|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 31 767.
Handelingen II 2008-2009, blz. 4716-4747, 4894-4895.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 767 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1654-1657, 1671-1677 .
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 25 juni 2009, Stb.
2009, 269, tot wijziging van de Werkloosheidswet
in verband met het vergroten van kansen op werk voor langdurig werklozen.
Inwerkingtreding: 1 juli 2009 (Stb. 2009,
270).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de activerende werking van de Werkloosheidswet
voor langdurig werklozen te versterken en derhalve, naast het
aanscherpen van de criteria voor de als passend in aanmerking te nemen
arbeid, werkhervatting door langdurig werklozen te bevorderen door het
invoeren van inkomstenverrekening en het intensiveren van de
arbeidsbemiddelende taak van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onder vervanging van de
punt aan het einde van onderdeel e door een puntkomma wordt aan het
eerste lid een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. zodra de werknemer op wie
het zesde lid, onderdeel b, van toepassing is inkomsten geniet die
per week meer bedragen dan 87,5% van vijf maal 100/70 van de uitkering.
2. Het zesde lid komt te
luiden:
-6. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing:
a. gedurende de eerste
dertien weken van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten
van zijn arbeid wegens ziekte indien hij hierdoor niet beschikbaar is
voor arbeid of minder beschikbaar is voor arbeid dan het aantal
arbeidsuren dat hij heeft verloren; en
b. op de werknemer die ten
minste 52 weken onafgebroken recht op uitkering heeft gehad, mits
de werknemer werkzaamheden als werknemer gaat verrichten op een
moment waarop sprake is van volledig verlies van zijn arbeidsuren terwijl
geen recht bestaat op onverminderde doorbetaling van zijn loon over die uren.
3. In het zevende lid wordt "voor de toepassing van het zesde
lid" vervangen door: voor de
toepassing van het zesde lid, onderdeel a.
4. Onder vernummering van
het achtste lid tot twaalfde lid worden vier leden ingevoegd, luidende:
-8. Voor het bepalen van het
tijdvak van 52 weken, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, worden
perioden meegeteld waarin ten hoogste gedurende vier weken geen
recht op uitkering bestaat.
-9. Het zesde lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de
werknemer die, uit hoofde
van de in dat onderdeel bedoelde werkzaamheden, in verband met
ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling recht heeft op
loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel op bezoldiging of hetgeen daarmee
overeenkomt als bedoeld in
artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet.
-10. Indien tijdens een recht
op uitkering na toepassing van het zesde lid, onderdeel b, een nieuw recht
op uitkering ontstaat, geldt voor toepassing van het zesde lid, onderdeel
b, ten aanzien van dat nieuwe recht niet langer de voorwaarde dat de
werknemer ten minste 52 weken onafgebroken recht op uitkering heeft
gehad.
-11. Onder de uitkering,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt verstaan de gezamenlijke
uitkeringen indien sprake is van meerdere rechten op uitkering of
indien sprake is van samenloop van het recht op uitkering met een recht op
uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen of de Ziektewet.
Aa.
Artikel 24 wordt als volgt
gewijzigd:
Onder vervanging van de punt
aan het slot van het zevende lid door een komma wordt een zinsnede
ingevoegd, luidende: tenzij de werknemer werkloos is of blijft
doordat hij niet meewerkt aan voortzetting van de eigen arbeid op een andere
locatie of in dienst van een andere werkgever.
B. [MvT]
Onder plaatsing van de
aanduiding "-1." voor de tekst van artikel
26a wordt aan dat artikel een
lid toegevoegd, luidende:
-2. De artikelen 19, eerste
lid, onderdeel j, 26, eerste lid,
onderdeel
d tot en met g en i tot en met m,
zijn niet van toepassing, en artikel 24, eerste
lid, onderdeel b, onder 1º, 2º en 4º, is van toepassing alsof het recht op
uitkering is geëindigd, op
de werknemer:
a. op wie artikel 35aa,
eerste lid, onderdeel b, van toepassing is; en
b. van wie de werkzaamheden
als werknemer een zodanige omvang hebben dat een verlies van
minder dan vijf of minder dan de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek
zou resteren indien artikel 20, eerste lid, onderdeel
b, van toepassing
zou zijn geweest.
C. [MvT]
Artikel 27, tweede lid, komt
te luiden:
-2. Indien de werknemer een verplichting hem op grond van artikel
24, eerste lid, onderdeel b,
onder 2º, opgelegd niet is nagekomen, weigert het UWV de uitkering
blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn
geëindigd of niet zou zijn ontstaan:
a. indien de werknemer de
betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen; of
b. indien, in plaats van
artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, artikel
20, eerste lid, onderdeel b, van
toepassing zou zijn geweest en de werknemer de betreffende arbeid zou
hebben aanvaard of verkregen.
D. [MvT]
Artikel 35aa wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. De uitkering wordt
verminderd met 70% van de inkomsten uit arbeid, indien:
a. de werknemer toestemming
heeft verkregen van het UWV om werkzaamheden als bedoeld in
artikel 77a, eerste lid, te verrichten en het recht op uitkering op grond
van het tweede lid van dat artikel blijft bestaan; of
b. artikel 20, zesde lid,
onderdeel b, of negende lid, van toepassing is.
Art. II.
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
[MvT]
Aan artikel 30a, tweede lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt een
zin toegevoegd,¹ luidende: Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader afspraken met werkgevers op basis waarvan
concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen die
ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering op grond
van de Werkloosheidswet hebben gehad. Voor het bepalen van het tijdvak
van 52 weken is artikel 20, achtste lid, van de
Werkloosheidswet van
overeenkomstige toepassing.
1. Volgens de redactie
dient "wordt een zin toegevoegd" te worden vervangen door:
worden twee zinnen toegevoegd.
Art. III.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 26 juni 2009, Stb. 2009, 270, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2009, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
25 juni 2009
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de dertigste
juni 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|