|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 24 093.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2591-2593, 2601.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 093 (130, 130a).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 19 december 1995.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 1995, Stb.
1995, 695, tot wijziging van de Ziekenfondswet en de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in verband met
uitbreiding van de personele werkingssfeer van
de Ziekenfondswet met een bepaalde categorie
van AOW-gerechtigden alsmede de
samenstelling van de Ziekenfondsraad.
Inwerkingtreding: 29 december 1995.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is personen van 65 jaar of ouder die
een verzekeringsplichtig inkomen hebben dat niet meer bedraagt dan ƒ30 500,00
en die een partner hebben die geen pensioen ingevolge de Algemene
Ouderdomswet ontvangt, op te nemen in de verplichte ziekenfondsverzekering;
dat het wenselijk is de
toenemende omvang van de categorie van ouderen in zowel de
samenleving als in de verplichte verzekering ingevolge de Ziekenfondswet
tot uitdrukking te brengen in de samenstelling van de Ziekenfondsraad;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
A. [MvT]
Artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de
Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "uitkering" vervangen door: pensioen.
2. In subonderdeel 1º wordt "voor zover deze
uitkering" vervangen door: indien dit pensioen.
3. Subonderdeel 2º wordt vervangen door:
2º. ingevolge artikel 9,
eerste lid, onderdeel b, van de Algemene
Ouderdomswet, indien dit pensioen,
vermeerderd met zijn inkomsten uit of in verband met het verrichten
van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven, op jaarbasis niet meer bedraagt
dan ƒ30 500,00 en de echtgenoot van betrokkene eveneens een
pensioen ontvangt ingevolge dat artikelonderdeel dat, vermeerderd met diens
inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven, op jaarbasis niet
meer bedraagt dan ƒ30 500,00,
dan wel geen zodanig pensioen ontvangt.
B. [MvT]
Artikel 51 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt "zevenendertig
leden" vervangen door: achtendertig leden.
2. In het derde lid, laatste
volzin, wordt "Twee leden" vervangen door: Drie leden.
Art.
II. [MvT]
In artikel 48, tweede lid,
van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt in de voorlaatste
volzin "elk van beide leden van de groepering" vervangen door: elk van de
leden van de groeperingen.
Art. III.
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst. Artikel I, onderdeel A, werkt terug tot en met 1
juli 1994.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 1995
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.G. Terpstra
Uitgegeven de achtentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|