|
BESLUIT van 1 mei 1995, Stb.
1995, 242, houdende vaststelling van de datum van
inwerkingtreding van de Wet van 1 maart 1995 tot
wijziging van de Wet
op de rechterlijke organisatie en
enige andere wetten (deeltijd en anciënniteit)
(Stb. 1995, 116)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van
Onze
Minister van Justitie van 24 april 1995, Stafafdeling Wetgeving
Publiekrecht, nr. 491540/95/6;
Gelet op artikel V van de Wet
van 1 maart 1995 tot
wijziging van de Wet
op de rechterlijke organisatie en
enige andere wetten (deeltijd en anciënniteit)
(Stb. 1995, 116);
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Enig artikel.
De Wet van 1 maart 1995 tot
wijziging van de Wet
op de rechterlijke organisatie en
enige andere wetten (deeltijd en anciënniteit)
(Stb. 1995, 116) treedt in werking met ingang
van 1 juni 1995.
Onze
Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat
in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 1 mei 1995
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de negende
mei
1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|