|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 24 458.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2591.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 458 (122, 122a, 122b).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 13 december 1995.
WET
van 15 december 1995, Stb. 1995, 635, houdende vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen).
Inwerkingtreding: 1 januari 1996.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is in het belang van de
werkgelegenheid maatregelen te treffen ter vermindering van bepaalde loonkosten;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
XII
Overgangs-
en slotbepalingen
Art. 36.
Artikel 53 van de Wet
financiering volksverzekeringen vervalt met ingang van 1 januari 1999.
Art. 37.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) vóór 1 januari 1999 tot wet is
verheven en in werking is getreden, vervalt met ingang van 1 januari 1999
artikel 62, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. 39.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) niet vóór 1 januari
1999 tot wet is
verheven en in werking is getreden, vervalt met ingang van het tijdstip van
inwerkingtreding van die wet
artikel 62, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. 48.
De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd.
A.
1. Artikel 6, eerste lid,
onderdeel o, wordt vervangen door:
o. vergoedingen tot dekking
van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang waarvoor
krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet
1994 bij
gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit,
voor eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn,
voor zover de vergoedingen gezamenlijk meer belopen dan een bij
ministeriële regeling vast te stellen bedrag en mits wordt voldaan aan bij
ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden, met dien
verstande dat ingeval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt,
de op de werknemer drukkende kosten daarvan tot ten hoogste ƒ10
250,00 per kind per kalenderjaar in aanmerking worden genomen;.
2. Het twaalfde lid wordt
vervangen door:
-12. Het in het eerste lid,
onderdeel o, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar
van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 66b
van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt vastgesteld ter vervanging
van het in artikel 46, tiende lid, van die wet vermelde bedrag.
B.
1. Artikel 9, vierde lid,
vervalt.
2. In het zevende lid
vervallen de laatste twee volzinnen.
Art. 49.
In artikel 18, derde lid,
van de Ziekenfondswet vervalt in de eerste volzin
", met dien
verstande dat daarop een door Onze Minister en
Onze Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling vast te stellen aantal
procentpunten in mindering wordt gebracht". Voorts vervalt de tweede volzin.
Art. 55.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 1996.
-2. Deze wet wordt aangehaald
als: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
15 december 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
De Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen,
J.M.M. Ritzen
Uitgegeven de zevenentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|