St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  ONDER  MEER  SR  IN  VERBAND  MET  OPHEFFING  CUMULATIEVERBOD  INZAKE  OPLEGGING  HOOFDSTRAFFEN

Versie 21 december 1994

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1993-1994, 23 681.
Handelingen II 1994-1995, 1164-1166.
Kamerstukken I 1994-1995, 23 681 (74, 74a).
Handelingen I 1994-1995, zie vergadering d.d. 19 december 1994.

 

 

WET van 21 december 1994, Stb. 1995, 32, tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten in verband met de opheffing van het cumulatieverbod inzake de oplegging van hoofdstraffen. Inwerkingtreding: 27 januari 1995.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te voorzien in de mogelijkheid om geldboete tezamen met gevangenisstraf of hechtenis op te leggen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. XII.
Artikel 18 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede "hetzij met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van deze straffen" vervangen door: met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede "hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie of, indien dit hoger is, eenmaal het bedrag van de te weinig geheven premie, hetzij met één van deze straffen" vervangen door: met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven premie.

 

Art. XIV.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 21 december 1994

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

Uitgegeven de zesentwintigste januari 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x