|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1995-1996, 24 483
Wijziging
van de Coördinatiewet
sociale verzekering en
de Werkloosheidswet
(franchise Werkloosheidswet)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Redengeving en plaats van het wetsvoorstel |
| 2 |
Omvang franchise en
budgettaire consequenties |
| 3 |
Effect op loonkosten |
| 4 |
De doorbreking van het
50/50-criterium in de premiebetaling |
| 5 |
Gevolgen wetsvoorstel |
|
xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I t/m III |
Algemeen
1.
Redengeving en plaats van het wetsvoorstel
De
hoge werkloosheid en de forse groei van het arbeidsaanbod maken een
werkgelegenheidsgroei van minimaal 350 000 banen, conform de
doelstellingen van het regeerakkoord, voor deze kabinetsperiode minimaal noodzakelijk.
Gezien de samenstelling van het arbeidsaanbod is het bovendien wenselijk
dat naast hoogwaardige werkgelegenheid met name veel eenvoudige
banen tot stand komen.¹
1. Voor een uitgebreide
analyse zij verwezen naar de Sociale Nota
1996, Kamerstukken II 1995-1996, 24 402, nr.
2.
Met het oog op de
bevordering van de vraag naar met name eenvoudige arbeid is de
regering voornemens voor 1996 een aantal maatregelen te nemen die
direct van invloed zijn op de loonkosten voor werkgevers. Deze
maatregelen betreffen achtereenvolgens: ¹
- een autonome daling
van het percentage van de overhevelingstoeslag met 1,35% (rekening
houdend met de terugsluis van de kleinverbruikersheffing op energie, de
compensatie voor het vervallen van de werknemerspremie in de ZW
en endogene ontwikkelingen daalt de overhevelingstoeslag in
1996 in totaal met 1,75%);
- de introductie van
een vermindering van de loonheffing voor de inkomstenbelasting en de
premies volksverzekeringen voor lonen tot 115% van het minimumloon;
- verhoging van de
rijksbijdrage aan de Zfw ten gunste van het werknemersdeel van de
procentuele Zfw-premie onder gelijktijdig vervallen van de
franchise voor het werkgeversdeel van de Zfw-premie;
- de invoering van een
franchise voor het werkgeversdeel van de AWf-premie [AWf: Algemeen
Werkloosheidsfonds, red.] gefinancierd
door een stijging van de marginale werkgeverspremie.
1. Daarnaast worden nog
andere maatregelen getroffen zoals bijvoorbeeld de vermindering loonheffing voor
langdurig werklozen en de fiscale facilië ring
van het leerlingwezen.
Het onderhavige
wetsvoorstel is nauw verbonden met de drie bovengenoemde maatregelen. De ratio
achter dit pakket van maatregelen is de volgende. In het
regeerakkoord heeft het kabinet aangegeven de gereserveerde middelen
voor lastenverlichting met name aan te wenden voor het onderste segment
van de arbeidsmarkt. Als modaliteiten zijn daarbij een franchise in
het werkgeversdeel van de procentuele premie rblz.|2|
voor de Ziekenfondswet dan wel een franchise in de overhevelingstoeslag
genoemd. In een nadere
afweging heeft het kabinet besloten om in 1996 de lastenverlichting aan
de onderkant vorm te geven door de invoering van de genoemde
vermindering van de loonheffing. Daarenboven is gekozen voor een autonome
verlaging van het percentage van de overhevelingstoeslag.
Gegeven de budgettaire
randvoorwaarden en het streven om in 1996 een loonkostenreductie
van ƒ1500,- op
minimumloonniveau te realiseren, heeft de regering
bovendien besloten de franchise in het werkgeversdeel van de Zfw-premie af te
schaffen. Daarnaast is besloten een franchise in het werkgeversdeel van de
AWf-premie in te voeren. De regering is er zich daarbij van bewust dat de
laatstgenoemde maatregel het positieve effect van de autonome daling
van de overhevelingstoeslag op de loonkostenmutatie van de midden- en hogere
inkomens mitigeert. Het is evenwel niet zo dat deze andere
maatregelen het beleidsmatig beoogde uitgangspunt vormden,
waar de effecten van de franchise een verstorende invloed op zouden hebben.
Het saldo van het totaal van het samenstel van maatregelen
vormt immers de inzet van het te voeren beleid. Zou, met andere
woorden, het negatieve effect van de invoering van de AWf-franchise hebben ontbroken, dan zou er navenant minder
reden zijn geweest om de
Iastenverlichting uit hoofde van de overhevelingstoeslag op de gepresenteerde
hoogte vast te stellen.
De afgelopen jaren zijn
met het oog op de bevordering van de vraag naar arbeid verschillende
maatregelen genomen. Deze betreffen onder meer de eenmalige
rijksbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds in 1994, de terugtrekking
van deze rijksbijdrage in 1995 ten gunste van de Zfw
waardoor een
franchise in het werkgeversdeel van de Zfw-premie kon worden ingevoerd en
ten slotte de introductie van de AWf-franchise in 1996. De terugtrekking
van de rijksbijdrage uit het AWf-fonds ten gunste van het Zfw-fonds had als
doel de lastenverlichting voor werkgevers meer toe te spitsen op de
onderkant van de arbeidsmarkt en het bewerkstelligen van een redelijk
evenwichtig inkomensbeeld. Gelet op de bezwaren die bij de behandeling van het wetsvoorstel invoering
Zfw-franchise door diverse fracties naar
voren zijn gebracht en gezien de reeds eerder genoemde budgettaire
randvoorwaarden heeft de regering besloten de Zfw-franchise af te schaffen. De afschaffing van de
Zfw-franchise is mede mogelijk doordat er met
ingang van 1996 (structurele) financiële ruimte is om de hiermee
samenhangende negatieve koopkrachteffecten voor de lagere inkomens te
neutraliseren. De introductie van de AWf-franchise impliceert een
continuering van het in 1995 ingezette beleid gericht op de bevordering van de vraag
naar arbeid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Voorts kan hierbij worden
opgemerkt dat in het geval er werkgelegenheidsbeleid
wordt gevoerd via de sociale verzekeringen de Werkloosheidswet het
meest voor de hand liggende instrument is vanwege de directe band met de arbeidsmarkt. Nogmaals zij benadrukt
dat gegeven de
budgettaire randvoorwaarden en het streven naar een significante
loonkostenreductie aan de onderkant van de arbeidsmarkt de franchise in de
AWf-premie een belangrijk onderdeel vormt van de voorgenomen maatregelen.
2. Omvang franchise en
budgettaire consequenties
De beoogde franchise voor
het werkgeversdeel van de AWf-premie bedraagt ƒ26 100,- per
jaar, ofwel ƒ100,-
per dag. Door gelijktijdig de marginale
werkgeverspremie met 3 procentpunt te verhogen, treedt per saldo voor het
AWf geen daling
van de premie-inkomsten op uit hoofde van de introductie van de
franchise. De franchise is gelijk aan de franchise in de WAO-premie.
rblz.|3|
3. Effect op loonkosten
Zoals reeds in paragraaf
1 aan de orde is gekomen, tracht het kabinet de vraag naar met name
eenvoudige arbeid via een daling van de loonkosten voor werkgevers te
bevorderen. In tabel 1 is voor drie categorieën de totale mutatie (dat wil
zeggen inclusief het effect van endogene ontwikkelingen) van loonkosten in 1996
opgenomen. Tevens is de loonkostenreductie in procenten van de
loonkosten opgenomen. Mede als gevolg van de voorgenomen
maatregelen dalen de loonkosten op minimumniveau met 4,5% ten opzichte van
1995 aflopend tot 0,5% op modaal en tweemaal modaal niveau.
Tabel 1: Mutatie
loonkosten in 1996:
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx| |
Minimumloon |
|xxModaalxx| |
x2rxrmodaalx |
| Totaal |
–ƒ1500,-xx |
–ƒ400,-xx |
–ƒ575,-xx |
| waarvan
AWf-franchise |
–ƒ500,-xx |
ƒ100,-xx |
ƒ875,-xx |
| Daling
overhevelingstoeslag |
–ƒ350,-xx |
–ƒ600,-xx |
–ƒ1025,-xx |
| Vermindering loonheffing |
–ƒ1185,-xx |
ƒ0,-xx |
ƒ0,-xx |
| Afschaffing
Zfw-franchise |
ƒ525,-xx |
ƒ100,-xx |
ƒ0,-xx |
| Totaal in procenten van
de loonkosten |
–4,5%xx |
–0,5%xx |
–0,5%xx |
4. De doorbreking van het
50/50-criterium in de premiebetaling
Momenteel is in de
WW
vastgelegd dat de werkgever en de werknemer zowel voor de
wachtgeldpremie als voor de AWf-premie ieder de helft van de totale premielasten
dragen. In concreto betekent dat dat beide over dezelfde loonsom
hetzelfde bedrag aan premie betalen. Met de invoering van de franchise in het
werkgeversdeel van de AWf-premie is een dergelijke 50/50-verdeling op het individuele niveau niet meer
realiseerbaar. Immers indien de
werkgever een persoon voor deeltijd in dienst heeft en slechts een minimumloon
wordt uitbetaald, behoeft de werkgever als gevolg van de
franchise in het geheel geen AWf-premie te betalen. De betreffende werknemer
dient echter wel AWf-premie te betalen. In artikel
II wordt daarom
voorgesteld de betreffende bepaling uit de WW (artikel
81, derde lid) zodanig te
wijzigen dat bij de totale verdeling op macroniveau het aandeel in de premies
voor het AWf voor zowel de werkgever als de werknemers hetzelfde is.
5. Gevolgen wetsvoorstel
Invoering van een
franchise in het werkgeversdeel van de AWf-premie brengt een aantal
nadelige consequenties met zich mee. Deze consequenties moeten echter worden
bezien in het totaal van de voorgenomen maatregelen, waaronder het
afschaffen van de franchise in de Zfw-premie. De gevolgen voor
de
uitvoering en de administratieve lasten voor de werkgever zijn minder
vergaand dan bij de franchise in de Zfw-premie het geval was.
Mogelijkheden tot
misbruik en oneigenlijk gebruik
De voorgestelde franchise
in de AWf-premie volgt het model van de reeds bestaande
franchiseregeling voor de WAO-premie. Dit brengt met
zich mee dat de
mogelijkheden voor misbruik en oneigenlijk gebruik die de WAO-franchiseregeling
met zich meebrengt ook voor de AWf-premie gaan gelden. Hierbij moet
met name worden gedacht aan de toename van rblz.|4|
de profijtelijkheid voor
werkgever en werknemer van splitsing van dienstbetrekking. Enige
relativering van de mate waarin in de praktijk inderdaad een toename van
deze splitsingen zal plaatsvinden, is op z’n plaats. Immers het
kabinet is voornemens om de AAW en de WAO per 1 januari 1997 te
integreren, als gevolg waarvan de franchise in de WAO zal komen te vervallen. De
eventuele extra impuls tot splitsing die uitgaat van een AWf-franchise is dan
volledig komen te vervallen.
Administratieve lasten
werkgevers
Invoering van een
franchise in het werkgeversdeel van de AWf-premie betekent een
systeemwijziging. Anders dan thans het geval is, zullen werkgevers bij het
berekenen en inhouden van de AWf-premie moeten werken met afzonderlijke
premieloonbegrippen voor het werknemersdeel en het werkgeversdeel. Afhankelijk van de inrichting van de administraties
van werkgevers zal dit in
een aantal gevallen geen, maar in andere gevallen wel tot een
extra administratieve last voor de werkgever leiden. Hierbij zij opgemerkt dat
de benodigde administratieve aanpassingen die voortvloeien uit de
franchise voor de AWf-premie mee kunnen lopen met andere aanpassingen die
voortvloeien uit de voorgestelde maatregelen op het gebied van het
werkgelegenheidsbeleid. Tot slot dient in het oog te worden gehouden dat
tegenover de administratieve lastenverzwaring een verlaging van de
loonkosten staat uit hoofde van de lastenverlichting voor de werkgever.
Toelichting op de artikelen
Artikel I
In het nieuwe vierde lid
van artikel 9 van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt de
franchise met betrekking tot de premieheffing op grond van de Werkloosheidswet
geregeld. Deze franchise geldt slechts bij de berekening van het
werkgeversaandeel in de premie Werkloosheidswet, voor zover deze aan het
Algemeen Werkloosheidsfonds toevloeit.
De tekst komt in de
plaats van de thans geldende tekst, die de franchise met betrekking tot de premie
Ziekenfondswet regelde.
Aangesloten is bij de systematiek zoals die reeds een reeks van jaren
geldt ten aanzien van de
franchise met betrekking tot de premie op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit wil zeggen dat, ingeval
meerdere werkgevers inhoudingsplichtig zijn ten aanzien van dezelfde werknemer, elke werkgever
de volledige franchise mag toepassen ("het bij dezelfde werkgever
genoten loon").
Op het uitgangspunt dat,
ingeval een dienstbetrekking bestaat ten opzichte van meer dan één werkgever, de
franchise door elke werkgever afzonderlijk kan worden
toegepast, vormt het zevende lid van artikel 9 van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering een uitzondering.
Toepassing van dit
artikellid komt slechts aan de orde ingeval door arbeid bij verschillende
werkgevers het totaal van het loon van de werknemer het
maximumdagloon te boven gaat. In zodanig geval kan de bedrijfsvereniging tot
een nieuwe premievaststelling overgaan, rekening houdende met het totaal
aan loon dat door de werknemer is genoten. De door de werkgevers te
veel ingehouden en afgedragen premies worden alsdan aan die werkgevers
terugbetaald, naar rato van hun aandeel in de totale beloning van de werknemer, met dien verstande dat nu de franchise
slechts eenmaal
wordt toegepast. Deze wordt in evenredigheid aan de verschillende werkgevers
toebedeeld.
Praktijk is dat de
bedrijfsvereniging de regeling van het zevende lid slechts toepast op
aanvraag. Dit is thans in het zevende lid vastgelegd, rblz.|5|
waarbij is geëxpliciteerd dat een dergelijke aanvraag niet alleen van een
werkgever, doch ook van
de desbetreffende werknemer afkomstig kan zijn. De teruggave
betreft immers deels de door de werkgever te veel ingehouden
werknemerspremies, ten aanzien waarvan de werknemer rechthebbende is.
Gehandhaafd is dat de premierestitutie aan en door tussenkomst van de
werkgevers plaatsvindt. Voor het overige zijn in het zevende lid slechts de
wijzigingen aangebracht die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit de
wijziging van het vierde lid, alsmede enkele louter tekstuele wijzigingen.
Artikel II
In het nieuwe derde lid
van artikel 81 van de Werkloosheidswet wordt
geregeld dat de
premieopbrengsten voor het AWf op macroniveau gelijkelijk door zowel
werkgevers als werknemers moeten worden gedragen. Dit houdt in
dat bij de premievaststelling de AWf-premies voor de werkgever en de
werknemer zodanig moeten worden vastgesteld dat de opbrengst van beide
groepen gelijk zal zijn.
Artikel III
De in dit artikel
neergelegde wetswijziging is van louter technische aard; zij strekt ertoe te
voorkomen dat de wijziging van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering,
zoals vervat in artikel I, ongedaan zou worden
gemaakt door een
gelijktijdige of latere inwerkingtreding van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
|