|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 24 429.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2452-2459, 2596-2597.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 429 (133, 130a).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 19 december 1995.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 1995, Stb.
1995, 681, tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en
enige andere wetten in verband met afschaffing van
verzekeraarsbudgettering ten aanzien van de kosten van
AWBZ-verstrekkingen. Inwerkingtreding: 1 januari 1996, zie artikel
VIII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
en enige andere wetten te wijzigen in verband met de afschaffing van de budgettering van
de kosten van verstrekkingen en uitkeringen en de afschaffing van de
nominale premie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, derde lid,
vervalt ", onverminderd het bepaalde bij
artikel 17, achtste lid,".
B.
Artikel 17 komt te luiden:
Art. 17.
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat de verzekerde die de leeftijd
van 18 jaar heeft bereikt, aan het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan waarbij hij is ingeschreven, een,
voor alle verzekerden gelijke, bij ministeriële regeling vast te stellen
premie is verschuldigd. Bij de algemene maatregel van bestuur kan worden
bepaald dat ten aanzien van daarbij aangegeven groepen van verzekerden een
afwijkende premie kan worden vastgesteld.
-2. Bij de in het eerste lid
bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de betaling van de premie en de gevolgen van niet tijdige
betaling.
-3. De premie wordt aangewend
ter dekking van de kosten van verstrekkingen en
vergoedingen die aan de uitvoering van deze wet voor het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan zijn verbonden.
-4. De voordracht voor een
krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant
is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om
binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied,
wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen.
Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der
Staten-Generaal overgelegd.
C. [MvT]
Artikel 18 vervalt.
D. [MvT]
Artikel 41b vervalt.
E. [MvT]
In artikel 76a, eerste lid,
wordt "6, eerste lid, en 17, eerste
lid," vervangen door: en 6, eerste
lid,.
Art.
II. [MvT]
De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 40, eerste lid,
vervalt "gehele of gedeeltelijke". Tevens wordt in dit artikellid
"deze wet"
vervangen door: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Art.
III. [MvT]
Artikel 43b van de Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel 37, eerste lid, van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf (Stb.
1986, 638)" vervangen door: artikel 66, eerste lid, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
2. In het tweede lid wordt "artikel 39, eerste lid, van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf"
vervangen door: artikel 68, eerste lid, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Art.
IV. [MvT]
-1. Ten aanzien van de
verschuldigdheid van nominale premie over periodes voorafgaande aan
het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, blijft artikel 17
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
zoals dat artikel vóór dat
tijdstip luidde, van toepassing met dien verstande dat, in afwijking
van het derde lid van dat artikel, door een verzekerde wiens verzekering
is aangevangen vóór, doch wiens inschrijving ingevolge
artikel 9 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
heeft
plaatsgevonden na het bedoelde tijdstip en door wie ingevolge deze wet niet
langer nominale premie is verschuldigd, de nominale premie slechts is
verschuldigd over een periode van ten hoogste 60 dagen vóór
het bedoelde tijdstip.
-2. Indien de inschrijving
van een verzekerde als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden later
dan 60 dagen na de aanvang van de verzekering, kan het
ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan de
nominale premie over de in het eerste lid bedoelde periode van ten hoogste
60 dagen verhogen. De verhoging bedraagt ten hoogste de nominale
premie die bij het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan op
de dag voorafgaande aan het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet gold, op jaarbasis.
Art. V.
[MvT]
Ten aanzien van de
financiering van de kosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
over periodes voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van
deze wet blijft het bepaalde bij en krachtens artikel 40 van de
Wet
financiering volksverzekeringen, zoals dat vóór de inwerkingtreding van deze
wet luidde, van toepassing.
Art.
VI. [MvT]
-1. De reserves die bij het
ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar en het uitvoerend orgaan na
vaststelling van de uitkeringen krachtens artikel 40
van de Wet
financiering volksverzekeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten over
de jaren 1992 tot en met 1995 aanwezig zijn en die uit die uitkeringen
of uit de nominale premie, bedoeld in artikel 17
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
zijn gevormd, komen ten gunste van dat Fonds. Onder
de reserves worden mede begrepen de met de genoemde uitkeringen,
premie en reserves verkregen opbrengsten. Negatieve reserves komen
niet ten laste van het Fonds.
-2. De Ziekenfondsraad stelt
voor ieder ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar en uitvoerend orgaan het
bedrag van de reserve vast.
-3. Bij de vaststelling van
het bedrag, bedoeld in het tweede lid, houdt de Ziekenfondsraad geen
rekening met de financiële gevolgen die voortvloeien uit een
verlaging van het ingevolge artikel 17, eerste lid, van
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
vastgestelde bedrag van de nominale premie die heeft plaatsgevonden na 31 mei 1995 ten opzichte
van het vóór dat tijdstip
door het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan aan
verzekerden in rekening gebrachte bedrag van de nominale premie.
-4. Het ingevolge het tweede
lid vastgestelde bedrag wordt door het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar en het uitvoerend orgaan binnen een door de Ziekenfondsraad
vast te stellen termijn in het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten gestort.
-5. De Ziekenfondsraad kan
het in het tweede lid bedoelde bedrag verrekenen met uitkeringen
en voorschotten op die uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar en
het uitvoerend orgaan.
Art. VII.
De premie, bedoeld in
artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die
bepaling door deze wet is komen te luiden, is niet verschuldigd over perioden
als verzekerde voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de
in dat artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur.
Art.
VIII.
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 1996. Artikel III werkt terug tot en met 1
juli 1994.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 1995
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de achtentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|