|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995,
1995-1996, 24 326.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2253-2264, 2268.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 326 (119, 119a).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 20 december 1995.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 21 december 1995, Stb.
1995, 691, tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten (technische
verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige
andere wijzigingen).¹ Inwerkingtreding: 29 december 1995, zie artikel
XLIX.
1. Ook wel Veegwet 1996 of Veegwet TAV, TBA
en TZ genoemd, red.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het, in verband met enige gebleken onvolkomenheden in
de Wet terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume,
de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
en de Wet terugdringing ziekteverzuim, wenselijk is een aantal socialezekerheidswetten aan te passen en dat het wenselijk is nog enige
andere wijzigingen daarin aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 19, eerste lid,
wordt de zinsnede "wegens ziekte" vervangen door: als rechtstreeks en
objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte.
B. [MvT]
In artikel 28, eerste lid,
wordt de term "geneeskundige" telkens vervangen door: arts.
C. [MvT
+ bis]
Artikel 29 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het vijfde lid wordt
een volzin toegevoegd, luidende: Het door de werkgever betaalde loon
wordt berekend met toepassing van het maximumdagloon op grond van artikel
9, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering. [MvT]
2. In het zesde lid wordt de
zinsnede "het ziekengeld van degene wiens aanspraak berust op het
bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde
die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever," vervangen door:
alsmede het ziekengeld van degene wiens aanspraak berust op artikel
46,. [MvT]
D. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 29a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "geneeskundige" vervangen door
"arts" en wordt na "over iedere dag"
ingevoegd: , doch niet over de zaterdagen en de zondagen. [MvT]
2. Het derde lid komt te
luiden: [MvT]
-3. De vrouwelijke verzekerde
heeft, indien zij, voorafgaand aan de dag waarop zij aanspraak maakt
op het ziekengeld in verband met bevalling, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid
haar oorzaak vindt in de zwangerschap, behoudens over de zaterdagen en de zondagen, recht op
ziekengeld ter hoogte van haar dagloon vanaf de eerste dag waarop die
ongeschiktheid bestaat.
3. Onder vernummering van
het negende lid tot tiende lid wordt het achtste lid vervangen door
twee nieuwe leden, luidende: [MvT]
-8. Artikel 29, tiende lid,
blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die
op grond van dit artikel, met uitzondering van het derde lid, recht heeft
op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon.
-9. Artikel 30 blijft buiten
toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van
dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon.
E. [MvT]
Na het zesde lid van artikel
38 wordt een zevende lid ingevoegd, luidende:
-7. Een mededeling van een
vrouwelijke verzekerde of haar werkgever aan de bedrijfsvereniging
dat er in aansluiting op het recht op ziekengeld in verband met bevalling,
bedoeld in artikel 29a, eerste lid, sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte, wordt
beschouwd als een
ziekmelding, bedoeld in het eerste en tweede lid.
F. [MvT]
Artikel 39 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de zinsnede: op grond van artikel 38 een aangifte van een ziekte of.
2. De eerste volzin van het
tweede lid komt te luiden: De bedrijfsvereniging stelt
ter uitvoering van de controle op het bestaan van ongeschiktheid tot het
verrichten van arbeid controlevoorschriften vast die voor één of meer
bepaalde groepen van bij haar verzekerde werknemers kunnen
verschillen.
G. [MvT]
Artikel 39a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "zieke
werknemer" vervangen door: zieke werknemers.
2. In het zesde lid wordt "de in het tweede en derde lid bedoelde
taken" vervangen door: de in het
vierde en vijfde lid bedoelde taken.
H. [MvT]
Onder vernummering van het
tweede lid tot derde lid wordt na het eerste lid van artikel 39b
een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Indien de werkgever niet
of niet tijdig de gegevens en inlichtingen verstrekt die noodzakelijk
zijn voor het vaststellen van het recht op ziekengeld na afloop van de periode, bedoeld in
artikel 29, tweede of
vijfde lid, is de
bedrijfsvereniging bevoegd de door haar ter zake gemaakte kosten in rekening
te brengen bij de werkgever.
I. [MvT]
In artikel 39c, vierde lid,
wordt na "de betrokken werknemer" ingevoegd: , al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de
Toeslagenwet,.
J. [MvT]
Artikel 40 komt te luiden:
Art. 40.
-1. Indien degene aan wie
ziekengeld is toegekend ingevolge het bepaalde bij of krachtens
artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de bedrijfsvereniging bevoegd
het ziekengeld tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene
aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de
Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
ziekengeld is toegekend in een inrichting ter verpleging van geesteszieken
of van zwakzinnigen is opgenomen en de bedrijfsvereniging van de desbetreffende inrichting of van de
gemeente
die de opnamekosten betaalt
het verzoek ontvangt om het ziekengeld aan die inrichting of die
gemeente uit te betalen, is de bedrijfsvereniging bevoegd dat verzoek zonder
het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het
ziekengeld dat
niet aan de Ziekenfondsraad
wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
-5. Indien het ziekengeld dan
wel een gedeelte van dat ziekengeld op grond van het tweede lid aan
een inrichting of gemeente werd uitbetaald, is de bedrijfsvereniging bevoegd het ziekengeld na het overlijden van
degene aan wie het
ziekengeld is toegekend tot en met de laatste dag van de maand waarin het
overlijden plaatsvond aan die inrichting of gemeente uit te betalen
indien voor die uitbetaling naar het oordeel van de bedrijfsvereniging geen
persoon of personen als bedoeld in artikel 35 in aanmerking komt
onderscheidenlijk komen.
K. [MvT]
In artikel 44, eerste lid,
onderdeel f, wordt "artikel 38, tweede lid" vervangen door: artikel 38,
eerste lid.
L. [MvT]
Artikel 58 vervalt.
M. [MvT
+ bis + bis
+ bis]
Artikel 60 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het zesde lid vervalt,
waarna het zevende tot en met elfde lid worden vernummerd tot zesde tot
en met tiende lid. [MvT]
2. In het tot zesde lid
vernummerde zevende lid vervalt de zinsnede "en onverminderd het bepaalde in
het zesde lid". [MvT]
3. In het tot achtste lid
vernummerde negende lid wordt de zinsnede "op grond van artikel
29,
zevende, tiende of elfde lid" vervangen door: op grond van artikel 29a,
eerste, derde, zesde en zevende lid. [MvT]
4. In het tot tiende lid
vernummerde elfde lid wordt de zinsnede "met betrekking tot het bepaalde
in het tiende lid" vervangen door: met betrekking tot het bepaalde
in het negende lid. [MvT]
N. [MvT]
Artikel 63a vervalt.
O. [MvT]
Artikel 68, derde lid, komt
te luiden:
-3. De premie bedraagt een
percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon.
P. [MvT]
Na artikel 69 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 70.
Het ziekengeld van de
vrijwillig verzekerde die bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen
aanspraak op betaling van loon kan maken, wordt uitgekeerd vanaf de
derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
Art.
II. [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 7, onderdeel e,
wordt "als bedoeld onder e" vervangen door: als bedoeld in onderdeel
d.
B. [MvT]
In artikel 24 wordt "De
bedrijfsvereniging kan" vervangen door: De bedrijfsvereniging en de
door haar daartoe aangewezen deskundige kunnen.
C. [MvT]
In artikel 38, tweede en
derde lid, wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
D. [MvT]
In artikel 39, eerste lid,
wordt "één maand" telkens vervangen door: vier weken.
E. [MvT]
Artikel 47 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het zesde lid vervalt "artikel
34, eerste
lid,".
2. Na het zesde lid wordt
een zevende lid ingevoegd, luidende:
-7. De
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag of ambtshalve heropend.
F. [MvT]
Artikel 54 komt te luiden:
Art. 54.
-1. Indien degene aan wie
een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, ingevolge het
bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de bedrijfsvereniging
bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering tot het bedrag van die bijdrage in
plaats van aan degene aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering
is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend in een inrichting
ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en
de bedrijfsvereniging van de desbetreffende inrichting of van de gemeente
die de opnamekosten betaalt het verzoek ontvangt om de
arbeidsongeschiktheidsuitkering aan die inrichting of die gemeente
uit te betalen, is de bedrijfsvereniging bevoegd dat verzoek zonder het
stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering
dat niet aan de Ziekenfondsraad wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
G. [MvT]
Artikel 55 komt te luiden:
Art. 55.
Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een gedeelte van die uitkering op
grond van
artikel 54, tweede lid, aan een inrichting of gemeente
werd uitbetaald, is
de bedrijfsvereniging bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering
na het overlijden van degene aan wie de uitkering is toegekend tot
en met de laatste dag van de maand waarin het overlijden plaatsvond
aan die inrichting of gemeente uit te betalen indien voor die uitbetaling
naar het oordeel van de bedrijfsvereniging geen persoon of personen als
bedoeld in artikel 53 in aanmerking komt onderscheidenlijk komen.
H. [MvT]
In artikel 71a, eerste lid,
wordt de zinsnede "tenzij de bedrijfsvereniging voor het opstellen van dit
plan geen noodzaak aanwezig acht" vervangen door: tenzij de bedrijfsvereniging voor het opstellen van dit plan geen
noodzaak aanwezig acht en de werkgever van die verplichting vrijstelt.
I. [MvT]
In artikel 76, eerste lid,
wordt "artikel 73a" vervangen door:
artikel 36a, achtste lid.
J. [MvT]
In artikel 79 wordt "verhaalsbedragen" vervangen door "overige
ontvangsten" en vervalt de
zinsnede ", alsmede omtrent de berekening van de ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds te brengen
administratiekosten".
K. [MvT]
Artikel 84, vierde lid, komt
te luiden:
-4. De uitkering op grond van
de vrijwillige verzekering wordt tijdens de duur, bedoeld in artikel 21a, berekend naar het in het eerste lid bedoelde dagloon. Dit dagloon wordt
eveneens in aanmerking genomen bij de berekening van het
vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b.
Art.
III. [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 6, twaalfde lid,
tweede volzin, vervalt het woord "Ons".
B. [MvT]
In artikel 15 wordt "De
bedrijfsvereniging kan" vervangen door: De bedrijfsvereniging en de
door haar daartoe aangewezen deskundige kunnen.
C. [MvT]
In artikel 28, tweede en
derde lid, wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
D. [MvT]
In artikel 29, eerste lid,
wordt "één maand" telkens vervangen door: vier weken.
E. [MvT]
Artikel 37 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het zesde lid vervalt "artikel 24, eerste
lid,".
2. Na het zesde lid wordt,
onder vernummering van het zevende tot achtste lid, een zevende lid ingevoegd, luidende:
-7. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag of ambtshalve heropend.
F. [MvT]
Artikel 45 komt te luiden:
Art. 45.
-1. Indien degene aan wie
een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, ingevolge het
bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de bedrijfsvereniging
bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering tot het bedrag van die bijdrage in
plaats van aan degene aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering
is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend in een inrichting
ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en
de bedrijfsvereniging van de desbetreffende inrichting of van de gemeente
die de opnamekosten betaalt het verzoek ontvangt om de
arbeidsongeschiktheidsuitkering aan die inrichting of die gemeente
uit te betalen, is de bedrijfsvereniging bevoegd dat verzoek zonder het
stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid
betrekking op het gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
dat niet aan de Ziekenfondsraad wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
G. [MvT]
Artikel 46 komt te luiden:
Art. 46.
Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een gedeelte van die uitkering op grond van
artikel 45, tweede lid, aan een inrichting of gemeente
werd uitbetaald, is
de bedrijfsvereniging bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering
na het overlijden van degene aan wie de uitkering is toegekend tot
en met de laatste dag van de maand waarin het overlijden plaatsvond
aan die inrichting of gemeente uit te betalen indien voor die uitbetaling
naar het oordeel van de bedrijfsvereniging geen persoon of personen als
bedoeld in artikel 44 in aanmerking komt onderscheidenlijk komen.
H. [MvT]
Artikel 59j komt te luiden:
Art.59j.
-1. De geldelijke bijdrage
wordt gesteld op de helft van het jaarloon van de persoon voor wie de geldelijke bijdrage is verschuldigd. Bij de
berekening van het jaarloon
wordt uitgegaan van het ter zake van de dienstbetrekking
overeengekomen vaste, naar tijdsruimte vastgestelde loon in de zin van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering, of de
overeengekomen vaste bezoldiging,
zoals dat loon of die bezoldiging golden op de dag voorafgaande aan de
eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte.
-2. Bij ministeriële
regeling kan voor verschillende groepen werkgevers, afhankelijk van het voor die
groepen van werkgevers te bepalen arbeidsongeschiktheidsrisico,
de hoogte van de geldelijke bijdrage lager worden vastgesteld en kunnen
tevens nadere regels worden gesteld omtrent de bepaling van het
loon of de bezoldiging waarnaar de geldelijke bijdrage wordt berekend.
-3. De werkgever is de helft
van de krachtens het eerste en het tweede lid voor hem geldende bijdrage verschuldigd indien de ongeschiktheid tot
werken, die heeft geleid tot
het recht op toekenning of verhoging van uitkering als bedoeld in
artikel 59i, eerste lid, is aangevangen in het tweede jaar van de
dienstbetrekking.
-4. De overeenkomstig de
vorige leden vastgestelde geldelijke bijdrage wordt gehalveerd indien de
werkgever in verband met de indiensttreding van de betrokken werknemer
een bonusuitkering heeft ontvangen dan wel een subsidie heeft ontvangen
als bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
-5. Onder
arbeidsongeschiktheidsrisico wordt verstaan het totale aantal toegekende uitkeringen op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, gedeeld door het aantal voor
die wet verzekerde werknemers, uitgedrukt in
een percentage.
-6. De bedrijfsvereniging
stelt voor het onderdeel of de onderdelen van het bedrijfs- en
beroepsleven, bedoeld in artikel 39 van de Organisatiewet sociale verzekeringen,
waarover zij haar werking uitstrekt elk jaar uiterlijk in september het
arbeidsongeschiktheidsrisico over het afgelopen kalenderjaar vast. De
bedrijfsvereniging stelt een afzonderlijk arbeidsongeschiktheidsrisico
vast voor de bij ministeriële regeling nader te bepalen groepen van
werkgevers.
-7. Het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds stelt voor de werkgevers van de verzekerden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die aanspraak of uitzicht
hebben op pensioen ter zake
van arbeidsongeschiktheid krachtens de Algemene burgerlijke
pensioenwet elk jaar uiterlijk in september het arbeidsongeschiktheidsrisico
over het afgelopen kalenderjaar vast.
-8. Voor de toepassing van
het zevende lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsrisico
verstaan het totale aantal aan de in het zevende lid genoemde
verzekerden toegekende uitkeringen op grond van deze wet, gedeeld door het
totale aantal genoemde verzekerden, uitgedrukt in een
percentage.
-9. Voor de toepassing van
het zevende en achtste lid worden onder toegekende uitkeringen op
grond van deze wet tevens verstaan uitkeringen die aan de in die leden
bedoelde verzekerden zouden zijn toegekend indien artikel 8,
eerste lid, niet op hen van toepassing zou zijn geweest.
Art.
IV. [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 16, derde en vierde
lid, vervalt.
B. [MvT]
In artikel 33, eerste lid,
wordt "per maand achteraf" vervangen door: per vier kalenderweken of per
maand achteraf.
C. [MvT]
In artikel 35b wordt de
zinsnede "gedeeld door het totaal aantal arbeidsuren ter zake waarvan
recht op uitkering bestaat" vervangen door: gedeeld door het totaal
aantal arbeidsuren ter zake waarvan recht op vervolguitkering of
kortdurende uitkering bestaat.
D. [MvT]
Artikel 39 komt te luiden:
Art. 39.
-1. Indien degene aan wie
een uitkering is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel
6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de bedrijfsvereniging bevoegd
de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene aan
wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de
Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
een uitkering is toegekend in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en
de bedrijfsvereniging van
de desbetreffende inrichting of van de gemeente die de opnamekosten
betaalt het verzoek ontvangt om de uitkering aan die inrichting
of die gemeente uit te betalen, is de bedrijfsvereniging bevoegd dat verzoek zonder
het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de
uitkering dat
niet aan de Ziekenfondsraad
wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
E. [MvT]
Na artikel 39 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 39a.
Indien de uitkering dan wel
een gedeelte van die uitkering op grond van artikel
39, tweede lid, aan
een inrichting of gemeente werd uitbetaald, is de bedrijfsvereniging bevoegd de uitkering na het overlijden van
degene
aan wie de uitkering is toegekend tot en met de laatste dag van de maand waarin het overlijden
plaatsvond aan die inrichting of gemeente uit te betalen indien voor
die uitbetaling naar het oordeel van de bedrijfsvereniging geen
persoon of personen als bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet in aanmerking
komt onderscheidenlijk komen.
F. [MvT]
In artikel 50, derde lid,
wordt na "artikel 52b, derde lid," ingevoegd: eerste volzin,.
G. [MvT]
Aan artikel 52b, derde lid,
wordt na de zinsnede "voor het totaal aantal uren van dat recht na de
laatste herleving." een volzin toegevoegd, luidende: Tevens ontstaat geen recht
op uitkering indien, na toepassing van de vorige volzin, het recht op
uitkering dat zou ontstaan een omvang zou hebben van minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek en minder dan
de helft van de arbeidsuren
per kalenderweek.
H. [MvT]
Aan artikel 52i wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-5. Indien:
a. het recht op kortdurende
uitkering is ontstaan na toepassing van artikel 52b, derde lid; of
b. tegelijkertijd een recht
op kortdurende uitkering herleeft en een recht op uitkering ingevolge
hoofdstuk IIa ontstaat, bedraagt de kortdurende
uitkering per dag het op grond van de vorige leden berekende bedrag,
verminderd met de hoogte van de uitkering ingevolge hoofdstuk IIa.
I. [MvT
+ bis]
Artikel 90, eerste lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel a wordt "artikel
17, eerste
lid" vervangen door: artikel 17, onderdeel a.
[MvT]
2. Aan het slot van
onderdeel c vervalt het woord "en". [MvT]
3. De punt aan het slot van
onderdeel d, dat begint met de woorden "de op grond van enige
wet" en
eindigt met het woord "gebracht", wordt vervangen door een puntkomma, gevolgd door het woord
"en". [MvT]
4. De aanduiding d voor het
onderdeel, dat begint met het woord "uitgaven" en eindigt met
het woord "gebracht", wordt verletterd tot e. [MvT]
J. [MvT]
In artikel 97 vervalt de
zinsnede ", onder goedkeuring van het College van toezicht sociale
verzekeringen," en vervalt de zinsnede "alsmede van de ten laste van het
Algemeen Werkloosheidsfonds te brengen administratiekosten".
K. [MvT]
In artikel 116, tweede lid,
wordt "artikel 86, vijfde lid" vervangen door:
artikel 86, derde lid.
L. [MvT]
In artikel 117 wordt tussen "27, derde en vierde lid," en
"en het reglement" ingevoegd: 97.
Art. V.
[MvT]
In artikel 41, eerste lid, van de Wet
Werkloosheidsvoorziening wordt "registeraccountants" vervangen
door: accountants.
Art.
VI. [MvT]
Artikel 37 van de Invoeringswet stelselherziening
sociale zekerheid wordt als volgt gewijzigd:
1. Het zesde lid komt te
luiden:
-6. Onze Minister is bevoegd
met betrekking tot de wijze van verstrekking van de in dit artikel bedoelde uitkeringen nadere regels te
stellen.
2. Het zevende lid vervalt.
Art.
VII. [MvT]
De Toeslagenwet wordt
gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 1, eerste lid,
onderdeel h, onder 2º, vervalt na "21,75": in
verbinding met artikel 8,
derde lid, van die
wet.
B. [MvT]
Artikel 22 wordt vervangen
door:
Art. 22.
Indien de bedrijfsvereniging
op grond van een wettelijke bepaling de loondervingsuitkering geheel
of gedeeltelijk in plaats van aan de toeslaggerechtigde zonder
diens machtiging uitbetaalt aan de Ziekenfondsraad, een inrichting ter
verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen of aan een gemeente
die de opnamekosten in een dergelijke inrichting betaalt, betaalt
de bedrijfsvereniging tevens de toeslag aan die raad, inrichting of
gemeente.
C. [MvT]
Artikel 24 wordt vervangen
door:
Art. 24.
Indien de toeslag dan wel
een gedeelte van die toeslag op grond van artikel 22 aan een inrichting of
gemeente werd uitbetaald, is de bedrijfsvereniging
bevoegd de toeslag na het
overlijden van de toeslaggerechtigde tot en met de laatste dag
van de maand waarin het overlijden plaatsvond aan die
inrichting of gemeente uit te betalen indien voor die uitbetaling naar het oordeel
van de bedrijfsvereniging geen persoon of personen als bedoeld in
artikel 23 in aanmerking komt onderscheidenlijk komen.
D. [MvT]
In artikel 26 vervalt het
tweede lid, alsmede de aanduiding "-1.".
Art.
VIII.
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 20 komt te luiden:
Art. 20.
-1. Indien degene aan wie
een ouderdomspensioen is toegekend, ingevolge het bepaalde bij
of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de Sociale Verzekeringsbank
bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in
plaats van aan degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens
machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
een ouderdomspensioen is toegekend in een inrichting ter verpleging
van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en de Sociale
Verzekeringsbank van de desbetreffende
inrichting of van de gemeente die de opnamekosten
betaalt het verzoek ontvangt om het
ouderdomspensioen aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is de
Sociale Verzekeringsbank bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere
voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het
ouderdomspensioen
dat niet aan de Ziekenfondsraad wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
B. [MvT]
Artikel 21 komt te luiden:
Art. 21.
Indien het ouderdomspensioen
dan wel een gedeelte van dat pensioen op grond van artikel
20,
tweede lid, aan een inrichting of gemeente werd uitbetaald, is de
Sociale Verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen na het overlijden van
degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend tot en met de
laatste dag van de maand waarin het overlijden plaatsvond aan die
inrichting of gemeente uit te betalen indien voor die uitbetaling naar het oordeel
van de Sociale Verzekeringsbank geen persoon of personen als
bedoeld in artikel 18 in aanmerking komt onderscheidenlijk komen.
C. [MvT]
Artikel 67 vervalt.
Art.
IX.¹
De Algemene Weduwen- en Wezenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 32 komt te luiden:
Art. 32.
-1. Indien degene aan wie
een pensioen is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een
verstrekking als bedoeld in
de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van die wet, is de Sociale Verzekeringsbank bevoegd het
pensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene aan
wie pensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen
aan de Ziekenfondsraad.
-2. Indien degene aan wie
een pensioen is toegekend in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en
de Sociale Verzekeringsbank
van de desbetreffende inrichting of van de gemeente
die de opnamekosten betaalt het verzoek ontvangt om het pensioen aan die inrichting
of die gemeente uit te betalen, is de Sociale Verzekeringsbank bevoegd dat
verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid
betrekking op het gedeelte van het pensioen dat niet aan de Ziekenfondsraad
wordt uitbetaald.
-4. Op de herziening van een
beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van
de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en
3:45 van de Algemene
wet bestuursrecht niet van toepassing.
B. [MvT]
Artikel 33 komt te luiden:
Art. 33.
Indien het pensioen dan wel
een gedeelte van dat pensioen op grond van artikel 32, tweede lid,
aan een inrichting of gemeente werd uitbetaald, is de
Sociale
Verzekeringsbank bevoegd het pensioen na het overlijden van degene aan wie pensioen
is toegekend tot en met de laatste dag van de maand waarin het
overlijden plaatsvond aan die inrichting of gemeente uit te betalen
indien voor die uitbetaling naar het oordeel van de Sociale Verzekeringsbank
geen persoon of personen als bedoeld in artikel 29 in aanmerking
komt onderscheidenlijk komen.
C. [MvT]
Artikel 67 vervalt.
1. Zie artikel
XLVI, red.
Art.
X. [MvT]
De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 37 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst van het
artikel wordt de aanduiding "-1." geplaatst. [MvT]
2. In het eerste lid vervalt
de zinsnede ", alsmede omtrent de berekening van de ten laste
van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds te brengen
administratiekosten". [MvT]
3. Aan het artikel wordt een
tweede lid toegevoegd, luidende: [MvT]
-2. Het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming kan, onder goedkeuring van het College
van toezicht sociale verzekeringen, regels stellen omtrent het ten
laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds aan het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds ter beschikking stellen van de gelden voor de
uitvoering van de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede omtrent de
berekening van de door het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds
te brengen administratiekosten.
B.
In artikel 45 wordt "Onze
Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur" vervangen door:
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Art.
XI.
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 7 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het derde lid,
onderdeel a, onder iº en iiº, wordt telkens na "verzekerde" ingevoegd:
noch als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden
van een ander.
2. In het derde lid,
onderdeel b, wordt "en ook niet tot het huishouden van een
ander" vervangen
door: noch als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden
van een ander.
3. Aan het zesde lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het einde van dat lid door een komma,
toegevoegd: of het volgen van scholing tijdens een voorbereidingsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk
Va van
die wet.
4. Aan het achtste lid
wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van dat lid door een
komma, toegevoegd: dan wel indien dat kind een
voorbereidingsovereenkomst heeft als bedoeld in hoofdstuk Va van die wet.
B.
Artikel 12 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid
vervalt na de zinsnede "het basiskinderbijslagbedrag per kind".
2. In het tweede lid wordt
de zinsnede "De aan een verzekerde over een kalenderkwartaal te betalen
bedrag aan kinderbijslag" vervangen door "Het aan een verzekerde
over een kalenderkwartaal te betalen bedrag aan kinderbijslag
bedraagt" en
vervallen de woorden "per kind".
C.
In artikel 13, vierde lid,
tweede zin, vervalt de zinsnede ", met dien verstande dat de verhoging
voor de eerstvolgende herziening op grond van het tweede lid geacht
wordt niet te hebben plaatsgevonden".
D. [MvT]
Hoofdstuk IV vervalt.
E. [MvT]
Artikel 38 vervalt.
Art.
XII. [MvT]
In afwijking van artikel XI,
onderdeel D, vervalt hoofdstuk IV van de Algemene Kinderbijslagwet
voor een verzekerde die over het vierde kwartaal van 1995 recht
heeft op kinderbijslag voor een kind:
a. als bedoeld in artikel
26, eerste lid, onderdeel a, of voor een kind dat op 30 september 1995 17 jaar
oud is, eerst op het moment dat dat kind ophoudt te studeren aan de opleiding die het op de eerste dag van dat
kwartaal volgde;
b. als bedoeld in artikel
26, eerste lid, onderdeel b, en in artikel
26, tweede lid, eerst op het
tijdstip waarop de Algemene bijstandswet in werking treedt.
Art.
XIII.
Artikel IV van de Wet van 22
december 1994, Stb. 1994, 957, tot nadere wijziging van de Algemene
Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt,
onder verlettering van de onderdelen a en b tot
onderdelen b en
c, een nieuw
onderdeel a ingevoegd, luidende:
a. voor een kind als bedoeld
in het eerste lid dat op 1 oktober 1994 de leeftijd van 6 jaar niet had
bereikt, 70% procent van het basiskinderbijslagbedrag, bedoeld in artikel
12,
vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals dit
vóór inwerkingtreding van deze wet luidde.
2. In het tweede lid,
onderdeel b en c, en derde lid wordt telkens na het woord
"basiskinderbijslagbedrag" ingevoegd: , bedoeld in artikel
12,
vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals dit
vóór inwerkingtreding
van deze wet luidde.
3. Onder vernummering van
het vierde tot vijfde lid wordt na het derde lid een nieuw lid ingevoegd,
luidende:
-4. Voor een kind als bedoeld
in het tweede lid, onderdeel a, b dan wel c, dat de leeftijd van 6, 12
dan wel 18 jaar bereikt, wordt voor de toepassing van artikel
12, tweede lid,
van de Algemene Kinderbijslagwet als basiskinderbijslagbedrag
aangemerkt het basiskinderbijslagbedrag, bedoeld in artikel
12,
vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals dit
vóór inwerkingtreding
van deze wet luidde.
4. Onder vernummering van
het vijfde lid tot zevende lid wordt na het nieuwe vijfde lid een nieuw
zesde lid ingevoegd, luidende:
-6. Onverminderd artikel V
is artikel 13 van de Algemene Kinderbijslagwet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
rangordebedragen, bedoeld in
artikel 12, vierde lid, onderdeel b, c en d, van de
Algemene Kinderbijslagwet, zoals dat artikel luidde
vóór inwerkingtreding van deze wet.
Art.
XIV. [MvT]
De Organisatiewet sociale verzekeringen wordt als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 1, onderdeel c,
wordt "de Sociale verzekeringsbank" vervangen door: de Sociale
Verzekeringsbank.
B.
In artikel 18, eerste lid,
wordt achter "hoofdstuk III" een komma geplaatst.
C. [MvT]
Artikel 41, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Aan de oprichting van een
vereniging als bedoeld in artikel 40, bestemd voor een onderdeel
van het bedrijfs- en beroepsleven waartoe rijksdiensten behoren of
geacht worden te behoren, kan het Rijk, als ware het een naar het oordeel van
Onze Minister representatieve organisatie van werkgevers, deelnemen.
D. [MvT]
In artikel 46, onderdeel b,
wordt "artikel 60, tweede lid, van de Ziektewet" vervangen door:
artikel 60, vijfde lid, van de Ziektewet.
E. [MvT]
In artikel 60 vervalt de
aanduiding "-1."
F. [MvT]
Onder vernummering van het
vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid wordt na het derde lid van artikel 64 een nieuw vierde lid ingevoegd,
luidende:
-4. Een melding als bedoeld
in het derde lid is geen aanvraag in de zin van artikel
1:3, derde lid,
van de Algemene wet bestuursrecht.
G. [MvT]
In artikel 69, twaalfde lid,
wordt "in het negende en tiende lid" vervangen door: in het
tiende en elfde lid.
H. [MvT]
Artikel 73 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "elk fonds
afzonderlijk:" vervangen door: elk fonds afzonderlijk, alsmede
met betrekking tot de wachtgeldfondsen en ziekengeldkassen:.
2. In het tweede lid wordt
de zinsnede "de in het eerste lid bedoelde rapportage, van de begroting
van uitgaven" vervangen door: de in het eerste lid bedoelde
rapportage en van de begroting van uitgaven.
I. [MvT]
In artikel 84, eerste lid,
wordt de zinsnede "die het voor hen vastgestelde budget
overschrijden"
vervangen door: die leiden tot overschrijden van het voor hen
vastgestelde budget.
J. [MvT]
Aan artikel 85 wordt een
zesde lid toegevoegd, luidende:
-6. In verband met
onderzoeken die de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2 van de
Wet Nationale
ombudsman, instelt naar de wijze
waarop het College, de Bank,
het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, een
bedrijfsvereniging of een uitvoeringsinstelling zich in een bepaalde aangelegenheid
jegens een natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft
gedragen, betaalt het College jaarlijks aan Onze Minister
een door Onze
Minister vast te stellen bijdrage in de kosten van de Nationale ombudsman. Dit
bedrag wordt aangemerkt als uitvoeringskosten van het College.
K.
In artikel 87, vijfde lid,
wordt "De Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en
afstemming" vervangen door: De Bank
en het Tijdelijk instituut voor
coördinatie en afstemming.
L. [MvT
+ bis]
Artikel 89 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In de laatste volzin van
het tweede lid vervallen de woorden "en aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport". [MvT]
2. De tweede volzin van het
derde lid vervalt. [MvT]
M. [MvT]
In artikel 109, tweede lid,
wordt "gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met
één van deze
straffen" vervangen door:
gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde
categorie.
N. [MvT]
Artikel 113 komt te luiden:
Art. 113.
De in artikel 112 bedoelde
personen hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat
redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
O. [MvT]
Na artikel 116a wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 116b.
-1. In afwijking voor zover
nodig van hetgeen te dien aanzien elders is bepaald, kunnen bij ministeriële regeling ten aanzien van personeel van de Sociale
Verzekeringsbank, de
bedrijfsverenigingen en het op grond van artikel 51 als
uitvoeringsinstelling erkende Gemeenschappelijk
Administratiekantoor, in verband met de
inwerkingtreding van de Liquidatiewet invaliditeitswetten, de Liquidatiewet
ongevallenwetten en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
regels dan wel nadere regels worden vastgesteld met betrekking
tot indienstneming, ontslag, wachtgeld en overige rechten en
verplichtingen.
-2. De uitgaven die
voortvloeien uit de op grond van het eerste lid te stellen regels of nadere
regels, alsmede wachtgelden die anders dan krachtens vorenbedoelde
regels worden uitbetaald aan personeel dat is ontslagen door de in het
eerste lid genoemde instanties in verband met de inwerkingtreding van de
in het eerste lid genoemde wetten, komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-3. Het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming kan met betrekking tot het eerste en
tweede lid regels stellen.
Art.
XV. [MvT]
De Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel X, onderdeel L,
wordt "artikel 39a, vierde lid" vervangen door: artikel
39a, zesde lid.
B. [MvT]
Artikel XLVII wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede onderdeel b
wordt "artikel 86, zesde lid" vervangen door: artikel 86, vierde
lid.
2. In het tweede onderdeel c
wordt "artikel 39a, vierde lid" vervangen door: artikel
39a, zesde
lid.
Art.
XVI. [MvT]
De Wet terugdringing beroep
op de arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel XVII, eerste lid,
onderdeel b, wordt na "Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
ingevoegd: of een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk III
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen.
B. [MvT]
Artikel XIX, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c wordt
vervangen door:
c. als bedoeld in artikel XVI, derde lid;
d. als bedoeld in artikel XVI, eerste lid;.
2. De zinsnede "bedoeld in
onderdeel a en b" wordt vervangen door: bedoeld in de onderdelen
a
tot en met c.
C. [MvT]
In artikel XX, zesde lid,
wordt de zinsnede "wiens invaliditeitspensioen is ingegaan op een dag gelegen
vóór de inwerkingtreding van deze
wet"
vervangen door: die op de
dag voorafgaande aan de dag waarop deze wet in werking treedt recht had
op een invaliditeitspensioen, een herplaatsingswachtgeld of
een herplaatsingstoelage ingevolge de Algemene burgerlijke
pensioenwet of de Spoorwegpensioenwet en die geheel of gedeeltelijk
algemeen invalide is in de zin van die wetten.
D. [MvT]
Artikel XXIII, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt
vervangen door:
b. als bedoeld in artikel XX,
derde lid;
c. als bedoeld in artikel XX,
eerste lid.
2. De zinsnede "van de
onder a bedoelde persoon" wordt vervangen door: van de onder
a en b bedoelde personen.
E. [MvT]
Na artikel XXV wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende
Art. XXVa.
-1. De artikelen XVI en XVII
zijn van overeenkomstige toepassing op onderscheidenlijk
a. de persoon, bedoeld in de artikelen XX en XXIV;
b. de persoon, bedoeld in de artikelen XXI en XXV.
-2. De artikelen XX en XXI
zijn van overeenkomstige toepassing op onderscheidenlijk
a. de persoon, bedoeld in de artikelen XVI en XXIV;
b. de persoon, bedoeld in de artikelen XVII en XXV.
-3. De artikelen XXIV en XXV
zijn van overeenkomstige toepassing op onderscheidenlijk
a. de persoon, bedoeld in de artikelen XVI en XX;
b. de persoon, bedoeld in de artikelen XVII en XXI.
F. [MvT]
Artikel XXVII, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen a en b
worden vervangen door:
a. genoemd in het eerste
lid;
b. genoemd in artikel XXIV,
eerste lid;
c. genoemd in artikel XXIV,
derde lid;.
2. De zinsnede "van de
onder a bedoelde persoon" wordt vervangen door: van de onder
a en c bedoelde personen.
Art.
XVII. [MvT]
In artikel XVIII, eerste
lid, onderdeel b, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim wordt "op
1 juli 1994" vervangen door: na 30 juni 1994.
Art.
XVIII. [MvT]
Artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid wordt "onze
Minister" vervangen door: Onze Minister.
2. Het vijfde lid vervalt.
3. Het zesde en zevende lid
worden vernummerd tot vijfde en zesde lid.
Art.
XIX. [MvT]
In artikel 10 van de Wet
voorzieningen gehandicapten vervalt de zinsnede ", de directie van
het Spoorwegpensioenfonds".
Art.
XX. [MvT]
De Wet Sociale Werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 43, onderdeel a,
wordt "registeraccountants" vervangen door: accountants.
B. [MvT]
In artikel 44, onderdeel d,
wordt "registeraccountant" vervangen door: accountant.
Art.
XXI. [MvT]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In Boek 6, titel 1, afdeling
10, wordt na artikel 107 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 107a.
-1. Indien iemand tengevolge
van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is
lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, houdt de rechter bij de vaststelling van de
schadevergoeding waarop de gekwetste aanspraak kan maken rekening
met de aanspraak op loon die de gekwetste heeft krachtens
artikel 1638c, eerste lid, van Boek
7a of krachtens individuele of
collectieve arbeidsovereenkomst.
-2. Indien een werkgever
krachtens artikel 1638c, eerste lid, van Boek
7a of krachtens individuele of
collectieve arbeidsovereenkomst verplicht is tijdens ziekte of
arbeidsongeschiktheid van de gekwetste het loon door te betalen, heeft hij, indien
de ongeschiktheid tot werken van de gekwetste het gevolg is van een
gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, jegens deze ander recht op
schadevergoeding ten bedrage van de door hem betaalde loon, doch ten
hoogste tot het bedrag waarvoor de aansprakelijke persoon bij
het ontbreken van de loondoorbetalingsverplichting aansprakelijk zou zijn,
verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding
tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de gekwetste
is gehouden.
-3. Indien de aansprakelijke
persoon een werknemer is, heeft de werkgever slechts recht op schadevergoeding indien de ongeschiktheid
tot werken het gevolg is van
diens opzet of bewuste roekeloosheid.
B. [MvT]
In Boek 6, titel 3, afdeling
5, wordt in artikel 197 "krachtens de artikelen 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen
door: "krachtens artikel 107a en de artikelen 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering".
C. [MvT]
In Boek
7a, titel 7,
afdeling 5, wordt in artikel 1639l, vierde lid, na de zinsnede
"een wettelijk
voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering" ingevoegd: en krachtens
de Toeslagenwet,.
Art.
XXII. [MvT]
De Algemene burgerlijke pensioenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel F 9b, vierde lid,
wordt na de zinsnede "artikel F 8f" ingevoegd: , artikel F 9,.
B. [MvT]
Aan artikel F 10a wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Een onderzoek verricht
ter uitvoering van artikel 26, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ontslaat het bestuur van de in
het eerste lid bedoelde
onderzoeksplicht.
C. [MvT]
In artikel F 13, eerste lid,
komen de zinsneden "al dan niet verhoogd met een aanvulling" en
"de aanvulling of" te vervallen.
D. [MvT]
Aan artikel J 18 wordt na
het vierde lid een vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. Bij de vaststelling van
het in het eerste lid in aanmerking te nemen invaliditeitspensioen blijft
artikel F 9b buiten toepassing.
E. [MvT]
Aan artikel J 19 wordt na
het derde lid een vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Bij de vaststelling van
het in het eerste lid in aanmerking te nemen invaliditeitspensioen blijft
artikel F 9b buiten toepassing.
F. [MvT]
Artikel J 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de zevende volzin.
2. Na het zesde lid wordt
een zevende lid toegevoegd, luidende:
-7. Bij de vaststelling van
het in het eerste lid in aanmerking te nemen invaliditeitspensioen blijft
artikel F 9b buiten toepassing.
G. [MvT]
Artikel P 8, tweede lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. indien het een
gepensioneerde betreft, dat hij geen recht heeft op een pensioen berekend
overeenkomstig de artikelen F 8b tot en met F 8f.
H. [MvT]
Artikel P 9, zesde lid, komt
te luiden:
-6. Het fonds is bevoegd,
onder goedkeuring van Onze Minister, werkzaamheden overeenkomende met de in de derde volzin genoemde
werkzaamheden, welke
voortvloeien uit de advisering aan gemeenten in verband met
artikel 5,
eerste lid, onderdeel c, van de Wet voorzieningen
gehandicapten, te verrichten
op verzoek van een gemeentebestuur. Het fonds brengt de kosten voor deze werkzaamheden volledig in rekening bij
het gemeentebestuur op wiens
verzoek deze werkzaamheden worden verricht. De in de eerste
volzin bedoelde werkzaamheden betreffen de uit de uitvoering van de
wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voortvloeiende werkzaamheden, voor zover deze bestaan uit:
a. het beoordelen of een
voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, een genees- of heelkundige
voorziening of een
voorziening tot verbetering van de levensomstandigheden wenselijk is;
b. het bevorderen dat een
voorziening tot behoud, herstel of bevordering van de
arbeidsgeschiktheid
of een voorziening tot verbetering van de levensomstandigheden
waartoe een bedrijfsvereniging ingevolge artikel 57 of 57a van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet heeft besloten, wordt getroffen;
c. het volgen van het beloop
en het resultaat van een behandeling of voorziening als bedoeld
onder a en b;
d. het beoordelen van het
bestaan van arbeidsongeschiktheid en het schatten van de mate van
deze arbeidsongeschiktheid;
e. het oproepen, ondervragen
en onderzoeken van en geven van voorschriften aan personen,
voor zover zulks voortvloeit uit het bepaalde bij of krachtens de
artikelen 14, 15, 16 en 19, onderdeel b, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de artikelen 23,
24, 25 en 28, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f. andere werkzaamheden ter zake van sociaal-medische beoordeling, niet reeds behorende tot
die genoemd onder a tot en met e.
Art.
XXIII. [MvT]
De Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 50, achtste lid,
komt te luiden:
-8. De besluiten van het
bestuur kunnen, voor zover zij in strijd zijn met het recht of het algemeen
belang, bij koninklijk besluit worden geschorst of vernietigd. De artikelen
106, eerste tot en met achtste en twaalfde tot en met negentiende lid, en 107
van de Organisatiewet sociale verzekeringen zijn van overeenkomstige
toepassing.
B. [MvT]
Artikel 79 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel b, onder 2º, wordt tussen de zinsneden "recht
heeft" en "een
dergelijk pensioen" tussengevoegd het woord: op.
2. Het eerste lid, onderdeel b,
onder 3º, komt te luiden:
3º. geheel of gedeeltelijk
algemeen invalide is in de zin van artikel F 8a, tweede lid, van de
Abp-wet, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de
zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
3. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:
d. degene die op de dag
voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet recht heeft op een herplaatsingswachtgeld
als bedoeld in artikel K 4,
tweede lid, van de Abp-wet dan wel een herplaatsingstoelage als
bedoeld in artikel K 4, vierde lid, van die wet.
Art.
XXIV. [MvT]
De Wet
privatisering Spoorwegpensioenfonds wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 14 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst van artikel
14 wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Na het eerste lid wordt
een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Het dagloon van de werknemer die een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
naar een arbeidsongeschiktheid
van minder dan 80% ontvangt
of - indien het bepaalde in artikel 25, 28,
30 of 33 van die wet te zijnen
aanzien niet van toepassing was - zou ontvangen, wordt evenredig
verlaagd door het te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller
wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de
arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de
werknemer is ingedeeld en de
noemer door het getal 100.
B. [MvT]
In artikel 15 wordt na de
zinsnede "invaliditeitspensioen op grond van artikel E 1 van de
Spoorwegpensioenwet" ingevoegd: en van de
herplaatsingstoelage of het
herplaatsingswachtgeld op grond van de Spoorwegpensioenwet.
Art.
XXV. [MvT]
De Algemene militaire pensioenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel F 6d, derde lid,
wordt de zinsnede "na toepassing van de artikelen F 6 tot en met F
6c en artikel V 4" vervangen door: na toepassing van de artikelen F 3, F 6
tot en met F 6c en artikel V 4.
B. [MvT]
Aan artikel F 6f wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Een onderzoek verricht
ter uitvoering van artikel 26, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ontslaat
Onze Minister van de in
het eerste lid bedoelde onderzoeksplicht.
C. [MvT]
In artikel F 7a, eerste lid,
eerste volzin, onderdeel a, en tweede volzin, wordt de datum
"1 januari 1995" telkens vervangen door: 1 mei 1994.
D. [MvT]
In artikel H 1, zevende lid,
wordt de zinsnede "zijn de artikelen J 1 en J 1a niet van
toepassing" vervangen door: is artikel J 1 niet van
toepassing.
E. [MvT]
In artikel H 6, vierde lid,
wordt "artikel H 1, veertiende lid" gewijzigd in: H 1, vijftiende lid.
F. [MvT]
In artikel J 3 wordt "de
artikelen J 1, J 1a, J 2 en J 2a" vervangen door: de artikelen J 1 en J 2.
G. [MvT]
Artikel L 1, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Indien aan het personeel,
genoemd in het eerste lid, een eenmalige uitkering is of wordt toegekend en
Onze Minister van Binnenlandse Zaken,
in overeenstemming met de
Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken,
heeft bepaald dat deze uitkering een algemeen karakter draagt,
worden bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld over de wijze waarop deze
eenmalige uitkering leidt
tot een eenmalige uitkering aan pensioengerechtigden. Deze regels werken zo nodig
terug tot en met de in het eerste lid genoemde dag.
H. [MvT]
Artikel V 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het twaalfde lid wordt
vernummerd tot dertiende lid.
2. Na het elfde lid wordt
een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-12. Bij de vaststelling van
pensioen, invaliditeitspensioen, pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid dan wel invaliditeitsverhoging na
toepassing van de
verminderingen ingevolge het tweede, zevende en achtste lid dan wel van het
niet of slechts gedeeltelijk uitbetalen, bedoeld in het vijfde en zesde lid,
blijft artikel F 6d buiten toepassing.
I. [MvT]
Artikel X 5, zesde lid, komt
te luiden:
-6. Onze Minister is bevoegd
werkzaamheden overeenkomende met de in de derde volzin genoemde
werkzaamheden, welke voortvloeien uit de
advisering aan gemeenten in
verband met artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet voorzieningen
gehandicapten, te verrichten op verzoek van een gemeentebestuur. Onze
Minister brengt de kosten voor deze werkzaamheden volledig in
rekening bij het gemeentebestuur op wiens verzoek deze werkzaamheden
worden verricht. De in de eerste volzin bedoelde werkzaamheden
betreffen de uit de uitvoering van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
voortvloeiende werkzaamheden, voor zover deze bestaan uit:
a. het beoordelen of een
voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, een genees- of heelkundige
voorziening of een
voorziening tot verbetering van de levensomstandigheden wenselijk is;
b. het bevorderen dat een
voorziening tot behoud, herstel of bevordering van de
arbeidsgeschiktheid of een voorziening tot verbetering van
de levensomstandigheden
waartoe een bedrijfsvereniging ingevolge artikel 57 of 57a van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet heeft besloten, wordt getroffen;
c. het volgen van het beloop
en het resultaat van een behandeling of voorziening als bedoeld
onder a en b;
d. het beoordelen van het
bestaan van arbeidsongeschiktheid en het schatten van de mate van
deze arbeidsongeschiktheid;
e. het oproepen, ondervragen
en onderzoeken van en geven van voorschriften aan personen,
voor zover zulks voortvloeit uit het bepaalde bij of krachtens de
artikelen 14, 15, 16 en 19, onderdeel b, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de artikelen 23,
24, 25 en 28, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f. andere werkzaamheden ter zake van sociaal-medische beoordeling, niet reeds behorende tot die genoemd onder a tot en met e.
J. [MvT]
In artikel Y 14a, tweede
lid, wordt de zinsnede "Indien haar ter zake van het latere huwelijk eveneens
een pensioen toekomt, hetzij krachtens deze wet, hetzij krachtens een
andere regeling als bedoeld in artikel H 7, derde lid" vervangen door: Indien
haar ter zake van het latere huwelijk eveneens een pensioen toekomt
krachtens deze wet.
Art.
XXVI. [MvT]
Artikel 2, eerste lid,
onderdeel n, van de Ambtenarenwet
komt te luiden:
n. de leden van het bestuur
van het College van toezicht sociale
verzekeringen, bedoeld in
hoofdstuk II en de voorzitter van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in hoofdstuk IV van de Organisatiewet sociale
verzekeringen;.
Art.
XXVII. [MvT]
De Wet van 22 december 1994, Stb. 1994, 955, houdende wijziging van de Werkloosheidswet en enkele
andere wetten (aanscherping referte-eisen WW), wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel VII vervalt de
zinsnede ", onder verlettering van artikel II, onderdeel B, tot onderdeel
A".
B. [MvT
+ bis + bis]
Artikel XII wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde lid wordt
vervangen door: [MvT]
-3. Een recht op uitkering
dat ingevolge hoofdstuk II van de Werkloosheidswet
is ontstaan vóór de in het eerste lid bedoelde datum, wordt voor de toepassing van
de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen
alsmede voor de toepassing van artikel 24 van de Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid, zoals deze luiden op en na die datum, beschouwd als
een recht op uitkering als bedoeld in hoofdstuk IIa
van de Werkloosheidswet.
2. Onder vernummering van
het vierde en vijfde tot zesde en zevende lid worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
[MvT]
-4. De werknemer die ter zake
van werkloosheid waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen vóór 1 maart 1995 slechts recht heeft verkregen op een
loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Werkloosheidswet
zoals dat artikel luidde vóór die datum en wiens recht op uitkering op
of na die datum met toepassing van artikel 52b, derde lid, van de
Werkloosheidswet herleeft, heeft na afloop van de loondervingsuitkering recht
op verlenging van de uitkering. De periode waarmee de uitkering wordt
verlengd, is gelijk aan zes maanden minus de bij herleving resterende duur van de
loondervingsuitkering. Gedurende de
verlenging is de hoogte van
de uitkering gelijk aan de hoogte van de kortdurende uitkering waarop
de werknemer recht zou hebben gehad indien artikel 52b, derde
lid, van de Werkloosheidswet niet van toepassing zou zijn geweest.
-5. Herhaalde toepassing van
het vierde lid vindt slechts plaats indien ter zake van sinds de herleving,
bedoeld in het vierde lid, verrichte arbeid opnieuw is voldaan aan
artikel 52b, eerste lid, van de Werkloosheidswet.
Artikel
17a van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige
toepassing.
3. In het nieuwe zevende lid
wordt "Artikel 2, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers" vervangen door:
Artikel 2, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers. [MvT]
Art.
XXVIII. [MvT]
Tot de datum van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel X, onder 1º, van de Wet van 22 december
1994, Stb. 1994, 955, wordt artikel 90, eerste lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet gelezen:
a. de op grond van deze wet
over de eerste acht weken na de eerste werkloosheidsdag te betalen
uitkering aan de werknemer die in de kalenderweek onmiddellijk
voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid en in de in
artikel 17, onderdeel a, artikel 17a, eerste lid, en
artikel
52b, eerste lid,
bedoelde periode in ten minste 26 weken bij dezelfde bedrijfsvereniging
verzekerd is geweest;.
Art.
XXIX. [MvT]
In artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 wordt "Hoofdstuk II van de Organisatiewet
Sociale Verzekering" vervangen door: artikel 40 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen.
Art.
XXX. [MvT]
Aan artikel 51 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
wordt een vierde lid toegevoegd,
luidende:
-4. De rijksbelastingdienst
biedt jaarlijks vóór 1 november een verklaring aan de Ziekenfondsraad
aan omtrent de rechtmatigheid van
ontvangsten over het
afgelopen boekjaar betreffende de ingevolge de Wet financiering
volksverzekeringen geheven premies Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
Art.
XXXI. [MvT]
In artikel 1, onder 4º, van de Wet
op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de
Arbeidsomstandighedenwet "9, eerste tot en met vierde lid, zesde en
zevende lid," vervangen door: 9,.
Art.
XXXII. [MvT]
Artikel 136 van de Wet
op de beroepen in de individuele gezondheidszorg vervalt.
Art.
XXXIII. [MvT]
Onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 25 wordt
vervangen door:
25. Algemene Bijstandswet, Algemene bijstandswet
en Invoeringswet herinrichting Algemene
Bijstandswet.
2. Onderdeel 27 (Wet op de
Sociale Verzekeringsbank) vervalt.
Art.
XXXIV. [MvT]
In artikel I, onderdeel G,
van de Wet van 26 april 1995 tot wijziging van de Algemene
Kinderbijslagwet en de Wet op de studiefinanciering (Stb.
1995, 220) wordt "artikel
14, vierde
lid" vervangen door: artikel 14, derde lid.
Art.
XXXV. [MvT]
De Jeugdwerkgarantiewet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, onder 1, wordt de zinsnede "dan wel op kinderbijslag
ingevolge
de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1990, 128)" vervangen door: dan
wel voorafgaand aan de werkloosheid onderwijs of een
beroepsopleiding heeft gevolgd met een tijdsbeslag van ten minste 19 uur per week.
B. [MvT]
Artikel 2, derde lid,
onderdeel g, komt te luiden:
g. wiens voor werkzaamheden
beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag wordt
genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of een
beroepsopleiding, tenzij het betreft scholing die wordt gevolgd terwijl hij een
dienstbetrekking of voorbereidingsovereenkomst heeft als bedoeld in deze
wet.
C. [MvT]
In artikel 34, derde lid,
onderdeel b, wordt de zinsnede "kinderbijslag
ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1), dan wel aanspraak
bestond op
studiefinanciering ingevolge Hoofdstuk II van de Wet
op de studiefinanciering"
vervangen door: studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de
Wet op de
studiefinanciering dan wel voorafgaand aan de werkloosheid onderwijs of
een beroepsopleiding hebben gevolgd met een tijdsbeslag van ten
minste 19 uur per week.
Art.
XXXVI. [MvT]
-1. De bedrijfsvereniging is
bevoegd aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie een vergoeding te betalen
voor door deze organisatie verleende diensten gericht
op het geschikt maken voor inschakeling in de arbeid, in het bijzonder
door scholing, en voor bijzondere inspanningen voor de
arbeidsbemiddeling,
van moeilijk plaatsbare werkloze werknemers die recht op
uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa
of IIb van de Werkloosheidswet
en die niet behoren tot de personen, bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet arbeid gehandicapte werknemers.
-2. Het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming stelt ten laste van het Algemeen
Werkloosheidsfonds voor de in het eerste lid bedoelde vergoeding aan de bedrijfsverenigingen voor de hierna te noemen jaren
de daarbij vermelde bedragen
ter beschikking:
a. 1996: ƒ50 000 000,00;
b. 1997: ƒ45 000 000,00;
c. 1998: ƒ50 000 000,00;
d. 1999: ƒ50 000 000,00.
-3. Naast de in het tweede
lid vermelde bedragen brengt het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming de kosten van beheer en
administratie door de bedrijfsverenigingen gemaakt in verband met de uitvoering van het eerste
lid ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-4. Het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming stelt met betrekking tot het eerste en
tweede lid regels die door de bedrijfsverenigingen in acht worden genomen.
Deze
regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-5. De bedrijfsverenigingen
en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
het eerste lid.
Art.
XXXVII. [MvT]
De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 4, onderdeel b,
wordt na "met een ander" ingevoegd: tenzij het betreft een bloedverwant
in de eerste graad.
B. [MvT]
Artikel 9 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
onderdeel f, onder vervanging van de puntkomma door een punt in
onderdeel e.
2. Aan het tweede lid wordt,
onder vervanging van de punt door een puntkomma in onderdeel b,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. wiens voor werkzaamheden
beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag wordt
genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of
opleiding als bedoeld in
artikel 113, eerste lid, onderdeel g.
C. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als
volgt gewijzigd:
1º. In de aanhef wordt "recht op bijstand" vervangen door: recht op algemene bijstand en wordt
"de algemene bijstand" vervangen door: die bijstand.
2º. In onderdeel a vervalt "algemene".
2. In het vierde lid vervalt "uitsluitend".
D. [MvT]
In artikel 23, tweede lid,
wordt "de zelfstandige geen in aanmerking te nemen vermogen heeft"
vervangen door: het vermogen van de zelfstandige een bij
algemene maatregel van bestuur te stellen grens niet te boven gaat.
E. [MvT]
Artikel 29 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt na "alleenstaande" ingevoegd: van 18, 19 of 20 jaar.
2. In het tweede lid,
onderdeel a, wordt na "alleenstaande ouder" ingevoegd: van
18, 19 of 20
jaar.
F. [MvT]
In artikel 34 wordt "een echtpaar" vervangen door: gehuwden.
G. [MvT]
Artikel 36, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen de bijstandsnorm of de toeslag, bedoeld in
artikel
33, lager vaststellen voor de belanghebbende die recent de deelname heeft
beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding:
a. indien voor het onderwijs
of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op
grond van hoofdstuk II van de Wet
op de studiefinanciering; dan wel;
b. indien de belanghebbende
op de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de beëindiging
plaatsvond jonger was dan 25 jaar en de voor werkzaamheden
beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag werd genomen door het
onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of
opleiding als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel
g.
H. [MvT]
In artikel 38, tweede lid,
wordt "met zijn kinderen" vervangen door: met zijn ten laste komende
kinderen.
I. [MvT]
Artikel 43, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d vervalt "dan wel deze kosten in mindering zijn gebracht op het
inkomen".
2. In onderdeel e vervalt "dan wel deze verwervingskosten in mindering zijn gebracht op het
inkomen".
3. In onderdeel g wordt "artikel
52, eerste lid, onderdeel b en c" vervangen door:
artikel 52,
eerste lid, onderdeel b, c en d.
J. [MvT]
In artikel 48, tweede lid,
vervalt ", onder vermindering van het bedrag waarmee de studiefinanciering
lager is gesteld op grond van de
draagkracht van de
studerende als bedoeld in artikel 25 van die
wet,".
K. [MvT]
Artikel 50, derde lid, wordt
vervangen door:
-3. Voor de vaststelling van
de bijstandsnorm, bedoeld in het eerste lid, is
artikel 36 van overeenkomstige toepassing, indien de niet-rechthebbende
echtgenoot:
a. onderwijs of een
beroepsopleiding volgt op grond waarvan aanspraak bestaat op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de
Wet op de
studiefinanciering; dan wel;
b. jonger is dan 25 jaar en
de voor werkzaamheden beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per
week in beslag wordt genomen door het onderwijs of de
beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding als bedoeld in
artikel 113, eerste lid, onderdeel g.
L. [MvT]
In artikel 52, eerste lid,
onderdeel b, wordt "aanvraag om" vervangen door: aanvang van de.
M. [MvT]
In artikel 56, eerste lid,
onderdeel a, wordt na "de bijstandsnormen,
genoemd in" toegevoegd:
artikel 29 en.
N. [MvT]
Artikel 57 vervalt.
O. [MvT]
In artikel 60 wordt "artikel 32a, vijfde
lid," vervangen door: artikel 32h, eerste lid,.
P. [MvT]
In artikel 78, tweede lid,
wordt "over" vervangen door: in.
Q. [MvT]
In artikel 103 wordt, onder
vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid,
een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Op de indiening en
behandeling van het verzoekschrift, alsmede op de procedure in hoger
beroep, zijn de artikelen 799, tweede lid, 801 en 803 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
R.
Artikel 107 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Voor de ouder met een
volledige verzorgende taak voor één of meer ten laste komende kinderen,
dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen, bedoeld in
artikel 113, eerste lid.
2. In het derde lid wordt "in dit
hoofdstuk" vervangen door: in artikel
113, eerste lid.
S. [MvT]
In artikel 117, eerste lid,
onderdeel a, wordt "beslissingen" vervangen door: besluiten.
T. [MvT]
Artikel 125, eerste lid,
onderdeel a, wordt vervangen door:
a. de instellingen en
personen, genoemd in artikel 91, eerste lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen, voor de uitvoering van die wet of de wettelijke regelingen,
bedoeld in artikel 56 van die wet.
Art.
XXXVIII. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 4, onderdeel b,
wordt na "artikel 3, tweede lid" ingevoegd: tenzij het betreft een
bloedverwant in de eerste graad,.
B. [MvT]
In artikel 25, tweede lid,
wordt "over" vervangen door: in.
C. [MvT]
In artikel 26, tweede lid,
wordt "artikel 17" vervangen door:
artikel 13.
D. [MvT]
In artikel 32, eerste lid,
wordt "Algemene Bijstandswet" vervangen door: Algemene bijstandswet
en "bijstand in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan"
door: algemene bijstand.
E. [MvT]
Artikel 36, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Voor de ouder met een
volledige verzorgende taak voor één of meer kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de
verplichtingen, bedoeld in
artikel 35, eerste lid.
F. [MvT]
Artikel 48 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, wordt vervangen door:
a. de instellingen en
personen, genoemd in artikel 91, eerste lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen, voor de uitvoering van die wet of de wettelijke regelingen,
bedoeld in artikel 56 van die wet.
2. In het eerste lid,
onderdeel c, vervalt "de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers,".
G. [MvT]
In artikel 49, tweede lid,
wordt "artikel 44" vervangen door:
artikel 45.
H. [MvT]
Na artikel 64 wordt een
nieuw artikel 64a ingevoegd, luidende:
Art. 64a.
Voor de toepassing van
artikel 32, eerste lid, wordt onder "Algemene bijstandswet" mede
begrepen: de Algemene Bijstandswet, dan wel de Invoeringswet herinrichting
Algemene Bijstandswet.
Art.
XXXIX. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 4, onderdeel a,
wordt na "artikel 3, tweede lid" ingevoegd: , tenzij het betreft een
bloedverwant in de eerste graad.
B. [MvT]
In artikel 25, tweede lid,
wordt "over" vervangen door: in.
C. [MvT]
In artikel 26, tweede lid,
wordt "artikel 17" vervangen door:
artikel 13.
D. [MvT]
In artikel 32, eerste lid, wordt "Algemene Bijstandswet" vervangen door: Algemene bijstandswet
en "bijstand in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan" door: algemene bijstand.
E. [MvT]
Artikel 36, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Voor de ouder met een
volledige verzorgende taak voor één of meer kinderen, dan wel
pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen, bedoeld in
artikel 35, eerste lid.
F. [MvT]
Artikel 48 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, wordt vervangen door:
a. de instellingen en
personen, genoemd in artikel 91, eerste lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen, voor de uitvoering van die wet of de wettelijke regelingen,
bedoeld in artikel 56 van die wet.
2. In het eerste lid,
onderdeel c, wordt "de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen"
vervangen door: en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
G. [MvT]
In artikel 49, tweede lid,
wordt "artikel 44" vervangen door:
artikel 45.
H. [MvT]
Na artikel 63 vervalt het
opschrift "Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen".
I. [MvT]
Na artikel 64 wordt een
nieuw artikel 64a ingevoegd, luidende:
Art. 64a.
Voor de toepassing van
artikel 32, eerste lid, wordt onder "Algemene bijstandswet" mede
begrepen: de Algemene Bijstandswet, dan wel de Invoeringswet herinrichting
Algemene Bijstandswet.
Art. XL.
[MvT]
1. Indien deze wet in
werking treedt op hetzelfde tijdstip als of voordat de Algemene bijstandswet
in
werking treedt, vervalt artikel XXXV van de Invoeringswet Organisatiewet
sociale verzekeringen.
2. Indien deze wet in
werking treedt nadat de Algemene bijstandswet in werking treedt, wordt
artikel 131 van de Algemene bijstandswet vervangen door:
Art. 131.
Onze Minister kan aan
burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken in de
gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen,
aanwijzingen geven met betrekking tot een goede uitvoering van deze wet. Hij
treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen.
Art.
XLI. [MvT]
-1. Indien deze wet in
werking treedt op hetzelfde tijdstip als of voordat het bij koninklijke boodschap van 25 mei 1992 ingediende voorstel van
wet houdende invoering van een nieuwe Algemene bijstandswet
(Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet;
Kamerstukken 22 614) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt
die
wet als volgt gewijzigd:
1º. Artikel 53 wordt
vervangen door:
Art. 53. [MvT]
De bijlage bij de Algemene
wet bestuursrecht, onderdeel F, wordt vervangen door:
F. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
1. Artikel 6 van het
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
2. Artikel 45, eerste lid,
van de Algemene Bijstandswet en de artikelen 74 en
140 en hoofdstuk VII
van de Algemene bijstandswet.
3. Artikel 86, eerste en
tweede lid, van de Algemene bijstandswet, artikel
27, eerste en tweede
lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel
27, eerste en tweede lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
2º. In artikel 59,
onderdeel a, wordt de zinsnede "onderdeel 4" vervangen door: onderdeel 3. [MvT]
-2. Indien deze wet in
werking treedt nadat het bij koninklijke boodschap van 25 mei 1992 ingediende
voorstel van wet houdende invoering van een nieuwe Algemene bijstandswet
(Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet;
Kamerstukken 22 614) tot
wet wordt verheven en in werking is getreden, maar voordat de artikelen
IX, X en XI van het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten in
verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve
sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen
en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909) tot wet worden verheven en in werking zijn getreden, wordt
de bijlage bij de Algemene
wet bestuursrecht, onderdeel F, als volgt
gewijzigd:
F. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
1. Artikel 6 van het
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
2. Artikel 45, eerste lid,
van de Algemene Bijstandswet en de artikelen 74 en
140 en hoofdstuk VII
van de Algemene bijstandswet.
3. Artikel 86, eerste en
tweede lid, van de Algemene bijstandswet, artikel
27, eerste en tweede
lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel
27, eerste en tweede lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
-3. Indien deze wet in
werking treedt nadat het bij koninklijke boodschap van 25 mei 1992
ingediende voorstel van wet houdende invoering van een nieuwe Algemene
bijstandswet (Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet;
Kamerstukken 22
614) tot wet wordt verheven en in werking is getreden, maar voordat de artikelen
IX, X en XI
van het bij koninklijke boodschap van 21 september
1994 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel
van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin
vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909) tot wet worden verheven en in
werking zijn getreden, vervalt op hetzelfde tijdstip dat de artikelen
IX, X en XI
van laatstgenoemd voorstel van wet tot wet worden verheven en in
werking treden, van de bijlage bij de Algemene
wet bestuursrecht in
onderdeel F, onderdeel 3, zulks in afwijking van artikel
59, onderdeel a, van
de Invoeringswet herinrichting Algemene
Bijstandswet.
-4. Indien deze wet in
werking treedt nadat het het bij koninklijke boodschap van 25 mei 1992
ingediende voorstel van wet houdende invoering van een nieuwe Algemene
bijstandswet (Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet;
Kamerstukken 22
614) tot wet wordt verheven en in werking is getreden, en indien op het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet eveneens de artikelen
IX, X en XI
van het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband
met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve
sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering
van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909)
tot wet zijn of worden verheven en in werking treden of zijn getreden,
wordt - zulks in afwijking van artikel 59, onderdeel a, van de Invoeringswet
herinrichting Algemene Bijstandswet - de bijlage bij de Algemene wet
bestuursrecht, onderdeel F, vervangen door:
F. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
1. Artikel 6
van het
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
2. Artikel 45, eerste lid,
van de Algemene Bijstandswet en de artikelen 74 en
140 en hoofdstuk VII
van de Algemene bijstandswet.
Art.
XLII. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling
van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de
daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909) op een eerder tijdstip tot wet
wordt verheven en in werking treedt dan deze wet, vervalt artikel I, onderdeel
K.
Art.
XLIII. [MvT]
Indien deze wet in werking
treedt voordat de artikelen
IX, X en XI
van het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel
van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten
in verband met de nadere vaststelling van een
stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin
vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909) tot wet worden verheven en in
werking zijn getreden, wordt artikel 88 van de
Algemene bijstandswet als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "De
vordering" vervangen door: Het verzoekschrift.
2. In het tweede lid wordt "de
vordering" vervangen door: het verzoekschrift.
Art.
XLIV. [MvT]
Indien deze wet in werking
treedt voordat de artikelen
IX, X en XI
van het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel
van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een
stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin
vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken 23 909) tot wet worden verheven en in
werking zijn getreden, worden artikel 29 van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en
artikel 29 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "De
vordering" vervangen door: Het verzoekschrift.
2. In het tweede lid wordt "de
vordering" vervangen door: het verzoekschrift.
Art.
XLV. [MvT]
-1. Indien het bij
koninklijke boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) op een eerder tijdstip tot wet wordt
verheven en in werking treedt dan deze wet, vervalt artikel III, onderdeel
H. [MvT
+ bis]
-2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten (Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) op een eerder tijdstip tot wet wordt
verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt artikel 32a, vierde lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vervangen door:
-4. Dit artikel vindt geen
toepassing, indien:
a. op grond van artikel 37
aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
of
b. artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden.
-3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten (Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) op een later tijdstip tot wet wordt
verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt het in artikel I, onderdeel
D, van die wet voorgestelde artikel 32a, vierde
lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vervangen door:
-4. Dit artikel vindt geen
toepassing, indien:
a. op grond van artikel 37
aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
of
b. artikel 29b van de Ziektewet
toepassing kan vinden.
-4. Indien het bij
koninklijke boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten (Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) op een eerder tijdstip tot wet wordt
verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
als volgt gewijzigd:
A.
Het vierde lid van artikel 43a wordt vervangen door:
-4. Dit artikel vindt geen
toepassing, indien:
a. op grond van artikel 47
aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
of
b. artikel 29b van de Ziektewet
toepassing kan vinden.
B.
Na artikel 43a wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 43b.
In de gevallen waarin artikel 43a toepassing vindt, alsmede in de gevallen waarin dat artikel
niet van toepassing is omdat artikel 29b
van de Ziektewet
toepassing kan
vinden, wordt het aan de toe te kennen arbeidsongeschiktheidsuitkering
ten grondslag te leggen dagloon niet lager gesteld dan het
dagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen
loondervingsuitkering in aanmerking werd genomen, dan wel het dagloon dat in
aanmerking zou zijn genomen indien na het einde van de in artikel
19, eerste
lid, bedoelde wachttijd recht zou hebben bestaan op een
loondervingsuitkering,
zoals dat sinds de beëindiging van de uitkering onderscheidenlijk
sinds het einde van die wachttijd op grond van artikel 15 zou zijn herzien.
C. [MvT]
In artikel 60 wordt "artikel 5" vervangen door:
artikel 18.
D.
Artikel 61 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "het dagloon dat" vervangen door "het dagloon of
vervolgdagloon dat" en wordt "dit lid" vervangen door:
dit artikel.
2. Het tweede lid vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
E. [MvT]
Artikel 63 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Een aanvraag om een reïntegratie-uitkering
wordt ten minste vier weken vóór aanvang van de
onbeloonde werkzaamheden ingediend. De bedrijfsvereniging kan
besluiten een niet tijdig ingediende aanvraag niet te behandelen. Alvorens de
bedrijfsvereniging daartoe besluit, stelt zij de aanvrager in de gelegenheid
de aanvraag te wijzigen.
2. In het derde lid wordt
onderdeel a vervangen door:
a. vaststaat dat de
onbeloonde werkzaamheden de krachten en bekwaamheden van de
werknemer te boven gaan; of.
-5. Indien het bij
koninklijke boodschap van 15 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(Wet afschaffing malus en
bevordering reïntegratie; Kamerstukken 24 221) op een later tijdstip tot wet wordt
verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt die wet als volgt gewijzigd: [MvT]
A. [MvT]
Het in artikel II, onderdeel D, van die wet voorgestelde
artikel
43a, vierde
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt vervangen door:
-4. Dit artikel vindt geen
toepassing, indien:
a. op grond van artikel 47
aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
of
b. artikel 29b van de Ziektewet
toepassing kan vinden.
B. [MvT]
Na artikel II, onderdeel D,
wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
Da.
Na artikel 43a wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 43b.
In de gevallen waarin
artikel 43a toepassing vindt, alsmede in de gevallen waarin dat artikel
niet van toepassing is omdat artikel 29b
van de Ziektewet
toepassing kan
vinden, wordt het aan de toe te kennen arbeidsongeschiktheidsuitkering
ten grondslag te leggen dagloon niet lager gesteld dan het
dagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen
loondervingsuitkering in aanmerking werd genomen, dan wel het dagloon dat in
aanmerking zou zijn genomen indien na het einde van de in artikel
19, eerste
lid, bedoelde wachttijd recht zou hebben bestaan op een
loondervingsuitkering,
zoals dat sinds de beëindiging van de uitkering onderscheidenlijk
sinds het einde van die wachttijd op grond van artikel 15 zou zijn herzien.
C. [MvT]
In het in artikel II,
onderdeel E, van die wet voorgestelde artikel 60 van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt "artikel
5" vervangen door: artikel
18.
D. [MvT]
Het in artikel II,
onderdeel E, van die wet voorgestelde artikel 61 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering komt te luiden:
Art. 61.
Indien een persoon die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op of na de dag waarop
hij de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt inkomsten uit arbeid in
dienstbetrekking gaat verdienen in verband waarmee zijn
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd, binnen vijf jaar na de datum van
werkaanvaarding opnieuw recht heeft op toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt het aan die uitkering ten grondslag te
leggen dagloon niet lager gesteld dan het dagloon of vervolgdagloon
dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen
loondervingsuitkering of vervolguitkering in aanmerking werd genomen, zoals dat vanaf de
beëindiging tot aan de datum van de in dit artikel bedoelde toekenning
op grond van artikel 15 van deze wet, al dan niet in verbinding met
artikel 14 van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, zou zijn herzien indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering niet was beëindigd.
E. [MvT]
Het in
artikel II,
onderdeel E, van die wet voorgestelde
artikel 63 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Een aanvraag om een reïntegratie-uitkering
wordt ten minste vier weken vóór aanvang van de
onbeloonde werkzaamheden ingediend. De bedrijfsvereniging kan
besluiten een niet tijdig ingediende aanvraag niet te behandelen. Alvorens de
bedrijfsvereniging daartoe besluit, stelt zij de aanvrager in de gelegenheid
de aanvraag te wijzigen.
2. In het derde lid wordt
onderdeel a vervangen door:
a. vaststaat dat de
onbeloonde werkzaamheden de krachten en bekwaamheden van de
werknemer te boven gaan; of.
Art.
XLVI. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 24 mei 1995 ingediende voorstel van wet tot regeling
van een verzekering voor nabestaanden (Algemene
nabestaandenwet; Kamerstukken 24 169) tot wet is verheven en in werking is getreden, vervalt artikel IX
en wordt de Algemene nabestaandenwet als volgt gewijzigd:
a. In artikel 11 wordt de
zinsnede "als rechtstreeks gevolg van objectief medisch vast te stellen
ziekte of gebreken" vervangen door: als rechtstreeks en objectief medisch vast
te
stellen gevolg van ziekte of gebreken. [MvT]
b. In artikel 67, vierde
lid, wordt "het eerste lid, onderdeel b" vervangen door: het eerste lid,
onderdeel b en c. [MvT]
c. Artikel 86, onder 1, komt
te luiden: [MvT]
-1. In het vierde lid wordt
de zinsnede "het pensioen krachtens de Algemene Weduwen- en
Wezenwet, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van die wet" vervangen door: de
som van de uitkeringen, bedoeld in de artikelen
17, eerste lid, en
25 van de Algemene nabestaandenwet.
Art.
XLVII.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 28 april 1994 ingediende voorstel van wet nieuwe
bepalingen voor een tegemoetkoming in de studiekosten (Wet
tegemoetkoming studiekosten; Kamerstukken 23 699) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt de Jeugdwerkgarantiewet met ingang van de dag van de
inwerkingtreding van het artikel van de Wet tegemoetkoming studiekosten
inhoudende wijzigingen in de Algemene
bijstandswet als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, onder 1, wordt de zinsnede "op studiefinanciering ingevolge
hoofdstuk II van de Wet
op de studiefinanciering (Stb. 1988, 336)" vervangen
door: op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van
de Wet op de
studiefinanciering of op een tegemoetkoming in de
studiekosten ingevolge hoofdstuk IIa van de Wet
tegemoetkoming studiekosten.
B.
Artikel 2, derde lid,
onderdeel f, komt te luiden:
f. die onderwijs of een
beroepsopleiding volgt op grond waarvan aanspraak bestaat op studiefinanciering
ingevolge hoofdstuk II van de Wet
op de studiefinanciering of op een tegemoetkoming in de studiekosten ingevolge
hoofdstuk IIa van
de Wet
tegemoetkoming studiekosten;
C.
In artikel 34, derde lid,
onderdeel b, wordt na "Wet
op de studiefinanciering" ingevoegd: of op een
tegemoetkoming in de studiekosten ingevolge hoofdstuk IIa van
de Wet
tegemoetkoming studiekosten.
Art.
XLVIII.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 juni 1995 ingediende voorstel van wet houdende
privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds (Wet
privatisering ABP;
Kamerstukken 24
205) tot wet wordt verheven en eerder of gelijktijdig met artikel
XXII of XXIII van deze wet in werking treedt, wordt dat artikel of worden die
artikelen voor de toepassing van eerstbedoelde wet beschouwd in werking te
zijn getreden vóór die
wet.
Art.
XLIX.
-1. Deze wet treedt, met
uitzondering van de artikelen IV, onderdeel I, onder 1,
XI, onderdeel D,
XII, XIV, onderdeel H, onder 1, XXI, onderdeel A en
B, XXXV, XXXVII tot
en
met XXXIX, XLIII en XLIV, in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst,
met dien verstande dat:
a. artikel IV, onderdeel
A,
terugwerkt tot en met 1 maart 1994;
b. de artikelen IV, onderdeel
C, F en
G, XXVII en XXVIII terugwerken tot en met 1 maart 1995;
c. de artikelen VI,
XVII en
XXIV terugwerken tot en met 1 januari 1994;
d. de artikelen IV,
onderdeel I, onder 2, XIII, XIV, onderdeel A tot en met G,
H, onder 2, I, L en
N, XV, XXII, onderdeel H,
XXIII, onderdeel A, XXV, onderdeel D tot en
met G en I, en XXVI terugwerken tot en met 1 januari 1995;
e. artikel XIV, onderdeel
O,
terugwerkt tot en met 17 mei 1995;
f. de artikelen XVI, onderdeel
A, C,
D, E en F, en XXII, onderdeel
B, D, E en F, terugwerken
tot en met 1 augustus 1993;
g. de artikelen XXII, onderdeel
A, C en
G, XXIII, onderdeel B, en XXV, onderdeel A tot en
met C en H, terugwerken tot en met 1 mei 1994;
h. artikel XXXVI terugwerkt
tot en met 1 juli 1995.
-2. Artikel IV, onderdeel I,
onder 1, treedt in werking direct na het tijdstip waarop artikel I, onderdeel
X, onder 1º, van de Wet van 22 december 1994, Stb. 1994, 955, in werking treedt.
-3. De artikelen XI,
onderdeel D, XII, XIV, onderdeel H, onder 1,
XXXV, XXXVII tot en met
XXXIX,
XLIII en XLIV treden in werking met ingang van 1 januari 1996.
-4. Artikel XXI, onderdeel A en
B, treden in werking met ingang van de eerste dag van de tweede
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij
wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
21 december 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
De Minister van Binnenlandse
Zaken,
H.F. Dijkstal
De Staatssecretaris van
Defensie,
J.C. Gmelich Meijling
Uitgegeven de achtentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|