|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009,
31 525.
Handelingen II 2008-2009, blz. 2823-2823.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 525 (A, B).
Handelingen I 2008-2009, blz. 877-877.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 december 2008,
Stb. 2009, 63, tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet
studiefinanciering 2000 en de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met het
uitsluiten van het recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene
Ouderdomswet, aanspraak op studiefinanciering voor uitwonenden op grond
van de Wet studiefinanciering 2000 en aanspraak op tegemoetkoming voor
uitwonenden op grond van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten bij vrijheidsontneming.
Inwerkingtreding: 1 juli 2009 (Stb. 2009,
273).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is personen die rechtens hun vrijheid is ontnomen uit te
sluiten van recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet,
aanspraak op studiefinanciering voor uitwonenden
op grond van de Wet
studiefinanciering 2000 en
aanspraak op tegemoetkoming voor
uitwonenden op grond van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
bij vrijheidsontneming aangezien zij reeds door de Staat worden voorzien
in de kosten van levensonderhoud;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid,
worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door
een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
e. rechtens zijn vrijheid is
ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen,
bedoeld in de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het
Wetboek van
Strafrecht;
f. justitiële inrichting:
een penitentiaire inrichting of een inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden.
B. [MvT]
Na artikel 8a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8b.
-1. Geen recht op
ouderdomspensioen ontstaat voor de pensioengerechtigde aan wie rechtens zijn
vrijheid is ontnomen indien de dag waarop het ouderdomspensioen zou
ingaan, is gelegen in de periode dat hem rechtens zijn vrijheid is
ontnomen.
-2. Het recht op
ouderdomspensioen eindigt indien de pensioengerechtigde rechtens zijn vrijheid is
ontnomen gedurende ten minste één maand.
-3. De persoon die op grond
van het eerste of tweede lid geen recht op ouderdomspensioen heeft,
heeft met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij in vrijheid
is gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet
recht op ouderdomspensioen.
-4. Voor de toepassing van
het tweede lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
-5. Het eerste en tweede lid
zijn niet van toepassing en het derde lid is van overeenkomstige
toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën
personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt.
C. [MvT]
In artikel 17 wordt onder
vernummering van het zesde lid tot zevende lid een lid ingevoegd,
luidende:
-6. De beëindiging van het
ouderdomspensioen op grond van artikel 8b,
tweede lid, gaat in op de
eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming
één maand heeft geduurd.
D. [MvT]
In paragraaf 3 van hoofdstuk
8 wordt na artikel 63 een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 64.
Ten aanzien van de persoon
wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van
artikel 8b reeds rechtens was ontnomen, wordt voor de toepassing van dat
artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel 8b
en eindigt het
recht op ouderdomspensioen in afwijking van artikel
8b, tweede lid,
vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De
beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand
waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden
heeft geduurd.
Art.
Ia.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 18 november 2008 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met opname van de
mogelijkheid om op verzoek van de pensioengerechtigde het
ouderdomspensioen geheel of ten dele op een later tijdstip te laten
ingaan (Kamerstukken 31 774) tot wet wordt verheven en in werking is getreden op het tijdstip
waarop deze wet in werking treedt, komt artikel I, onderdeel
D, te luiden:
D.
In paragraaf 3 van hoofdstuk
8 wordt na artikel 64 een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 65.
Ten aanzien van de persoon
wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van
artikel 8b reeds rechtens was ontnomen wordt voor de toepassing van dat
artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel 8b
en eindigt het
recht op ouderdomspensioen in afwijking van artikel
8b, tweede lid,
vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De
beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand
waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden
heeft geduurd.
Art. II.
Wijziging van de Wet studiefinanciering
2000
[MvT]
De Wet
studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 2.16 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 2.17. Rechtens
ontnomen vrijheid
-1. Een studerende die voor
ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft,
behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37,
eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht, en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk VIa, van de
Wet op de jeugdzorg, met ingang van de eerste dag
van de maand volgend op de
maand waarin de vrijheidsontneming ten minste één maand heeft
geduurd slechts aanspraak op studiefinanciering voor een thuiswonende
studerende.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële
inrichting plaatsvindt.
B. [MvT]
Na artikel 12.1c wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 12.1ca. Afwijking
van artikel 2.17
Voor een studerende die
reeds vóór de inwerkingtreding van artikel 2.17 studiefinanciering
ontving
en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van
artikel 2.17 rechtens was ontnomen, wordt voor de toepassing van dat
artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de
dag van inwerkingtreding van artikel 2.17 en eindigt de aanspraak op
studiefinanciering voor uitwonenden in afwijking van artikel 2.17, eerste
lid, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De
beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand
waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden
heeft geduurd.
Art. III.
Wijziging van de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten
[MvT]
De Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 2.22 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 2.22a. Rechtens
ontnomen vrijheid
-1. Een scholier of een
deelnemer VAVO als bedoeld in hoofdstuk 4 die voor ten minste één maand
rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen,
bedoeld in de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het
Wetboek van
Strafrecht, en de
gevallen, bedoeld in hoofdstuk VIa, van de Wet
op de jeugdzorg, met ingang van de
eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de
vrijheidsontneming ten minste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op
een basistoelage voor een thuiswonende leerling.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële
inrichting plaatsvindt.
B. [MvT]
Artikel 12.4 komt te luiden:
Art. 12.4. Afwijking van
artikel 2.22a
Voor een scholier of
deelnemer VAVO als bedoeld in hoofdstuk 4 die reeds vóór de
inwerkingtreding van artikel 2.22a tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
schoolkosten ontving en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de
inwerkingtreding van artikel 2.22a rechtens was ontnomen, wordt voor de
toepassing van dat artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding
van artikel 2.22a en eindigt
de aanspraak op basistoelage voor uitwonenden in afwijking van
artikel 2.22a, eerste lid, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes
maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de
maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als
bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd.
Art. IV.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 18 juni 2009, Stb. 2009, 273, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2009, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
De Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk
Uitgegeven de negentiende
februari 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|