De
Ziektewet (ZW) voorziet in een uitkering (ziekengeld) voor speciale groepen
(ex-)werknemers die
bij ziekte vaak geen recht (meer) hebben op loondoorbetaling door de
werkgever. Deze werknemers worden ook wel vangnetters genoemd.
Vangnetters kunnen per kalenderweek over maximaal vijf dagen ziekengeld
ontvangen; het ziekengeld wordt niet uitgekeerd over zaterdag en zondag.
Door de toename van
weekendwerk en de grotere variatie in arbeidspatronen zijn de zaterdag en zondag
voor steeds meer werknemers reguliere werkdagen geworden, en dus
ook voor vangnetters. Daarom is naar aanleiding van de motie-Van
Hijum c.s. onderzocht of het mogelijk is om vangnetters die op zaterdag
en zondag werken en dan ziek zijn, ook over deze dagen ziekengeld uit te
keren.¹ Hieruit is gebleken dat een vangnetter die op zaterdag en/of zondag
werkt en dan ziek is, in sommige situaties in de eerste week van zijn
ziekte minder ziekengeld ontvangt dan de vangnetter die op de
doordeweekse dagen een vergelijkbare periode ziek is. Dat heeft geleid tot de
voorgestelde wijziging. Kort gesteld regelt de voorgestelde wijziging dat
de vangnetter die in de eerste kalenderweek ² van zijn ziekte op zaterdag
en/of zondag zou hebben gewerkt ook over deze dagen ziekengeld kan
ontvangen. Het recht op ziekengeld in de tweede kalenderweek van de
ziekte en daarna wijzigt niet omdat het gesignaleerde probleem daar
niet speelt. De wijziging van de uitkeringssystematiek is vooral van belang voor
uitzendkrachten.
1. Kamerstukken II 2006-2007,
30 909, nr. 17.
2. Onder een kalenderweek
wordt verstaan een week van maandag tot en met
zondag.
2. Wettelijk kader
De ZW geeft verschillende
groepen vangnetters recht op ziekengeld. De grootste groep zijn de
werknemers die ziek zijn als hun arbeidscontract afloopt (1). Dit zijn vooral
uitzendkrachten, maar ook overige flexwerkers. Andere groepen vangnetters
zijn zieke WW-gerechtigden (2), werkneemsters die ziek zijn als gevolg van zwangerschap of
bevalling (3) en bijzondere
groepen (ex-)werknemers (4).
Een vangnetter heeft recht
op ziekengeld als hij ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid
en dit rechtstreeks en objectief medisch kan rblz.|2|
worden vastgesteld (5). Het
recht ontstaat op de eerste dag waarop hij door ziekte het werk heeft
gestaakt of niet kan werken (de zogeheten eerste
arbeidsongeschiktheidsdag) (6).
Bij aanvang van de uitkering
kunnen maximaal twee wachtdagen van toepassing zijn (7). Over de
wachtdagen wordt geen ziekengeld uitgekeerd. De zaterdag en zondag kunnen
fungeren als wachtdagen.
Het ziekengeld wordt per
kalenderweek over maximaal vijf dagen (maandag tot en met vrijdag)
uitgekeerd. De hoogte van het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon
van de verzekerde (8). Het dagloon is gemaximeerd (9).
(1). Artikel 29, tweede lid,
onderdeel c, ZW. Deze bepaling heeft betrekking op
uitzendkrachten, overige flexwerkers,
werknemers met een vaste dienstbetrekking die afloopt en oproepen invalkrachten.
(2). Artikel 29, tweede lid,
onderdeel d, ZW.
(3). Artikel 29a ZW.
(4). Zie respectievelijk de
artikelen 29, tweede lid, onderdeel e, 29b,
64, 46, 4 en
5 ZW. Deze bepalingen hebben betrekking
op werknemers die een orgaan doneren, personen die werken op basis van de
no-riskpolis, ex-werknemers die vrijwillig verzekerd
zijn voor de ZW, ex-werknemers met recht op
nawerking van de ZW en werknemers met een
fictieve dienstbetrekking.
(5). Artikel
19, eerste lid, ZW.
(6). Artikel 29, derde lid, ZW.
Voor het bepalen van deze dag in bijzondere
omstandigheden en bij nachtdienst, geldt de Regeling
bepaling eerste werkdag (Stcrt. 2005, 249, pag. 31).
(7). Artikel 29, tweede lid, onderdeel a
tot en met g, ZW.
(8). Onder het dagloon wordt
verstaan 1/261 deel van het loon dat de
verzekerde in het jaar voorafgaand aan het intreden
van de ziekte heeft verdiend (Besluit
dagloonregels werknemersverzekeringen, Stb. 2005, 546; laatstelijk gewijzigd
bij Stb. 2006, 435).
(9). Het maximumdagloon
bedraagt per 1 juli 2008 €|179,90.
3. Knelpunt in de huidige
situatie
In de huidige situatie wordt
binnen de vijfdaagse uitkeringssystematiek van de ZW
(na de
vaststelling van de eerste ziektedag en de toepassing van wachtdagen) het
ziekengeld niet over zaterdag en zondag uitgekeerd. Hierdoor kan het voorkomen
dat de vangnetter die op zaterdag en/of zondag werkt, in de eerste kalenderweek van zijn ziekte over minder
dagen ziekengeld krijgt
uitgekeerd dan de vangnetter die per week hetzelfde aantal dagen werkt
(maar op andere dagen) en over een zelfde periode (hetzelfde aantal)
dagen ziek is.
Dit probleem doet zich niet
voor vanaf de tweede kalenderweek dat de vangnetter ziek is, ongeacht
of de vangnetter in deze weken op zaterdag of zondag zou hebben
gewerkt. Voor alle zieke vangnetters geldt vanaf de tweede week dat de
uitkeringsweek op maandag start en uiterlijk tot en met vrijdag loopt. Hierdoor
hebben alle vangnetters vanaf de tweede kalenderweek waarin de
vangnetters ziek zijn tot het moment waarop de vangnetters weer zijn
hersteld, op gelijke wijze recht op ziekengeld (maximaal vijf uitkeringsdagen per
kalenderweek).
4. Ziekengeld over zaterdag
en zondag
Voorgesteld wordt om de
vangnetter die op zaterdag en/of zondag werkt, in de eerste kalenderweek
dat hij ziek is ook over de zaterdag en/of zondag ziekengeld uit te
keren, mits hij in die kalenderweek (vóór de toepassing van de eventuele
wachtdagen) nog niet over maximaal vijf dagen ziekengeld heeft
ontvangen. Voor de tweede kalenderweek van de ziekte en daarna blijft de
huidige systematiek van kracht (ziekengeld uitgekeerd over maandag tot en met
vrijdag). Op deze manier ontvangt de vangnetter die in de eerste
kalenderweek van zijn ziekte op zaterdag en/of zondag zou hebben gewerkt
zowel in de eerste kalenderweek van zijn ziekte als in de periode
daarna hetzelfde ziekengeld als de vangnetter die niet in het weekend zou
hebben gewerkt (en die hetzelfde aantal dagen per week werkt en hetzelfde
aantal dagen ziek is).
De voorgestelde wijziging
heeft geen gevolgen voor de vangnetters die in de eerste ziekteweek niet op
zaterdag en/of zondag werken. Ook wordt niet afgestapt van het
uitgangspunt dat het ziekengeld over maximaal vijf dagen per kalenderweek kan
worden uitgekeerd. Voorts blijven de dagloonsystematiek en de
toepassing van wachtdagen ongewijzigd.
De voorgestelde wijziging is
ook van toepassing op de vangnetter die ziek wordt in de kalenderweek
waarin dit wetsvoorstel in werking zal treden en nog steeds ziek is op de
eerstvolgende zaterdag en/of zondag na de inwerkingtreding van de wetswijziging en hij
op één van die dagen of op beide dagen had moeten werken.
De nieuwe
uitkeringssystematiek leidt naar verwachting niet tot misbruik of oneigenlijk gebruik door
vangnetters en hun werkgevers. Het UWV kan de
ziekteaangifte
controleren door de werkgever of werknemer te rblz.|3|
verzoeken het opgegeven
arbeidspatroon schriftelijk te bevestigen, bijvoorbeeld door het
overleggen van een arbeidsovereenkomst.
5. Uitvoering
De beoogde
inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel is 1 april 2009. Om de nieuwe
uitkeringssystematiek uit te kunnen voeren, moet het UWV
weten aan welke vangnetters
in de eerste week van ziekte ook over zaterdag en/of zondag
ziekengeld moet worden uitgekeerd. Het UWV kan dit te weten komen als de
werkgever bij de ziekteaangifte de vraag beantwoordt of de vangnetter de
eerstvolgende zaterdag en/of zondag na aanvang van de ziekte zou
moeten werken. Hiervoor zal het UWV onderdelen van de uitvoering van de ZW
moeten aanpassen. Tevens zullen private dienstverleners en
softwareleveranciers de nieuwe systematiek in hun uitvoering moeten
opnemen.
Het UWV zal de
uitvoerbaarheid van de regeling monitoren en hierover rapporteren in het eerste
jaarverslag na inwerkingtreding van de wetswijziging. Deze rapportage vervalt als
bij de eerste rapportage blijkt dat uitvoering van de
wetswijziging niet tot noemenswaardige problemen leidt.
Werkgevers en vangnetters
zullen door het UWV en het ministerie van SZW op de gebruikelijke
wijze over de wijzigingen worden geïnformeerd.
6. Financiële gevolgen
De aanpassing van de
uitkeringssystematiek geeft een structurele toename van de uitkeringslasten van
€|3 miljoen. De uitvoeringskosten van het UWV
nemen eenmalig toe met
€|1,0 miljoen en structureel met
€|0,66 miljoen.
De administratieve last voor
het bedrijfsleven bedraagt eenmalig minder dan
€|1 miljoen. Voor
bedrijven zal een lichte aanpassing in de administratie te verwachten zijn, omdat
bij een ziekmelding erop moet worden gelet of een werknemer op zaterdag en
zondag zou hebben gewerkt. De structurele consequenties voor de administratieve lasten van bedrijven en
burgers zijn nihil.
7. Ontvangen commentaren
Het UWV
acht de regeling
uitvoerbaar en de beoogde inwerkingtredingdatum van 1 april 2009 haalbaar.
De Inspectie Werk en Inkomen
(IWI) acht de regeling toezichtbaar. De IWI merkt op dat de voorgestelde
wijziging van de aanhef van artikel 29, tweede lid, de
indruk wekt
dat een uitkeringsgerechtigde in eerste week over meer dan vijf dagen
ziekengeld kan ontvangen. Dit is echter niet het geval. In alle gevallen kan
een uitkeringsgerechtigde aanspraak maken op maximaal vijf dagen
ziekengeld per kalenderweek, ongeacht of hij in de eerste ziekteweek ook over
zaterdag en/of zondag ziekengeld ontvangt.
Artikelsgewijs
Artikel I
De in
onderdeel A
voorgestelde wijziging van artikel 29, tweede lid, van de
ZW regelt dat aan een
vangnetter ziekengeld wordt uitgekeerd over elke dag dat hij ongeschikt is
tot werken, maar over maximaal vijf dagen per kalenderweek. Tevens vindt
geen uitbetaling plaats op zaterdag en zondag.
In de eerste kalenderweek
van zijn ziekte kan wél op zaterdag en/of zondag ziekengeld worden
uitgekeerd indien één van deze dagen of beide dagen aantoonbaar werkdagen
voor de vangnetter zouden zijn geweest rblz.|4|
en hij zou hebben gewerkt,
maar op deze dag of dagen ongeschikt is tot het verrichten van arbeid.
De voorgestelde wijziging geldt zowel voor de vangnetter voor wie het
gebruikelijk is dat hij voor zijn werkgever op zaterdag, zondag of op beide
dagen zou hebben gewerkt, als voor de vangnetter bij wie dit niet
wekelijks aan de orde is, maar voor wie dit in de desbetreffende kalenderweek
van ziekte wel het geval zou zijn geweest, omdat hij een
dienstbetrekking heeft waarbij dat gebruikelijk is, bijvoorbeeld in het geval van een
oproepkracht of afgesproken overwerk in het weekend. De werkgever geeft
aan op het formulier waarmee hij de aangifte van ziekte doet bij
het UWV of de verzekerde zou hebben gewerkt
op zaterdag en/of zondag. Indien geen sprake is van een werkgever in de zin van de
ZW, doet de
verzekerde op grond van artikel 38ab
van de ZW zelf aangifte bij het UWV en
verstrekt deze gegevens. Het UWV kan deze gegevens controleren. De
werknemer moet dan aantonen dat op de zondag, de zaterdag of op
beide dagen zou zijn gewerkt indien geen sprake zou zijn geweest van
ongeschiktheid tot werken.
In de voorgestelde wijziging
van de aanhef van artikel 29, tweede lid, van
de ZW wordt bepaald dat
indien zou zijn gewerkt op zaterdag uitkering van ziekengeld volgt over
zaterdag en zondag als dit beide ziektedagen zijn. Het feit dat het moet
gaan om ziektedagen vloeit voort uit de bestaande systematiek van
artikel 29, tweede lid, van de ZW, waarbij uitkering van ziekengeld
slechts mogelijk is over dagen van ongeschiktheid tot werken, ongeacht de
vraag om welke dag het gaat. Indien zou zijn gewerkt op zondag, wordt
alleen over de zondag ziekengeld uitgekeerd, terwijl als op beide dagen
zou zijn gewerkt, uiteraard ziekengeld wordt uitgekeerd over de zaterdag
én de zondag in de eerste kalenderweek van ziekte.
De voorgestelde wijziging
handhaaft het uitgangspunt in de ZW dat ziekengeld over ten hoogste
vijf dagen per kalenderweek wordt uitgekeerd en laat daarbij de toepassing van
artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot
en met g, onverlet.
Met
onderdeel B wordt
voorgesteld om in artikel 29a, eerste lid, van de
ZW de woorden "behoudens
over de zaterdagen en zondagen" te laten vervallen.
Als gevolg van de
voorgestelde wijzigingen in artikel I, onderdeel
A, is deze zinsnede overbodig
geworden. De voorgestelde wijzigingen in artikel I, onderdeel
A, gelden op
grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel f, van
de ZW ook voor vrouwelijke
verzekerden die zwanger zijn. Dit betekent dat ook aan zwangere verzekerden
geen ziekengeld wordt uitbetaald over zaterdagen en zondagen,
behalve als het gaat om de zaterdag en de zondag in de eerste week van
de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, indien door de
vrouwelijke verzekerde op die dagen arbeid zou zijn verricht.
In redactionele zin wordt
met de voorgestelde wijziging in onderdeel B aangesloten op de
systematiek van de ZW waarbij een recht op ziekengeld
kan bestaan, dat vervolgens
op grond van artikel 29, tweede lid, van de ZW
tot uitbetaling komt.
Onderdeel C voorziet in een
overgangsbepaling voor die vangnetters voor wie de eerste kalenderweek
van ziekte is gelegen vóór de datum van inwerkingtreding van deze
wet. Deze vangnetters ontvangen geen ziekengeld over de zaterdag en de
zondag, ook niet als (één van) deze dagen voor de desbetreffende
vangnetter (een) werkdag(en) zou(den) zijn geweest.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner