|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 24 205.
Handelingen II 1995-1996, blz. 1045-1068, 1184-1213, 1224-1229, 1243-1246.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 205 (83, 83a, 83b).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 20 december 1995.
WET van 21 december 1995, Stb.
1995, 639, houdende privatisering van het
Algemeen burgerlijk pensioenfonds (Wet
privatisering ABP). Inwerkingtreding: 1 januari 1996, zie artikel
78.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de verantwoordelijkheid voor de
pensioenen van het overheidspersoneel in handen te leggen van de
betrokken sociale partners en met het oog daarop het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds om te vormen tot een privaatrechtelijk
pensioenfonds waarop de Pensioen-
en spaarfondsenwet van toepassing is, alsmede
dat in verband daarmee een voorziening dient te worden getroffen inzake
de arbeidsongeschiktheidsverzekering van dat personeel;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]
§ 11.
Overige en slotbepalingen
Art. 65.
Aan onderdeel A van de
bijlage bij de Beroepswet wordt toegevoegd:
10. Wet privatisering ABP.
Art. 78.
-1. Deze wet treedt wat
betreft de artikelen 4, tweede en zesde lid, 6, 10 tot en met 16, 17, derde
lid, 24, derde lid, 25 tot en met 31, 46, 48 en 53 in werking met ingang van de
dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst en werkt wat deze artikelen betreft terug tot en met 1 augustus
1995.
-2. De overige artikelen van
deze wet treden in werking met ingang van 1 januari 1996.
Art. 79.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet privatisering ABP.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te s-Gravenhage,
21 december 1995
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse
Zaken,
H.F. Dijkstal
De Staatssecretaris van
Defensie,
J.C. Gmelich Meijling
De Minister van Financiλn,
G. Zalm
Uitgegeven de zevenentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|