|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1994-1995, 24 142
Wijziging
van de Ziekenfondswet
ter vereenvoudiging van de identificatie van verzekerden door het
gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in de verzekerdenadministratie
van de ziekenfondsverzekering, alsmede om enige andere wijzigingen in die wet
aan te brengen en wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
ter bevordering van een
gelijkvormige redactie van de informatiebepalingen van de sociale
ziektekostenverzekeringen (Wet sociaal-fiscaal
nummer Ziekenfondswet)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Het fiscaal en
sociaal-fiscaal nummer |
| 3 |
Het sociaal-fiscaal
nummer en ziektekostenverzekeringen |
| 3.1 |
Periode 1987-1993 |
| 3.2 |
Periode 1994 en
verder |
| 3.3 |
Belang opname
sociaal-fiscaal nummer in Ziekenfondswet |
| 3.4 |
Belang opname
sociaal-fiscaal nummer in AWBZ |
| 3.5 |
Het standpunt van de
regering |
| 4 |
Implementatie en
gebruik sociaal-fiscaal nummer |
| 5 |
Reikwijdte en
beperking gebruik sociaal-fiscaal nummer |
| 6 |
Inlichtingenplicht |
| 7 |
Privacybescherming |
| 8 |
Identificatieplicht |
| 9 |
Enkele andere
wijzigingen |
| 10 |
Financiële
aspecten |
| 10.1 |
Toerekening kosten
aan uitvoering Ziekenfondswet |
| 10.2 |
Kosten
ziekenfondsen en particuliere verzekeraars |
| 10.3 |
Macrobudget
beheerskosten Ziekenfondswet |
| 10.4 |
Kosten
gegevensuitwisseling openbare en sociale sector |
| 10.5 |
Standpunt regering
inzake financiële aspecten |
| 11 |
Algemeen bestuurlijke
aspecten en evaluatie |
| 12 |
Inwerkingtreding |
|
xArtikelsgewijs |
| xxxt |
Artikel
I t/m IV |
Algemeen
1.
Inleiding
Met
dit voorstel van wet beoogt de regering een aantal veranderingen aan te
brengen in de uitvoering van de Ziekenfondswet
(Zfw). Het betreft met
name maatregelen om de mogelijkheden tot identificatie van verzekerden ingevolge de
Zfw te vergemakkelijken door het gebruik van het sociaal-fiscaal
nummer in de administraties ten behoeve van de uitvoering van die
sociale ziektekostenverzekering voor te schrijven en door de mogelijkheid voor
ziekenfondsen te vergroten om informatie op te vragen van een aantal
met name genoemde instanties.
Van de gelegenheid wordt
gebruik gemaakt om nog enkele andere wijzigingen aan te
brengen, van voornamelijk technische aard, waaronder het laten vervallen van
een groot aantal inmiddels uitgewerkte overgangsbepalingen in de Zfw.
2. Het fiscaal en
sociaal-fiscaal nummer
In talloze parlementaire
stukken is het beleid met betrekking tot het gebruik van het fiscaal
nummer en het sociaal-fiscaal nummer uitvoerig uiteengezet. Vele van die
stukken zullen in het navolgende korte historisch overzicht de revue
passeren. Een opname van een brede historische beschouwing in deze
memorie wordt, met verwijzing naar die aangehaalde stukken, dan ook niet
nodig geacht.
Het fiscaal nummer is bij
Wet van 27 juni 1985 tot wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964 in verband met het gebruik van een registratienummer rblz.|2|
ten behoeve van de
geautomatiseerde verwerking van loonbelastinggegevens
door de rijksbelastingdienst (Stb. 1985, 369) ingevoerd. Het op geautomatiseerde wijze verwerken van loonbelastinggegevens
biedt namelijk in
vergelijking met een handmatige verwerking belangrijke efficiencyvoordelen, zeker indien daarbij in ogenschouw wordt genomen dat in
verreweg de meeste gevallen de loonadministratie van werknemers wordt
bijgehouden op geautomatiseerde wijze. Ook de inhouding geschiedt op
geautomatiseerde wijze. Door aanlevering van de loonbelastinggegevens
door inhoudingsplichtigen op media die door geautomatiseerde gegevensverwerkende apparatuur kunnen worden
gelezen en worden
verwerkt, zou het overgrote deel van het handmatig invoeren van de
loonbelastinggegevens kunnen worden voorkomen. Voorwaarde hiervoor was
wel dat op een snelle en efficiënte manier de loonbelastinggegevens
betreffende een belastingplichtige, verstrekt door een inhoudingsplichtige,
"gekoppeld" zouden kunnen worden met gegevens die bij de
belastingdienst omtrent hem zijn opgenomen. Dit is gerealiseerd door de
invoering van een uniek identificerend nummer: het fiscaal nummer. Het
fiscaal nummer is, zoals in de memorie van toelichting op het
desbetreffende wetsvoorstel uiteen is gezet, een persoonsgebonden neutraal
identificerend nummer, dat voor iedere belastingplichtige is
vastgelegd in een gegevensbestand van de rijksbelastingdienst. Het
fiscaal nummer is voortgekomen uit het zogeheten landelijk vast nummer, dat door de
belastingdienst al werd gebruikt voor diverse
interne doeleinden (zoals de verwerking van de aanslagen
inkomstenbelasting, premieheffing volksverzekeringen, vermogensbelasting en
schoolgeld).
Het landelijk vast nummer was voor de belastingplichtigen reeds kenbaar, omdat het werd
vermeld op de aangifte- en aanslagbiljetten.
Door de wens dit nummer - maar dan onder de naam fiscaal nummer
- te gaan gebruiken bij de
verwerking van loonbelastinggegevens, werd het noodzakelijk het nummer
kenbaar te maken aan en op te doen nemen in de loonadministraties van
de inhoudingsplichtigen. Deze zijn immers bij de heffing van de loonbelasting de tussenschakel tussen de belastingplichtige
en de belastingdienst.
Het gebruik van het
fiscaal nummer is wettelijk beperkt tot het gegevensverkeer in de
driehoek belastingplichtige-inhoudingsplichtige-fiscus. (Wel is het
fiscaal nummer reeds in 1988 met instemming van de Tweede Kamer beschikbaar
gesteld aan het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen ten behoeve
van de studiefinanciering en aan het ministerie van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ten behoeve van de
individuele huursubsidie).
De bescherming van de
persoonlijke levenssfeer kreeg enerzijds gestalte door de
duidelijke beperking van het gebruiksgebied van het fiscaal nummer, onder
meer door toepassing van de fiscale geheimhoudingsbepaling,
en anderzijds door regelgeving betreffende de privacybescherming,
waaronder de latere Wet persoonsregistraties.
Op 23 januari 1985 bracht
de regering de nota "Administratienummers bij de rijksoverheid"
(Kamerstukken II 1984-1985, 18 838, nrs. 1 en 2), de zogenaamde
Strategienotitie, uit. Daarin sprak de regering onder meer haar voornemen uit tot
invoering van het fiscaal nummer in de sfeer van de sociale zekerheid,
waarbij een wettelijke regeling met voldoende waarborgen voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer zou moeten worden getroffen.
De keuze voor het gebruik
van het fiscaal nummer in de sfeer van de sociale zekerheid is
onder andere bepaald door de nauwe samenhang die, zowel aan de heffings-
als aan de uitkeringskant van de sociale verzekeringen, met de belastingheffing
bestaat, alsmede door de omstandigheid dat werkgevers reeds het fiscaal nummer voor de belastingheffing
dienden te hanteren en de
omstandigheid dat de bedrijfsverenigingen als rblz.|3|
inhoudingsplichtige voor
de uitkeringsgerechtigden reeds het fiscaal nummer gebruikten.
Door de
Wet van 28
december 1988, houdende wijziging van de Organisatiewet Sociale
Verzekering en enkele andere socialeverzekeringswetten tot invoering van een
sociaal-fiscaal nummer, nadere regeling van het gegevensverkeer
tussen verzekerde, werkgever en uitvoeringsorgaan en aanpassing van de geheimhoudingsbepalingen
(Stb. 1988, 655),
verder aan te halen als
Wet invoering sociaal-fiscaal nummer, is de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer, de regulering van het gebruik daarvan en de verplichting tot het inrichten van verzekerdenadministraties
geregeld in de Ziektewet,
de Werkloosheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet en de Wet
arbeid gehandicapte werknemers, zijnde de wetten
uitgevoerd door de bedrijfsverenigingen, en in de Algemene
Ouderdomswet, de
Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene
Kinderbijslagwet, wetten die uitgevoerd worden door de Sociale
Verzekeringsbank.
Inmiddels is bij de Wet
van 21 mei 1992 tot wijziging van de Algemene Bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte
werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Vreemdelingenwet inzake
de uitwisseling van gegevens (Stb. 1992, 244), verder aan te halen
als Wet invoering sociaal-fiscaal nummer gemeenten, ook het
sociaal-fiscaal nummer ingevoerd in de administratie voor de uitvoering van de
Algemene Bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
inkomensvoorziening oudere en arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de
onderdelen van de socialezekerheidswetten die door de
gemeenten
worden uitgevoerd.
Invoering van het fiscaal
nummer als persoonsidentificatienummer in de administratie van de
door de gemeenten uit te voeren socialezekerheidswetten geeft de
samenhang aan tussen sociale verzekeringen en die door de gemeenten
uit te voeren sociale wetten. Ook tussen gemeenten en
belastingdienst vervult het sociaal-fiscaal nummer bij de gegevensuitwisseling een
functie.
Mede op basis van de
notitie "A-nummer en SoFi-nummer: een paar apart" (Kamerstukken II
1988-1989, 21 178, nr. 1), de nota "Gegevensuitwisseling ter bestrijding van
misbruik en oneigenlijk gebruik" (Kamerstukken II 1992-1993,
17 050, nrs. 145 en 146) en bijlage 22 van de Miljoenennota 1993 heeft
de regering bij brief van 3 december 1992 over de voortgang van de
maatregelen in de nota "Gegevensuitwisseling" aan de voorzitter van de
Vaste Commissie misbruik en oneigenlijk gebruik (Kamerstukken II 1992-1993,
17 050, nr. 165) aangekondigd het sociaal-fiscaal nummer op te nemen in de
gemeentelijke basisadministratie. Met de Wet van 9 juni 1994, houdende
regels ter zake van de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens
(Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens), die
met ingang van 1 oktober 1994 in werking is getreden, is
dat voornemen formeel geconcretiseerd.
Op termijn zal een
vergelijking mogelijk zijn met de gegevens in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens waarin het sociaal-fiscaal nummer,
naar verwachting in 1996, eveneens wordt ingevoerd en wel op een
zodanige wijze dat op de persoonslijst van de in die administratie
ingeschrevene niet alleen zijn eigen sociaal-fiscaal nummer wordt bijgehouden,
maar ook dat van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten en
de kinderen. Het sociaal-fiscaal nummer wordt rblz.|4|
opgenomen in de
verwijsgegevens in de basisadministratie. Op deze wijze kunnen instanties en
organisaties die over het sociaal-fiscaal nummer mogen beschikken,
waaronder de ziekenfondsen, dit nummer gebruiken als toegangssleutel bij
het bevragen van gemeenten waar een persoon ingeschreven is of is
geweest (Kamerstukken II 1992-1993, 21 123, nr. 21).
De
Zfw en de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekostenverzekering (AWBZ) zijn de enige socialezekerheidswetten waarin het sociaal-fiscaal nummer nog niet is
ingevoerd.
Met dit voorstel worden
ook voor die wetten stappen gezet c.q. aangekondigd die moeten c.q. kunnen
leiden tot invoering van dat nummer als
persoonsidentificerend nummer bij de uitvoering van die wetten.
3. Het sociaal-fiscaal
nummer en ziektekostenverzekeringen
3.1. Periode 1987-1993
Reeds in 1987 is aan de
Ziekenfondsraad, in het kader van de invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in het geheel van de werknemersverzekeringen (Kamerstukken II
1988-1989,
20 854), advies gevraagd over de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de Zfw. In het op 25 februari 1988 uitgebrachte advies
(advies inzake "administratie, gegevensverstrekking en geheimhouding in het
kader van de sociale verzekeringen", uitgave ZFR 387/88)
is door een meerderheid van de Ziekenfondsraad invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering
afgewezen. Hieraan lagen verschillende bezwaren ten grondslag, onder meer
op het vlak van de privacy alsook van de doelmatigheid. Mede gelet
op dit advies is door de regering destijds besloten om, als
uitzondering op de invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de overige
werknemersverzekeringen, niet tot een gelijktijdige invoering daarvan in de
ziekenfondsverzekering over te gaan. Daarbij speelde tevens een rol
het voornemen om op korte termijn (eerst naar verwachting met ingang
van het jaar 1992, later naar verwachting met ingang van het jaar 1995) een de gehele bevolking omvattende Wet op de
zorgverzekering tot stand
te brengen, waarin het sociaal-fiscaal nummer zou worden ingevoerd.
Omdat bij de inwerkingtreding van de Wet op de zorgverzekering de Zfw zou worden ingetrokken, werd het niet opportuun geacht voor een
betrekkelijk korte tijd een ingrijpende wijziging in de uitvoering van de
ziekenfondsverzekering teweeg te brengen. Een belangrijke overweging
daarbij was dat de ziekenfondsen voor de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in hun administraties aanzienlijke investeringen zouden
moeten doen. Dit klemde te meer omdat als gevolg van het verschil
in verzekeringsgrondslag in enerzijds de Zfw en anderzijds de tot stand
te brengen Wet op de zorgverzekering een groot deel van de vorenbedoelde
investeringen van de ziekenfondsen bij invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering bij de totstandkoming van de
zorgverzekering als verloren zou moeten worden beschouwd.
Inmiddels is een
sociaal-fiscaal nummer voor iedere ingezetene in Nederland beschikbaar.
Voorts ontstaat er in het kader van de fraudebestrijding een toenemend belang om
gegevens met betrekking tot de vaststelling van de
identiteit van personen die gebruik maken van een sociale verzekering of
voorziening tussen verschillende uitvoeringsorganen betrokken bij de sociale
zekerheid uit te wisselen.
Nu er voor zowel de
verzekerde als voor de medeverzekerden een sociaal-fiscaal nummer
beschikbaar is, kan de ziekenfondsadministratie zo worden opgezet dat deze
administratie ook bruikbaar zal zijn in een rblz.|5|
systeem van individuele
verzekering. Daarmee is een belangrijk argument dat de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering tegenhield, te weten het
voorkomen van kapitaalvernietiging door het doen van
kostbare aanpassingen van administraties die na korte tijd onbruikbaar dreigen
te worden vanwege een verandering in het verzekeringssysteem,
vervallen.
3.2. Periode 1994 en
verder
Met het aantreden van
deze nieuwe regering is een beleidswijziging met betrekking tot de
herziening van het stelsel van ziektekostenverzekeringen opgetreden. In het
regeerakkoord "Keuzes voor de toekomst" en de daarbij
behorende bijlage 1 "Volksgezondheid" (Kamerstukken II 1993-1994, 23 715, nr.
11) heeft de huidige regering uiteengezet dat - onder handhaving van
de systematiek van de ziekenfondsverzekering en particuliere
ziektekostenverzekering - beide verzekeringsvormen geleidelijk naar elkaar
toe moeten groeien door wederzijds een aantal essentiële punten als
pakket, premieheffing en eigen risico aan de voet, gelijk te schakelen. Een
wet op de convergentie zal daarbij ook voor personen die voor hun
verzekering tegen ziektekosten zijn aangewezen op de particuliere
verzekeringsmarkt de verplichting scheppen zich te verzekeren tegen de
kosten van een als noodzakelijke en gepaste zorg gedefinieerd pakket, dat
gelijk is aan dat van ziekenfondsverzekerden. In dezelfde wet zal een
plicht worden opgelegd aan particuliere ziektekostenverzekeraars om op de particuliere
verzekeringsmarkt aangewezen personen te accepteren
voor de verzekering van vorenbedoeld pakket.
De regering neemt zich
voor bij de totstandkoming van die convergentiewet ook
aandacht te besteden aan een eventuele invoering van het sociaal-fiscaal
nummer voor de verzekerdenadministratie van die verplichte particuliere
verzekering.
3.3. Belang opname
sociaal-fiscaal nummer in Ziekenfondswet
In het advies van de
Ziekenfondsraad van 25 februari 1988 acht die raad een eventuele invoering
van het sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering
van belang in het kader van de samentelling van inkomsten, de toetsing
van het inkomen aan de loongrens, de (maximum)premieheffing en de
beoordeling van het recht op medeverzekering.
Het belang van de
invoering van een uniek persoonsidentificatienummer in de administratie van
de ziekenfondsverzekering is toegenomen na invoering van de Wet
stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase met ingang
van 1 januari 1992. Met ingang van die datum is de verplichte regionale
organisatie van de ziekenfondsverzekering losgelaten. De
verzekerden hebben thans de keuze uit meer ziekenfondsen bij welke zij zich voor
de ziekenfondsverzekering kunnen laten inschrijven. Ook kunnen verzekerden na
een periode van ten hoogste twee jaren, te rekenen vanaf de datum
van inschrijving, van ziekenfonds wisselen. Die wijzigingen stellen meer
eisen aan de communicatie tussen ziekenfondsadministraties onderling en ook
aan de
communicatie met derden.
Het gebruik van een uniek
persoonsidentificatienummer zal de communicatie
vereenvoudigen tussen ziekenfondsen onderling met betrekking tot het
voorkómen
van gelijktijdige inschrijving bij meerdere ziekenfondsen, de
overheveling van verzekerdengegevens tussen ziekenfondsen en het
vaststellen van de (nog) verschuldigde nominale premie over een
verzekeringsperiode.
Van groot belang acht de
regering ook dat het gebruik van een uniek persoonsidentificatienummer
gewenst is bij de communicatie tussen ziekenfondsen en derden,
zoals bedrijfsverenigingen, werkgevers, rblz.|6|
uitvoeringsorganen van de
sociale zekerheid en
belastingdienst. Het sociaal-fiscaal nummer
wordt reeds in toenemende mate uit oogpunt van administratieve
efficiency in het berichtenverkeer tussen overige uitvoeringsorganen van de
sociale zekerheid onderling en tussen die organen en de belastingdienst gebruikt. Nu er meerdere ziekenfondsen per regio werkzaam zijn,
neemt het belang van een eenvoudige en eenduidige
persoonsidentificatie bij die communicatie van derden met die fondsen sterk toe.
De regering beziet één en
ander met name vanuit het brede belang van een goede en zuivere
uitvoering van de sociale zekerheid.
Een belangrijk doel van
de communicatie is namelijk het bestrijden van oneigenlijk gebruik en
misbruik van de sociale zekerheid (nota "Gegevensuitwisseling
ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik", Kamerstukken
II 1991-1992, 17 050, nrs. 145 en 146). Invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in de ziekenfondsverzekering levert aan die bestrijding - en in
voorkomend geval wellicht ook van misbruik en oneigenlijk gebruik in
het kader van de ziekenfondsverzekering -
een bijdrage. Ook in het regeringsstandpunt inzake de gegevensuitwisseling
tussen ziekenfondsen en
gemeentelijke sociale diensten, dat door de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 25 mei 1994 aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal is gezonden, wordt de invoering van
het sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering als oplossing gezien voor
het moeilijk identificeren van wederzijdse verzekerden/cliënten.
3.4. Belang opname
sociaal-fiscaal nummer in AWBZ
Het invoeren van het
sociaal-fiscaal nummer in de Zfw betekent dat de administraties van de
ziekenfondsen moeten worden aangepast. Die fondsen voeren tevens
voor de bij hen ingeschreven ziekenfondsverzekerden de verzekering ingevolge
de AWBZ uit. Dat roept de vraag op of het wenselijk is voor
deze AWBZ-verzekerden ook reeds het sociaal-fiscaal nummer als identificerend
nummer te gebruiken.
Indien kan worden
overgegaan tot het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer als identificerend
nummer voor AWBZ-verzekerden die tevens verzekerd zijn ingevolge
de Zfw, rijst de vraag of dit ook wenselijk wordt geacht voor
AWBZ-verzekerden die tevens verzekerd zijn ingevolge een verzekeringsovereenkomst
met een ziektekostenverzekeraar of tevens als deelnemers of als
gezinsleden van deelnemers deelnemen aan een publiekrechtelijke
ziektekostenregeling voor ambtenaren.
Die vragen zijn bij brief
van 21 december 1992, kenmerk VMP/VVU- 923522, voorgelegd aan de Ziekenfondsraad.
In zijn adviezen van 25
maart 1993 (Advies inzake invoering sociaal-fiscaal nummer in
Ziekenfondswet en AWBZ, uitgave Ziekenfondsraad 1993, nummer 574) en van 13
september 1993 (Advies inzake invoering sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ,
kenmerk BU/26738/93) stelt de Raad vast dat het sociaal-fiscaal nummer
als leidend identificatienummer een belangrijke rol is toebedeeld in het
kader van de uitvoering van het geheel van de sociale zekerheid. Daar
de Zfw en de AWBZ daartoe behoren, ligt het volgens die raad voor de
hand het sociaal-fiscaal nummer tevens in te voeren in die wetten.
Voorts stelt de Raad dat
het belang van invoering van het sociaal-fiscaal nummer in verzekerdenadministratie voor de uitvoering van de AWBZ
zeer betrekkelijk is.
Een zeker belang is
gelegen in de uitbreiding van de controlemogelijkheden met het oog op
premieheffing en de vaststelling van de verzekeringsplicht. Taken
die in eerste instantie op het bordje liggen van rblz.|7|
de
belastingdienst, al
hebben ook de uitvoeringsorganen AWBZ een eigen taak in dezen.
Het sociaal-fiscaal
nummer zou de communicatie kunnen bevorderen tussen uitvoeringsorganen
van de AWBZ en de belastingdienst respectievelijk andere organen die
betrokken zijn bij de uitvoering van de sociale zekerheid.
Ook heeft de Raad bezien
of invoering van het sociaal-fiscaal nummer van belang zou kunnen
zijn voor de uitvoering van de eigenbijdrageregeling AWBZ. Daartoe zou voor de
uitvoering van de regeling een koppeling moeten
worden aangebracht met de gegevens van de belastingdienst. Omdat de belastingdienst een inkomensbegrip hanteert dat verschilt van de
wijze van berekening van het bijdrageplichtig inkomen op grond van de eigenbijdrageregeling AWBZ en de gegevens van de
belastingdienst
niet actueel genoeg zijn voor de uitvoering van die regeling, acht de Raad
invoering van het sociaal-fiscaal nummer om die reden weinig zinvol.
Daarnaast vindt de
controle van de juistheid en volledigheid van de inhoudingen aan de bron
bij pensioen- en uitkeringsinstanties op een zodanig verantwoorde
wijze plaats dat ook daar de invoering van het sociaal-fiscaal nummer in
de verzekerdenadministratie voor de uitvoering van de AWBZ geen
toegevoegde waarde heeft. Aldus de Ziekenfondsraad.
3.5. Het standpunt van de
regering
3.5.1. Standpunt ten
aanzien van de Ziekenfondswet
De regering acht de
invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering
van belang in het kader van de samentelling van inkomsten, de toetsing
van het inkomen aan de loongrens, de (maximum)premieheffing en de
beoordeling van het recht op medeverzekering. Daarbij acht de regering van belang dat thans niet op korte termijn met
een spoedige opheffing
van de Zfw rekening wordt gehouden. Voorts geldt dat er inmiddels
een sociaal-fiscaal nummer voor iedere ingezetene in Nederland beschikbaar
is en dat op niet al te lange termijn voor iedere verzekerde en
medeverzekerde, ongeacht leeftijd, zijn of haar sociaal-fiscaal nummer toegankelijk is
via de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Doordat er zowel voor de
verzekerde als voor de medeverzekerden een sociaal-fiscaal nummer
beschikbaar is, kan de ziekenfondsadministratie zo worden opgezet dat deze
administratie ook bruikbaar zal zijn in een systeem van individuele
verzekering. Daarmee is kapitaalvernietiging door het doen van kostbare aanpassingen van administraties die na korte tijd
onbruikbaar dreigen te
worden vanwege een eventuele verandering in het verzekeringssysteem
uitgesloten.
Het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer zal de communicatie vereenvoudigen tussen
ziekenfondsen onderling met betrekking tot het voorkómen van
gelijktijdige inschrijving bij meerdere ziekenfondsen en de overheveling van
verzekerdengegevens tussen ziekenfondsen en het vaststellen van de (nog)
verschuldigde nominale premie over een verzekeringsperiode
vergemakkelijken.
Van groot belang acht de
regering ook dat het gebruik van een uniek persoonsidentificatienummer
gewenst is bij de communicatie tussen ziekenfondsen en derden,
zoals bedrijfsverenigingen, werkgevers, uitvoeringsorganen van de
sociale zekerheid en de
belastingdienst. Het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer draagt bij aan het bestrijden van oneigenlijk gebruik en
misbruik van de sociale zekerheid.
Mede naar aanleiding van
de positieve advisering van de Ziekenfondsraad
heeft de regering
besloten dat in de verzekerdenadministratie van de ziekenfondsen ter
zake van de uitvoering van de Ziekenfondswet rblz.|8|
het sociaal-fiscaal
nummer wordt opgenomen waaronder verzekerden en medeverzekerden zijn
geregistreerd bij de
belastingdienst.
3.5.2. Standpunt ten
aanzien van de AWBZ
De regering deelt de
mening van de Ziekenfondsraad dat invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in de AWBZ omwille van verbetering van de communicatie met de
belastingdienst in het kader van uitbreiding van controlemogelijkheden bij
premieheffing, vaststelling verzekeringsplicht, uitvoering eigenbijdrageregeling of controle bij broninhouding weinig
zinvol is.
Wel zou er nog een andere
reden kunnen zijn voor die invoering.
Nu ziekenfondsen
verplicht zullen worden het sociaal-fiscaal nummer te gebruiken voor de
registratie van hun ziekenfondsverzekerden, is het, uit oogpunt van een adequate
interne registratie en uit kostenoverwegingen, niet wenselijk in de
AWBZ-verzekerdenregistratie voor diezelfde personen een ander uniek
persoonsidentificatienummer te moeten hanteren. Om dat te kunnen realiseren,
is het nodig de AWBZ zodanig te wijzigen dat ziekenfondsen de
mogelijkheid krijgen om voor hun AWBZ-verzekerden, die tevens ziekenfondsverzekerd zijn, het sociaal-fiscaal nummer te
gebruiken.
De regering ziet geen
reden waarom aan particuliere ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen
van publiekrechtelijke ziektekostenregelingen
voor ambtenaren met betrekking tot de door hen uitgevoerde AWBZ-verzekerdenregistratie die mogelijkheid zou moeten
worden onthouden, zonder
echter voor deze uitvoeringsorganen van de AWBZ, die niet, zoals het
geval is bij de ziekenfondsverzekering, een voorliggende verzekering
kennen waarbij het gebruik van het nummer in de
verzekerdenadministratie verplicht is, een hiertoe strekkende verplichting in het leven
te roepen.
Derhalve staat de
regering voor dat elk individueel uitvoeringsorgaan van de AWBZ zelf mag
bepalen of het van de mogelijkheid het sociaal-fiscaal nummer van verzekerden
ingevolge de AWBZ te gebruiken in de AWBZ-verzekerdenregistratie
gebruik wil maken. Op deze wijze kan een - uit kostenoverwegingen - adequate invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ
plaatsvinden.
De regering is
er zich van bewust dat zo’n onverplicht karakter van de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in een sociale verzekering, in casu de AWBZ, een novum
is.
De regering meent dat
veel waarde moet worden gehecht aan de motivering van de
noodzaak tot invoering van het sociaal-fiscaal nummer, aan het antwoord op de
vraag of het invoeren van het sociaal-fiscaal nummer in redelijke
verhouding staat tot de doeleinden die met die invoering worden
nagestreefd en aan het antwoord op de vraag of er om die doeleinden te
bereiken geen andere mogelijkheden zijn (de eisen van proportionaliteit en van
subsidiariteit).
In dat licht realiseert
de regering zich dat de vrijwillige opname van dat nummer - in hoofdzaak
op efficiencygronden - onvoldoende grondslag is om die invoering volgens
geldend regeringsbeleid toe te staan.
Dat beleid staat het
gebruik van het sociaal-fiscaal nummer thans immers slechts toe aan
instanties met een publiekrechtelijke taak, die hiermee een bijdrage
leveren tot het bestrijden van fraude met overheidsregelingen.
Ingeval het gebruik van
het sociaal-fiscaal nummer in het kader van de uitvoering van de AWBZ
met name zou berusten op efficiencyvoordelen, voldoet die grondslag
niet aan dat criterium.
De regering concludeert
derhalve dat het noodzakelijk is voorafgaand aan het indienen van een ontwerp-voorstel van wet tot invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in
de AWBZ over de motieven en de afwegingen rblz.|9|
van de regering om op
bovenvermelde gronden het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ mogelijk te maken, aan de
Registratiekamer
advies te vragen. Het
advies van de Registratiekamer is noodzakelijk zolang de steeds verdere
verspreiding en gebruik van het sociaal-fiscaal nummer als uniek persoonsidentificerend nummer in het
gegevensverkeer tussen
een veelheid van overheidsorganen, semi-overheidsorganen en
pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekeraars, waardoor dat nummer zich
meer en meer tot een socialezekerheidsnummer met een
algemeen karakter ontwikkeld, nog niet heeft geleid tot een
bijstelling van dat harde criterium van fraudebestrijding, op welke grond door de
belastingdienst het sociaal-fiscaal nummer beschikbaar wordt
gesteld.
Aan de hand van het
advies van de Registratiekamer zal, mede afhankelijk van de
omstandigheden op dat moment, opnieuw worden bezien of invoering van
het sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ mogelijk en wenselijk is.
Dat betekent dat de
eventuele invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ
en de
invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de Zfw
voorshands van elkaar
worden losgekoppeld om geen vertraging in de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de Zfw op te lopen.
4. Implementatie en
gebruik sociaal-fiscaal nummer
De regering beoogt in het
kader van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van
de sociale zekerheid met behulp van het sociaal-fiscaal nummer te komen tot
gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsorganen van socialeverzekeringswetten. Om die reden zal in het kader van
deze wet de mogelijkheid moeten worden
gecreëerd om via dat nummer toegang te krijgen
tot de (geautomatiseerde) verzekerdenbestanden benodigd voor de
uitvoering van de Zfw.
Voordat die
gegevensuitwisseling daadwerkelijk tot stand komt, worden er een aantal
implementatiestappen gezet.
De computerprogrammatuur
van ziekenfondsen en
belastingdienst benodigd voor de
gegevensuitwisseling wordt op elkaar afgestemd. Daarna volgt een eerste
vulling van de verzekerdenbestanden van ziekenfondsen door de belastingdienst met het sociaal-fiscaal nummer. En
ten slotte vindt correctie
plaats van de verzekerdenbestanden na de controle van de eerste
vulling.
Na de implementatie
breekt de fase aan van normale periodieke mutaties van het
verzekerdenbestand met opgave door de verzekerde, bij de inschrijving als
ziekenfondsverzekerde, van zijn sociaal-fiscaal nummer aan het
ziekenfonds, en
periodieke verificatie van het bij het ziekenfonds geregistreerde
sociaal-fiscaal nummer door afstemming met het bestand van de belastingdienst.
Zorgverzekeraars
Nederland coördineert de activiteiten van de ziekenfondsen in dit
kader.
De eerste
implementatiestap bestaat uit aanpassing van de computerprogrammatuur van
ziekenfondsen betreffende de gegevensbestanden van verzekerden
ingeschreven bij die ziekenfondsen, teneinde in die bestanden het
sociaal-fiscaal nummer van de desbetreffende verzekerden op te kunnen
nemen. Daarnaast zal een aantal programmatuuraanpassingen
moeten plaatsvinden, teneinde te voorzien in selectie van gegevens
en koppeling met andere gegevens.
Nadat vorenbedoelde
aanpassingen hebben plaatsgevonden, komt de tweede implementatiestap
en dienen de bestanden van de ziekenfondsen rblz.|10|
met de sociaal-fiscale
nummers van hun verzekerden te worden gevuld. Ten behoeve van de eerste
vulling van de bestanden worden de sociaal-fiscale nummers opgevraagd bij de
belastingdienst. De ziekenfondsen leveren daartoe in voor
geautomatiseerde gegevensverwerkende apparatuur leesbare vorm
op een tevoren vastgestelde wijze een aantal gegevens per verzekerde,
zoals naam, adres, woonplaats en geboortedatum, aan de belastingdienst,
die deze gegevens aanvult met de voor de desbetreffende
verzekerden toegekende sociaal-fiscale nummers. Deze nummers verwerken de
ziekenfondsen in hun bestanden.
En ten slotte vindt
correctie plaats van de verzekerdenbestanden na de controle van de eerste
vulling. Bij de initiële vulling in samenwerking met de
belastingdienst zal
sprake zijn van bij de belastingdienst niet bekende sociaal-fiscale nummers,
de zogenoemde uitval. Hiermee wordt bedoeld dat in bepaalde gevallen bij de door ziekenfondsen aangeleverde
gegevens bij de belastingdienst geen daarmee corresponderend uniek sociaal-fiscaal nummer
bekend is. Deze uitval zal hoofdzakelijk worden veroorzaakt door een afwijkende combinatie van gegevens omtrent naam,
adres, woonplaats of
geboortedatum. Teneinde correcte gegevens te achterhalen, zal een
nader onderzoek door het ziekenfonds plaatsvinden, waarbij uitwisseling
- eventueel in voor geautomatiseerde gegevensverwerkende apparatuur leesbare vorm
- plaats zal hebben met de desbetreffende gemeenten, dan wel de
verzekerde rechtstreeks zal worden benaderd. Vervolgens
kunnen de nummers in de periodieke verificatie met de belastingdienst op
hun juistheid worden bezien.
Na de implementatiefase
breekt de fase aan van normale mutaties van het verzekerdenbestand,
doordat verzekerden zich in en uitschrijven bij een ziekenfonds. Ten
behoeve van de verdere verkrijging van het sociaal-fiscaal nummer in
verband met mutaties van het verzekerdenbestand kunnen ziekenfondsen verzekerden verplichten het sociaal-fiscaal
nummer te vermelden als één van de gegevens die door de verzekerde bij zijn inschrijving moet
worden verstrekt. Dat nummer is op termijn voor de verzekerde en zijn medeverzekerden toegankelijk via de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens.
Overigens is, als de
verzekerdenadministratie van de ziekenfondsen eenmaal is aangepast, ook
voorzien in de mogelijkheid van een periodieke verificatie van de van
verzekerden verkregen sociaal-fiscale nummers tezamen met de
belastingdienst.
Ook de coördinatie van
deze periodieke verificatie is voorshands door de Ziekenfondsraad
in
handen gelegd van Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
Uit overleg tussen ZN en
de belastingdienst is gebleken dat het de voorkeur verdient bij de initiële vulling en bij de mutaties met dezelfde programmatuur te werken.
Dat wil zeggen dat de belastingdienst in alle gevallen het bij de
persoonsgegevens behorende sociaal-fiscaal nummer van alle hoofd- en medeverzekerden identificeert. De ziekenfondsen
kunnen vervolgens een
eventueel door de verzekerde opgegeven nummer verifiëren en zo nodig
corrigeren.
Met die handelwijze wordt
verwacht dat het verwerken van mutaties met een grotere
frequentie dan een halfjaar wenselijk is, waarschijnlijk maandelijks. Indien het
sociaal-fiscaal nummer op enigerlei wijze op het definitieve bewijs van
inschrijving moet worden opgenomen, is deze maandelijkse
mutatieverwerking nodig om de periode waarin een voorlopig bewijs van
inschrijving moet worden gebruikt te beperken.
Voor het opvragen van
gegevens door daartoe gerechtigde derden, bijvoorbeeld door
gemeentelijke sociale diensten, moet het bestand eveneens zo actueel
mogelijk zijn.
rblz.|11|
De
ziekenfondsen worden verplicht tot gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer in de verzekerdenadministratie met betrekking tot de
Zfw. Niet
alle
ziekenfondsverzekerden beschikken echter over een sociaal-fiscaal nummer.
Er zijn groepen van
personen als categorie van verzekerden in de zin van de Zfw aangewezen
ten aanzien van welke het door de regering niet wenselijk wordt geacht
dat aan de leden van die groep een sociaal-fiscaal nummer wordt verstrekt.
Hierbij valt te denken aan personen die behoren tot de groepen van personen die hier te lande in beginsel slechts tijdelijk
verblijven.
Er moet worden voorkomen
dat aan deze personen, enkel op grond van het feit dat zij behoren
tot een groep van personen die als categorie van verzekerden in de zin van
de Zfw is aangewezen, een sociaal-fiscaal nummer moet worden
uitgereikt, omdat de ziekenfondsen daardoor kunnen voldoen aan de in
dit voorstel van wet opgelegde verplichting om in de
verzekerdenadministratie van de Zfw het sociaal-fiscaal nummer te gebruiken. Derhalve is de
mogelijkheid geschapen dat Onze Minister, in overeenstemming met
Onze
Minister van Financiën, kan bepalen dat die verplichting niet van
toepassing is ten aanzien van personen die behoren tot een daartoe
aangewezen groep van ziekenfondsverzekerden.
Teneinde de invoering
van het sociaal-fiscaal nummer zo spoedig mogelijk te doen
plaatsvinden, heeft de Ziekenfondsraad, vooruitlopend op de totstandkoming van
de ter zake nodige wetsaanpassingen, aan de ziekenfondsen verzocht
aan te vangen met de noodzakelijke voorbereidingen, zoals de ontwikkeling of
aanpassing van programmatuur en het opnemen van het
sociaal-fiscaal nummer als door de verzekerde te vermelden gegevens bij
inschrijving.
Reeds in het kader van
het Besluit controle rechtmatigheid van inschrijving als
ziekenfondsverzekerde, besluit van de Ziekenfondsraad van 22 februari 1990,
heeft de Ziekenfondsraad gesteld dat het aanbeveling verdient dat van iedere
verzekerde - in verband met de gegevensuitwisseling met werkgever/uitvoeringsorgaan
- het sociaal-fiscaal
nummer bekend is, dan wel
dat de mogelijkheid tot opneming daarvan in de verzekerdengegevens
aanwezig is (tweede alinea, punt 20 van de bijlage bij het Besluit
controle rechtmatigheid van inschrijving als ziekenfondsverzekerde).
5. Reikwijdte en
beperking gebruik sociaal-fiscaal nummer
In de toekomst zal het
sociaal-fiscaal nummer een belangrijke rol vervullen bij de
uitwisseling van gegevens tussen de ziekenfondsen en andere instanties
waarmee en tussen welke een wettelijke informatieverplichting bestaat. Door de
aanwezigheid van een uniek persoonsidentificatienummer ontstaat de mogelijkheid
om op basis van dit sociaal-fiscaal nummer
reeds aan het begin van het onderzoek naar de rechtsgrond van de
verzekering verificatie van gegevens te laten plaatsvinden.
Voorwaarde hierbij is wel
dat voorafgaand aan dit onderzoeksproces de koppeling van het
sociaal-fiscaal nummer aan een betrokken persoon door het
informatievragende ziekenfonds op juistheid is gecontroleerd. Indien daarover geen
zekerheid bestaat, zal het effect van het gebruik van het sociaal-fiscaal
nummer verminderen en zal bestandsvervuiling in de verzekerdenadministratie
van de ziekenfondsen optreden.
Het sociaal-fiscaal
nummer zal niet, zoals bij de verzekerdenadministratie in het kader van de
wetten uitgevoerd door de bedrijfsverenigingen en de Sociale
Verzekeringsbank, het enige registratienummer hoeven te
zijn waarmee
de ziekenfondsen hun administratie inrichten. Een door de ziekenfondsen
zelf toegekend eigen verzekerdennummer rblz.|12|
neemt vaak een
belangrijke plaats in bij de geautomatiseerde gegevensverwerking, als ingang naar de
individuele verzekerdengegevens en als zoekcode voor het onderscheiden van de verschillende groepen verzekerden
en medeverzekerden.
Daarnaast kunnen ook andere nummers worden gebruikt,
bijvoorbeeld het bank- of gironummer in contacten met bank of giro.
In de opzet van dit
wetsvoorstel ligt het accent op de identificerende functie van het nummer
voor toepassing bij de uitwisseling van gegevens tussen ziekenfondsen
onderling en tussen ziekenfondsen en derden die ook over dat
sociaal-fiscaal nummer mogen beschikken.
Een verplichting om dit
nummer te gebruiken als enig registratienummer binnen de
verzekerdenadministratie valt buiten de strekking van dit
wetsvoorstel.
Uiteraard is het ziekenfondsen, net als andere uitvoeringsorganen in de
sociale zekerheid, toegestaan het sociaal-fiscaal nummer te gebruiken als
inschrijvings-/verzekerdennummer, al is dat om praktische reden in de
ziekenfondsverzekering niet aan te bevelen.
Reeds is vermeld dat niet
alle verzekerden over een sociaal-fiscaal nummer beschikken. Maar
er zijn nog meer redenen, die hieronder worden uiteengezet.
Ten eerste dient te
worden vermeld dat het invoeren en gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in
de verzekerdenadministratie van de ziekenfondsverzekering
strikt beperkt blijft tot die administratie en geen dienst mag doen ten
behoeve van andere activiteiten die door het ziekenfonds worden
uitgevoerd ten behoeve van derden. Dat betekent dat het sociaal-fiscaal
nummer alleen in de zogenaamde aanvullende ziekenfondsverzekering
mag worden toegepast indien die aanvullende verzekering is
ondergebracht bij de rechtspersoon die is toegelaten als ziekenfonds in de zin van
de Zfw.
In veel gevallen wordt
die aanvullende verzekering uitgevoerd door afzonderlijke
rechtspersonen waarop het stelsel van toezichthoudende regels in het kader van
de ziekenfondsverzekering niet van toepassing is. Het ziekenfonds verricht
in dat geval hoogstens "werkzaamheden voor
derden". De aanvullende
verzekering is een aparte privaatrechtelijke particuliere verzekering,
uitgevoerd door een rechtspersoon die niet is toegelaten als
ziekenfonds in de zin van de Zfw. Daarbij maakt het niet uit dat het sluiten van een
dergelijke aanvullende verzekering gebonden is aan het als
ziekenfondsverzekerde ingeschreven zijn bij een bepaald ziekenfonds.
Het toestaan van het
gebruik van het sociaal-fiscaal nummer aan andere, met de
ziekenfondsen in de zin van de Zfw
nauw verwante, rechtspersonen zou
ongewenste precedenten scheppen ten aanzien van de rechtspersonen die
verzekeringen uitvoeren als bedoeld in de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993. Indien het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer zou worden
toegestaan aan de afzonderlijke rechtspersonen die de aanvullende
ziekenfondsverzekering uitvoeren, is er geen reden meer het gebruik
ook niet toe te staan aan andere particuliere (ziektekosten)verzekeringsinstellingen.
De regering meent dat een zodanig beleid in strijd is met
de beoogde privacybescherming die bij de Wet
op de identificatieplicht verscherpt is vastgelegd in de Wet persoonsregistraties (artikel 6a).
Een andere beperking van
het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in het berichtenverkeer is
het volgende.
De Ziekenfondsraad
heeft
zich in zijn advies van 25 maart 1993 over de vraag gebogen of het
sociaal-fiscaal nummer, naast het gebruik ervan in de
verzekerdenadministraties, tevens zou kunnen worden gebruikt ten behoeve van het
berichtenverkeer tussen ziekenfondsen en hulpverleners c.q. instellingen.
rblz.|13|
De Raad constateert dat de ziekenfondsen in het algemeen in hun administratie een
inschrijvingsnummer hanteren per verzekeringseenheid, waaraan voor
registratieve doeleinden per verzekerde een aantal classificerende kenmerken
zijn toegevoegd, zoals een koppeling met de medeverzekerde(n).
Het inschrijvingsnummer
wordt onder meer gebruikt in het berichtenverkeer met hulpverleners en instellingen.
Deze systematiek leidt er
volgens de Raad toe dat na de invoering van het sociaal-fiscaal nummer de toevoeging van gegevens ten behoeve van
"interne" koppeling en
het sociaal-fiscaal nummer vooralsnog naast elkaar zullen bestaan.
Gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in het berichtenverkeer tussen ziekenfondsen en hulpverleners
c.q. instellingen zou eveneens betekenen
dat beide nummers naast elkaar zouden worden gebruikt. Eén en ander
levert naar het oordeel van de Raad in het kader van identificatie en communicatie geen voordelen op. De
Ziekenfondsraad
ziet geen reden tot
gebruik van het onderhavige nummer in het vorenbedoeld berichtenverkeer op korte
termijn.
De regering ondersteunt
die mening en ziet dan ook geen reden in het
onderhavige voorstel het
opnemen van het sociaal-fiscaal nummer in de administraties van de
hulpverleners c.q. instellingen en tot het gebruik daarvan in bovenbedoeld
berichtenverkeer verplicht te stellen.
Zoals hiervoor reeds is
gesteld, hecht de regering er bij invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in de Zfw
aan dat de koppeling tussen hoofdverzekerde en de van
hem afhankelijke medeverzekerden in de verzekerdenadministratie
in stand blijft. Op termijn zal een vergelijking mogelijk zijn met de
gegevens in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens,
waarin het sociaal-fiscaal nummer, naar verwachting in 1996,
eveneens wordt ingevoerd en wel op een zodanige wijze dat op de
persoonslijst van de in die administratie ingeschrevene niet alleen zijn eigen
sociaal-fiscaal nummer wordt bijgehouden, maar ook dat van de ouders, de
echtgenoot, de eerdere echtgenoten en de kinderen. Het sociaal-fiscaal
nummer wordt opgenomen in de verwijsgegevens in de basisadministratie. Op
deze wijze kunnen instanties en organisaties die over het sociaal-fiscaal
nummer mogen beschikken, waaronder de ziekenfondsen, dit nummer
gebruiken als toegangssleutel bij het bevragen van gemeenten
waar een persoon ingeschreven is of is geweest (Kamerstukken II 1992-1993, 21 123, nr. 21).
6. Inlichtingenplicht
Tot op heden ontbrak in
de Zfw
een specifieke bepaling waarin organen en instanties verplicht
worden inlichtingen te verstrekken aan organen en instanties die betrokken
zijn bij de uitvoering van die wet.
Omdat bij de verstrekking
van gegevens aan de ziekenfondsen het sociaal-fiscaal nummer
wordt gebruikt, is het op grond van de Wet persoonsregistraties nodig
die inlichtingenplichtigen nader te benoemen. Bij de formulering van de
inlichtingenplicht in de Zfw
is aansluiting gezocht bij de bestaande
bepalingen in de AWBZ
en bij de formuleringen in de Wet invoering
sociaal-fiscaal nummer, de Wet invoering sociaal-fiscaal nummer gemeenten, de op 1
januari 1995 in werking getreden Organisatiewet sociale
verzekeringen en de nota van wijziging op het voorstel van wet
houdende herinrichting van de Algemene Bijstandswet (Kamerstukken II 1993-1994,
22 545, nr. 18).
Gebleken is dat de
uitwisseling van gegevens ten behoeve van de sociale
ziektekostenverzekeringen aanleiding kan geven tot een discussie over een compensatie van
de financiële gevolgen van deze
informatie-uitwisseling. In dit verband kan als
richtsnoer het in juli 1988 door de Bestuurlijke Overlegcommissie Overheidsinformatievoorziening
uitgebrachte rblz.|14|
advies "Op
waarde geschat" inzake middelentoedeling en kostenverrekening bij
informatievoorziening worden gehanteerd. Op basis van dat advies heeft de
Minister van Binnenlandse Zaken in het kader van het Besluit informatievoorziening in de
rijksdienst 1990 (Besluit IVR 1990) de door de ministerraad
geaccordeerde aanbeveling "Kostenverrekening van de informatievoorziening
in de openbare sector" uitgebracht. De in deze aanbeveling opgenomen
principes houden onder meer in dat de gegevensuitwisseling
tussen informatieplichtige uitvoeringsorganen van socialezekerheidswetten,
overheidsorganen en gemeenten zonder kostenverrekening zal
geschieden.
In het licht daarvan is
ter verduidelijking in de Zfw
en in de AWBZ
buiten twijfel gesteld
dat ook de verstrekking van gegevens benodigd voor de uitvoering van
die wet door publiekrechtelijke lichamen aan ziekenfondsen kosteloos
is. Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken kunnen bij
ministeriële regeling aangeven op welke wijze en in welke vorm de gegevens
benodigd voor de uitvoering van de Zfw
door publiekrechtelijke
lichamen moeten worden verstrekt.
Naast de verplichtingen
en bevoegdheden waarmee voor de uitvoerende instantie mogelijkheden
zijn geschapen om informatie in te winnen, kan nog melding worden
gemaakt van de bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek en het
verzamelen van informatie door de ambtenaren belast met bijzondere controle die tevens algemene opsporingsbevoegdheid
bezitten. Artikel 141 van
het Wetboek van
Strafvordering geeft deze personen de
bevoegdheid om informatie te vergaren bij een gegrond vermoeden van
overtreding van één van de strafbepalingen die van belang zijn bij socialeziektekostenverzekeringswetten.
Voorts heeft de
Ziekenfondsraad
er in zijn advies van 28 oktober 1993 met betrekking tot
invoering van het regresrecht in de AWBZ
(uitgave Ziekenfondsraad 1993,
nummer 594) op gewezen dat de regelgeving ter zake van het verstrekken
van gegevens uit politieregisters problemen kan opleveren bij het
uitoefenen van het regresrecht door uitvoeringsorganen van de sociale
ziektekostenverzekeringen. Een oplossing zou zijn de zogenaamde aanwijzing, op
basis van artikel 14, derde lid, van de Wet
politieregisters, van de uitvoeringsorganen van de Zfw
(en AWBZ). Op
grond van deze aanwijzing
dienen in een aantal met name te noemen gevallen gegevens uit
politieregisters aan die organen te worden verstrekt. Het belang van
een goede gegevensverstrekking aan die uitvoeringsorganen wordt
groot genoeg geacht om een wijziging in het relevante Besluit
politieregisters te realiseren. Onze Minister van Justitie zal derhalve bevorderen
dat het besluit wordt aangepast.
7. Privacybescherming
De ziekenfondsen zijn ook
zelf informatieplichtig. De verplichting om informatie te verstrekken,
bestaat ten opzichte van uitvoeringsorganen van de sociale verzekeringen,
de rijksbelastingdienst
en naar die instanties waarvoor in enige wet of
wettelijke regeling zo’n verplichting voor ziekenfondsen is
opgenomen.
De grondslag van zo’n
verplichting wordt over het algemeen neergelegd in de
desbetreffende wetgeving. Dit gebeurt niet alleen vanuit een oogpunt van
wetgevingssystematiek. Hiermee wordt ook vermeden dat het doel waartoe de
gegevens worden verzameld en vastgelegd, door de informatieplichtige
zodanig wordt verruimd dat strijdigheid met de eigenlijke
doelomschrijving moet worden geconstateerd. Indien de ziekenfondsen gegevens
aan derden verstrekken ten behoeve van door deze instanties uit te
voeren wettelijke regelingen, ontstaat er een zekere spanning tussen het doel
van de registratie en doelverruiming. Een dergelijke doelverruiming
kan evenwel geoorloofd zijn indien een directe rblz.|15|
relatie met het
oorspronkelijke doel aanwijsbaar is dan wel zwaarwegende belangen hiertoe
noodzaken.
Met betrekking tot de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer zijn in de Wpr [Wet
persoonsregistraties, red.] algemene
bepalingen opgenomen inzake het verstrekken van gegevens uit
persoonsregistraties aan derden. De in dit voorstel van wet opgenomen regeling van
inlichtingenplicht en gegevensverstrekking bevat geclausuleerde verplichtingen en bevoegdheden tot gegevensverstrekking,
die niet in de Wpr zijn
opgenomen. Voor zover dit voorstel van wet daarbij afwijkt
van de Wpr, is door de wetgever reeds de belangenafweging gemaakt waartoe de
Wpr in andere gevallen verplicht.
In het kader van dit
voorstel van wet gestelde regels met betrekking tot gegevensverstrekking
moeten dan ook worden beschouwd als regels die prevaleren boven de Wpr.
8. Identificatieplicht
In de nota naar
aanleiding van het verslag op de Wet
op de identificatieplicht (Kamerstukken I 1993-1994, 22 694, nr. 51a) heeft de regering aangegeven dat
zij zich in het kader van het voorstel van wet inzake de invoering van
het sociaal-fiscaal nummer in de sociale ziektekostenverzekeringen nader beraadt over de
vraag of de reeds bestaande inlichtingenplichten in
de Zfw
en de AWBZ
zouden moeten worden vervangen door een
expliciete identificatieplicht, waarbij iemand met behulp van limitatief
aangewezen documenten moet aantonen dat hij is wie hij zegt te zijn.
Enerzijds bij inschrijving als verzekerde, anderzijds bij het geldend maken van
verzekeringsaanspraken.
In dit kader heeft de
regering het volgende overwogen.
Ingevolge de regelgeving
van de sociale ziektekostenverzekeringen is ieder verplicht aan de
bij de uitvoering van die wetten betrokken instanties de ten behoeve
van de uitvoering van die wetten van hem verlangde inlichtingen te
geven. Desgevraagd moet dat door inzage te verlenen van boeken,
bescheiden en andere stukken, voor zover dat nodig is ten behoeve van de
uitvoering van die wetten. Onder die verplichting kan ook worden begrepen
het overleggen van documenten als bedoeld in de Wet
op de identificatieplicht. Bij de Zfw
is die algemene inlichtingenplicht geregeld in het
Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering en het Besluit nadere regeling
inschrijving ziekenfondsverzekering, in de AWBZ
in artikel 56 van die
wet.
Om de aanspraken die uit
de verzekering ingevolge de Zfw
of de AWBZ
voortvloeien tot gelding
te kunnen brengen, is het voor de verzekerde noodzakelijk zich bij een
verzekeringsinstelling die de Zfw
of de AWBZ uitvoert in te schrijven.
Indien de betrokken
verzekerde aan de juiste vaststelling van zijn identiteit geen
medewerking wil of kan verlenen, komt de inschrijving bij een
verzekeringsinstelling niet tot stand. Dit heeft voor hem tot gevolg dat
hij de aanspraken die uit
de Zfw
en AWBZ voortvloeien niet geldend kan maken. Betrokkenen hebben
om die reden alle belang bij identificatie.
De regering concludeert
dat aan de ziekenfondsen en uitvoeringsorganen in de zin van de AWBZ
voor de vaststelling van de identiteit en voor de vaststelling van
de verzekeringsplicht een dermate groot aantal wettelijke bevoegdheden
en mogelijkheden zijn toegekend, waaronder het inzien van een groot
aantal documenten, dat het geen reden ziet de mogelijkheden tot
vaststelling van de identiteit van een verzekerde te beperken tot een geldig
reisdocument in de zin van de Paspoortwet
of een document ingevolge de
Vreemdelingenwet waaruit de vaststelling van de identiteit, nationaliteit
en verblijfsrechtelijke positie van de betrokken
rblz.|16|
persoon blijkt, noch
anderszins beperkingen te stellen met betrekking tot die identificatie.
Wel meent de regering dat
aan die algemene inlichtingenplicht in de ziekenfondsverzekering
een meer zichtbare en expliciete plaats moet worden gegeven, door net
als in de AWBZ de inlichtingenplicht in de wet zelf op te nemen.
9. Enkele andere
wijzigingen
Van de gelegenheid wordt
gebruik gemaakt om een groot aantal inmiddels uitgewerkte
overgangsbepalingen in de Zfw
te laten vervallen. Het laten vervallen van
bedoelde overgangsbepalingen komt de leesbaarheid van de wet
ten goede. Voorts zijn een aantal verwijzingen gecorrigeerd.
10.
Financiële
aspecten
10.1. Toerekening kosten
aan uitvoering Ziekenfondswet
De invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering en de daarmee
samenhangende aanpassing van de gegevensverstrekking en
geheimhoudingsbepalingen maken deel uit van het pakket van
maatregelen op het terrein van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
van de socialezekerheidswetten. De regering is er zich van bewust dat de
kosten van invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de
ziekenfondsverzekering niet zozeer zijn toe te rekenen aan de uitvoering van de
Zfw,
omdat die invoering voor bestrijding van misbruik en oneigenlijk
gebruik van de ziekenfondsverzekering niet een adequaat middel is. Wel
verbetert de invoering van dat nummer de gegevensuitwisseling
tussen ziekenfondsen onderling en tussen ziekenfondsen en derden die betrokken
zijn bij de uitvoering van de Zfw
dan wel de uitvoering van
andere socialezekerheidswetten (zie paragraaf 10.2 en
10.4). De regering is echter van
mening dat een andere wijze van toerekening van de met de invoering
van het sociaal-fiscaal nummer gemoeide kosten, bijvoorbeeld in de vorm
van toerekening naar de mate waarin de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering bijdraagt aan de
bestrijding van fraude in andere socialezekerheidswetten, niet of nauwelijks
uitvoerbaar is. Het ontdekken van een geval van fraude komt veelal door
het vergelijken van meer dan één gegevensbron, waardoor niet goed en
zuiver de opbrengst kan worden gemeten en in vervolg daarop kan worden
toegerekend.
Alles overwegende komt de
regering tot de conclusie dat, nu er geen efficiënte wijze is de
kosten verbonden aan de invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de
ziekenfondsverzekering aan derden toe te rekenen en de Zfw
een essentieel
onderdeel uitmaakt van het geheel van sociale zekerheid, het
onvermijdelijk is dat de kosten van de invoering van het sociaal-fiscaal nummer in
de ziekenfondsverzekering neerslaan in de kosten die met de
uitvoering van de Zfw
zijn gemoeid.
10.2. Kosten
ziekenfondsen en particuliere verzekeraars
Naar aanleiding van de
brief van de Minister van Justitie van 3 december 1992 over de
voortgang van de maatregelen in de nota "Gegevensuitwisseling"
aan de voorzitter van de Vaste Commissie misbruik en oneigenlijk
gebruik (Kamerstukken II 1992-1993, 17 050, nr. 165) hebben een aantal
ziekenfondsen en particuliere verzekeraars in een op 9 december 1992 aan de
toenmalige Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur verzonden
notitie aangedrongen op een snelle invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de verzekerdenadministratie van de sociale
ziektekostenverzekering. Volgens die ziekenfondsen en rblz.|17|
particuliere verzekeraars
bleek uit gegevensuitwisseling met gemeentelijke sociale diensten dat de
niet-beschikbaarheid van het sociaal-fiscaal nummer grote problemen
bij die uitwisseling met zich brengt.
De gemeentelijke sociale
diensten beschikken sedert de inwerkingtreding van de Wet
sociaal-fiscaal nummer gemeenten wel over het sociaal-fiscaal nummer.
Het niet kunnen
beschikken over een eenduidig identificatienummer in de sociale
ziektekostenverzekeringen belemmert volgens bovenbedoelde notitie in algemene zin
een efficiënte gegevensuitwisseling, zowel binnen de
verzekeringsinstellingen, tussen de verzekeringsinstellingen onderling
als tussen
verzekeringsinstellingen en andere organen en instellingen die bij de uitvoering van de
sociale zekerheid zijn betrokken, en werkt kostenverhogend. Het
ontbreken van duidelijkheid met betrekking tot een eenduidig
persoonsidentificerend nummer in de sociale ziektekostenverzekeringen klemt volgens de
opstellers van bedoelde notitie te meer, daar diverse
verzekeringsinstellingen staan voor belangrijke beslissingen inzake investering in
nieuwe informatiesystemen. Systemen, die hoge eisen stellen aan het op
unieke wijze kunnen identificeren van personen. De invoering van het
sociaal-fiscaal nummer zal dan ook belangrijke desinvesteringen
voorkomen.
De regering deelt de
mening van de opstellers van de notitie dat de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de sociale ziektekostenverzekeringen op termijn een
kostenbesparend effect zal hebben, zowel voor de interne als externe
informatie-uitwisseling. De gegevensuitwisseling kan sneller als gebruik kan
worden gemaakt van geautomatiseerde gegevensverwerkende apparatuur, onnodige
afwijkingen in gegevens worden sneller gecorrigeerd
waardoor alle betrokkenen uit kunnen gaan van gelijke
gegevenssets/dossiers en door deel te nemen aan efficiënt gegevensverkeer wordt het
mogelijk om verschillende authentieke bronnen te raadplegen,
die garant staan voor de correctheid van de in het bestand opgenomen
gegevens, waardoor niet iedere gebruiker van de gegevens zelfstandig de
gebruikte gegevens behoeft te verifiëren.
De kost gaat ook hier in
zekere zin voor de baat uit.
10.3.
Macrobudget
beheerskosten Ziekenfondswet
De Ziekenfondsraad
is in
een aantal adviezen nader ingegaan op de financiële aspecten
van de invoering van het sociaal-fiscaal nummer (Advies inzake invoering
van het sociaal-fiscaal nummer in Ziekenfondswet en
AWBZ,
uitgave Ziekenfondsraad 1993, nummer 574; Advies inzake invoering
sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ, van 13 september 1993, kenmerk BU/26738/93; Adviezen met betrekking tot het
macrobedrag inzake
beheerskosten van de uitvoeringsorganisatie van de Zfw
en van de AWBZ van 24
juni 1993, kenmerk BU/17703/ 93, en van 28 oktober 1993, kenmerk BU/30153/93).
De Raad verwacht financiële consequenties van de technische integratie van het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer in de desbetreffende geautomatiseerde systemen
van ziekenfondsen. De inzet van capaciteit, die eenmalig van aard is,
wordt daarbij niet van een zodanige omvang geacht dat hiervoor een
structurele aanpassing van het macrobudget beheerskosten van de
ziekenfondsen noodzakelijk is.
De eenmalige vulling van
de verzekerdenadministraties van de ziekenfondsen met het
sociaal-fiscaal nummer door de
belastingdienst en de daarbij behorende
verificaties zullen naar het oordeel van de Raad tot een incidentele ophoging
van het macrobudget voor de beheerskosten van de
ziekenfondsverzekering moeten leiden.
Met betrekking tot het
periodiek onderhoud en controle en verdere vulling van de
verzekerdenadministraties met sociaal-fiscale nummers van verzekerden denkt de
Raad aan een structurele ophoging van voornoemd budget met
enkele miljoenen guldens.
rblz.|18|
In
het op 24 juni 1993 uitgebrachte advies inzake de beheerskosten
heeft de Raad in verband met de
voorgenomen invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de Zfw
geadviseerd tot een structurele en incidentele ophoging van het
macrobedrag beheerskosten voor het jaar 1994, gelet op het toen bestaande
voornemen van de regering om de invoering op 1 januari 1994 te laten
plaatsvinden. Aangezien daarna het voornemen zodanig was gewijzigd dat
die invoering eerst met ingang van 1 januari 1995 zou worden
gerealiseerd, adviseerde de Ziekenfondsraad
in zijn advies van 28 oktober
1993 slechts tot ophoging van het macrobedrag 1994 voor de door de
ziekenfondsen te maken incidentele kosten met een bedrag van ƒ12 miljoen. De
Raad merkt daarbij op dat te zijner tijd rekening gehouden moet
worden met ophoging van het macrobedrag 1995 voor de met de
maatregel samenhangende structurele kosten.
10.4. Kosten
gegevensuitwisseling openbare en sociale sector
Met betrekking tot de
financiële aspecten van de uitwisseling van gegevens tussen
uitvoeringsorganen van socialezekerheidswetten is in deze memorie al gewezen
op het in juli 1988 door de Bestuurlijke Overlegcommissie
Overheidsinformatievoorziening uitgebrachte advies "Op waarde
geschat"
inzake middelentoedeling en kostenverrekening bij informatievoorziening en
het op basis van dat advies, in het kader van het Besluit informatievoorziening in de
rijksdienst (Besluit IVR 1990), door de ministerraad
geaccordeerde aanbeveling "Kostenverrekening van de informatievoorziening in
de openbare sector", die inhoudt dat de gegevensuitwisseling
tussen informatieplichtige overheidsorganen en gemeenten zonder
kostenverrekening zal geschieden. Het is bestaand overheidsbeleid om
kostenverrekening van de informatievoorziening tussen organen in de
openbare sector, waaronder ook moet worden verstaan de sector
sociale zekerheid, zoveel mogelijk te vermijden en eventuele compensatie via
de algemene middelen te laten plaatsvinden.
10.5. Standpunt regering
inzake financiële aspecten
De regering komt op basis
van de in paragraaf 10.1 uiteengezette gronden tot de conclusie dat, nu er
geen efficiënte wijze bestaat de kosten verbonden aan de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering aan derden toe te rekenen
en de Zfw
een essentieel onderdeel uitmaakt van
het geheel van sociale zekerheid, het onvermijdelijk is dat de kosten van de
invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de ziekenfondsverzekering
neerslaan in de kosten die met de uitvoering van de Zfw
zijn gemoeid.
De regering wenst door
middel van een evaluatie van de invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in de Zfw
zicht te krijgen op de kosten die daadwerkelijk met die
invoering zijn gemoeid (zie ook hoofdstuk 11). Vooreerst
houdt de regering de berekening in het advies van de Ziekenfondsraad
als maximum aan. Daarom
is bij brief en Besluit van 2 november 1993, kenmerk VMP/FAV-932938, van de toenmalige
Staatssecretaris
van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur aan de Ziekenfondsraad inzake de voorlopige
vaststelling van de aanvaardbare beheerskosten ziekenfondsverzekering en
AWBZ
voor het jaar 1994 voor de invoering van het sociaal-fiscaal
nummer in de verzekerdenadministraties van de ziekenfondsverzekering
een bedrag van ƒ12 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de
definitieve vaststelling aanvaardbare beheerskosten ziekenfondsverzekering,
brief en Besluit van 11 oktober 1994, kenmerk VMP/FAV-942732, is de
Ziekenfondsraad erop gewezen dat dat incidentele bedrag een stelpost is.
Daarbij is voorts aangekondigd dat in het kader van het onderhavige
ontwerp-voorstel van wet een evaluatie gehouden zal worden van die
invoering en - vooruitlopend op de daartoe strekkende adviesaanvraag aan die
raad - is die raad verzocht er alvast rekening mee rblz.|19|
te houden dat als
onderdeel van die evaluatie ook moet worden nagegaan welk bedrag feitelijk
gemoeid is geweest met het implementeren van het sociaal-fiscaal nummer in
bedoelde administraties.
In het kader van de
voorlopige vaststelling van de aanvaardbare beheerskosten
ziekenfondsverzekering en AWBZ voor het jaar 1995 is bij brief van 11 oktober
1994, kenmerk VMP/FAV-942733, door eerste ondergetekende aan de
Ziekenfondsraad meegedeeld dat het macrobudget voor de beheerskosten van
de ziekenfondsverzekering niet structureel wordt
verhoogd met een bedrag ter dekking van de kosten voor het periodiek
onderhoud en controle en verdere vulling van de verzekerdenadministratie
bij de ziekenfondsen. De Ziekenfondsraad adviseerde tot een
structurele verhoging met ƒ1,3 miljoen op jaarbasis. De regering
veronderstelt, mede op basis van het in paragraaf 10.2 bedoelde pleidooi van
individuele verzekeraars voor snelle invoering van het sociaal-fiscaal
nummer waarbij met nadruk is gewezen op kostenbesparingen die met die invoering
voor die individuele verzekeraars kunnen worden bereikt,
dat deze geringe structurele kosten kunnen worden gedekt uit de
kostenbesparingen die met het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in
het berichtenverkeer van die ziekenfondsen met derden worden behaald.
Onder het motto "de kost
gaat voor de baat uit" zullen ook de revenuen van de invoering van het
sociaal-fiscaal nummer in die administratie ten goede komen aan de
beheerskosten van de individuele ziekenfondsen.
11. Algemeen bestuurlijke
aspecten en evaluatie
De bepalingen inzake
informatieverplichtingen, de regeling van de gegevensuitwisseling, de
geheimhoudingsbepalingen en de privacytoets zorgen voor een
overzichtelijk en privacybeschermend stelsel inzake de informatie en
gegevensuitwisseling binnen de socialezekerheidssector.
Voor de ziekenfondsen en
voor verzekerden wordt duidelijk op welke wijze en in welke omvang
gegevens kunnen worden uitgewisseld. De invoering van het
sociaal-fiscaal nummer zal, vanwege het feit dat er in de verzekerdenadministratie
van de ziekenfondsen daarvoor reeds ruimte is opgenomen, relatief
eenvoudig kunnen zijn.
Het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer kan het onderzoek naar en verificatie van gegevens
doelmatiger laten plaatsvinden. Hierdoor zullen de bestuurlijke lasten na
verloop van tijd verminderen. Ook mag vanuit de noodzaak van een
effectieve bestrijding van fraude in de sociale zekerheid uitbreiding met deze
regelgeving als redelijk worden gezien.
Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
verslag doen over de invoering van het sociaal-fiscaal nummer in
de verzekerdenadministratie van de ziekenfondsen voor de uitvoering van de
Zfw
en de doeltreffendheid en de effecten van die
invoering op het gegevensverkeer tussen ziekenfondsen onderling en tussen
ziekenfondsen met andere instanties en organen die betrokken zijn bij de
uitvoering van de sociale zekerheid. Tevens zal deze evaluatie van de
invoering van het sociaal-fiscaal nummer in de Zfw
zicht moeten geven op de kosten
die daadwerkelijk met die invoering zijn gemoeid.
12. Inwerkingtreding
De regering streeft
ernaar de operationalisering van het sociaal-fiscaal nummer in de Zfw
in 1995
te bereiken.
rblz.|20|
Artikelsgewijze toelichting
Sociaal-fiscaal nummer en
inlichtingenplicht
Artikelen I,
onderdeel G en K,
II en
III
Met het nieuwe eerste lid
van artikel 40 van de Zfw
worden de ziekenfondsen verplicht
het sociaal-fiscaal nummer in de verzekerdenadministratie ten behoeve van de
uitvoering van die wet op te nemen. Op basis van het nieuwe
derde lid van dat artikel worden zij verplicht bij de gegevensverstrekking ten
behoeve van de uitvoering van de Zfw
aan de Ziekenfondsraad, het
College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale
Verzekeringsbank,
de rijksbelastingdienst, het gemeentebestuur, andere ziekenfondsen of
aan een daartoe door of vanwege één van deze instanties aangewezen
persoon, de werkgever of de met werkgever in de zin van deze Zfw
gelijkgestelde, de bedrijfsvereniging en de uitvoeringsinstellingen, bedoeld in de
Organisatiewet sociale verzekeringen, dat sociaal-fiscaal nummer
als persoonsidentificatienummer te gebruiken. De tekst van het huidige
artikel 40 van de Zfw
is opgenomen als vierde lid van dat artikel. (Artikel
I, onderdeel G).
De ziekenfondsen worden
verplicht tot gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in de
verzekerdenadministratie met betrekking tot de Zfw. Niet alle
ziekenfondsverzekerden beschikken echter over een sociaal-fiscaal nummer.
Er zijn groepen van
personen als verzekerden in de zin van de Zfw
aangewezen ten aanzien
van welke het door de regering niet wenselijk wordt geacht aan de leden
van die groep een sociaal-fiscaal nummer te verstrekken. Hierbij valt
te denken aan personen die behoren tot de groepen van personen die
hier te lande in beginsel slechts tijdelijk verblijven, zoals de
groepen die ingevolge artikel 1, aanhef en onder bb, cc en
ee, van het
Aanwijzingsbesluit verplicht verzekerden Ziekenfondswet
(Aanwijzingsbesluit) als categorieën van ziekenfondsverzekerden zijn aangewezen. Het
betreft de vreemdeling met een voorlopige vergunning tot
tijdelijk verblijf die een uitkering geniet ingevolge de Algemene
Bijstandswet, de door de Nederlandse regering uitgenodigde vluchteling
in wiens eerste opvang wordt voorzien krachtens de Welzijnswet,
de vreemdeling door wie of ten behoeve van wie een asielverzoek is
ingediend en in wiens noodzakelijke bestaansvoorwaarden wordt voorzien door
middel van opvang op grond van de Regeling opvang
asielzoekers en de ontheemde en zijn kind in wier eerste opvang wordt voorzien
door de Tijdelijke regeling opvang ontheemden.
Er moet worden voorkomen
dat aan personen, enkel op grond van het feit dat zij behoren tot
een groep van personen die als categorie van verzekerden in de zin van
de Zfw
is aangewezen, een sociaal-fiscaal nummer moet worden
uitgereikt, omdat de ziekenfondsen daardoor kunnen voldoen aan de in
dit voorstel van wet opgelegde verplichting om in de
verzekerdenadministratie van de Zfw
het sociaal-fiscaal nummer te gebruiken. Derhalve is in
het tweede lid van artikel 40 de mogelijkheid geschapen dat
Onze Minister, in overeenstemming met Onze
Minister van Financiën, kan bepalen
dat die verplichting niet van toepassing is ten aanzien van personen die
behoren tot een daartoe aangewezen groep van ziekenfondsverzekerden.
Bij de formulering van de
artikelen 73b en 73c van de
Zfw
in het nieuwe hoofdstuk Va is
aansluiting gezocht bij de sinds 1967 bestaande bepalingen met betrekking
tot de inlichtingenplicht die zijn opgenomen in de artikelen 56 en
57 van
de AWBZ.
rblz.|21|
De
expliciete opname van deze inlichtingenbepalingen in de Zfw
geeft
duidelijkheid over de,
reeds bovengenoemde, instanties waarmee de ziekenfondsen gegevens
uitwisselen ten behoeve van de uitvoering van de Zfw.
Artikel 73d
is het
spiegelbeeld van het nieuwe artikel 40, derde lid, en completeert de
verplichting het sociaal-fiscaal nummer als persoonsidentificatienummer in het gegevensverkeer te
gebruiken. Bovendien wordt aan de
vorenbedoelde instanties en personen de plicht opgelegd na te gaan of degene aan wie
de gegevens worden verstrekt, redelijkerwijs, bevoegd is te achten om
die gegevens te verkrijgen. (Artikel I, onderdeel
K).
Met betrekking tot de
formulering van de artikelen 40, eerste en derde lid, en
73e van de Zfw
is
aangesloten bij de formulering die is gebruikt in de Wet invoering
sociaal-fiscaal nummer gemeenten. Voorts is meer eenheid in de
omschrijving en de beperking van de verplichting tot het verstrekken van
inlichtingen binnen de sociale zekerheidssector aangebracht door de redactie van
artikel 73b van de Zfw
zoveel mogelijk gelijk te laten zijn aan artikel
91 van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
Om de eenheid in de
formulering van de informatiebepalingen binnen de sociale
ziektekostenverzekeringen te bewaren, is ervoor gekozen ook de reeds sedert 1967
bestaande bepalingen in de AWBZ
aan te passen aan de modernere
formuleringen in de Zfw
en de Organisatiewet sociale verzekeringen. (Artikel
II).
In het
hoofdstuk
Implementatie en gebruik sociaal-fiscaal nummer is uitvoerig uiteengezet hoe
de vulling van de verzekerdenadministraties met het sociaal-fiscaal
nummer zal plaatsvinden. Desondanks kan het nodig zijn dat er bij de
verzekerde een verificatie plaatsvindt. Een overgangsartikel biedt
daartoe aan ziekenfondsen de mogelijkheid. (Artikel
III).
Sanctiebepalingen en inwerkingtreding
Artikelen I, onderdeel M,
en
IV
In deze artikelen zijn
sanctiebepalingen opgenomen met betrekking tot het voldoen aan de
verplichting tot het geven van inlichtingen, tot het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer bij de gegevensuitwisseling en het nagaan bij de
gegevensuitwisseling of de verzoeker redelijkerwijs bevoegd is te achten de
gevraagde informatie te verkrijgen.
Bij de strafmaat en de
formulering van artikel 89 (nieuw) van de Zfw
is aangesloten bij de Wet
sociaal-fiscaal nummer gemeenten (artikel I, onderdeel
N) [artikel I, onderdeel M, van de
wet, red.].
Er is geen sanctie
gesteld op het niet voldoen aan de verplichting tot opname van het
sociaal-fiscaal nummer in de administratie van ziekenfondsen. Er wordt
van uitgegaan
dat, zo dat al nodig mocht blijken, de Ziekenfondsraad, als
toezichthoudende instantie, over voldoende (rechts)middelen beschikt
om dat af te dwingen.
Nu met
dit voorstel de
inlichtingenplicht expliciet in de Zfw
wordt opgenomen en daarbij
aansluiting is gezocht bij de desbetreffende bepalingen in de AWBZ, is
er reden ook in de Zfw
de strafbepalingen met betrekking tot de
inlichtingenplicht, zoals die strafbepalingen in de AWBZ zijn opgenomen
(artikelen
69 en 70 van de AWBZ), voor zover mogelijk in eenzelfde redactie in de
Zfw
op te nemen. Dat is geconcretiseerd in de artikelen
89a en 89b van
de Zfw
(artikel I, onderdeel M).
rblz.|22|
Bij koninklijke
boodschap van 17 november 1994 is bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal
een voorstel van wet ingediend tot wijziging van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met het oog op de opneming in het Wetboek
van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen inzake het verstrekken
van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan de wettelijke
verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie
strafbaarstelling frauduleuze gedragingen) (Kamerstukken II 1994-1995, 23 993,
nrs. 1-2).
Met dat voorstel wordt beoogd de strafbepalingen die thans in de
afzonderlijke socialezekerheidswetten, waaronder de
Zfw
en de AWBZ, zijn
vermeld te harmoniseren. Op de achtergronden van die harmonisatie
wordt in de memorie van toelichting van het desbetreffende voorstel
van wet uitvoerig ingegaan (Kamerstukken II 1994-1995, 23 993, nr. 3).
Voor het onderhavige
voorstel van wet is de volgorde van de inwerkingtreding van onderhavig voorstel
van wet en de inwerkingtreding van het bedoelde voorstel van wet concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen van belang.
De voorziene opneming van
sanctiebepalingen in de Zfw
zal niet in werking worden gesteld
indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit voorstel het voorstel
van wet concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen reeds tot wet
is verheven en in werking is getreden. Bij die wet komen onder meer
reeds thans bestaande bepalingen in de Zfw
te vervallen. Het gaat
daarbij om de artikelen 85 en 88
van de Zfw. De
artikelen 87, 91 en
92
van de Zfw
zullen dan worden gewijzigd. (Artikel IV).
Technische wijzigingen
Artikel I,
onderdeel
A,
B,
C,
D,
E,
F,
H,
I,
J,
L en
N
Teneinde
een nieuw
hoofdstuk in te voegen met betrekking tot de inlichtingenplicht, is
het nodig de bestaande aanduiding van hoofdstukken in de Zfw
op een zodanige
wijze aan te passen dat een nieuw hoofdstuk van een passende
aanduiding kan worden voorzien. (Artikel I, onderdeel
A).
Tevens dienen de in
artikel 1, vierde lid, van de Zfw
opgenomen verwijzingen naar een
tweetal hoofdstukken te worden aangepast. (Artikel I, onderdeel
B).
Het tiende lid van
artikel 3 van de Zfw
is opgenomen met ingang van 1 januari 1987 in verband
met de stelselherziening van de sociale zekerheid. Personen die een beroep
doen op de Werkloosheidswet en die vóór de datum waarop zij op
die
wet een beroep doen niet verzekerd zijn ingevolge de Zfw, hebben
een "wachttijd" van
één jaar alvorens zij op grond van hun sedert de
datum van beroep op die Werkloosheidswet veranderde
inkomenspositie ingevolge de Zfw
verzekerd kunnen worden. Het onderhavige lid had
tot doel te voorkomen dat personen die reeds een deel van de wachttijd
gedurende de "oude" Werkloosheidswet dan wel de
Wet
Werkloosheidsvoorziening, die beide met ingang van 1 januari 1987 zijn vervallen, hadden
doorlopen, een nieuwe wachttijd van één jaar op grond van het in
werking treden van de nieuwe Werkloosheidswet zou moeten doorlopen. Het
tiende lid bepaalde dat tijdvakken onder de vorenbedoelde
achtereenvolgende rechtsregimes werden samengeteld. Het onderhavige lid is
thans uitgewerkt en kan derhalve vervallen. (Artikel I, onderdeel
C).
Met de inwerkingtreding
van de Wet voltooiing herziening rechterlijke organisatie met ingang
van 1 januari 1994 is de redactie van artikel 77 zodanig gewijzigd dat de
verwijzing in artikel 8i naar de uitzondering op
rblz.|23|
het beroep tegen een
erkenningsbeschikking als bedoeld in artikel 8a, die is gebaseerd op besluiten
genomen in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, eveneens dient te worden
aangepast. (Artikel I, onderdeel D).
De eerste volzin van
artikel 17, derde lid, van de Zfw
wordt aangepast omdat de overgangsregel
bij de invoering van dat artikel inmiddels is uitgewerkt. (Artikel I,
onderdeel E).
In
artikel 18, tweede
lid, van de Zfw
wordt verwezen naar artikel 17, negende lid, van de
Zfw.
Laatstgenoemd artikellid is met ingang van 1 januari 1992 vervallen,
zodat de eerder bedoelde verwijzing eveneens dient te vervallen. (Artikel I, onderdeel
F).
Artikel
42, zevende lid,
heeft betrekking op het inmiddels vervallen vijfde en zesde lid van
dat artikel, zodat het zevende lid eveneens dient te vervallen. Met
inachtneming
van de nodige aanpassing van verwijzingen worden de leden van dit
artikel doorgenummerd. (Artikel I, onderdeel H).
De verwijzingen in
artikel 44, negende lid, en in artikel 44a, vierde lid, van de
Zfw
naar artikel
45 van de Zfw
zijn gecorrigeerd. (Artikel I, onderdeel I).
De verwijzing in
artikel 47, derde lid, van de Zfw
naar het relevante lid in artikel 44 van de
Zfw
is gecorrigeerd. (Artikel I, onderdeel J).
Artikel 88 van de
Zfw
heeft betrekking op artikel 42, zesde lid, van de
Zfw. Dit laatste
artikellid is met ingang van 1 januari 1992 vervallen, zodat ook het eerstgenoemde
artikel dient te vervallen. (Artikel I, onderdeel L).
De
artikelen 94 tot en
met 106 van de Zfw
zijn overgangsbepalingen die hun werking hebben
verloren en derhalve kunnen vervallen. (Artikel I, onderdeel
N).
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
|