|
BESLUIT van 13 december 1996,
Stb. 1996, 616, houdende vaststelling van het
tijdstip van inwerkingtreding van de Wet
van 29 november 1996 tot
vaststelling van de gewijzigde Wet rechtspositie
rechterlijke ambtenaren (aanvulling met
onder meer de onderwerpen omvang van de
taak, arbeidstijd, vakantie en verlof) (Stb. 1996, 590)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van
Onze
Minister van Justitie van 9 december 1996, nr. 595597/96/6, Directie
Wetgeving;
Gelet op artikel 65 van de
Wet
van 29 november 1996 tot
vaststelling van de gewijzigde Wet rechtspositie
rechterlijke ambtenaren (aanvulling met
onder meer de onderwerpen omvang van de
taak, arbeidstijd, vakantie en verlof) (Stb. 1996,
590);
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Enig artikel.
De Wet
van 29 november 1996 tot
vaststelling van de gewijzigde Wet rechtspositie
rechterlijke ambtenaren (aanvulling met
onder meer de onderwerpen omvang van de
taak, arbeidstijd, vakantie en verlof) (Stb. 1996,
590) treedt in werking
met ingang van 1 januari 1997.
Onze
Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat
in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 13 december
1996
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de negentiende
december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|