|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1991-1992, 1992-1993, 1993-1994, 1994-1995, 22 358.
Handelingen II 1994-1995, blz. 3204-3245, 5193-5217, 5528-5554,
5697-5715, 5797-5799, 5802.
Kamerstukken I 1994-1995, 22 358 (299); 1995-1996, 22 358 (46, 46a,
46b).
Handelingen I 1995-1996, blz. 1608-1621, 1643-1656.
WET van 24 mei 1996, Stb.
1996, 370, houdende regelen omtrent het ter beschikking stellen van organen (Wet op de orgaandonatie). Inwerkingtreding: 1
februari 1998, 1 maart 1998 en 1 september 1998 (Stb.
1998, 42).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het, mede in verband met artikel 11 van de
Grondwet, wenselijk is met het oog op de rechtszekerheid
van de betrokkenen, ter
bevordering van het aanbod en de rechtvaardige verdeling van
geschikte organen en ter voorkoming van handel in organen bij wet
regelen te stellen omtrent het ter beschikking stellen van organen ten
behoeve van in het bijzonder de geneeskundige behandeling van anderen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
5
Slotbepalingen
Art. 33.
1. In de Wet
op de lijkbezorging worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A.
De eerste volzin van artikel 71, eerste lid, komt te luiden: Een lijk
wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enige andere conserverende
bewerking die niet is gericht op gebruik van delen van het lijk
ingevolge de Wet op de orgaandonatie.
B.
In artikel 72, eerste lid, vervallen de woorden "of kunnen daaruit
delen ten behoeve van transplantatie worden verwijderd".
C.
In de aanhef van artikel 73, eerste lid, vervallen de woorden "ten
aanzien van sectie".
D.
Artikel 75 komt te luiden:
Art. 75.
Het verrichten van sectie geschiedt door een arts, nadat deze zich er van tevoren van heeft vergewist dat het intreden van de dood door een
andere arts is vastgesteld en aan de vereisten, geldend ingevolge de
artikelen 72 en 74, is voldaan.
E.
Artikel 76, tweede lid, komt te luiden:
-2. In zodanig geval mag ontleding, conservering als bedoeld in artikel
71, eerste lid, sectie of verwijdering van organen uit het lijk voor
orgaandonatie als bedoeld in de Wet op de orgaandonatie niet
plaatsvinden of, indien reeds aangevangen, niet worden voortgezet, dan
met toestemming van de officier van justitie.
2. De punt aan het slot van
artikel 39, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen wordt
vervangen door een puntkomma en daaraan wordt toegevoegd een nieuw
onderdeel, dat luidt als volgt:
i. de uitgaven, bedoeld in
artikel 10, vierde lid, en artikel 34 van de Wet op de orgaandonatie.
Art. 35.
-1. Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
gesteld.¹
-2. Onze minister zendt
binnen drie jaar en vervolgens na vijf jaar en na zeven jaar na de
inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
1. Bij Besluit
van 26 januari 1998, Stb. 1998, 42, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 februari 1998, 1 maart 1998,
onderscheidenlijk 1 september 1998, red.
Art. 36.
Deze wet kan worden
aangehaald als: Wet op de orgaandonatie.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 mei 1996
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de elfde
juli 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|