegde regeling geheel of gedeeltelijk uit te besteden, door het
CVZ aangewezen personen, gegevens verstrekken die noodzakelijk
zijn om te kunnen vaststellen of recht op een bijdrage bestaat en wat de
omvang daarvan is.
De gegevens waar het om gaat,
zullen bij ministeriële regeling worden bepaald. Niet uitgesloten is
dat daarin geregeld zal worden dat zorgaanbieders, naast gegevens over henzelf,
over de geleverde zorg en over de (resterende) kosten daarvan,
ook enkele gegevens over de illegaal aan wie de zorg is verleend, zullen
moeten leveren. Om te voorkomen dat illegalen van het inroepen van zorg
afzien uit angst dat hun persoonsgegevens bij de overheid (het CVZ) bekend
worden, zullen dergelijke gegevens echter zo globaal zijn dat deze
voor het CVZ niet tot de persoon van de illegaal herleidbaar zijn. Derhalve
zullen de zorgaanbieders het CVZ geen persoonsgegevens omtrent hun
illegale patiënten hoeven te leveren. Om een indicatie te geven: op
dit moment worden aan de Stichting Koppeling slechts de initialen, het
geslacht, de leeftijd en de nationaliteit van de illegalen aan wie zorg is
verleend, geleverd.
rblz.|26|
Artikel 122a, twaalfde lid
De beslissingen van het
CVZ om, naar aanleiding van een declaratie, op grond van het vierde lid een
bijdrage te betalen, zijn te zien als beschikkingen in de zin van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb). Aansluitend bij de gebruikelijk
beroepsgang die voor zorgaanbieders tegen door de Nederlandse zorgautoriteit
genomen beschikkingen in de Wmg
is geregeld, is in het twaalfde lid
geregeld dat tegen bovenbedoelde beschikkingen van het CVZ in eerste en
enige aanleg beroep bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven (CBb) openstaat.
Artikel II
Artikel 5 AWBZ
De reden verzekering op
grond van de AWBZ te regelen, is omdat voor bepaalde groepen
minderjarige vreemdelingen een verzekeringsgat bestaat louter omdat een aantal administratieve processen moeten
worden doorlopen voordat een
verblijfsvergunning wordt verstrekt waardoor deze minderjarige
vreemdelingen AWBZ-verzekerd zijn en daarmee verzekeringsplichtig voor de
Zvw. De minderjarige vreemdelingen die het betreft, zijn kinderen die in
Nederland zijn geboren uit een ouder die in het bezit is van een
verblijfsvergunning dan wel die in het buitenland zijn geboren uit in Nederland
wonende ouders die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning of
kinderen die door in Nederland wonende en rechtmatig verblijvende ouders
geadopteerd worden en voor wie met het oog op adoptie
beginseltoestemming is verleend op grond van artikel 2 van de Wet
opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. Indien de ouders een verblijfsvergunning hebben,
wordt de vergunning aan het kind in principe verleend.
Op grond van artikel 5 van
de AWBZ zijn vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf
genieten als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e of
l, van de Vw
2000,
niet AWBZ-verzekerd.
Ten behoeve van het dichten
van het verzekeringsgat door het ontbreken van de verblijfsvergunning
van deze minderjarige vreemdelingen regelt de voorliggende wijziging AWBZ-verzekering van bedoelde groepen
kinderen en derhalve
verzekeringsplicht voor de Zvw en daarmee acceptatieplicht voor
zorgverzekeraars.
Artikel III
De nieuwe regeling van
financiering van aan illegalen verleende zorg zal worden geëvalueerd. Binnen
drie jaar na inwerkingtreding ervan zal de Staten-Generaal een verslag
van die evaluatie ontvangen.
Artikel IV
Het wetsvoorstel zal pas in
werking kunnen treden op het moment waarop het CVZ
gereed is om de in
het voorstel aan hem toegekende taken uit te voeren. Op dat moment moeten
er bovendien voldoende conceptovereenkomsten als bedoeld in het
voorgestelde artikel 122a, vijfde lid,
Zvw zijn. Op dit moment is
niet goed in te schatten wanneer dat het geval zal zijn. Daarom is geregeld
dat de datum van inwerkingtreding bij koninklijk besluit wordt bepaald.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink