|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009,
31 519.
Handelingen II 2008-2009, blz. 1183-1215, 1294-1302, 1372-1373.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 519 (A, B, C, D).
Handelingen I 2008-2009, blz. 813-828, 853-876, 909-909.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 december 2008,
Stb. 2008, 595, tot wijziging van de Wet
werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen in verband met het opnemen van nadere bepalingen met
betrekking tot de plicht tot arbeidsinschakeling van een alleenstaande
ouder met een kind dat de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt (Wet
verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders).
Inwerkingtreding: 1 januari 2009 (Stb.
2008, 596).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is in de Wet werk en bijstand, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
nadere bepalingen op te nemen met betrekking tot de plicht tot
arbeidsinschakeling van een alleenstaande ouder met een kind dat de
leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet werk en bijstand
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4, onderdeel d, komt
te luiden:
d. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de
toepassing van de artikelen
9 en 9a, het in Nederland woonachtige
pleegkind;.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het opschrift wordt
vervangen door: Niet-uitkeringsgerechtigde, arbeidsinschakeling, sociale
activering en startkwalificatie.
2. Onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma wordt ¹ een
onderdeel toegevoegd, luidende:
d. startkwalificatie: een
diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid,
onderdeel b tot en met e, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs of een
diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de
Wet op het
voortgezet onderwijs.
C. [MvT]
In artikel 9, tweede lid,
vervalt de derde zin.
D. [MvT]
Na artikel 9 wordt een
artikel toegevoegd, luidende:
Art. 9a. Ontheffing plicht
tot arbeidsinschakeling alleenstaande ouders
-1. Onverminderd artikel 9,
tweede lid, verleent het college aan een alleenstaande ouder die de
volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 5 jaar op
diens verzoek ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel
9, eerste
lid, onderdeel a.
-2. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt eenmalig verleend.
-3. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt niet verleend voor zover uit houding en
gedragingen van de alleenstaande ouder ondubbelzinnig blijkt dat deze de
verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b, niet wil
nakomen.
-4. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, geldt zolang het jongste kind van de alleenstaande ouder
de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt. Onverminderd de eerste zin
geldt de ontheffing gedurende ten hoogste zes jaar. Bij verhuizing
naar een andere woonplaats wordt op deze periode in mindering gebracht de
periode, dan wel perioden, waarin de alleenstaande ouder in de voorgaande
woonplaats, dan wel de voorgaande woonplaatsen, gebruik heeft
gemaakt van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid.
-5. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt, indien de volledige duur van zes jaar nog niet
volledig is benut:
a. van rechtswege opgeschort met ingang van de datum waarop het jongste kind de leeftijd van
5 jaar bereikt;
b. van rechtswege opgeschort
indien niet langer recht op bijstand bestaat;
c. door het college
opgeschort op een daartoe strekkend verzoek van de alleenstaande ouder aan wie
de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is verleend; of
d. door het college
opgeschort indien uit houding en gedragingen van de alleenstaande ouder
ondubbelzinnig blijkt dat hij zijn verplichtingen, bedoeld in artikel
9, eerste
lid, onderdeel b, niet wil nakomen.
-6. Op een daartoe strekkend
verzoek van de alleenstaande ouder met een kind tot 5 jaar
beëindigt het college een opschorting als bedoeld in het vijfde lid indien
de
daarin genoemde omstandigheden niet langer van toepassing zijn.
-7. Het college stelt binnen
zes maanden na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
een plan van aanpak op voor de invulling van de voorziening, bedoeld in
artikel 9, eerste lid, onderdeel b, voor de alleenstaande ouder aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid.
-8. Het college vult de
voorziening, bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b, voor de
alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het
eerste lid en die niet beschikt over een startkwalificatie ten minste
in met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert,
tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven
gaat.
-9. Op verzoek van de
alleenstaande ouder die beschikt over een startkwalificatie en aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, vult het college
de voorziening, bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b, in met een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel a, van de
Wet
educatie en beroepsonderwijs, die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert,
tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven
gaat.
-10. De alleenstaande ouder
met een kind tot 5 jaar die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie
alleenstaande ouders op grond van artikel 9, tweede
lid, tijdelijk ontheven is
van een verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste
lid, behoudt die tijdelijke
ontheffing:
a. tot het tijdstip dat in
de desbetreffende beschikking is bepaald, doch uiterlijk tot twaalf maanden
na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders; dan wel
b. indien vóór het
bereiken van het van toepassing zijnde tijdstip, bedoeld onder a, door de
alleenstaande ouder een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, tot het tijdstip waarop op dat verzoek door
het college is beslist.
-11. Indien de alleenstaande
ouder een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid
heeft ingediend binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders, stelt het college, in
afwijking van het zevende lid, uiterlijk twaalf maanden na
inwerkingtreding van die wet een plan van aanpak op als bedoeld in dat
lid.
-12. Het tiende en elfde lid
en dit lid vervallen met ingang van de eerste dag van de dertiende
kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de Wet verbetering
arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.
1. Volgens de redactie
dient na "wordt" te worden ingevoegd: aan het eerste lid.
Art.
II. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 4a ¹ wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. startkwalificatie: een
diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid,
onderdeel b tot en met e, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs of een
diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de
Wet op het
voortgezet onderwijs.
B. [MvT]
In artikel 37a, eerste lid,
vervalt de derde zin.
C. [MvT]
Artikel 38 komt te luiden:
Art. 38.
-1. Onverminderd artikel 37a,
eerste lid, verleent het college aan een alleenstaande ouder die de
volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 5 jaar op
diens verzoek ontheffing van de verplichtingen, bedoeld in artikel
37,
eerste lid, onderdeel a tot en met d.
-2. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt eenmalig verleend.
-3. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt niet verleend voor zover uit houding en
gedragingen van de alleenstaande ouder ondubbelzinnig blijkt dat deze de
verplichtingen, bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, niet wil
nakomen.
-4. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, geldt zolang het jongste kind van de alleenstaande ouder
de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt. Onverminderd de eerste zin
geldt de ontheffing gedurende ten hoogste zes jaar. Bij verhuizing
naar een andere woonplaats wordt op deze periode in mindering gebracht de
periode, dan wel perioden, waarin de alleenstaande ouder in de voorgaande
woonplaats, dan wel de voorgaande woonplaatsen, gebruik heeft
gemaakt van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid.
-5. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt, indien de volledige duur van zes jaar nog niet
volledig is benut:
a. van rechtswege opgeschort met ingang van de datum waarop het jongste kind de leeftijd van
5 jaar bereikt;
b. van rechtswege opgeschort
indien niet langer recht op bijstand bestaat;
c. door het college
opgeschort op een daartoe strekkend verzoek van de alleenstaande ouder aan wie
de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is verleend; of
d. door het college
opgeschort indien uit houding en gedragingen van de alleenstaande ouder
ondubbelzinnig blijkt dat hij zijn verplichtingen, bedoeld in artikel
37, eerste lid, onderdeel e, niet wil nakomen.
-6. Op een daartoe strekkend
verzoek van de alleenstaande ouder met een kind tot 5 jaar
beëindigt het college een opschorting als bedoeld in het vijfde lid indien
de
daarin genoemde omstandigheden niet langer van toepassing zijn.
-7. Het college stelt binnen
zes maanden na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
een plan van aanpak op voor de invulling van de voorziening, bedoeld in
artikel 37, eerste lid, onderdeel e, voor de alleenstaande ouder aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid.
-8. Het college vult de
voorziening, bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, voor de
alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het
eerste lid en die niet beschikt over een startkwalificatie ten minste
in met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert,
tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
opleiding de krachten of bekwaamheden van betrokkene te boven gaat.
-9. Op verzoek van de
alleenstaande ouder die beschikt over een startkwalificatie en aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, vult het college
de voorziening in met een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2,
tweede lid, onderdeel a, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs, die de
toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het
college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van
de alleenstaande ouder te boven gaat.
-10. De alleenstaande ouder
met een kind tot 5 jaar die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie
alleenstaande ouders op grond van artikel 37a, eerste
lid, tijdelijk ontheven is
van één of meer verplichtingen als bedoeld in artikel
37, behoudt die
tijdelijke ontheffing:
a. tot het tijdstip dat in
de desbetreffende beschikking is bepaald, doch uiterlijk tot twaalf maanden
na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders; dan wel
b. indien vóór het
bereiken van het van toepassing zijnde tijdstip, bedoeld onder a, door de
alleenstaande ouder een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, tot het tijdstip waarop op dat verzoek door
het college is beslist.
-11. Indien de alleenstaande
ouder een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid
heeft ingediend binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders, stelt het college, in
afwijking van het zevende lid, uiterlijk twaalf maanden na
inwerkingtreding van die wet een plan van aanpak op als bedoeld in dat lid.
-12. Het tiende en elfde lid
en dit lid vervallen met ingang van de eerste dag van de dertiende
kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de Wet verbetering
arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.
1. Volgens de redactie
dient na "artikel 4a" te
worden ingevoegd: , eerste lid,.
Art.
III. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 4a ¹ wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. startkwalificatie: een
diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid,
onderdeel b tot en met e, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs of een
diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de
Wet op het
voortgezet onderwijs.
B. [MvT]
In artikel 37a, eerste lid,
vervalt de derde zin.
C. [MvT]
Artikel 38 komt te luiden:
Art. 38.
-1. Onverminderd artikel 37a,
eerste lid, verleent het college aan een alleenstaande ouder die de
volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 5 jaar op
diens verzoek ontheffing van de verplichtingen, bedoeld in artikel
37,
eerste lid, onderdeel a tot en met d.
-2. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt eenmalig verleend.
-3. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt niet verleend voor zover uit houding en
gedragingen van de alleenstaande ouder ondubbelzinnig blijkt dat deze de
verplichtingen, bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, niet wil
nakomen.
-4. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, geldt zolang het jongste kind van de alleenstaande ouder
de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt. Onverminderd de eerste zin
geldt de ontheffing gedurende ten hoogste zes jaar. Bij verhuizing
naar een andere woonplaats wordt op deze periode in mindering gebracht de
periode, dan wel perioden, waarin de alleenstaande ouder in de voorgaande
woonplaats, dan wel de voorgaande woonplaatsen, gebruik heeft
gemaakt van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid.
-5. De ontheffing, bedoeld in
het eerste lid, wordt, indien de volledige duur van zes jaar nog niet
volledig is benut:
a. van rechtswege opgeschort met ingang van de datum waarop het jongste kind de leeftijd van
5 jaar bereikt;
b. van rechtswege opgeschort
indien niet langer recht op bijstand bestaat;
c. door het college
opgeschort op een daartoe strekkend verzoek van de alleenstaande ouder aan wie
de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is verleend; of
d. door het college
opgeschort indien uit houding en gedragingen van de alleenstaande ouder
ondubbelzinnig blijkt dat hij zijn verplichtingen, bedoeld in artikel
37, eerste lid, onderdeel e, niet wil nakomen.
-6. Op een daartoe strekkend
verzoek van de alleenstaande ouder met een kind tot 5 jaar
beëindigt het college een opschorting als bedoeld in het vijfde lid indien
de
daarin genoemde omstandigheden niet langer van toepassing zijn.
-7. Het college stelt binnen
zes maanden na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
een plan van aanpak op voor de invulling van de voorziening, bedoeld in
artikel 37, eerste lid, onderdeel e, voor de alleenstaande ouder aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid.
-8. Het college vult de
voorziening, bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, voor de
alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het
eerste lid en die niet beschikt over een startkwalificatie ten minste
in met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert,
tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
opleiding de krachten of bekwaamheden van betrokkene te boven gaat.
-9. Op verzoek van de
alleenstaande ouder die beschikt over een startkwalificatie en aan wie
een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, vult het college
de voorziening in met een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2,
tweede lid, onderdeel a, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs, die de
toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het
college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van
de alleenstaande ouder te boven gaat.
-10. De alleenstaande ouder
met een kind tot 5 jaar die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie
alleenstaande ouders op grond van artikel 37a, eerste
lid, tijdelijk ontheven is
van één of meer verplichtingen als bedoeld in artikel
37, behoudt die
tijdelijke ontheffing:
a. tot het tijdstip dat in
de desbetreffende beschikking is bepaald, doch uiterlijk tot twaalf maanden
na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders; dan wel
b. indien vóór het
bereiken van het van toepassing zijnde tijdstip, bedoeld onder a, door de
alleenstaande ouder een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, tot het tijdstip waarop op dat verzoek door
het college is beslist.
-11. Indien de alleenstaande
ouder een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid
heeft ingediend binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande
ouders, stelt het college, in
afwijking van het zevende lid, uiterlijk twaalf maanden na
inwerkingtreding van die wet een plan van aanpak op als bedoeld in dat lid.
-12. Het tiende en elfde lid
en dit lid vervallen met ingang van de eerste dag van de dertiende
kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de Wet verbetering
arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.
1. Volgens de redactie
dient na "artikel 4a" te
worden ingevoegd: , eerste lid,.
Art.
IV.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 29 december 2008, Stb. 2008, 596, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2009, red.
Art.
V.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
Uitgegeven de dertigste
december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|