|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2009-2010, 32 128.
Handelingen II 2009-2010, blz. 2380-2429, 2463-2464, 2469-2470.
Kamerstukken I 2009-2010, 32 128 (A, B, C, D, E, F, G, H).
Handelingen I 2009-2010, blz. 484-499, 503-526.
WET van 23 december 2009,
Stb. 2009, 609, tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere
wetten (Belastingplan 2010).
Inwerkingtreding: 1 januari 2010.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het voor het jaar 2010 wenselijk is fiscale maatregelen te treffen in het kader van het inkomensbeleid en mede ter bevordering van ondernemerschap, vergroening en vereenvoudiging;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art. XXVII.
De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
Na artikel 52 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 52a.¹ Voorwaarden premievrijstelling arbeid in kleine banen
-1. De werkgever is geen premies op grond van dit hoofdstuk verschuldigd over het loon van een werknemer ingeval het loon per maand niet meer bedraagt dan het voor de werknemer geldende
bedrag opgenomen in de derde kolom van de volgende tabel (kleinebanentabel).
| Indien de werknemer de leeftijd heeft bereikt van |
maar nog niet de leeftijd van |
is dit artikel van toepassing ingeval het loon per maand niet meer bedraagt dan |
| x |
18 jaar |
€| 275,00 |
| 18 jaar |
19 jaar |
€| 325,00 |
| 19 jaar |
20 jaar |
€| 375,00 |
| 20 jaar |
21 jaar |
€| 425,00 |
| 21 jaar |
22 jaar |
€| 500,00 |
| 22 jaar |
23 jaar |
€| 600,00 |
-2. Bij de bepaling of het eerste lid van toepassing is, worden tantièmes, gratificaties en andere beloningen die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend niet in aanmerking genomen.
-3. Indien het loontijdvak een ander tijdvak is dan één maand, wordt het in de kleinebanentabel opgenomen bedrag door herleiding bepaald. Bij die herleiding wordt
één jaar op 260 dagen, één maand op 65/3 dag, één week op vijf dagen en een tijdvak dat korter is dan
één dag op één dag gesteld.
-4. Bij het begin van het kalenderjaar worden de bedragen van de kleinebanentabel, opgenomen in het eerste lid, bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de
Wet
inkomstenbelasting 2001. De bedragen worden afgerond op een veelvoud van €|25,00. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
B.
Na artikel 122f wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 122g. Beëindiging premievrijstelling arbeid in kleine banen
Artikel 52a vervalt met ingang van 1 januari 2011, tenzij
vóór die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is
ingediend dat een vergelijkbare regeling bevat voor arbeid in kleine banen.
1. Zie het ingevolge onderdeel
B ingevoegde artikel 122g, red.
Art. XXXVII.
Indien artikel Ij van het bij koninklijke boodschap van 19 november 2008 ingediende voorstel van
Wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met het bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning
(Kamerstukken 31 780) tot wet is of wordt verheven en in werking treedt, wordt in
artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet financiering sociale verzekeringen "Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten" vervangen door
"Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten" en wordt na
"artikel 6, vierde lid, van de Werkloosheidswet" ingevoegd:
, dan wel recht heeft op inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
Art. XXXIX.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat:
a. artikel I, onderdeel B, C, H, S, T, U, V en X, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de
Wet
inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2010 is toegepast;
b. artikel III, onderdeel D, E, G en H, eerst toepassing vindt nadat artikel
22d van de Wet
op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2010 is toegepast;
c. de wijzigingen ingevolge artikel VII,
onderdeel D en E, terugwerken tot en met 1 januari 2009 en slechts toepassing vinden met betrekking tot verliezen van jaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2009;
d. de wijziging ingevolge artikel IX toepassing vindt met betrekking tot verliezen van jaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2011;
e. de wijzigingen ingevolge artikel XXV,
onderdeel C, D en E, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2010;
f. het in artikel XXV, onderdeel F, opgenomen artikel
67ca van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen geen toepassing vindt met betrekking tot verzuimen begaan vóór 1 januari
2010, indien ter zake een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
g. de wijziging ingevolge artikel XXVI, onderdeel D, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2011.
-2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I,
onderdeel F en G, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met 1 januari 2010.
-3. Artikel I, onderdeel O, werkt terug tot en met 30 december 2009.
-4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel
XIXa in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met 1 januari 2010.
Art. XL.
Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2010.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen
houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 23 december 2009
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
J.C. de Jager
De Minister van Financiën,
W.J. Bos
Uitgegeven de negenentwintigste december 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|