|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995,
1995-1996, 24 258.
Handelingen II 1995-1996, blz. 1999-2029, 2071-2081, 2267.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 258 (106, 106a, 106b, 106c).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 20 december 1995.
WET
van 21 december 1995, Stb. 1995, 696, tot wijziging van de
Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten. Inwerkingtreding: 1
januari 1997, zie artikel XIV.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is personen die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren en tussen wie
bloedverwantschap in de
tweede graad bestaat gelijk te behandelen met personen die duurzaam een
gemeenschappelijke huishouding voeren en tussen wie deze
bloedverwantschap niet bestaat en in verband hiermee de
Algemene Ouderdomswet te
wijzigen alsmede een nieuwe regeling te treffen met betrekking tot
uitkeringen aan nabestaanden in geval van overlijden van de
uitkeringsgerechtigde en in verband daarmee in enkele andere wetten enige
wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, derde lid,
vervalt de zinsnede "of tweede".
B.
In artikel 8, eerste lid,
wordt na "de gehuwde pensioengerechtigde" toegevoegd: die vóór 1
januari 2015 recht heeft op ouderdomspensioen en.
C.
In artikel 11, aanhef,
vervalt de zinsnede "of in verband met".
D.
Artikel 18 komt te luiden:
Art. 18.
-1. Na het overlijden van degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend, wordt met ingang
van de dag na het overlijden ouderdomspensioen in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van
de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de
in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of
natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de
in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van
wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van het ouderdomspensioen over één maand, met
uitzondering van de toeslag, berekend naar de hoogte van het ouderdomspensioen in de maand van overlijden
van degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend.
-3. De overlijdensuitkering
wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden door de
Sociale Verzekeringsbank
uitbetaald.
-4. De overlijdensuitkering
wordt in een bedrag ineens aan de rechthebbende of rechthebbenden
uitbetaald.
-5. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan ouderdomspensioen
dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-6. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
E.
Artikel 21 vervalt.
F.
In artikel 32 vervalt de
zinsnede "21,".
Art.
II.
De Algemene Weduwen- en Wezenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 29 komt te luiden:
Art. 29.
-1. Na het overlijden van degene aan wie een weduwenpensioen is toegekend, wordt met ingang
van de dag na het overlijden weduwenpensioen in de vorm van een
overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de minderjarige
wettige of natuurlijke kinderen;
b. bij ontstentenis van de
in de onderdeel a bedoelde kinderen, aan degenen ten aanzien van wie
de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met
wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met degene aan wie een
weduwenpensioen is toegekend, wordt voor de toepassing van dit
artikel gelijkgesteld degene wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand
waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch vóór het
bereiken van deze leeftijd is overleden en uitsluitend ingevolge
artikel 8, derde lid, geen recht op weduwenpensioen heeft of wiens recht op
weduwenpensioen ingevolge artikel 27, tweede lid, onderdeel a is
ingetrokken.
-3. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van het weduwenpensioen over één maand berekend naar de hoogte van dat pensioen in
de maand van overlijden van
degene aan wie het weduwenpensioen is toegekend.
-4. In verband met het
overlijden van degene aan wie een weduwenpensioen is toegekend, is artikel
8,
derde lid, en artikel 27, tweede lid, onderdeel a, niet van
toepassing.
-5. De overlijdensuitkering
wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of
rechthebbenden door de Sociale Verzekeringsbank uitbetaald.
-6. De overlijdensuitkering
wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-7. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan weduwenpensioen
dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-8. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
B.
Artikel 33 vervalt.
C.
In artikel 37e vervalt de
zinsnede "33,".
Art.
III.
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
Artikel 35 komt te luiden:
Art. 35.
-1. Na het overlijden van degene aan wie ziekengeld is toegekend, wordt met ingang van de dag
na het overlijden ziekengeld in de vorm van een overlijdensuitkering
uitbetaald:
a. aan de langstlevende van
de echtgenoten indien de overledene niet duurzaam van de andere
echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de
in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of
natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de
in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van
wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met degene aan wie
ziekengeld is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel
gelijkgesteld degene wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand
waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch vóór het
bereiken van deze leeftijd is overleden en die uitsluitend ingevolge
artikel 29, negende lid, over de dag van zijn overlijden geen recht op
ziekengeld had.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid worden mede als echtgenoot aangemerkt niet-gehuwde
personen van verschillend of gelijk geslacht die duurzaam een
gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie
bloedverwantschap in de eerste graad bestaat.
-4. Van een gezamenlijk
huishouding als bedoeld in het derde lid kan slechts sprake zijn indien
twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien
beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op
andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde
lid.
-6. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van het ziekengeld over één maand, doch
niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van dat
ziekengeld op de dag of laatstelijk vóór de dag van overlijden van degene aan
wie het ziekengeld is toegekend.
-7. In verband met het
overlijden van degene aan wie ziekengeld is toegekend, is artikel
29,
negende lid, niet van toepassing.
-8. De overlijdensuitkering
wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in
het eerste lid, door de bedrijfsvereniging uitbetaald.
-9. De overlijdensuitkering
wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-10. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan ziekengeld dat,
over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-11. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
B.
Artikel 36 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst van het
artikel wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. In het eerste lid wordt
de zinsnede "artikel 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende
lid"
vervangen door: artikel 29, tweede lid, vijfde tot en met zevende lid en negende
lid.
3. Aan het artikel wordt een
tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt onder degene die verzekerd is geweest uitsluitend verstaan degene die, ware hij niet
overleden, doch
arbeidsongeschikt geworden, nog aanspraak op ziekengeld had kunnen
ontlenen aan artikel 46.
C.
Artikel 40 wordt als volgt
gewijzigd:
1. De aanduiding "-1." voor
het eerste lid vervalt.
2. Het tweede lid vervalt.
Art.
IV.
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 53 komt te luiden:
Art. 53.
-1. Na het overlijden van degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt met
ingang van de dag na het overlijden de arbeidsongeschiktheidsuitkering
in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van
de echtgenoten indien de overledene niet duurzaam van de andere
echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de
in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of
natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de
in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van
wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met degene aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel
gelijkgesteld degene
wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben
bereikt doch vóór het bereiken van deze leeftijd is overleden en die
uitsluitend ingevolge artikel 49 over de dag van zijn overlijden geen recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering had.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid worden mede als echtgenoot aangemerkt niet=gehuwde
personen van verschillend of gelijk geslacht die duurzaam een
gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie
bloedverwantschap in de eerste graad bestaat.
-4. Van een gezamenlijk
huishouding als bedoeld in het derde lid kan slechts sprake zijn indien
twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien
beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op
andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde
lid.
-6. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering over
één maand, doch
niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de
hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk vóór de dag van
overlijden van degene aan wie die arbeidsongeschiktheidsuitkering uitkering is
toegekend.
-7. In verband met het
overlijden van degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, is
artikel 49,
eerste lid, niet van toepassing.
-8. De overlijdensuitkering
wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in
het eerste lid, door de bedrijfsvereniging uitbetaald.
-9. De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-10. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat, over na het overlijden
gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-11. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
B.
Artikel 55 vervalt.
C.
In artikel 59b, vierde lid,
wordt de zinsnede "artikelen 21, tweede lid,
22 en 53, zesde lid," telkens
vervangen door artikelen 21, tweede lid, en
22.
D.
In artikel 59d vervalt de
zinsnede "55,".
E.
In artikel 98b wordt de
zinsnede "53 en 55" vervangen door: en
53.
Art. V.
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 44 komt te luiden:
Art. 44.
-1. Na het overlijden van degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt met
ingang van de dag na het overlijden de arbeidsongeschiktheidsuitkering
in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van
de echtgenoten indien de overledene niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de
in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de
in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van
wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en
met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met degene aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt voor de
toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene wiens overlijden heeft
plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben
bereikt doch vóór het bereiken van deze leeftijd is overleden en die
uitsluitend ingevolge artikel 40 over de dag van zijn overlijden geen recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering had.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid worden mede als echtgenoot aangemerkt niet-gehuwde personen van verschillend of gelijk
geslacht
die duurzaam een
gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie
bloedverwantschap in de eerste graad bestaat.
-4. Van een gezamenlijk
huishouding als bedoeld in het derde lid kan slechts sprake zijn indien
twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien
beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op
andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde
lid.
-6. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering over
één maand, doch
niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de
hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk vóór de dag van
overlijden van degene aan wie die arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend.
-7. In verband met het
overlijden van degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, is artikel 40,
eerste lid, niet van toepassing.
-8. De overlijdensuitkering
wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in het eerste lid, door de bedrijfsvereniging
uitbetaald.
-9. De overlijdensuitkering
wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-10. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat, over na het overlijden
gelegen dagen, reeds is
uitbetaald.
-11. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
B.
Artikel 46 vervalt.
C.
In artikel 55 vervalt de
zinsnede "46,".
D.
In artikel 99 vervalt de
zinsnede ", 46".
Art.
VI.
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, derde lid,
vervalt de zinsnede "of tweede".
B.
In artikel 10, vierde lid,
wordt "24" vervangen door: 23a.
C.
Artikel 23 komt te luiden:
Art. 23.
-1. Na het overlijden van de
toeslaggerechtigde wordt met ingang van de dag na het overlijden de
toeslag in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van
de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de
in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of
natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de
in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van
wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met de toeslaggerechtigde wordt voor de toepassing van dit artikel
gelijkgesteld
degene wiens
overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van
65 jaar zou hebben bereikt doch vóór het bereiken van deze leeftijd
is overleden en die recht op een toeslag zou hebben gehad indien artikel
29, negende lid, van de Ziektewet, artikel
49, eerste lid, van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 40, eerste lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet over de dag van zijn overlijden niet van
toepassing zou zijn geweest.
-3. De overlijdensuitkering
is gelijk aan het bedrag van de toeslag over één maand, doch niet
over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van die toeslag op
de
dag of laatstelijk vóór de dag van overlijden van de toeslaggerechtigde.
-4. Voor de toepassing van
het tweede lid wordt ervan uitgegaan dat aan de verzekerde een
toeslag was toegekend.
-5. De overlijdensuitkering
wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in
het eerste lid, door de bedrijfsvereniging uitbetaald.
-6. De overlijdensuitkering
wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-7. Het bedrag van de
overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan toeslag dat, over
na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-8. De overlijdensuitkering
is niet vatbaar voor beslag.
D.
Na artikel 23 wordt een
nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Art. 23a.
Na het overlijden van de
echtgenoot van een toeslaggerechtigde wordt de toeslaggerechtigde voor
de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen tot en
met één maand na de dag van overlijden van de echtgenoot als gehuwd
aangemerkt.
E.
Artikel 24 vervalt.
Art.
VII.
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 76 wordt de
zinsnede "tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin
het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één maand na de dag van het overlijden.
Art.
VIII.
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
Artikel 23 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die
waarin het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één maand na de dag van het overlijden.
2. In het tweede lid wordt
de zinsnede "tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die
waarin het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één maand na de dag van het overlijden.
Art.
IX.
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
als volgt gewijzigd:
Artikel 23 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die
waarin het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één maand na de dag van het overlijden.
2. In het tweede lid wordt
de zinsnede "tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die
waarin het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één maand na de dag van het overlijden.
Art.
X.
Artikel 1639l, tweede lid, van het
Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
De zinsnede "de laatste dag van de tweede maand na die waarin het
overlijden plaatsvond" wordt vervangen door: tot en met één maand
na de dag van het overlijden.
Art.
XI.
De Ziekenfondswet wordt
als volgt gewijzigd:
In artikel 1, tweede lid,
vervalt de zinsnede "of tweede".
Art.
XII.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1, derde lid,
vervalt de zinsnede "of tweede".
Art.
XIII.
-1. Op personen die op 31
december 1995 recht hadden op ouderdomspensioen op grond van de Algemene
Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen en
tussen wie een bloedverwantschap in de tweede graad bestaat en die
op grond van artikel 1, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet zoals
dat artikel na inwerkingtreding van deze wet komt te luiden als
gehuwd worden aangemerkt, blijft artikel 1, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet
zoals dat artikel vóór de inwerkingtreding van deze wet luidde van
toepassing.
-2. Artikel 11 van de Algemene Ouderdomswet
zoals dat vóór inwerkingtreding van deze wet luidde, blijft van
toepassing op personen die op 30 juni 1996 recht hadden op ouderdomspensioen op grond van de Algemene
Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen.
Art.
XIV.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 1997, met uitzondering van de artikelen I, onderdeel A en
B,
III, onderdeel B, VI,
onderdeel A, XI, XII en XIII, eerste lid, die met ingang van 1 januari 1996 in werking treden en de
artikelen I, onderdeel C, en XIII, tweede lid, die met ingang van 1 juli 1996 in
werking treden en onverminderd het tweede tot en met vijfde lid.
-2. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 mei 1995 ingediende voorstel van wet
tot regeling
van een verzekering voor nabestaanden (Algemene
nabestaandenwet; Kamerstukken 24 169) tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervalt
artikel II op hetzelfde tijdstip.
-3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 24 mei 1995 ingediende voorstel van wet tot regeling
van een verzekering voor nabestaanden (Algemene nabestaandenwet;
Kamerstukken
24 169) tot wet wordt verheven en:
a. in werking treedt, wordt
op hetzelfde tijdstip in artikel 51, tweede lid, van die
wet na "nabestaanden- en halfwezenuitkering" ingevoegd: over
één maand;
b. in werking treedt, wordt
op hetzelfde tijdstip in artikel 101 van die wet de zinsnede
"over twee maanden" vervangen door: over één maand;
c. vóór 1 januari 1997 in
werking treedt, vervalt artikel 58 van die wet met ingang van 1 januari
1997.
-4. Indien het bij
koninklijke boodschap van 4 september 1995 ingediende voorstel van wet
tot nadere wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige
andere wijzigingen; Kamerstukken 24 326) tot wet wordt verheven en in werking
treedt, vervalt artikel III, onderdeel C, op hetzelfde tijdstip.
-5. Indien het bij
koninklijke boodschap van 4 september 1995 ingediende voorstel van wet
tot nadere wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
(technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige
andere wijzigingen; Kamerstukken 24 326) tot wet wordt verheven en vóór 1 januari
1997 in werking treedt, vervalt van artikel 1, onderdeel J,¹ artikel
40,
vijfde lid, van de Ziektewet met ingang van 1 januari 1997.
1. Volgens de redactie
dient "artikel 1, onderdeel J" te worden vervangen door: artikel
I, onderdeel J, van die wet.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
21 december 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de negenentwintigste
december 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|