|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2008-2009, 31 955
Uitbreiding
van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als
zelfstandige
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Verruiming
arbeidsplaatsvoorzieningen voor personen met een handicap die starten als
zelfstandige |
| 3 |
Ontvangen commentaren
en adviezen |
| 4 |
Financiële effecten |
| xArtikelsgewijs |
| xX |
Artikelen
I t/m VIII |
Algemeen
1.
Inleiding
Met
dit wetsvoorstel wordt de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken aan personen
met een ziekte of handicap die willen starten als zelfstandige verruimd.
Dit sluit aan bij het beleid van het kabinet om het ondernemerschap te
bevorderen. Het starten van een eigen onderneming draagt immers bij aan de
participatiedoelstelling. Door de voorgestelde uitbreiding wordt het
aantrekkelijker gemaakt voor personen met een ziekte of handicap om te
starten als zelfstandige. Met de voorgenomen wijziging wordt tevens
uitvoering gegeven aan de motie-Van Hijum c.s.¹ Daarin is de regering
verzocht belemmeringen weg te nemen voor Wajong-ers die als zelfstandig
ondernemer aan het werk willen gaan. Er zijn echter ook nog andere
groepen personen met een handicap die in een vergelijkbare positie
verkeren. Daarom strekt dit voorstel zich niet alleen uit tot Wajong-ers, maar
tot alle personen met een handicap die aan de slag willen als zelfstandige.
Voor jonggehandicapten die recht hebben op arbeidsondersteuning
wordt de mogelijkheid in de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet
Wajong) zelf opgenomen. Voor de overige groepen wordt de
mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken aan startende
zelfstandigen centraal geregeld in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
(Wet WIA).
1. Kamerstukken II 2007-2008, 31 224, nr. 8.
2. Verruiming
arbeidsplaatsvoorzieningen voor personen met een handicap die starten als
zelfstandige
In de memorie van
toelichting bij het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten in verband met het bevorderen van de
participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning
is
de verruiming van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken aan
jonggehandicapten die willen starten als zelfstandig ondernemer
aangekondigd.¹ Dit voornemen wordt in dit wetsvoorstel
vormgegeven.
rblz.|2| Op grond van de huidige
wettelijke bepalingen kunnen personen met een uitkering op grond van
de Wet WIA, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
(Wajong), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de
Ziektewet
(ZW), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) of
de Werkloosheidswet (WW) die starten als zelfstandige
in aanmerking komen voor voorzieningen, zoals de doventolk, een
voorleeshulp en een aanpassing van de werkplek. De voorzieningen kunnen
echter uitsluitend voor de duur van de re-integratieperiode naar arbeid als
zelfstandige worden verstrekt. De beperkte duur en (dreigende)
beëindiging van de voorziening kunnen een belemmering vormen om te starten als
zelfstandige.
Daarom wordt voorgesteld
het mogelijk te maken voorzieningen voor de duur van het zelfstandig
ondernemerschap te verstrekken. Dat betekent dat de voorziening kan
worden gecontinueerd na afloop van de re-integratieperiode. Er zal echter wel een
beperking gelden naar het inkomen dat de zelfstandige verdient.
Dit wordt hieronder verder toegelicht.
1. Kamerstukken II 2008-2009, 31 780, nr. 3,
blz. 10.
Doelgroep
Zoals hierboven reeds is
vermeld, is de motie van Van Hijum c.s. specifiek gericht op het wegnemen
van belemmeringen voor Wajong-ers. De regering stelt echter voor de
uitbreiding van toepassing te laten zijn op alle personen met een
handicap die aan de slag willen als zelfstandige. Dit betekent dat de
uitbreiding niet alleen geldt voor Wajong-ers, maar zich ook uitstrekt tot
personen met een WIA-, WAO-,
WAZ-, ZW- of bijstandsuitkering én personen met een
handicap met een WW-uitkering of zonder een uitkering (de
zogeheten niet-uitkeringsgerechtigden: "NUG-ers"). Ook geldt deze uitbreiding
voor werknemers met een handicap die willen starten als
zelfstandige.
Het is de bedoeling dat
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de voorzieningen
verstrekt. Daarmee wordt één loket gecreëerd voor personen met een
handicap die starten als zelfstandige en die bij de start als zelfstandige
een voorziening nodig hebben. Dit sluit bovendien aan bij de bestaande
taak die het UWV heeft ten aanzien van de verstrekking van voorzieningen aan
personen met een arbeidshandicap die vanuit de bijstand als
werknemer gaan werken. Gemeenten en het UWV zullen hierover in het kader
van de samenwerking in de locaties voor werk en inkomen afspraken moeten
maken.
Startperiode
Voorwaarde om in
aanmerking te kunnen komen voor voorzieningen is dat de startende
zelfstandige bij de start van zijn werkzaamheden een ziekte of handicap
heeft. Dit ingetreden risico maakt het lastig om een (betaalbare) verzekering
af te sluiten voor eventuele voorzieningen die noodzakelijk zijn om de
werkzaamheden te kunnen verrichten. Hierdoor bestaat de kans dat de
(startende) zelfstandige zijn werkzaamheden vroegtijdig moet beëindigen en
mogelijk zelfs weer terugvalt in een uitkeringssituatie.
Daarnaast kan de
zelfstandige die bij de start reeds een ziekte of handicap heeft ook in aanmerking
komen voor een voorziening die noodzakelijk is in verband met een
ziekte of handicap die gedurende de eerste drie jaar na aanvang van de start
als zelfstandige optreedt. Dit hoeft niet dezelfde ziekte of handicap te
zijn als bij aanvang van de arbeid als zelfstandige, maar er kan ook een
andere oorzaak aan de structurele functionele beperking waarvoor een voorziening
nodig is ten grondslag liggen. Voor de periode van drie jaar is
gekozen omdat arbeidsongeschikte zelfstandigen rblz.|3|
voor de startersaftrek
op grond van de Wet
inkomstenbelasting 2001 (maximaal) drie jaar als
starters worden aangemerkt.
Dit sluit aan bij de
huidige situatie dat ook voorzieningen door het UWV
kunnen worden verstrekt
die noodzakelijk zijn in verband met een structurele functionele beperking
die weliswaar ná de start ontstaat, maar wél binnen de
re-integratieperiode valt. In het voorstel wordt de
re-integratieperiode nu vervangen door een vaste startperiode van drie jaar. Daarbij
moet het dus wel gaan om
een persoon die bij de start als zelfstandige al een ziekte of handicap
had. De verruiming houdt ook in dat wanneer in verband met een ziekte
die bij de start aanwezig is of binnen de eerste drie jaar ná de start
is ingetreden en ná afloop van de drie jaar voorzieningen noodzakelijk worden,
deze kunnen worden verstrekt.
Personen die bij de
start als zelfstandige geen ziekte of handicap hadden, komen niet in aanmerking
voor voorzieningen als zij na de start als zelfstandige als gevolg van een
ziekte of handicap een structurele functionele beperking krijgen. Voor
hen geldt immers dat het om een verzekerbaar risico gaat.
Inkomensgrens
Doel van de nieuwe
regeling is personen met een handicap te stimuleren om als zelfstandige aan
de slag te gaan en daarbij belemmeringen weg te nemen. Kenmerk van
zelfstandig ondernemerschap is echter wel dat zij ook een eigen
verantwoordelijkheid hebben én bepaalde financiële risico’s zelf behoren te
dragen.
Daarom wordt voorgesteld te regelen dat de voorziening niet kan worden
verstrekt indien het inkomen van de zelfstandige meer bedraagt dan een
bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
Overgangsrecht
De nieuwe regeling is
van toepassing op personen met een ziekte of handicap die op of na de
dag van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel starten als zelfstandige. Doel van de regeling is immers om personen met
een ziekte of handicap,
waaronder Wajong-ers, te stimuleren te starten als zelfstandig ondernemer.
Er wordt een
uitzondering gemaakt voor personen die al vóór de dag van inwerkingtreding van
deze wet zijn gestart als zelfstandige én aanspraak hebben op voorzieningen
op grond van de huidige bepalingen.¹ De nieuwe regeling is ook
op hen van toepassing. Deze personen zitten nog in hun
re-integratieperiode en kunnen daarom nog als starters worden aangemerkt. Dit betekent
dat wanneer een persoon met een ziekte of handicap vóór
inwerkingtreding van deze wet met begeleiding van het UWV
is gestart en op de
datum van inwerkingtreding nog in de re-integratieperiode verkeert, hij na die
datum in aanmerking kan (blijven) komen voor de voorzieningen die
noodzakelijk zijn in verband met een handicap of ziekte die bij de start
van de arbeid als zelfstandige aanwezig was of tijdens de
re-integratieperiode is ingetreden. Deze personen behouden de voorzieningen die al op
basis van de huidige bepalingen zijn verstrekt. Daartoe worden de op
grond van de huidige bepalingen verstrekte of al aangevraagde
voorzieningen aangemerkt als voorzieningen die zijn verstrekt of aangevraagd
op grond van artikel 34a [van
de Wet WIA, red.]. Ook kunnen de personen die op de datum
van inwerkingtreding van deze wet nog in de re-integratieperiode
verkeren, voorzieningen aanvragen op grond van artikel
34a.
1. Artikelen 34, tweede
lid, Wet WIA, 59b
Wajong, 65e
WAO, 67c
WAZ
en 52d ZW.
Administratieve lasten
Er zijn geen gevolgen
voor de administratieve lasten voor bedrijven. De administratieve lasten
voor de burgers zullen ook niet of nauwelijks rblz.|4|
toenemen. Het betreft
een kleine groep (naar verwachting maximaal 270 personen) die gebruik zal
maken van deze regeling. Voor het grootste deel van de groep zal het een
verlenging van de voorziening betreffen, voor een kleiner gedeelte van
de groep een eerste aanvraag.
3. Ontvangen commentaren
en adviezen
Het UWV
is van oordeel
dat het conceptwetsvoorstel uitvoerbaar is. Ook de beoogde datum van
inwerkingtreding van 1 januari 2010 is haalbaar. De Inspectie Werk en
Inkomen heeft in haar toets aangegeven dat het conceptvoorstel van wet
geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen met betrekking tot de
toezichtbaarheid.
4. Financiële effecten
De verwachting is dat
het door de voorgestelde wijziging voor personen met een handicap
aantrekkelijker wordt om als zelfstandig ondernemer te starten.
Naar verwachting zullen
maximaal 270 personen op jaarbasis van deze regeling gebruik maken.
De totale kosten voor voorzieningen voor startende zelfstandige personen
met een arbeidshandicap zijn opgenomen in onderstaande tabel. De
voorzieningen worden betaald uit IDM tranche 2008. De
uitvoeringskosten bedragen naar verwachting €|0,4 miljoen per jaar (structureel
niveau).
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
Structureel |
| Voorzieningen startende
zelfstandigen (in €|mln) |
1 |
1,5 |
2,2 |
2,2 |
2,2 |
Artikelsgewijs
Artikel
I.
Wijziging van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Onderdeel A
Omdat voorgesteld wordt
de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
dat voorzieningen in verband met de arbeid als zelfstandige te verstrekken in een nieuw
artikel 34a te regelen, kan het
tweede lid van artikel
34 vervallen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het nieuwe
artikel 34a de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur afwijkende
regels te stellen te schrappen. Van de mogelijkheid om afwijkende regels te
stellen, is geen gebruik gemaakt.
Onderdeel B
In het nieuwe artikel 34a wordt de mogelijkheid gecreëerd om bij algemene maatregel van bestuur te
bepalen dat aan alle personen met een naar het oordeel van het UWV
structurele functionele beperking die arbeid als zelfstandige
verrichten of gaan verrichten, voorzieningen kunnen worden verstrekt ter
bevordering van de inschakeling in en ondersteuning bij de arbeid als
zelfstandige. Deze mogelijkheid wordt ten opzichte van de reeds bestaande
mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dat deze
voorzieningen kunnen worden toegekend op twee punten uitgebreid.
In de eerste plaats
wordt voorgesteld de voorzieningen niet alleen te verstrekken aan personen
die zijn verzekerd op grond van de Wet WIA,
rblz.|5|
maar aan alle personen
met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking.
Het kan dan ook gaan om personen die vanuit de Wet werk en bijstand
(Wwb)
of zonder uitkering starten als zelfstandige. Voor de volledigheid
wordt opgemerkt dat ook personen met een structurele functionele beperking
die vanuit werknemerschap starten als zelfstandige, in aanmerking kunnen
komen voor een voorziening. Voor personen met een uitkering op
grond van de WAO, WAZ,
Wajong, ZW of WW
bestond de mogelijkheid
om voorzieningen bij arbeid als zelfstandige te verstrekken al, echter
omdat de doelgroep wordt uitgebreid naar alle personen met een
structurele functionele beperking, vallen ook deze personen voortaan onder
het nieuwe artikel 34a.
In de tweede plaats
wordt voorgesteld de voorziening te verstrekken zolang de persoon met
een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking arbeid als zelfstandige verricht. Op grond van de
huidige wettelijke
bepalingen kan de voorziening uitsluitend in het kader van de inschakeling in
de arbeid als zelfstandige worden verstrekt en eindigt deze derhalve
wanneer de zelfstandige is gere-integreerd. In het derde lid is
echter wel geregeld dat de voorziening niet langer verstrekt wordt indien
het inkomen van de zelfstandige meer bedraagt dan een bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
In het tweede lid is
geregeld dat geen voorzieningen worden verstrekt voor structurele
functionele beperkingen die het gevolg zijn van een ziekte of handicap die
is
ontstaan na de start als zelfstandige. Daarop bestaat één uitzondering. In
het geval een persoon die bij de start als zelfstandige een ziekte of handicap
had als gevolg van een - andere - ziekte of handicap die binnen drie jaar na
de start als zelfstandige is ontstaan alsnog een structurele functionele
beperking krijgt, kan daarvoor wel een voorziening worden verstrekt. Oók
indien de noodzaak voor die voorziening na afloop van de periode van drie
jaar ontstaat.
De nadere regels die op
grond van onder meer het huidige artikel 34, tweede lid, in het
Reïntegratiebesluit zijn opgenomen, zullen waar nodig worden aangepast
aan het
nieuwe artikel 34a. Voor de duidelijkheid zal in het Reïntegratiebesluit
worden geregeld dat dit mede is gebaseerd op het nieuwe artikel
34a van
de Wet WIA.
Onderdelen C en
D
Verwijzingen naar
artikel 34, tweede lid, worden aangepast.
Onderdeel E
Voorgesteld wordt om
alleen aan personen die na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel starten
als zelfstandigen voorzieningen toe te kennen. Daarom is in het voorgestelde
artikel 133e geregeld dat personen die
reeds gestart zijn als
zelfstandige niet in aanmerking komen voor voorzieningen. Daarop geldt één
uitzondering. Personen die op de dag van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel
reeds aanspraak hadden op een voorziening op grond van artikel
34,
tweede lid, van de Wet WIA, 59b
van de Wajong, 65e
van de WAO, 67c
van de WAZ
of 52d van de ZW, omdat zij op dat moment nog in de
re-integratiefase verkeerden, komen, hoewel de arbeid als zelfstandige
al was aangevangen, toch in aanmerking voor de verruimde regeling. Het
op dat moment daadwerkelijk ontvangen van een voorziening is niet
vereist. Ook wanneer de voorziening nog toegekend had kunnen worden op
grond van de vervallen bepalingen, kan een voorziening op grond van de nieuwe
regeling worden toegekend. In artikel 133e, tweede lid, wordt
geregeld dat vóór de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel al
aangevraagde of verstrekte voorzieningen worden aangemerkt rblz.|6|
als voorzieningen
op grond van het nieuwe artikel 34a. Daarmee wordt bereikt dat deze
voorzieningen onder de werking van artikel
34a Wet WIA gaan vallen en
doorlopen na afloop van de re-integratieperiode.
Artikel II.
Wijziging van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
In dit wetsvoorstel
wordt ervan uitgegaan dat het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
in
verband met het
bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en
arbeidsondersteuning op een eerder tijdstip tot wet zal
worden verheven en in
werking zal treden dan het onderhavige wetsvoorstel. Voor het geval die wet
echter niet tot stand zou komen en in werking treden, wordt in dit
artikel zekerheidshalve voorzien in een wijziging van de (bestaande)
Wajong.
In dat geval wordt de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken aan
Wajong-ers die als zelfstandige willen starten, opgenomen in de Wet
WIA.
De mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken, wordt dan voor alle
groepen centraal in de Wet WIA geregeld.
Omdat de onderdelen van
dit artikel in belangrijke mate overeenstemmen met onderdelen van
artikel VI, wordt voor een toelichting op die onderdelen verwezen naar
artikel
VI.
Artikel
III
Wijziging
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel IV
Wijziging van
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
artikel
V
Wijziging van
de Ziektewet
Omdat voorgesteld wordt
de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
dat voorzieningen kunnen worden toegekend bij arbeid als zelfstandige
uit te breiden naar alle personen met een structurele functionele beperking,
wordt dit, net als de voorzieningen voor werknemers, op één plaats,
namelijk in de Wet WIA, geregeld. De artikelen
65e van de WAO,
67c van de WAZ
en 52d van de ZW
kunnen daarom vervallen. Verwijzingen naar de
vervallen artikelen worden geschrapt.
Artikel VI.
Wijziging van
de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Onderdeel A
In artikel 5.4.2 [2:16], vierde
lid, van de Wet Wajong wordt met deze wijziging geregeld dat ook indien
gebruik gemaakt wordt van voorzieningen die worden toegekend op
grond van het nieuwe artikel 5.5.6 [2:23], het recht op arbeidsondersteuning
niet eindigt. Door de voorgestelde aanpassing van artikel 5.5.6 [2:23]
kan de
jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en die arbeid als
zelfstandige verricht immers langdurig in aanmerking komen voor
voorzieningen.
Onderdeel B
De strekking van het
voorgestelde artikel 5.5.6 [2:23] is gelijk aan het voorgestelde artikel
34a in de Wet WIA. Hiervoor is gekozen omdat het wenselijk is in de
Wet Wajong een
volledig overzicht te geven van de re-integratie-instrumenten die beschikbaar zijn
voor jonggehandicapten. Met deze keuze wordt aangesloten
bij de keuze om artikel 5.5.5 [2:22]
op te nemen in de Wet Wajong, terwijl de
strekking ervan gelijk was aan artikel 35 van de
Wet WIA. Het nieuwe
artikel 5.5.6 [2:23] biedt een zelfstandige grondslag voor het
Reïntegratiebesluit.
rblz.|7|
Voor de duidelijkheid
zal in het Reïntegratiebesluit worden geregeld dat dit mede gebaseerd zal
zijn op het nieuwe artikel 5.5.6 [2:23].
Onderdelen C tot en met
J
Omdat voorgesteld wordt
de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
dat voorzieningen kunnen worden toegekend bij arbeid als zelfstandige
uit te breiden naar alle personen met een structurele functionele beperking,
wordt dit, voor de Wajong-ers waarop thans
artikel 59b van
toepassing is, net als de voorzieningen voor werknemers, op één plaats,
namelijk in de Wet WIA, geregeld. Artikel
59b van de Wajong kan daarom
vervallen. Verwijzingen naar artikel 59b
worden geschrapt.
Volledigheidshalve wordt
opgemerkt dat na de inwerkingtreding van de (nieuwe) Wet Wajong
op
de nieuwe Wet-Wajong-ers die recht hebben op arbeidsondersteuning en
die starten als zelfstandige, artikel 5.5.6 [2:23]
van de (nieuwe) Wet Wajong
van
toepassing is.
Onderdeel K
Omdat uitsluitend
jonggehandicapten die na de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel starten als
zelfstandige gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling, wordt
voorgesteld in artikel 77d [8:10a]
van de Wet Wajong
te regelen dat
jonggehandicapten die eerder zijn gestart als zelfstandige niet in aanmerking komen voor
voorzieningen. Opgemerkt wordt dat het nieuwe artikel 5.5.6 [2:23]
van
de Wet Wajong alleen van toepassing is op jonggehandicapten die na inwerkingtreding
van het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
in verband met het bevorderen van
de participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning
recht op arbeidsondersteuning krijgen. Alleen wanneer zij reeds eerder
arbeid als zelfstandige zijn gaan verrichten, komen zij derhalve niet
in aanmerking voor voorzieningen.
Daarbij wordt opgemerkt
dat ten aanzien van jonggehandicapten die op de dag van
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel aanspraak hadden op een voorziening
op grond
van artikel 59b van de Wajong, in het vervolg voorzieningen kunnen
worden verstrekt op grond van het nieuwe artikel
34a in de Wet WIA. Dit
vloeit voort uit het voorgestelde artikel
133e van de Wet WIA.
Artikel
VII.
Vernummering
In artikel VI van dit
wetsvoorstel is rekening gehouden met de wijzigingen van de Wajong
die
voortvloeien uit het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008 ingediende voorstel van
wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
in verband met het bevorderen van de
participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning. In
artikel II van dat wetsvoorstel is aangegeven dat de tekst van de Wet Wajong
in het Staatsblad zal worden geplaatst (de zogenoemde integrale
tekstplaatsing), dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de
nummering van de artikelen van de Wet Wajong opnieuw vaststelt en dat
hij de in dat wetsvoorstel voorkomende aanhalingen van de artikelen van de
Wet Wajong met de nieuwe nummering in overeenstemming brengt.
Evenzo is in artikel VII van dit wetsvoorstel bepaald dat de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de nummering van de in artikel VI van
dit wetsvoorstel aangehaalde artikelen
van de Wet Wajong vóór
de plaatsing in het Staatsblad in overeenstemming brengt met de nieuwe
nummering.
rblz.|8|
Artikel VIII.
Inwerkingtreding
De beoogde datum van
inwerkingtreding van deze wet is 1 januari 2010. In
artikel VI van het
wetsvoorstel is rekening gehouden met de wijzigingen van de Wajong
die
voortvloeien uit het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
in verband met het bevorderen van de
participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning.
Artikel VI gaat uit van de situatie dat dat wetsvoorstel eerder wet wordt en in
werking treedt dan dit wetsvoorstel. In die situatie wordt voorzien
in een wijziging van de (nieuwe) Wet Wajong.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
|