|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 31 893.
Handelingen II 2008-2009, blz. 7115-7115.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 893 (A, B).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1619-1619.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van
25 juni 2009, Stb. 2009, 390, tot invoering en wijziging van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen. Inwerkingtreding: 1 december
2009 (Stb. 2009, 391).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels vast te stellen inzake de invoering van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen en voorts enkele wijzigingen
aan te brengen in de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. Wijziging van
de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen wordt als volgt gewijzigd:
aA.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1.
De definitie van "CWI" vervalt.
2.
In de definitie van
"minimumloon"
vervalt:
, vermeerderd met de daarover berekende vakantiebijslag, bedoeld in
artikel 15 van die
wet.
3.
Onder vervanging van de punt aan het slot van de definitie van
"werknemer"
door een puntkomma wordt een definitie toegevoegd,
luidende:
- WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de
Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen.
bA.
Artikel 3 komt te luiden:
Art. 3. Recht op uitkering
-1. Recht op uitkering op grond van deze wet heeft de persoon:
a. wiens eerste dag van werkloosheid tussen 30 september 2006 en
1 juli 2011 ligt;
b. die op die dag 60 jaar of ouder is;
c. die op die dag voldeed aan de voorwaarden voor duurverlenging,
bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de Werkloosheidswet; en
d. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in
artikel 6.
-2. Tevens heeft recht op uitkering op grond van deze wet de persoon:
a. die ter zake van een eerder recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet
aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b en c, voldoet;
b. voor wie nadien een nieuw recht op uitkering op grond van de
Werkloosheidswet is ontstaan ter zake waarvan artikel
42b van de Werkloosheidswet toepassing heeft gevonden of
ter zake waarvan voldaan is
aan de voorwaarden voor duurverlenging, bedoeld in artikel
42, tweede
lid, van de Werkloosheidswet; en
c. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in
artikel 6.
-3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het eerdere recht,
bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geheel niet geldend is gemaakt
als gevolg van een maatregel van blijvend gehele weigering als bedoeld
in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Werkloosheidswet.
-4. Het recht op uitkering ontstaat op de dag na de dag waarop de
geldende uitkeringsduur op grond van de Werkloosheidswet is verstreken,
tenzij op de dag voorafgaand aan het verstrijken van de uitkeringsduur
een maatregel van blijvend gehele weigering van de uitkering op grond
van artikel 27, eerste of tweede lid, van de
Werkloosheidswet van
toepassing is.
cA.
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3a. Recht op uitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikte ouderen
-1. Recht op een uitkering op grond van deze wet heeft tevens de
persoon:
a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 juli 2011 recht is
ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering;
b. die op de dag dat het recht op de loongerelateerde uitkering
van de WGA-uitkering ontstond 60 jaar of ouder is; en
c. op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 6 van
toepassing is.
-2. Het recht op een uitkering op grond van dit artikel ontstaat op de
dag na de dag waarop de geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde
uitkering van de WGA-uitkering is verstreken en kan niet eerder ontstaan
dan na inwerkingtreding van deze wet.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing indien artikel
59, derde lid,
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toepassing heeft
gevonden, tenzij de eerste dag van de werkloosheid op grond waarvan een
uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd ontvangen als bedoeld in
dat artikel, lag op of na 1 oktober 2006 en de persoon op die dag 60
jaar of ouder was.
dA.
In artikel 5 wordt na "bedoeld in
artikel 3, eerste lid," ingevoegd:
en artikel 3a, eerste lid,.
A.
[MvT]
Artikel 6, eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van
onderdelen e en f tot onderdelen d en e.
Aa.
Artikel 7 komt te luiden:
Art. 7. Eindigen van het recht op uitkering
Het recht op een uitkering eindigt:
a. met ingang van de dag waarop er ten aanzien van de
uitkeringsgerechtigde een uitsluitingsgrond van toepassing is;
b. de dag volgend op de dag waarop de uitkeringsgerechtigde
overlijdt.
Ab.
In artikel 8 wordt na
"bedoeld in
artikel 3, eerste lid," ingevoegd:
en artikel 3a, eerste lid,.
B.
In artikel 9, eerste lid, onderdeel a, wordt
"de
artikelen 12, artikel
13, artikel 14 of 15"
vervangen door:
artikelen 12, 13,
14 of 15.
C.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het eerste lid wordt
"A staat voor het
minimumloon" vervangen door
"A niet hoger is dan het
minimumloon en staat voor de som van:
[MvT]
a. 10/7 vermenigvuldigd met het totale bedrag aan uitkeringen
exclusief vakantiebijslag dat de uitkeringsgerechtigde ontving op grond
van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen in de kalendermaand voorafgaande aan de dag waarop de
geldende uitkeringsduur van de uitkering op grond van de
Werkloosheidswet of van de WGA-uitkering is verstreken; en
b. het loon uit dienstbetrekking dat de uitkeringsgerechtigde in
die maand verdiende, waarbij A wordt herzien op de wijze als bedoeld in
artikel 14 van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag"
en wordt
"B staat voor het in de desbetreffende kalendermaand verworven
inkomen"
vervangen door
"B staat voor het inkomen per
kalendermaand".
2.
Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot vierde tot
en met zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder uitkering op grond
van de Werkloosheidswet tevens verstaan inkomen dat op grond van artikel
34 van de Werkloosheidswet geheel in mindering is gebracht op de
uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
-3. Voor de toepassing van het eerste lid worden de uitkeringen op grond
van de Werkloosheidswet en de Ziektewet, bedoeld in eerste lid,
onderdeel a, vermenigvuldigd met 21,75 en vervolgens gedeeld door het
aantal werkdagen in die betreffende kalendermaand.
3.
In het vierde lid (nieuw) wordt
"het inkomen uit arbeid in het
bedrijfs- en beroepsleven"
vervangen door: inkomen uit arbeid.
[MvT]
4.
In het vijfde lid (nieuw) wordt
"wordt inkomen in verband met
arbeid" vervangen door: wordt overig inkomen.
[MvT]
5.
Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan
onder inkomen uit arbeid als bedoeld in het vierde lid en overig inkomen
als bedoeld in het vijfde lid.
[MvT]
6.
Het vijfde lid (oud) en zevende lid vervallen.
[MvT]
7.
Het zesde lid (oud) wordt vernummerd tot zevende lid en komt te luiden:
-7. Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet
gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als lid
van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend
orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse
verkiezing wordt samengesteld of een algemeen bestuur van een
waterschap, staat bij de toepassing van het eerste lid, onder A, in afwijking
in zoverre van het eerste lid, voor het minimumloon.
D.
[MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1.
Voor de tekst wordt de aanduiding
"-1."
geplaatst.
2.
Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor personen die
blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de
doelgroep behoren van de Wet sociale
werkvoorziening onder een
voorziening gericht op de arbeidsinschakeling mede verstaan een
voorziening gericht op het verkrijgen van arbeid in een dienstbetrekking
als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van
die wet.
E.
[MvT]
Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 11a. Algemeen geaccepteerde arbeid
Behoudens voor de toepassing van artikel 13, tweede en derde lid, wordt
niet als algemeen geaccepteerde arbeid beschouwd arbeid op grond van een
dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of
3 van de Wet sociale
werkvoorziening.
Ea.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1.
Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. werken mee aan een voor hen gewenst onderzoek naar hun
arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een
beroepskeuzeadviseur;.
2.
Het derde lid komt te luiden:
-3. De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
a. het re-integratiebedrijf dat in opdracht van het UWV
werkzaamheden verricht; of
b. personen die met toestemming van het UWV zijn aangewezen door
een re-integratiebedrijf als bedoeld in onderdeel b, voor zover dit
noodzakelijk is voor de uitvoering van de bij overeenkomst aan deze
personen en rechtspersonen opgedragen taken.
Eb.
Artikel 15, onderdeel a, komt te luiden:
a. staan als werkzoekende geregistreerd en verlengen die
registratie tijdig;.
F.
[MvT]
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het tweede lid wordt na
"op grond van de
artikelen" ingevoegd:
12,
tweede lid, onderdeel c,.
2.
Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3.
De artikelen 14, eerste lid, en 15 zijn niet van toepassing op de
werknemer die blijkens een indicatiebeschikking of
herindicatiebeschikking tot de doelgroep van de Wet sociale
werkvoorziening behoort.
G.
[MvT]
Aan artikel 19 wordt een artikellid toegevoegd, luidende:
-8. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het derde en vierde lid.
H.
[MvT]
In artikel 21, eerste en tweede lid, wordt
"werknemer"
telkens
vervangen door: aanvrager of de uitkeringsgerechtigde.
Ha.
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het eerste lid wordt
na "de
Wet arbeid en
zorg" ingevoegd:, de Werkloosheidswet.
2.
Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien het UWV
gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het
dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de
Algemene
wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan
wie de boete is opgelegd.
3.
In het vierde lid, aanhef, wordt
"artikel
21, vijfde lid"
vervangen
door: artikel 21, vierde lid.
4.
In het vierde lid, onderdeel a,
wordt "artikel
4:93, derde lid"
¹ vervangen door: artikel 4:93, vierde lid.
Hb.
Artikel 26 komt te luiden:
Art. 26. Betaling van de uitkering
Het UWV betaalt de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat
per maand achteraf.
Hc.
Artikel 27 komt te luiden:
Art. 27. Recht op vakantie-uitkering
De uitkeringsgerechtigde die over een maand recht heeft op een uitkering
op grond van deze wet, heeft over die maand recht op vakantie-uitkering.
Hd.
Na artikel 27 wordt een artikel ingevoegd, luidende
Art. 27a. Hoogte van de vakantie-uitkering
-1. De vakantie-uitkering bedraagt 8 procent van het bedrag aan
uitkering op grond van deze wet waarop recht bestond in het tijdvak van
twaalf maanden voorafgaande aan de maand mei.
-2. Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15,
eerste lid, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt
gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van het in het
eerste lid genoemde percentage. Het gewijzigde percentage wordt in
aanmerking genomen over de uitkering waarop op grond van deze wet recht
bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
-3. Het UWV betaalt de vakantie-uitkering jaarlijks in de maand mei over
de aan die maand voorafgaande twaalf maanden of, indien het recht op
uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de
desbetreffende maand.
-4. De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking
is vastgesteld.
I.
[MvT]
Artikel 28 komt te luiden:
Art. 28. Inhouding vereveningsbijdrage
Het UWV houdt op de uitkering, op de vakantie-uitkering en op de toeslag
op grond van de Toeslagenwet een bedrag in dat gelijk is aan het bedrag
van de premie die een werkgever op grond van afdeling 2 van hoofdstuk 3
van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige
loon van een werknemer die verzekerd is op grond van de Werkloosheidswet inhoudt.
J.
[MvT]
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het derde lid wordt
"over een periode van vier
weken" vervangen
door "over een periode van
een
kalendermaand" en wordt na
"bedoeld
in artikel 3, eerste lid"
toegevoegd: , en
artikel 3a, eerste lid.
2.
In het vierde lid wordt
"artikel
6, eerste lid, onderdeel f"
vervangen
door: artikel 6, eerste lid, onderdeel e.
K.
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1.
Het tweede en vierde lid vervallen, onder vernummering van het derde lid
tot tweede lid en het vijfde lid tot derde lid.
[MvT]
2.
In het tweede lid (nieuw) wordt
"belanghebbende"
vervangen door:
aanvrager of de uitkeringsgerechtigde.
[MvT]
Ka.
Artikel 38 vervalt.
Kb.
In artikel 40, eerste lid, wordt na "De op grond van deze wet te
betalen uitkeringen"
ingevoegd: , de door het
UWV te verstrekken
vergoeding als bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet.
L.
[MvT]
Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"artikel
21, zevende lid"
vervangen door: artikel 21, vijfde lid.
2.
Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:
d. het Maatregelenbesluit
socialezekerheidswetten: artikel 19, achtste lid.
[MvT]
3.
In het eerste lid vervalt, onder verlettering van onderdeel f tot
onderdeel e, onderdeel e (oud).²
4.
In het tweede lid, onderdeel a, wordt
"het Besluit Tica inzake
betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en
onverschuldigd betaalde uitkering"
vervangen door: de
Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke
boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen.
5.
Onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel c en onderdeel
f tot
onderdeel d, vervallen in het tweede lid de onderdelen c (oud)
en
e.³
1.
Volgens de redactie dient "artikel
4:93, derde lid" te worden vervangen
door: artikel 4.4.1.9, derde lid.
2. Volgens de redactie dient "onderdeel e (oud)"
te worden vervangen door: onderdeel e.
3. Volgens de redactie dient "onderdelen c (oud) en e"
te worden vervangen door: onderdelen c en e.
Art.
II. Wijziging van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt
gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1, onderdeel l, onder 2º, wordt na
"de Werkloosheidswet," ingevoegd: de Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen,.
B.
[MvT]
In artikel 30, eerste lid, onderdeel
a,¹ wordt na
"de Toeslagenwet," ingevoegd: de Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen,.
C.
[MvT]
Artikel 82a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1.
Na "de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen," wordt ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
2.
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een
puntkomma wordt na onderdeel i een onderdeel ingevoegd, luidende:
j. artikel 13 en de artikelen 19 tot en met 21
² van de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen.
1.
Volgens de redactie dient "artikel 30,
eerste lid, onderdeel
a" te worden vervangen door: artikel 30,
eerste lid.
2. Volgens de redactie dient "artikel 13 en de artikelen 19 tot en met 21"
te worden vervangen door: de artikelen 13 en
19 tot en met 21.
Art.
III. Wijziging van
de Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1, eerste lid, onderdeel d, wordt "en de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: , de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen.
Aa.
Aan artikel 8a wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Voor de toepassing van dit artikel wordt tevens onder grondslag
verstaan de factor A, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen, gedeeld door 21,75.
B.
[MvT]
In artikel 14g, eerste lid, wordt na "de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen.
Art.
IV. Wijziging van
de Werkloosheidswet [MvT]
In artikel 27g, eerste lid, van de Werkloosheidswet
wordt na "de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
V. Wijziging van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen [MvT]
In artikel 96, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt na "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen," ingevoegd: de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
VI. Wijziging van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
In artikel 29g, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt na "de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
VII. Wijziging van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
In artikel 46, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt na "de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
VIII. Wijziging
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
In artikel 54, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt na "de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
IX. Wijziging van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In het eerste lid, aanhef, wordt "overeenkomstig het derde, vierde en
vijfde lid" vervangen door: overeenkomstig het derde tot en met zesde
lid en het negende lid.
2.
Onder vernummering van het zesde en zevende lid tot tiende en elfde lid
worden vier leden ingevoegd, luidende:
-6. Indien dat lager is dan de grondslag, vastgesteld op grond van het
derde tot en met vijfde lid, bedraagt de grondslag, bedoeld in het
eerste lid:
10/7 x A + B
waarbij:
A staat voor de uitkeringen ontvangen op grond van de Werkloosheidswet,
de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de
Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen in de kalendermaand voorafgaande
aan de dag waarop de geldende uitkeringsduur op grond van de
Werkloosheidswet is verstreken;
B staat voor het loon uit dienstbetrekking dat de uitkeringsgerechtigde
in die kalendermaand verdiende, waarbij A wordt herzien op de wijze als
bedoeld in artikel 14 van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag.
-7. Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder uitkering op grond
van de Werkloosheidswet tevens verstaan inkomen dat op grond van artikel
34 van de Werkloosheidswet geheel in mindering is gebracht op de
uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
-8. Voor de toepassing van het zesde lid worden de uitkeringen op grond
van de Werkloosheidswet en de Ziektewet vermenigvuldigd met 21,75 en
vervolgens gedeeld door het aantal werkdagen in die betreffende
kalendermaand.
-9. Het zesde lid is niet van toepassing voor zover de uitkomst van de
berekening op grond van dat lid minder bedroeg dan de van toepassing
zijnde grondslag op grond van het derde tot en met vijfde lid als
gevolg van een gedeeltelijke eindiging van een recht op uitkering op
grond van de Werkloosheidswet door het verrichten van werkzaamheden als
lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend
orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse
verkiezing wordt samengesteld of van een algemeen bestuur van een
waterschap.
B.
[MvT]
Artikel 9, vierde en vijfde lid, vervallen.
C.
[MvT]
In artikel 20f, derde lid, wordt na "de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
D.
Na artikel 63b wordt een artikel ingevoegd, luidende
Art. 63c.
Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb.
2009, 390), blijft van toepassing
met betrekking tot:
a. een recht op uitkering dat vóór 1 december 2009 is ontstaan;
b. een recht op uitkering dat vóór 1 december 2009 is ontstaan,
daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van
die wet ¹ is
herleefd; of
c. personen die vóór 1 december 2009 voldoen aan artikel 2, maar
die vóór die datum geen recht hebben op een uitkering.
1.
Volgens de redactie dient "artikel 7 van
die wet" te worden vervangen door: artikel
7.
Art.
X. Wijziging van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen [MvT]
In artikel 20f, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt na "de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
XI. Wijziging van
de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 45g, eerste lid, wordt na "de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
B.
[MvT]
Artikel 46, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:
1.
De punt aan het slot van onderdeel a wordt vervangen door een puntkomma.
2.
De punt aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een puntkomma
en er wordt aan het onderdeel toegevoegd: en.
3.
Er wordt een onderdeel toegevoegd luidende:
c. degene die recht heeft op een uitkering op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen of op een uitkering op grond van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers.
Art.
XII. Wijziging van
de Algemene Kinderbijslagwet
[MvT]
In artikel 17g, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt na
"de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
XIII. Wijziging
van de Algemene nabestaandenwet [MvT]
In artikel 45, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet wordt na
"de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
XIV. Wijziging van
de Algemene Ouderdomswet [MvT]
In artikel 17i, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet wordt na
"de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
XV. Wijziging van
de Wet werk en bijstand [MvT]
In artikel 6, onderdeel a,¹ van de
Wet werk en bijstand, wordt na
"de Werkloosheidswet," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
1.
Volgens de redactie dient "artikel 6, onderdeel a"
te worden vervangen door: artikel 6, eerste
lid, onderdeel a.
Art.
XVI. Wijziging van
de Wet financiering sociale verzekeringen [MvT]
In artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet financiering sociale verzekeringen, wordt na "de
Wet werk en bijstand," ingevoegd: de
Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen,.
Art.
XVII. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 4 september 2009, Stb. 2009, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 december 2009, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 25 juni 2009
BEATRIX
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
Uitgegeven
de negenentwintigste september 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|