|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009,
31 317.
Handelingen II 2007-2008, blz. 7750-7767, 7893-7901, 7969-7969.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 317 (A, B, C).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1394-1409.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 2 april 2009, Stb.
2009, 229, tot wijziging van de Wet
maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk
en bijstand in verband met het verstrekken van een uitkering aan
mantelzorgers. Inwerkingtreding: 8 juli 2009 (Stb.
2009, 286).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Wet maatschappelijke ondersteuning
te wijzigen in verband met het verstrekken van een uitkering aan
mantelzorgers;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
De Wet maatschappelijke ondersteuning wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na "voorziening"
ingevoegd: of het verstrekken van een uitkering als bedoeld in artikel
19a.
2. Het tweede lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. Na "voorzieningen" wordt
ingevoegd: of voor een uitkering als bedoeld in artikel
19a.
b. Na "voorziening" wordt
ingevoegd: of uitkering als bedoeld in artikel
19a.
B. [MvT]
In het tweede lid van artikel 12 wordt
"tweede lid" vervangen door: vierde lid.
C. [MvT]
De paragrafen 5 tot en met 11 worden
vernummerd tot paragrafen 7 tot en met 13.
D. [MvT]
Paragraaf 4a wordt vernummerd tot paragraaf
5.
E. [MvT]
Na artikel 19 wordt een nieuwe paragraaf
ingevoegd, luidende:
§ 6. Uitkering aan mantelzorgers
Art. 19a. [MvT]
-1. Onze Minister kan aan een persoon die
mantelzorg als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel b, verleent, ter waardering van zijn werk een
uitkering verstrekken.
-2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot het verstrekken van een uitkering. In ieder geval worden
regels gesteld met betrekking tot:
a. het bedrag van de uitkering;
b. de aanvraag van de uitkering;
c. de criteria die voor de verstrekking van de uitkering worden
gesteld;
d. de betaling van de uitkering.
-3. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid
delegeren aan een ander bestuursorgaan.
-4. Bij ministeriële regeling worden in geval van toepassing van het
derde lid regels gesteld voor de uitvoering door het bestuursorgaan, de
vergoeding van de kosten voor de uitvoering, de begroting van de
uitgaven en kosten, de verantwoording van de uitgaven door het
bestuursorgaan, de inrichting van de administratie en het verstrekken
van inlichtingen door het bestuursorgaan aan Onze Minister.
Art. 19b. [MvT]
De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg en een stichting als bedoeld
in artikel 4 van de Wet op
de jeugdzorg verstrekken aan Onze Minister
of in geval van toepassing van artikel 19a,
derde lid, aan het bestuursorgaan, bedoeld in artikel
19a, derde lid, de persoonsgegevens die voor Onze Minister,
respectievelijk het bestuursorgaan, noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van artikel 19a.
Art.
II. [MvT]
In afwijking van artikel 10:15 van de Algemene
wet bestuursrecht zijn door de Sociale
verzekeringsbank, bedoeld in hoofdstuk 6
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen, vóór de inwerkingtreding van deze wet genomen
besluiten tot het verstrekken van een uitkering als bedoeld in artikel
19a, rechtsgeldig.
Art.
III. [MvT]
Aan artikel 31, tweede lid, van de Wet
werk en bijstand wordt, onder vervanging van de punt aan het slot
van dat lid door een puntkomma, een onderdeel, waarvan de
letteraanduiding alfabetisch aansluit op het laatste onderdeel,
toegevoegd, luidende:
#. een uitkering als bedoeld in artikel 19a
van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Art.
IV. [MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 15 juni 2009, Stb. 2009, 286, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 8 juli 2009, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
2 april 2009
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker
Uitgegeven de negende
juni 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|