|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 31 736.
Handelingen II 2008-2009, blz. 4031-4051, 4054-4059, 4132-4133.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 736 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1647-1654, 1658-1671, 1789-1801.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET
van 18 juli 2009, Stb. 2009, 356, tot wijziging van de Zorgverzekeringswet,
de Wet op de zorgtoeslag en enige andere wetten,
houdende maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te
laten betalen (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering).
Inwerkingtreding: 1 september 2009 (Stb.
2009, 357).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is maatregelen te treffen opdat ook wanbetalers premie voor
hun zorgverzekering betalen, zodat voorkomen wordt dat zij onverzekerd
raken of dat verplichtingen afgewenteld worden op anderen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De
Zorgverzekeringswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Onder
vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel van artikel
1 door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
x. premie:
de premie, bedoeld in afdeling 3.3.1;
y. bestuursrechtelijke
premie: de premie, bedoeld in artikel 18d.
B.
[MvT]
Artikel 8a,
eerste lid, komt te luiden:
-1. Nadat de
zorgverzekeraar de verzekeringnemer heeft aangemaand tot betaling van
één of meer vervallen termijnen van de verschuldigde premie, kan
de verzekeringnemer gedurende de tijd dat de verschuldigde premie,
rente en incassokosten niet zijn voldaan de zorgverzekering niet opzeggen,
tenzij de zorgverzekeraar de zorgverzekering of de dekking daarvan
heeft geschorst of opgeschort.
C.
[MvT]
De
aanduiding "Paragraaf
3.3. De premie" wordt
vervangen door "Paragraaf 3.3. De premie en de gevolgen van het niet betalen van de premie",
waarna voor artikel 16 een nieuwe aanduiding wordt ingevoegd, luidende: Afdeling
3.3.1. De premie.
D.
[MvT]
Artikel 16,
tweede lid, komt te luiden:
-2. In
afwijking van artikel 925 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en van het
eerste lid:
a. is geen
premie verschuldigd tot de eerste dag van de kalendermaand volgende op
de kalendermaand waarin een verzekerde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
b. is geen
premie verschuldigd over de periode, bedoeld in artikel 18d, eerste lid.
E.
[MvT]
Artikel 17
wordt als volgt gewijzigd:
1. In het
vierde lid wordt "artikel
19" vervangen door:
artikel 20.
2. In het
vijfde lid wordt "of
19" vervangen door: of
20.
F.
[MvT]
Onder
vernummering van de artikelen 18a tot en met 21 tot
19 tot en met 22,
wordt na artikel 18 een afdeling ingevoegd, luidende:
Afdeling 3.3.2. De gevolgen van het niet betalen van de premie
Art. 18a.
[MvT
+ bis]
-1. Uiterlijk
tien werkdagen nadat ten aanzien van een zorgverzekering een
achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter hoogte van twee
maandpremies is geconstateerd, doet de zorgverzekeraar de verzekeringnemer
een aanbod tot het treffen van een betalingsregeling.
[MvT
+ bis + bis]
-2. De
betalingsregeling bestaat ten minste uit de volgende elementen:
[MvT
+ bis + bis]
a. een
machtiging van de verzekeringnemer aan de zorgverzekeraar tot maandelijkse
automatische incasso van nieuw vervallende termijnen van de premie
dan wel een opdracht aan een derde van wie de verzekeringnemer periodieke
betalingen ontvangt om namens hem en onder inhouding
van de desbetreffende bedragen op deze betalingen periodiek rechtstreeks
aan de zorgverzekeraar het bedrag van nieuw vervallende termijnen
van de premie te betalen;
b. afspraken
inzake de afwikkeling van de uit de zorgverzekering voortvloeiende
schulden van de verzekeringnemer aan de zorgverzekeraar,
inclusief rente en incassokosten, en de termijnen waarbinnen
betaling zal plaatsvinden; en
c. een
toezegging van de zorgverzekeraar, inhoudende dat hij de zorgverzekering
of de dekking daarvan gedurende de looptijd van de betalingsregeling
niet om reden van het bestaan van de schulden, bedoeld in
onderdeel b, zal beëindigen, schorsen of opschorten, zolang de verzekeringnemer
de machtiging of de opdracht, bedoeld in onderdeel a, niet intrekt
en de afspraken, bedoeld in onderdeel b, nakomt.
-3. Indien de
verzekeringnemer een ander heeft verzekerd en ten aan zien van diens
verzekering een premieachterstand als bedoeld in het eerste lid is ontstaan,
omvat het aanbod, bedoeld in het eerste lid, tevens een bereidverklaring
opzegging van deze verzekering met ingang van de dag waarop de
betalingsregeling van kracht wordt te aanvaarden, mits:
[MvT
+ bis + bis]
a. de
verzekerde zichzelf uiterlijk met ingang van dezelfde dag krachtens een andere
zorgverzekering verzekerd heeft; en
b. deze,
indien deze zorgverzekering bij dezelfde zorgverzekeraar is gesloten,
ter zake van de premie voor deze verzekering een volmacht of opdracht als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, heeft gegeven.
-4. Tegelijk
met het aanbod deelt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer schriftelijk
mee dat deze een termijn van vier weken heeft om het te
aanvaarden, waarbij de verzekeraar bovendien aangeeft wat de gevolgen
zullen zijn indien het aanbod niet wordt aanvaard en de premieschuld,
rente en incassokosten buiten beschouwing gelaten, tot zes of meer
maandpremies zal zijn opgelopen, en wijst hij de verzekeringnemer op de
mogelijkheid van schuldhulpverlening, waarbij hij tevens informatie verstrekt over de vormen hiervan en wijze waarop deze kan
worden
verzocht.
[MvT
+ bis + bis]
-5. Indien
het derde lid van toepassing is, zendt de zorgverzekeraar de verzekerde
tegelijk met de verzending van de in het eerste tot en met vierde lid
bedoelde stukken aan de verzekeringnemer, afschriften van deze stukken.
[MvT
+ bis + bis]
Art. 18b.
[MvT
+ bis]
-1. Zo
spoedig mogelijk nadat ten aanzien van een zorgverzekering, rente en
incassokosten buiten beschouwing latend, een achterstand in de betaling van
de verschuldigde premie ter hoogte van vier maandpremies is
geconstateerd, deelt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer en, indien deze een
ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde mee dat hij voornemens
is over te gaan tot de melding, bedoeld in artikel 18c, zodra de
premieschuld de daar bedoelde hoogte zal hebben bereikt, tenzij de verzekeringnemer
of de verzekerde hem uiterlijk vier weken na ontvangst van de
mededeling heeft laten weten het bestaan van de schuld of de hoogte ervan
te betwisten.
-2. In geval
van tijdige betwisting als bedoeld in het eerste lid deelt de zorgverzekeraar,
indien deze na onderzoek zijn standpunt handhaaft, de verzekeringnemer
en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de
verzekerde mee dat hij het voornemen tot melding tot uitvoering zal brengen
zodra de premieschuld de in artikel 18c, eerste lid, bedoelde hoogte zal
hebben bereikt, tenzij de verzekeringnemer of de verzekerde binnen een
termijn van vier weken na ontvangst van de in dit lid bedoelde mededeling
een geschil hierover heeft voorgelegd aan een onafhankelijke instantie
als bedoeld in artikel 114 of aan de burgerlijke rechter.
-3. Indien
een betalingsregeling als bedoeld in artikel 18a
ingaat nadat ten aanzien
van de zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing
latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter
hoogte van vier maandpremies is ontstaan, laat de zorgverzekeraar de in het
eerste lid bedoelde melding achterwege zolang de nieuw vervallende
termijnen van de premie worden voldaan.
Art. 18c.
[MvT
+ bis]
-1. Indien
ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten
beschouwing latend, een premieschuld ter hoogte van zes of meer maandpremies
is ontstaan, meldt de zorgverzekeraar dit, onder vermelding
van de voor de heffing van de bestuursrechtelijke premie alsmede voor
de uitvoering van artikel 34a noodzakelijke persoonsgegevens van de
verzekeringnemer en de verzekerde, aan het College
zorgverzekeringen,
de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de
verzekeringnemer, aan de verzekerde.
-2. De
melding geschiedt niet:
a. in geval
van tijdige betwisting als bedoeld in artikel 18b, eerste lid, zolang de
zorgverzekeraar zijn standpunt dienaangaande niet aan de verzekeringnemer
en, indien dit een ander dan de verzekeringnemer is, aan de
verzekerde heeft kenbaar gemaakt;
b. gedurende
de termijn, genoemd in artikel 18b, tweede lid;
c. in geval
van tijdige voorlegging van het geschil aan een onafhankelijke instantie of
aan de burgerlijke rechter als bedoeld in artikel 18b, tweede lid,
zolang op het geschil niet onherroepelijk is beslist;
d. in geval
de verzekeringnemer zich heeft aangemeld bij een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet
op het consumentenkrediet en aantoont
dat hij in het kader daarvan een schriftelijke overeenkomst tot
stabilisatie van zijn schulden heeft gesloten.
-3. Onderdeel
van de melding vormt een verklaring van de zorgverzekeraar, inhoudende
dat hij artikel 18b en het tweede lid in acht heeft genomen.
Art. 18d.
[MvT
+ bis]
-1. De
verzekeringnemer is aan het College
zorgverzekeringen een bestuursrechtelijke
premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand
volgende op de maand waarin dat college de melding, bedoeld in artikel
18c,
heeft ontvangen tot de eerste dag van de maand volgende op de maand
waarin de datum, bedoeld in het derde lid, ligt.
[MvT
+ bis + bis]
-2. De
bestuursrechtelijke premie bedraagt per maand 130% van de tot een
maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de
zorgtoeslag.
[MvT
+ bis]
-3. De
zorgverzekeraar stelt het College zorgverzekeringen, de verzekeringnemer
en, indien
deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde
met het oog op de toepassing van het eerste lid onverwijld op de hoogte
van de datum waarop:
[MvT
+ bis]
a. de uit de
zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of
tenietgaan;
[MvT
+ bis + bis]
b. de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in de Faillissementswet,
op de verzekeringnemer van toepassing wordt; of
[MvT
+ bis + bis]
c. door
tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet
op het consumentenkrediet een overeenkomst als bedoeld in artikel 18c, tweede lid, onderdeel
d, is gesloten of een schuldregeling tot stand is
gekomen waarin, naast de verzekeringnemer, ten minste zijn zorgverzekeraar
deelneemt.
[MvT
+ bis + bis]
-4. In
afwijking van het eerste tot en met derde lid is de verzekeringnemer wederom aan
het College zorgverzekeringen bestuursrechtelijke premie
verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand:
[MvT
+ bis]
a. waarin de
toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op
grond van artikel 350, derde lid, onderdeel c, d, e,
f of g, van de Faillissementswet is beëindigd;
b. waarin
hij zich, blijkens een mede door de schuldhulpverlener ondertekende
melding van zijn zorgverzekeraar, aan deelname aan de in het derde
lid, onderdeel c, bedoelde regeling heeft onttrokken voordat hij de in die
regeling neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is
nagekomen.
Art. 18e.
[MvT
+ bis]
-1. Het College zorgverzekeringen heft en int de bestuursrechtelijke premie.
[MvT
+ bis + bis]
-2. In
opdracht van het College zorgverzekeringen houdt de inhoudingsplichtige de
bestuursrechtelijke premie geheel of voor een door dat college te
bepalen gedeelte in op door hem aan de verzekeringnemer verschuldigd
loon als bedoeld in de Wet
op de loonbelasting 1964, waarna hij het
ingehouden bedrag aan het college afdraagt.
[MvT
+ bis]
-3. De
inhouding geschiedt onmiddellijk nadat de krachtens een ander wettelijk
voorschrift of krachtens een arbeidsovereenkomst verplicht in te houden
belastingen, premies of andere bijdragen zijn ingehouden, met dien
verstande dat bij ministeriële regeling op socialezekerheidsuitkeringen
te
verrichten inhoudingen of verrekeningen kunnen worden aangewezen
waarvoor een andere volgorde geldt.
[MvT
+ bis]
-4. Een
inhoudingsplichtige die het door het College zorgverzekeringen aan te geven
bedrag niet of niet geheel heeft ingehouden, is gehouden het gehele
bedrag aan dat college af te dragen, zonder dat het niet-ingehouden
bedrag alsnog op de verzekeringnemer kan worden verhaald.
[MvT
+ bis]
-5. Indien op
loon waarop bestuursrechtelijke premie is ingehouden tevens
derdenbeslag ligt, is het bedrag dat de inhoudingsplichtige ten minste aan
de verzekeringnemer uitbetaalt gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in
artikel 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, verminderd
met het in opdracht van het College zorgverzekeringen ingehouden
bedrag.
-6. In
opdracht van het College zorgverzekeringen wordt een aan de verzekeringnemer
of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de
zorgtoeslag of een voorschot daarop, in afwijking van artikel 25, eerste
lid, van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen, als tegemoetkoming
in de bestuursrechtelijke premie aan het College zorgverzekeringen
uitbetaald.
[MvT
+ bis]
-7. Het
College zorgverzekeringen kan de bestuursrechtelijke premie of het door de
werkgever af te dragen bedrag, bedoeld in het vierde lid, bij dwangbevel
invorderen.
[MvT
+ bis]
-8. Het
College zorgverzekeringen heeft ter zake van de bestuursrechtelijke premie die
op andere wijze dan bij wege van inhouding wordt geïnd een
voorrecht op alle goederen van de verzekeringnemer, welk voorrecht
onmiddellijk na het voorrecht, bedoeld in artikel 21 van de Invorderingswet
1990, kan worden uitgeoefend.
[MvT
+ bis]
-9. Indien
het College zorgverzekeringen ter zake van de inning van de bestuursrechtelijke
premie beslag laat leggen onder een derde die de verzekeringnemer
periodieke betalingen, niet zijnde periodieke betalingen ter zake van
het levensonderhoud van diens kinderen, verschuldigd is, is de
derde-beslagene verplicht om, zolang het College dit verlangt, het door het
College
aangegeven achterstallige bedrag en telkens de nieuw vervallende
termijnen van de bestuursrechtelijke premie of door het College te bepalen gedeelten daarvan, tot welker verhaal het beslag is
gelegd, aan
het College uit te betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden
wegens vorderingen van hogere of gelijke rang.
-10. Indien
een beslag als bedoeld in het negende lid is gelegd op een vordering
tot een periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de beslagvrije voet, bedoeld in
artikel 475d van die
wet, louter ten aanzien van de vordering van het
College zorgverzekeringen ter zake waarvan het beslag is gelegd, in
aanvulling op het vijfde lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel
verlaagd met
het verschil tussen de bestuursrechtelijke premie en het reeds ingehouden bedrag van die premie.
-11. De derde
die meer aan het College zorgverzekeringen heeft betaald dan waarop
deze recht heeft, is jegens de verzekeringnemer bevrijd, voor zover dat
voortvloeit uit artikel 34 van Boek
6 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 18f.
[MvT
+ bis]
-1. Het College zorgverzekeringen gebruikt het burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer van de in artikel 18c,
eerste lid,
bedoelde personen, met het doel te waarborgen dat de in het kader van de
uitvoering van deze afdeling en artikel 34a
te verwerken persoonsgegevens
op die personen betrekking hebben.
[MvT
+ bis]
-2. Bij
gegevensuitwisseling tussen het College zorgverzekeringen en de in de
artikelen 18e, 88 en 89 bedoelde personen en instanties wordt, voor
de
uitvoering van deze afdeling en voor zover die personen en instanties tot gebruik
van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer gebruikt.
[MvT
+ bis]
-3. Het
College zorgverzekeringen is bevoegd schulden ter zake van de bestuursrechtelijke
premie die hem nog niet zijn voldaan nadat artikel 18d
niet meer op
de verzekeringnemer van toepassing is, kwijt te schelden.
[MvT
+ bis]
-4. Bij
ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop het
College zorgverzekeringen de bestuursrechtelijke premie int.
[MvT
+ bis]
G.¹
[MvT]
In artikel 23, tweede lid, wordt "bedoeld in
artikel 18a, tweede lid"
vervangen
door: bedoeld in artikel 19, tweede lid.
H.
[MvT]
De
aanduiding "Paragraaf
4.2. De
vereveningsbijdrage" wordt
vervangen
door: Paragraaf 4.2. De vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het
verzekerd houden van wanbetalers.
I.
[MvT]
Na artikel
34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 34a. [MvT
+ bis]
-1. Het College
zorgverzekeringen
verstrekt een zorgverzekeraar een bijdrage
indien hij verzekerden voor wier zorgverzekering de bestuursrechtelijke premie
verschuldigd is, onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering
heeft gehouden.
[MvT
+ bis]
-2. De
bijdrage wordt slechts verstrekt indien de zorgverzekeraar:
[MvT
+ bis]
a. zich
heeft gehouden aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 18a,
18b en 18c,
tweede en derde lid;
b.
voorafgaande aan de melding, bedoeld in artikel 18c, ook naast de op
incasso
gerichte inspanningen, bedoeld in de artikelen 18a
en 18b,
voldoende inspanningen
tot inning van de premie heeft geleverd; en
c. zich
houdt aan zijn verplichting, bedoeld in artikel 18d, derde lid, en
desgevraagd
voldoende medewerking verleent aan activiteiten van de verzekeringnemer
of derden, gericht op aflossing van de jegens de zorgverzekeraar
bestaande, uit de zorgverzekering voortvloeiende schuld.
-3. De
periode waarover de bijdrage wordt verstrekt en de hoogte ervan, alsmede de
wijze waarop deze wordt verstrekt, worden bij ministeriële regeling
bepaald.
[MvT
+ bis]
-4. Het
College zorgverzekeringen is bevoegd de te verstrekken bijdrage te
verrekenen met van de zorgverzekeraar terug te vorderen bedragen aan vereveningsbijdrage.
[MvT
+ bis]
J.
[MvT]
Artikel 39
wordt als volgt gewijzigd:
1. In het
tweede lid wordt, onder verlettering van de onderdelen g en h
tot onderdelen h en i,
een onderdeel ingevoegd, luidende:
g. de
bestuursrechtelijke premies, bedoeld in artikel 18d;
2. In het
derde lid, onderdeel a, wordt "en
34" vervangen door: ,
34 en
34a.
K.
[MvT]
In artikel 116, tweede lid, onderdeel a, wordt "als bedoeld in
artikel 69,
70 of 96"
vervangen door: als bedoeld in artikel 18d,
18e, 18f,
69, 70 of 96.
L.
[MvT]
In artikel 118a, eerste lid, wordt "artikel 18a" telkens vervangen door:
artikel 19.
M.
[MvT]
In artikel
124 wordt "18a, vijfde en zesde lid,
20" vervangen door:
19,
vijfde en
zesde lid, 21.
1. Gelet op
het bepaalde in artikel Ic van de Wet
van 15 november 2007, houdende wijziging van de Zorgverzekeringswet en
de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave
door een verplicht eigen risico (Stb. 2007, 490), dient
volgens de redactie onderdeel G te vervallen.
Art.
II. [MvT]
De Wet op de
zorgtoeslag wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1,
eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef
komt te luiden:
-1. In deze
wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is geregeld,
verstaan onder:.
2. Onder
verlettering van de onderdelen d tot en met g tot
onderdelen e tot en met
h wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
d. premie:
een premie als bedoeld in afdeling 3.3.1 van de
Zorgverzekeringswet;.
3. Onderdeel
e (nieuw) komt te luiden:
e.
zorgtoeslag: een tegemoetkoming in een premie dan wel in een bestuursrechtelijke
premie als bedoeld in artikel 18d van de
Zorgverzekeringswet;.
4. In
onderdeel f (nieuw) wordt "de premie ingevolge
artikel 25, tweede
lid, van de
Wet financiering sociale verzekeringen" vervangen door: de
premie,
bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet financiering sociale
verzekeringen.
B.
[MvT]
Onder
vernummering van het tweede lid van artikel 5
tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. In
afwijking van artikel 25, eerste lid, van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen betaalt de Belastingdienst/Toeslagen in opdracht van het
College
zorgverzekeringen, bedoeld in de
Zorgverzekeringswet, de zorgtoeslag
of het voorschot op de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke
premie, bedoeld in artikel 18d van de
Zorgverzekeringswet,
aan dat college uit.
C.
[MvT]
In artikel 4
wordt "ingevolge artikel 18a van de
Zorgverzekeringswet"
vervangen
door: ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet.
Art. III.
[MvT]
Aan
onderdeel H van de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt na
subonderdeel 3 een subonderdeel toegevoegd, luidende:
4. Artikel 18e, eerste lid, juncto artikel 18d
van de
Zorgverzekeringswet,
voor zover
een besluit wordt genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke
premie of de hoogte daarvan.
Art. IV.
[MvT]
Onderdeel
22a van onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet komt te luiden:
22a. De
artikelen 18e, 18f, 69,
70, 96 en 118a
van de Zorgverzekeringswet,
behalve voor
zover op grond van de artikelen 18e, eerste lid, juncto
18d van die
wet een besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke
premie of de hoogte daarvan.
Art. V.
Vervallen. [MvT]
Art. VI.
[MvT]
De Wet
uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 wordt als volgt
gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel
20, derde lid, onderdeel a, en artikel 21, derde lid, onderdeel a,
wordt "de
standaardpremie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de
Wet
op de zorgtoeslag" telkens vervangen door: de standaardpremie,
bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de
zorgtoeslag.
B.
[MvT]
In artikel 27a wordt "de standaardpremie als bedoeld in artikel
1, eerste
lid,
onderdeel f, van de Wet op de zorgtoeslag"
vervangen door: de
standaardpremie,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de
Wet op de zorgtoeslag.
Art. VII.
[MvT]
De Wet
uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel
14, vierde lid, onderdeel a, en artikel 15, derde lid, onderdeel a.
wordt "de
standaardpremie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de
Wet
op de zorgtoeslag" telkens vervangen door: de standaardpremie,
bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de
zorgtoeslag.
B.
[MvT]
In artikel 18a wordt "de standaardpremie als bedoeld in artikel
1, eerste
lid,
onderdeel f, van de Wet op de zorgtoeslag"
vervangen door: de
standaardpremie,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de
Wet op de zorgtoeslag.
Art. VIII.
[MvT]
Na
inwerkingtreding van artikel I van deze wet berust het
Besluit zorgverzekering mede op de artikelen 19 en
21 van de Zorgverzekeringswet.
Art. IX.
[MvT]
-1. Indien op
de datum van inwerkingtreding van deze wet ten aanzien van een
zorgverzekering volgens de administratie van een zorgverzekeraar reeds een
premieschuld van twee of meer maanden bestaat, doet deze
zorgverzekeraar, in afwijking van artikel 18a, eerste lid, van de
Zorgverzekeringswet,
het in dat artikel bedoelde aanbod zo spoedig mogelijk,
maar in ieder geval binnen twee maanden na inwerkingtreding van deze
wet.
[MvT]
-2. Indien de
verzekeringnemer een ander heeft verzekerd en ten aanzien van diens
verzekering een premieachterstand als bedoeld in het eerste lid is ontstaan:
[MvT]
a. is
artikel 18a, derde lid, van de Zorgverzekeringswet niet van
toepassing;
b. zendt de
zorgverzekeraar deze verzekerde, tegelijk met de stukken, bedoeld in
artikel 18a, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, een aanbod om zelf een
zorgverzekering met hem te sluiten;
c. omvat het
aanbod aan de verzekeringnemer de mededeling dat de zorgverzekeraar
de ten behoeve van de andere verzekerde gesloten zorgverzekering
met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgende op
de maand waarin het aanbod is gedaan, zal beëindigen, tenzij deze
verzekerde hem voordien heeft laten weten het aanbod, bedoeld in
onderdeel b, te verwerpen.
-3. In
afwijking van artikel 217 van Boek
6 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel
4:29 van de Wet
op het financieel toezicht wordt een
verzekeringsplichtige die een aanbod als bedoeld in het tweede lid, onderdeel
b, heeft
ontvangen, met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgende op
de maand waarin het aanbod is gedaan verzekeringnemer van een
nieuwe, ten behoeve van hemzelf gesloten zorgverzekering bij de zorgverzekeraar
die het aanbod heeft gedaan, tenzij hij de zorgverzekeraar voordien
heeft laten weten het aanbod te verwerpen.
[MvT]
-4. Indien op
de datum van inwerkingtreding van deze wet ten aanzien van een
zorgverzekering volgens de administratie van de zorgverzekeraar reeds een
premieschuld van vier of meer maanden bestaat, doet een zorgverzekeraar,
in afwijking van artikel 18b, de daar bedoelde mededeling:
[MvT]
a. zodra de
termijn voor aanvaarding van het aanbod, bedoeld in het eerste lid,
is verlopen zonder dat het aanbod is aanvaard; of
b. het
aanbod is aanvaard en desondanks toch nieuw vervallende termijnen
van de premie niet voldaan worden.
-5. Een
vóór
de datum van inwerkingtreding van deze wet gedaan aanbod tot
het treffen van een betalingsregeling dat aan de eisen van artikel 18a
van de Zorgverzekeringswet juncto het tweede lid van dit artikel zou
hebben voldaan indien die bepalingen op de datum waarop het aanbod is
gedaan reeds in werking zouden zijn getreden, en een vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet gedane mededeling die aan de eisen van
artikel 18b van de Zorgverzekeringswet juncto het vierde lid van dit artikel
zou hebben voldaan indien deze bepalingen op het moment van verzending
van de mededeling in werking zouden zijn getreden en waartegen de verzekeringnemer of, indien dit een ander dan de verzekeringnemer
is, de
verzekerde, bij de verzekeraar en vervolgens bij een onafhankelijke
instantie als bedoeld in artikel 114 van de
Zorgverzekeringswet
of de burgerlijke rechter heeft kunnen opkomen als ware artikel 18b
van de Zorgverzekeringswet reeds in werking getreden,
gelden voor
de toepassing van artikel 18c van die wet en het gestelde bij en krachtens
artikel 34a van die wet als aanbod en mededeling als bedoeld in
artikel 18a respectievelijk 18b
van die wet.
-6. Bij
ministeriële regeling wordt bepaald onder welke voorwaarden en in welke
mate zorgverzekeraars reeds op de datum van inwerkingtreding van deze wet
bestaande premieschulden kunnen kwijtschelden zonder dat dit gevolgen
heeft voor hun recht op een bijdrage voor het onverminderd verzekerd
houden van de betrokken verzekerden.
Art. X.
[MvT]
-1. In
afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht
beslist het College zorgverzekeringen op bezwaren tegen beschikkingen
als bedoeld in de artikelen 18e of 18f
van de Zorgverzekeringswet
binnen
twaalf weken, indien het bezwaarschrift is ontvangen binnen twee
jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
-2. Dit
artikel vervalt met ingang van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding
van deze wet, met dien verstande dat het van toepassing blijft ten
aanzien van op dat tijdstip aanhangige bezwaren.
Art. XI.
Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 6 augustus 2009, Stb. 2009, 357, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 september 2009, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Tavarnelle, 18 juli 2009
BEATRIX
De
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
Uitgegeven
de zesentwintigste augustus 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|