|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995,
23 983.
Handelingen II 1994-1995, blz. 3579-3603, 3656-3657.
Kamerstukken I 1994-1995, 23 983 (242, 242a, 242b, 242c).
Handelingen I 1994-1995, zie vergaderingen d.d. 27 juni en 4 juli 1995.
WET
van 10 juli 1995, Stb. 1995, 355, tot wijziging van de Algemene
wet bestuursrecht en andere wetten in verband met de afschaffing van de
verplichtingen om advies te vragen over algemene beleidsvoornemens van
de rijksoverheid, waaronder regelgeving, en het stellen van een
dwingende termijn aan advisering (afschaffing adviesverplichtingen).
Inwerkingtreding: 26 juli 1995.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is dat het verplicht vragen van advies
door de regering bij algemene beleidsvoornemens, waaronder regelgeving, wordt
vervangen door een bevoegdheid om advies te
vragen; dat het voorts wenselijk is
dat er een algemene regeling wordt getroffen met betrekking tot de mogelijkheid van het stellen van een dwingende
termijn aan het vragen van
advies door een bestuursorgaan en deze regeling op te nemen in de
Algemene wet bestuursrecht;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
II
Ministerie
van Justitie
Art. 1.
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 3:1 komt te
luiden:
Art. 3:1.
-1. Op besluiten, inhoudende
algemeen verbindende voorschriften:
a. is afdeling 3.2 slechts
van toepassing, voor zover de aard van de besluiten zich daartegen
niet verzet;
b. is afdeling 3.6 niet van
toepassing.
-2. Op andere handelingen van
bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 tot en met
3.5 van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de handelingen
zich daartegen niet verzet.
B.
Artikel 3:5 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Deze afdeling is niet van
toepassing op het horen van de Raad van State.
C.
Artikel 3:6 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Indien het advies niet
tijdig wordt uitgebracht, staat het enkele ontbreken daarvan niet in de
weg aan het nemen van het besluit.
D.
Na artikel 3:9 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3:9a.
Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing op voorstellen van wet.
E.
In de artikelen 7:14 en
7:27 wordt "De afdelingen 3.4 en
3.5" telkens vervangen door: Artikel
3:6,
tweede lid, de afdelingen 3.4 en 3.5.
HOOFDSTUK
X
Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art. 12.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 12 maart 1992 ingediende voorstel van wet
houdende herinrichting van de Algemene
Bijstandswet (Kamerstukken II 1991-1992, 22
545) tot wet wordt verheven, vervalt in artikel
133 ", de Centrale Commissie
voor de Statistiek gehoord,".
Art. 13.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 25 mei 1992 ingediende voorstel van wet
houdende invoering van de herinrichting van de Algemene
Bijstandswet (Kamerstukken
II 1991-1992, 22 614) tot wet wordt verheven, vervalt in artikel 36k
¹ van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel 36k
² van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ", de Centrale
Commissie voor de Statistiek gehoord,".
1. Zie artikel
55 van de Ioaw, red.
2. Zie artikel 55 van de Ioaz,
red.
Art.
32.
In artikel XX, vierde lid, van de Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen vervalt ", gehoord het
bestuur van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en de directie van het
Spoorwegpensioenfonds,".
HOOFDSTUK
XI
Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Art. 11.
De Ziekenfondswet wordt
gewijzigd als volgt:
A.
In het zevende lid van
artikel 3a vervalt ", gehoord de Sociaal-Economische Raad en de
Ziekenfondsraad".
B.
In het vijfde lid van
artikel 17 vervalt ", gehoord de Verzekeringskamer en onverminderd het bepaalde
in artikel 67, tweede lid,". Toegevoegd wordt een volzin, luidende:
Onze Minister kan omtrent het in de eerste volzin bedoelde
besluit de Verzekeringskamer horen.
C.
In het tweede lid van
artikel 43b vervalt ", de Verzekeringskamer gehoord,". Toegevoegd wordt
een volzin, luidende: Onze Minister kan omtrent de in de vorige volzin bedoelde regels de Verzekeringskamer
horen.
D.
In het tweede lid van
artikel 53 vervalt de tweede volzin.
E.
Artikel 67 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid vervalt
de aanduiding "-1." voor het lid.
2. Het tweede lid vervalt.
Art. 13.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt gewijzigd als volgt:
A.
In het vijfde lid van
artikel 17 vervalt ", gehoord de Verzekeringskamer en onverminderd het bepaalde
in artikel 48, derde lid". Toegevoegd wordt een volzin, luidende:
Onze Minister kan omtrent het in de eerste volzin bedoelde besluit de Verzekeringskamer horen.
B.
In het tweede lid van
artikel 41b vervalt ", de Verzekeringskamer gehoord,". Toegevoegd wordt
een volzin, luidende: Onze Minister kan omtrent de in de vorige volzin bedoelde regels de Verzekeringskamer
horen.
C.
Het tweede lid van
artikel 47 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
D.
Het derde lid van artikel
48 vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.
HOOFDSTUK
XIII
Slotbepalingen
Art. 1.
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks mede aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 10
juli 1995
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de vijfentwintigste
juli 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|