Doel
van voorliggend voorstel is in het kader van een juridische "opschoning"
de Invoeringswet Wet werk en bijstand (IWwb) in te trekken.
Veel bepalingen van deze wet
hebben betrekking op een soepele overgang van de Algemene bijstandswet
(Abw) naar de Wet werk en bijstand (Wwb) en zijn inmiddels
uitgewerkt. Overige bepalingen uit de IWwb
die ook nu nog relevant zijn,
krijgen een plek in het nieuwe hoofdstuk over overgangsrecht in de Wwb.
Tevens wordt van deze
gelegenheid gebruik gemaakt om de regelgeving met betrekking tot verhaal
van bijstand in de Wwb te regelen en in overeenstemming te brengen met het
wetsvoorstel Vierde tranche Algemene wet
bestuursrecht ¹ (Vierde
tranche Awb).
De beoogde datum van
inwerkingtreding van dit voorstel is 1 januari 2009.
1. Kamerstukken II 2003-2004,
29 702, nr. 2.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A (artikel
1)
Aan de definitiebepaling in
de Wwb worden vier definities toegevoegd. Deze zijn van belang voor
het nieuwe hoofdstuk met betrekking tot het overgangsrecht.
Onderdeel B (artikel
46)
In artikel
46, derde lid,
van de Wwb is bepaald dat beslag op algemene bijstand slechts geldig is
voor zover de beslagvrije voet van artikel 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering in acht wordt genomen. Deze bepaling is overbodig.
De beslagvrije voet moet immers al op grond van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering in acht worden genomen. Daarnaast zal
artikel 4.4.4.2.3 van de Awb, na invoering van de
Vierde
tranche Awb, bepalen
dat een dwangbevel een executoriale titel rblz.|2|
oplevert die met toepassing
van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
(waaronder de bepaling met betrekking tot de beslagvrije voet) kan worden
ten uitvoer gelegd. Het blijft dus zonder meer zo dat bij beslaglegging
rekening dient te worden gehouden met de beslagvrije voet.
Onderdeel C (paragraaf
6.5)
Op dit moment zijn op grond
van artikel 13 van de IWwb
de bepalingen over verhaal van de Abw nog
van toepassing (artikelen 92 tot en met 105 van de
Abw). Dit was bedoeld
als tijdelijke maatregel in afwachting van inwerkingtreding van het
nieuwe kinderalimentatiestelsel. Aangezien dit nieuwe
kinderalimentatiestelsel er niet is gekomen, is het overzichtelijker om de verhaalsbepalingen in
aangepaste vorm op te nemen in een nieuwe paragraaf van de Wwb.
Artikel 61
In dit artikel is de inhoud
van artikel 13 van de IWwb
(het oude artikel 92, eerste lid, van de Abw)
opgenomen. In de Abw was verhaal een plicht van
de colleges. Met de
invoering van de Wwb en de IWwb
is de verhaalsplicht echter gewijzigd in een
verhaalsbevoegdheid. Om deze reden kan ook het huidige tweede lid
van artikel 92 van de Abw
vervallen. Het derde lid van artikel 92 is ook
overbodig, aangezien deze regel al voortvloeit uit het eerste lid.
Artikel 62
In dit artikel is de inhoud
van artikel 93 van de Abw
opgenomen. Echter, de aanhef van artikel 62 is
gewijzigd in een bevoegdheid. Dit omdat colleges sinds de inwerkingtreding van de
Wwb zelf kunnen bepalen wanneer ze verhalen. De wet
geeft in dit geval slechts de uiterste grens aan.
Artikel 62a
In dit artikel is de inhoud
van artikel 95 van de Abw
opgenomen, waarbij niet meer verwezen wordt
naar artikel 94 omdat de inhoud van dat artikel
tegenwoordig is opgenomen in
artikel 159a van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 62b
In dit artikel is
gedeeltelijk de inhoud van artikel 96 van de Abw
opgenomen.
Het huidige tweede lid is
niet overgenomen. Dat een besluit moet worden medegedeeld en dat in dat
besluit de betalingstermijn vermeld moet worden, vloeit namelijk al
voort uit artikel 4.4.1.2 van de Vierde
tranche Awb. De
standaardbetalingstermijn uit de Vierde
tranche Awb is zes weken (artikel
4.4.1.3).
Indien het college een andere betalingstermijn wenst (bijvoorbeeld de
huidige dertig dagen) kan het hierover een standaardbepaling in het
verhaalsbesluit opnemen. De inhoud van het huidige derde lid is
verplaatst naar het nieuwe tweede lid. Het nieuwe derde lid vervangt het
huidige vierde en vijfde lid.
Het gedeelte van het huidige
vierde lid dat regels bevat over invordering en aanmaning vervalt omdat
dit al in de Vierde
tranche Awb is geregeld. Het huidige vijfde lid van
artikel 96 kan vervallen. Dit omdat naar aanleiding van de Vierde tranche Awb
niet meer wordt gewerkt met de constructie dat een besluit
een executoriale titel oplevert. In plaats daarvan wordt in die
gevallen een bevoegdheid tot invordering bij dwangbevel rblz.|3|
toegekend. Het huidige
zesde lid komt op gelijke wijze te vervallen als ten aanzien van de
terugvordering is geregeld met de invoering van de Wwb.
Artikel 62c
In dit artikel is de inhoud
van artikel 96a van de Abw
opgenomen.
Artikel 62d
In dit artikel
is de inhoud
van artikel 97 van de Abw
opgenomen.
Artikel 62e
In dit artikel is de inhoud
van artikel 98 van de Abw
opgenomen.
Artikel 62f
In dit artikel is de inhoud
van de artikelen 99 en 100 van de
Abw opgenomen. Echter, de aanhef van
artikel 62f is gewijzigd in een bevoegdheid. Dit omdat colleges
sinds de
inwerkingtreding van de Wwb zelf kunnen bepalen of ze verhalen.
De
wet geeft in dit geval slechts de mogelijkheid tot verhaal in rechte.
Artikel 62g
In dit artikel is
gedeeltelijk de inhoud van artikel 102 van de Abw
opgenomen. In het eerste lid is
geschrapt dat het verhaalsbesluit het te betalen bedrag en de betalingstermijn moet vermelden. Deze plicht vloeit immers
al voort uit artikel 4.4.1.2
van de Vierde
tranche Awb. Het tweede lid is gewijzigd in een bevoegdheid van het college. Dit omdat colleges sinds de
inwerkingtreding van de Wwb zelf kunnen bepalen of ze verhalen.
De
wet geeft in dit geval slechts
de mogelijkheden aan.
Het derde lid is overbodig
geworden. Voor mandaatverlening als bedoeld in artikel 120 van de
Abw is
geen toestemming van de gemeenteraad meer nodig sinds de invoering van de
Wwb.
Artikel 62h
In dit artikel is de inhoud
van artikel 103 van de Abw
opgenomen. Het vierde lid is echter komen
te vervallen. Dit omdat deze bevoegdheid opgenomen gaat worden in de Regeling
tarieven in burgerlijke zaken.
Artikel 62i
In artikel
62i wordt, net
zoals in het huidige artikel 105 van de Abw, een
aantal bepalingen met
betrekking tot terugvordering van overeenkomstige toepassing verklaard. Het
gaat hierbij om de bepalingen met betrekking tot verhoging van de
vordering met wettelijke rente, de bevoorrechte vordering, de verplichting
tot verstrekken van informatie en de bevoegdheid tot het leggen van
vereenvoudigd derdenbeslag. Bij deze verwijzingen is uitgegaan van artikel 60
van de Wwb zoals dat komt te luiden na inwerkingtreding van de
Vierde
tranche Awb.
Onderdeel D (artikel
64)
Dit betreft een technische
correctie van artikel 64 van de Wwb.
rblz.|4|
Onderdeel E (hoofdstuk 7a)
Artikel 78a
In dit artikel is de inhoud
van artikel 3 van de IWwb
opgenomen. In artikel 3 van de IWwb
is
overgangsrecht met betrekking tot de toeslagenverordening opgenomen. Op grond van dit
artikel was het voor gemeenten niet nodig om
nieuwe toeslagenverordening vast te stellen bij de overgang van de Abw
naar
de Wwb. De toeslagenverordening op grond van de Abw blijft
gelden als verordening op grond van de Wwb. Dit artikel wordt overgeheveld
omdat er nog gemeenten kunnen zijn die verordeningen hebben die
gebaseerd zijn op artikel 38 van de Abw.
Artikel 78b
In het eerste en tweede lid
van dit artikel is de inhoud van artikel 4, eerste
en tweede lid, van de IWwb
opgenomen. In het eerste lid van artikel 4
staat dat besluiten genomen
op de daarin genoemde regelgeving, met ingang van de
inwerkingtreding van de Wwb gelden als besluiten
genomen op grond van de Wwb. Deze bepaling kan nog relevant zijn voor besluiten die dateren
van vóór de inwerkingtreding van de Wwb. Het tweede lid is ook
overgeheveld omdat dit lid betrekking heeft op de toepassing van het eerste
lid.
Met het derde lid van dit
artikel wordt geregeld dat het college en de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid niet op de datum waarop deze wet
in werking
treedt
alle besluiten die zij op grond van de IWwb
hebben genomen opnieuw
hoeven te nemen. Die besluiten gelden vanaf dat moment als besluiten op
grond van de Wwb.
Artikel 78c
In dit artikel is de inhoud
van artikel 12, eerste lid, van de IWwb
opgenomen. Het eerste lid van artikel
12 houdt in dat voor de bijstand die reeds is verleend vóór inwerkingtreding van de
Wwb, onder voorbehoud van het vestigen van een
krediethypotheek, artikel 20 van de Abw
van toepassing blijft. Deze
bepaling laat de gemeenten geen ruimte voor hertaxatie in de
desbetreffende gevallen.
Artikel 78d
In dit artikel is de inhoud
van artikel 14 van de IWwb
opgenomen. Het eerste lid van artikel 14
regelt dat degenen die op 31 december 2003 een dienstbetrekking of
arbeidsovereenkomst hebben als bedoeld in het eerste lid, aanspraak kunnen
maken op een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (artikel
7, eerste lid, onderdeel a, Wwb). Inbegrepen is
tevens de ondersteuning
gericht op re-integratie, bedoeld in artikel 10 van
de Wwb. In het tweede lid
van artikel 14 is bepaald dat de rechtspositie
van dergelijke werknemers
gehandhaafd blijft. Het is mogelijk dat er nog mensen zijn die een
dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst hebben op grond van de in het eerste
lid genoemde regelgeving. Daarom is het van belang dat dit artikel
overgeheveld wordt.
Artikel 78e
In het eerste en tweede lid
van dit artikel is de inhoud van artikel 21 van
de IWwb
opgenomen. Hierin is
bepaald dat op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten op grond van
de Abw, de Wet inschakeling werkzoekenden
of het Besluit in- en doorstroombanen waarop vóór de inwerkingtreding
van de Wwb (of vóór het
vervallen van de desbetreffende op grond van artikel
2, tweede
lid, IWwb
doorwerkende bepalingen) nog niet rblz.|5|
is beslist of waarop, gezien
artikel 12 van de IWwb, de Abw van toepassing
blijft, wordt besloten met
toepassing van die wetten of dat besluit. Dit artikel kan nog van belang
zijn voor bezwaar- en beroepsprocedures tegen besluiten die genomen zijn
vóór de inwerkingtreding van de Wwb.
In het derde lid is verder
geregeld dat op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten op grond van
de IWwb
waarop vóór de inwerkingtreding van deze wet
nog niet is
beslist, wordt besloten met toepassing van de Wwb.
Artikel 78f
In dit artikel is de inhoud
van artikel 7 van de IWwb
opgenomen. Artikel 7 van de IWwb
is
oorspronkelijk opgenomen omdat er in de Wwb geen
regelgeving staat met
betrekking tot zelfstandigen. Het plan was om een aparte wet te maken waarin
alle regelgeving over zelfstandigen zou worden gebundeld. Dit is tot
nu toe nog niet gebeurd. Vandaar dat deze bepaling, in afwachting van
een aparte wet, wordt gehandhaafd in het overgangsrecht van de Wwb.
Op 1 juni 2007 is vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een pilotregeling met
vooralsnog een looptijd van één jaar gestart met als doel de banken en of
de gemeentelijke kredietbanken, meer dan nu het geval is, te
betrekken bij microkredietprogramma’s voor starters vanuit een uitkering. Het
streven is om ervoor te zorgen dat alle starters vanuit een
uitkeringssituatie met private financiering via een bank of gemeentelijke kredietbank
geholpen kunnen worden bij het starten van een bedrijf of zelfstandig
beroep. Op termijn kan worden bezien of de huidige regels op grond
waarvan aan starters vanuit de uitkering startkapitaal kan worden verstrekt (het
Besluit bijstandverlening zelfstandigen
2004 (Bbz 2004) en het Reïntegratiebesluit), kunnen komen te vervallen.
Een dergelijke stap kan echter pas worden genomen als zeker is dat de huidige doelgroep van het
Bbz 2004 en het Reïntegratiebesluit ook onder de nieuwe regeling een
succesvol beroep kan doen op starterskrediet bij een bank of gemeentelijke
kredietbank, dit uiteraard onder de conditie dat aan alle voorwaarden, zoals
levensvatbaarheid van het bedrijfsplan, is voldaan. De resultaten van
de pilot zullen input vormen voor een mogelijke algemene regeling voor
microfinanciering. Daarnaast is de tekst van artikel
78f ten opzichte van
het huidige artikel 7 van de IWwb
aangepast. In artikel 78f wordt niet
meer de mogelijkheid geboden om in het Bbz 2004
van de gehele paragraaf 6.4
van de Wwb af te wijken, maar slechts van artikel 58 van de
Wwb in die
paragraaf. Gebleken is dat de resterende artikelen (artikelen 59 en
60) van paragraaf 6.4 om uitvoeringstechnische
redenen van overeenkomstige
toepassing dienen te zijn op terugvordering op grond van het Bbz 2004.
Naar aanleiding hiervan zal ook artikel 44
van het Bbz 2004, waarin
wordt afgeweken van paragraaf 6.4, op overeenkomstige
wijze worden aangepast.
Artikel 78g
In artikel
78g zijn
bepalingen opgenomen uit het Besluit van 10 oktober 2003, houdende vaststelling
van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en
bijstand en van
de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Stb.
2003, 386)
(Besluit
inwerkingtreding Wwb en IWwb) en de Invoeringsregeling
Wwb, die nog praktische waarde hebben. Deze bepalingen zien op zelfstandigen.
Het eerste lid is in
aangepaste vorm overgenomen van artikel 1, onderdeel b, van het
Besluit
inwerkingtreding Wwb en IWwb. Het tweede lid is in aangepaste vorm overgenomen van
artikel 2, onderdeel a, van het Besluit
inwerkingtreding Wwb en IWwb. Ten slotte is het derde
lid afkomstig van artikel 3, tweede lid, van de
Invoeringsregeling Wwb.
rblz.|6|
Artikel 78h
In dit artikel is de inhoud
van artikel 6 van de IWwb
opgenomen. Op grond van de Abw kon de minister aan iedere Nederlander die zich in het buitenland
bevindt bijstand
verlenen. Deze bevoegdheid is inmiddels komen te vervallen. Voor "oude
gevallen" is echter in artikel 6 van de
IWwb
overgangsrecht
opgenomen. Er zijn op dit moment nog ongeveer 300 mensen die zich in het
buitenland bevinden aan wie bijstand verleend wordt. Vandaar dat het nodig
is het overgangsrecht van artikel 6 van de IWwb
over te hevelen naar de Wwb.
Artikel II
De IWwb
wordt ingetrokken,
waarbij de nog relevante bepalingen uit die wet worden overgeheveld naar
een nieuw hoofdstuk met overgangsrecht in de Wwb.
Artikel III
Op dit moment berust het
Bbz
2004 op artikel 7 van de IWwb. Aangezien
de inhoud van artikel 7 van
de IWwb
wordt verplaatst naar artikel 78f van
de Wwb, is in artikel III
bepaald dat artikel 78f de grondslag vormt voor
het Bbz 2004.
Artikelen IV tot en met VIII
Dit betreft aanpassingen van
andere wetten in verband met het intrekken van de IWwb. Deze
wijzigingen zijn technisch van aard.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb